Nieuws over Training en Coaching, Croan Consult

Nieuws

Lees hier het laatste nieuws.

Verklaring kansspeltoezichthouders: uiting zorgen over risico’s onscherpe lijnen gokken en gamen

De kansspeltoezichthouders van 16 Europese landen hebben een verklaring (pdf, 293 kB)ondertekend met als doel hun zorgen te uiten over de risico’s van de onscherpe lijnen tussen digitaal entertainment, zoals videospellen en kansspelen.

Toezichthouders, allen lid van de Europese koepel van toezichthouders GREF, zien in sommige nieuwe spelproducten kenmerken van gokken. Toezichthouders willen de videogames en social gaming grondig blijven analyseren, en vragen daarbij ook om een ​​constructieve dialoog met de verantwoordelijke vertegenwoordigers van de videogames en social gaming-industrie.

Verklaring

Deze verklaring (pdf, 293 kB) is ondertekend door Letland, Tsjechische Republiek, Isle of Man, Frankrijk, Spanje, Malta, Jersey, Gibraltar, Ierland, Portugal, Noorwegen, Nederland, Verenigd Koninkrijk, Polen, Oostenrijk en de staat Wahington en staat open voor ondertekening voor alle geïnteresseerde toezichthoudende instanties voor kansspelen.

Bijeenkomst

De Kansspelautoriteit organiseert op 15 oktober 2018 in Den Haag een bijeenkomst om met marktpartijen en andere betrokkenen in de game- en goksector van gedachten te wisselen over de risico’s van de toenemende vermenging van gaming en gambling.

Bron: kansspelautoriteit 

Minder alcohol drinken met Maxx-app: veel positieve reacties

De Maxx-app krijgt veel positieve reacties. De app ondersteunt op lastige momenten om minder of geen alcohol drinken. Prominente landelijke organisaties beoordelen Maxx positief en nemen de app op in hun eigen aanbod.

Het Nederlands Huisarts Genootschap (NHG) beloont Maxx in het oktobernummer van het magazine Huisarts en Wetenschap met 4 sterren. Ook verwijst de NHG inmiddels op Thuisarts.nl naar de zelfhulp-app. Ook de GGD AppStore, een online dienst van alle 25 GGD’en en GGD GHOR Nederland, heeft Maxx opgenomen in het overzicht van relevante en betrouwbare gezondheidsapps en websites.

Gezonder leven door minder te drinken

De Maxx app is ontwikkeld door het Trimbos-instituut en werd in april 2018 gelanceerd. Maxx wordt gratis aangeboden via de Apple App Store en Google Play Store. De app is bedoeld voor iedereen ouder dan 18 jaar die zijn of haar leefstijl wil verbeteren door minder alcohol te drinken.

Wie gezondheidsproblemen wil verminderen, fitter wil worden, beter wil slapen en beter op gewicht wil blijven vindt in Maxx een nuttig hulpmiddel. Maxx is ook geschikt voor wie tijdelijk, bijvoorbeeld een maand, wil stoppen met drinken en voor mensen die al gestopt zijn en dit willen volhouden.

Niet voor mensen met alcoholverslaving

Maxx is niet geschikt voor mensen met een alcoholverslaving die last krijgen van ontwenningsverschijnselen wanneer ze stoppen met drinken. Voor hen blijft professionele begeleiding van een huisarts of instelling voor verslavingszorg noodzakelijk.

Bron: Trimbos

Eerste Nederlandse supermarkt voert prikkelarm uur in

Bij een Albert Heijn-vestiging in het Brabantse Sint-Michielsgestel kunnen klanten binnenkort één uur per week ‘prikkelarm’ winkelen. Het is voor zover bekend voor het eerst dat een Nederlandse supermarkt rekening houdt met klanten met autisme. ‘Kunnen ze die lichtdimmers voortaan niet altijd gebruiken?’

  Supermarkt stil uur sep18
  

Bij een Albert Heijn-filiaal in Noord-Brabant gaat binnenkort op een vast moment in de week de muziek uit en worden de lichten gedempt. ’Wij willen dat klanten binnenkort één uur per week prikkelarm bij ons kunnen winkelen’, zegt Eva Mennes, assistent-bedrijfsleider van het filiaal in het Noord-Brabantse Sint-Michielsgestel. ‘Ik verwacht dat mensen met autisme hier veel baat bij zullen hebben.’ Het is voor zover bekend voor het eerst dat een Nederlandse supermarkt rekening houdt met de prikkelgevoeligheid van veel mensen met autisme.

Mennes kwam op het idee voor een ‘prikkelarm uurtje’ nadat ze onlangs in het Eindhovens Dagblad een artikel had gelezen over een soortgelijk Brits initiatief. ’Gelukkig staat mijn leidinggevende Cindy Remmits-Mateijsen er vierkant achter. Het past in de missie van Albert Heijn om het meest geliefde en meest gezonde bedrijf van Nederland te zijn.’ 

Spiegels

In het filiaal van Sint-Michielsgestel komen volgens Mennes relatief veel klanten met autisme. ‘Dat heeft te maken met de nabijheid van meerdere afdelingen van het instituut Kentalis, dat is onder andere gespecialiseerd in beperkingen op de gebieden horen en communicatie’, zegt ze. ‘Daarom is het ook logisch dat ons filiaal hier als eerste in Nederland mee begint. Maar als deze pilot slaagt, zullen er ongetwijfeld meerdere Albert Heijn-vestigingen volgen.’ 

Mennes riep ervaringsdeskundigen onlangs op om mee te denken over hoe ze haar filiaal zo prikkelarm mogelijk kan maken, onder andere in een lokale krant, via het intranet van Kentalis en via de Facebook-pagina van de Nederlandse Vereniging voor Autisme (NVA). ‘Daar zijn al ongelofelijk veel reacties op gekomen’, zegt Mennes. ‘Vooral via de Facebook-pagina van de NVA. Ik heb er echt nooit een seconde bij stilgestaan dat mensen van zoveel dingen last kunnen hebben als zij boodschappen doen.’

En dat zijn niet alleen mensen met autisme, zo weet zij inmiddels. ‘Ik krijg óók veel reacties van mensen met angstklachten, hersenletsel of burn-out. Vooral de muziek en de felle lichten blijken een probleem te zijn, maar bijvoorbeeld ook de reflecties van de spiegels in onze koelvakken en de displays bij de kassa’s.’ 

Twee bussen Pringles

‘Ik bevind mij op dit moment in de C&A in Kampen om een winterjas te kopen voor mijn zoontje’, zegt ervaringsdeskundige en NVA-ambassadeur Jasper Wagteveld over de telefoon. ‘Het is hier héél erg licht, vrij warm en ik hoor overal mensen praten. Maar na een kwart eeuw autisme-diagnose – dit is mijn jubileumjaar – heb ik hier inmiddels gelukkig een soort ingebouwde filter voor ontwikkeld.’

Toch vormt zijn dagelijkse bezoek aan de supermarkt ook voor Wagteveld een hele uitdaging. ‘Het is er in de zomer héél koel en in de winter héél warm. En je hebt er ongelofelijk veel keus. Ik ben dan ook totaal verloren als mijn vrouw mij vooraf niet precies vertelt welk vlees, welke pasta en welke groente ik moet kopen. Toen wij nog geen kind hadden, kwam ik vaak alleen thuis met twee bussen Pringles.’

Wagteveld vindt het initiatief van het Albert Heijn-filiaal in Sint Michielsgestel ‘super goed’, maar zet er ook kanttekeningen bij. ‘Ik hoop wél dat de buitenwereld zich realiseert dat veel mensen met autisme hulp nodig blijven hebben om te leren omgaan met de vele prikkels die er nu eenmaal zijn in onze maatschappij. Velen van hen wonen bijvoorbeeld, net als ik, in een sociale huurwoning en die zijn vaak zeer gehorig.’  

Wagteveld verwijst naar de behandeling ‘guided exposure’ van Dimence, een ggz-instelling in het oosten van Nederland waaraan hij als ervaringsdeskundige is verbonden. ‘Daarbij komen mensen met autisme die helemaal zijn vastgelopen eerst in een zeer prikkelarme omgeving terecht om van daaruit geleidelijk weer terug te gaan naar de prikkelrijke wereld. Dat werkt ontzettend goed.’ 

Zelf heeft Wagteveld in de loop der jaren – hij is nu 36 jaar oud – redelijk leren omgaan met prikkels die hij zelf opzoekt. ‘Voordat ik net C&A binnenliep wist ik bijvoorbeeld wel wat ik ongeveer kon verwachten. Maar onverwachte prikkels vind ik nog altijd heel lastig. Als mijn zoontje van tweeënhalf bijvoorbeeld opeens begint te huilen of als er een grote vrachtwagen door mijn straat rijdt, dan heb ik daar veel moeite mee.’

Het is nog niet bekend wanneer het prikkelarme uurtje van het Albert Heijn-filiaal in Sint-Michielsgestel zal worden ingevoerd. ‘Zo snel mogelijk, maar er zullen eerst nog wat voorbereidingen moeten worden getroffen’, zegt Mennes. ‘De muziek kan ik met één druk op de knop uitzetten, maar voor de zachtere verlichting zal een monteur bijvoorbeeld eerst nog een aantal dimmers moeten komen plaatsen.’ Wagteveld, enthousiast: ‘Kunnen ze die dimmers voortaan niet altijd gebruiken? Vergeet niet dat wat voor mensen met autisme goed werkt, vaak ook voor heel veel andere mensen prettig is.’

Bron: NVA

De dramadriehoek op de werkvloer en hoe je hiermee omgaat

Je verantwoordelijkheid nemen en de ander op zijn of haar verantwoordelijkheid aanspreken: het blijft lastig. Eerst moet iedereen weten wat tot zijn of haar takenpakket hoort. Welke begeleiding kunnen zij hierbij van jou als leidinggevende verwachten?

Dramadriehoek in de praktijk

3 manieren om bevlogenheid te stimuleren

Bevlogenheid vergroot de productiviteit, betrokkenheid en klantgerichtheid van je medewerkers. Maar wat definieert bevlogenheid en hoe kun je het als manager stimuleren? MT-columnist Ronald van der Molen geeft 3 belangrijke tips.

Volgens onderzoek van o.a. Else Ouweneel zijn er drie manieren om je werkgeluk vergroten, namelijk via: gedragsmatige, cognitieve en motivationele activiteiten. Hieronder staan per manier verschillende interventies waar je mee kunt experimenteren. #1 Gedragsmatige activiteiten Met de onderstaande gedragsmatige activiteiten beïnvloed je jouw werkomgeving direct omdat jouw positieve gedrag het sociale en interpersoonlijke klimaat verbetert. - Vriendelijk gedrag vertonen door de deur voor iemand open te houden, een collega te helpen, positieve feedback te geven en klanten te adviseren. Onderzoek laat zien dat vriendelijk gedrag aanstekelijk werkt vooral als mensen hun vriendelijke gedragingen variëren en veelvuldig herhalen. - Goed nieuws delen door behaalde resultaten of belangrijke deadlines te bespreken en samen te vieren. Door successen te delen nemen de positieve gevoelens toe en onthouden we ze langer dan wanneer we ze niet delen. - Sociale relaties koesteren door een open houding aan te nemen, praktische hulp te verlenen, loyaal te zijn, te luisteren, gerust te stellen en informatie of advies te geven. Vele studies hebben het belang van sociale steun op de werkplek voor het welbevinden van werknemers aangetoond. #2 Cognitieve activiteiten Met de cognitieve activiteiten hieronder beïnvloed je jouw werkomgeving indirect. Door een positiever beeld van de werkomgeving te construeren verandert vooral jouw perceptie. - Dankbaarheid uiten naar collega’s of leidinggevenden die jou te hulp zijn geschoten of steun hebben verleend. Door oprecht gemeende dankbaarheid te uiten geef je erkenning aan de bijdragen van anderen en worden negatieve emoties zoals boosheid, irritatie en cynisme onderdrukt. - Vergeven van een onheuse bejegening of onrechtvaardige behandeling. Diverse onderzoeken laten zien dat gevoelens van empathie en toenadering (in plaats van wraak en ontwijking) een positief effect hebben op het geluk van degene die vergeeft. Bovendien versterkt vergeving interpersoonlijke relaties, mits het integer wordt gedaan. - Zegeningen tellen door gebeurtenissen in herinnering te brengen of op te schrijven. De gevoelens van dankbaarheid die hierdoor worden opgeroepen versterken de eigenwaarde, het zelfvertrouwen en verbeteren de relaties op het werk. Het positieve effect hiervan op het geluksgevoel kan tot wel zes maanden doorwerken. - Optimisme stimuleren door haalbare doelen te stellen, je ideale zelfbeeld te beschrijven, pessimistische gedachten te doorbreken en na te denken over je ideale carrièreverloop. Optimisme speelt een belangrijke rol in het behalen van persoonlijke doelen en is daarom essentieel voor werkgeluk. - Genieten van het leven door positieve gebeurtenissen in herinnering te brengen, je te verheugen op toekomstige positieve gebeurtenissen en open te staan voor zintuigelijke waarnemingen zoals de geur van verse koffie, een mooi uitzicht etc. #3 Motivationele activiteiten De volgende motivationele activiteiten hebben betrekking op het aanleren van vaardigheden die het makkelijker maken om het gewenste levenspad te bewandelen. - Persoonlijke doelen stellen en nastreven door na te gaan waar je heen wilt en welke stappen van belang zijn om hier te komen. Het ontwikkelen en inzetten van vaardigheden om doelen te stellen en het plannen van de weg om deze doelen te bepalen heeft een positief effect op je welbevinden. De kans om doelen te behalen wordt groter naarmate ze aansluiten bij jouw waarden en behoeften. - Weerbaarheid vergroten door het genereren van sociale steun tijdens en na een negatieve gebeurtenis en het vinden van betekenis in datgene wat heeft plaatsgevonden. Je kunt je weerbaarheid verhogen door optimisme te vergroten en zelfvertrouwen te versterken (zie hierboven). Het effect hiervan is dat je je makkelijker kunt aanpassen aan uitdagende omstandigheden en ook bij tegenslag jezelf zult proberen te verbeteren. - Jezelf complimenteren of laten complimenteren. Door jouw inspanning, prestatie of resultaat positief te (laten) waarderen activeer je het beloningscentrum in je brein. De hoeveelheid dopamine neemt toe en dat geeft een goed gevoel. Bovendien versterkt een welgemeend compliment het zelfbeeld van de ontvanger en zorgt het voor een betere onderlinge relatie. Kies een integrale aanpak Vrijwel alle activiteiten staan met elkaar in verbinding en kunnen elkaars effect versterken. Dankbaarheid uiten kan bijvoorbeeld bijdragen aan het verbeteren van sociale relaties. En het stimuleren van optimisme bevordert het stellen en behalen van doelen. De uitdaging is om een integrale aanpak te ontwikkelen met voldoende variatie, bij voorkeur op team- of afdelingsniveau, zodat het bij jou én bij je werkomgeving past. Lees hier deel 1 van de column. 

Advies aanpak personen met verward gedrag: maak contact met de mens!

De klankbordgroep Personen met verward gedrag van Clientenbelang Amsterdam heeft in juli een advies ‘Verward en Onbegrepen’gepresenteerd dat het heeft opgesteld na een jaar ontmoetingen en signalen ophalen. Dit is gedaan in opdracht van de gemeente Amsterdam. 

Ervaringsdeskundigen, familie- en naasten hebben verhalen opgehaald over hoe de zorg rond personen met verward gedrag beter kan aansluiten bij hun vraag. Met specifieke aandacht voor de crisisketen. Bijvoorbeeld de manier waarop politie en hulpverlening meldingen rond personen met verward gedrag behandelen en hoe zij hen bejegenen. Daarnaast adviseert de klankbordgroep de gemeente om vooral de juiste mensen met juiste kennis en ervaring op het juiste moment in te zetten.

Contact van mens tot mens

In Amsterdam is een tekort aan voorzieningen om personen met verward gedrag goed op te vangen. Ook sluiten de behoeften van mensen met verward gedrag en hun familie en het aanbod van Amsterdamse instanties niet goed op elkaar aan. Een goede opvang die kan leiden tot sneller herstel van iemand. Maar het begint met contact maken van mens tot mens, zowel naar cliënten als familieleden en naasten. De klankbordgroep adviseert dan ook om te spreken over onbegrepen gedrag in plaats van verward gedrag.

“Maak contact met de mens, niet de cliënt” 

Best practices in de stad

De klankbordgroep heeft een aantal zaken in de stad als ‘best practice’ bestempeld. De Psycholance zorgt voor meer menselijk vervoer van mensen die een psychische crisis doormaken, onder begeleiding van ervaren deskundige verpleegkundigen. En het Respijthuis Amersbos in Noord bijvoorbeeld dat het gat opvult tussen niet meer tijdelijk thuis kunnen wonen en opname in een kliniek.

Bron: clientenbelangamsterdam.nl

‘Toen ik wist dat ik autisme had, werd het makkelijker om ermee om te gaan’

Petra (34) heeft autisme, een informatieverwerkingsstoornis die maakt dat je de wereld om je heen wat anders interpreteert dan anderen. Autisme is aangeboren. Toch weet Petra pas vier jaar dat ze het heeft. De diagnose was een last van haar schouders. Want hoewel ze altijd wel wist dat er iets niet klopte, weten wát er precies niet klopt maakt dat ze er beter mee om kan gaan. Én anderen kan helpen!

Toen Petra 29 was kwam ze in aanraking met de GGZ vanwege piekerklachten. Ze kreeg cognitieve gedragstherapie en werd op een aantal gedragsstoornissen getest. Daar kwam autisme uit. ‘Een heel brede diagnose natuurlijk. Onder een ‘autismespectrumstoornis’ vallen een hele hoop verschillende vormen van autisme. Een nicht van mij heeft weleens geopperd dat ik ook ADD zou kunnen hebben. Dat is inderdaad goed mogelijk, maar ik vind de diagnose autisme voldoende. Ik ga me niet voor een tweede keer laten testen om nóg een labeltje te krijgen.’

Ouders
Als Petra naar zichzelf kijkt, kan ze zien dat ze autisme heeft. Waaraan precies? Petra vindt het lastig om daar een vinger op te leggen. ‘Ik zie het onder andere aan mijn ogen, mijn starende blik. Toch heb ik ook heel lang niet geweten wat er met me aan de hand was. Ik werd als kind op school buitengesloten en was altijd stil en teruggetrokken. Maar mijn ouders hebben me nooit laten testen op een gedragsstoornis of hulp voor me gezocht. Beiden zijn ze overleden, mijn vader toen ik 17 was en mijn moeder toen ik 24 was. Terugkijkend weet ik bijna zeker dat ze beiden ook autisme hadden. Zeker mijn moeder. Zelf wisten ze dat denk ik niet. Ik snap dus wel dat ze dat bij mij ook niet hebben opgemerkt.’

Na het overlijden van haar ouders stond Petra er alleen voor. ‘Dat was pittig. Al helemaal voor iemand als ik. Ik was sociaal niet zo sterk. Gelukkig had ik wel wat vrienden die me hielpen. Ik leerde in die periode ook mijn beste vriendin kennen aan wie ik nog altijd veel steun heb. Vrienden geven me zelfvertrouwen en maken dat ik mezelf beter kan accepteren. Ze laten me zien dat ik de moeite waard ben, ook al ben ik anders dan zij. Daardoor kan ik ook makkelijker boven vervelende opmerkingen van anderen staan.’

Makkelijker
Nu Petra weet dat ze autisme heeft is alles wat makkelijker geworden. Ze kan er nu rekening mee houden, weet wat haar valkuilen zijn en hoe ze zich beter kan voelen. ‘Burn-out klachten liggen voor mij op de loer. Ik heb altijd een druk hoofd en ben snel overprikkeld. Nu ik weet hoe dat komt, kan ik mijn grenzen beter aangeven en neem ik op tijd rust. Ook heb ik baat bij alternatieve geneeswijzen, zoals accupunctuur, en heb ik een aangepast dieet. Mensen met autisme hebben vaak intoleranties voor bepaalde voedingsstoffen, zoals gluten of lactose. Ik weet dat ze in Finland kinderen al op jonge leeftijd testen op dergelijke voedselintoleranties, omdat die echt invloed kunnen hebben op hun gedrag. Voor zover ik weet wordt daar in Nederland nog niet veel mee gedaan. Dat is zonde!’

Bron: plusvws.nl

Tips voor een gesprek over je psychische klachten bij de huisarts

De huisarts is voor gezondheidsklachten je eerste gesprekspartner. Bij de huisarts kun je ook terecht met vragen over je kind of een naaste. Een gesprek aangaan met de huisarts bij psychische klachten (in het gezin) kan lastig zijn. Hoe voorkom je dat je met belangrijke vragen of onderwerpen blijft zitten? MIND geeft een paar tips:

Huisarts en patiënt in gesprek, tafel en handen zichtbaar 123rtf 600 - 400Tips voor het gesprek met je huisarts

  1. Vertel de huisarts eerlijk wat er speelt. Neem als het kan iemand mee die jou goed kent en die hierop kan aanvullen. Wacht niet te lang met een bezoek aan de huisarts: hoe eerder je aan de bel trekt hoe sneller er iets aan gedaan kan worden.
  2. Geef naast psychische klachten ook lichamelijk klachten goed aan. Soms is er een wisselwerking tussen psychische en lichamelijke klachten. De huisarts moet misschien onderzoek laten verrichten in verband met deze lichamelijke klachten.
  3. Zorg dat de conclusie van de huisarts helder is voor jou: wat is er precies aan de hand? Is er sprake van een aandoening? Soms gaan klachten zoals depressieve gevoelens vanzelf voorbij. Wat zijn de vooruitzichten?
  4. Je kunt het gesprek met je huisarts opnemen zodat je het thuis op je gemak terug kunt luisteren, bijvoorbeeld via je telefoon. Geef dit vooraf aan. Zie de Handreiking patiëntengesprek opnemen.
  5. Geef informatie over de samenstelling van je familie of dat van je naaste. Vertel wat de gevolgen zijn van de psychische klachten voor mensen in de thuissituatie zoals een partner, ouders, kinderen of broers en zussen. Waar maak je je zorgen over? Meer informatie voor naasten vind je bij Als je naaste psychische klachten heeft.

Tips om je voor te bereiden

  1. Maak vooraf een lijst met vragen. Daarmee voorkom je dat je belangrijke vragen vergeet te stellen. (Gebruik deze tips als patiënt of deze tips als naaste.)
  2. Als je medicatie gebruikt neem deze mee, zodat de huisarts actuele informatie hierover heeft. Dat geldt ook voor vitaminen of voedingssupplementen: deze kunnen invloed hebben op bepaalde medicatie.
  3. Bedenk of je iemand mee wilt nemen naar het (eerste) consult. Dit kan een familielid of naaste zijn, of iemand anders die je vertrouwt.
  4. Als je méér dan 10 minuten tijd nodig hebt van de huisarts, vraag dan vooraf een dubbele afspraak aan bij de doktersassistent. Dan weet je zeker dat de huisarts even de tijd voor je heeft.

Aan het einde van je gesprek

Ter afronding van je gesprek is het handig om nog even de volgende zaken na te lopen:

  • Wat speken we af?
  • Staan mijn gegevens goed in het dossier/systeem?
  • Indien nodig: Wanneer zien we elkaar weer?

Omslag is een feit: sterke stijging inzet loonkostensubsidie

Het aantal mensen dat met loonkostensubsidie ging werken was in 2017 groter dan het aantal werknemers dat uitstroomde uit de wet sociale werkvoorziening (Wsw).

Dit blijkt uit de sectorinformatie van de sociale werkgelegenheid over 2017. Vorig jaar gingen 6.200 personen uit de Participatiewet met loonkostensubsidie aan de slag. In drie jaar tijd is het totale aantal gestegen tot 11.200. Het aandeel sociale werkbedrijven dat hierbij een belangrijke rol vervult is sterk gegroeid. ‘Dit bewijst dat loonkostensubsidie een succesvol instrument is en dat het gebruikmaken van de kennis van onze leden cruciaal is voor het inclusiever maken van de arbeidsmarkt’, aldus Job Cohen, voorzitter van Cedris.

Sinds 1 januari 2015 is de toegang tot de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) gesloten. Mensen met een beperking zijn sindsdien aangewezen op de Participatiewet, Gemeenten kunnen voor hen loonkostensubsidie inzetten, om werkgevers te compenseren voor een verminderde arbeidsproductie.

 

Grote verschillen tussen gemeenten bij inzet loonkostensubsidie

Tussen gemeenten onderling bestaan grote verschillen in de mate waarin loonkostensubsidie wordt ingezet. Opvallend is dat er een positief verband lijkt te bestaan tussen de inzet van loonkostensubsidie en het behaalde financieel resultaat op het BUIG-budget. Het BUIG-budget is het geld dat gemeenten van het rijk ontvangen om bijstandsuitkeringen te betalen. Of er sprake is van een causaal verband en wat de achterliggende verklaringen zijn, wordt nader onderzocht.

 

Belangrijke rol Sociale werkbedrijven

Uit de cijfers blijkt verder dat de meeste sociale werkbedrijven een belangrijke rol spelen bij de uitvoering van de Participatiewet. 84% wordt als werkgever of bemiddelaar voor de nieuwe doelgroepen ingezet. Maar nog altijd 16% van de bedrijven vervult geen of slechts een beperkte rol voor nieuwe doelgroepen.

 

Stijging ziekteverzuim

Het aantal werknemers binnen de Wsw daalde het afgelopen jaar met 4.500 naar 87.500 personen. Het ontbreken van nieuwe instroom in de Wsw betekent dat de Wsw-populatie steeds ouder wordt. Bijna 40% is 55 jaar of ouder. Er blijven relatief meer mensen met een zwakkere gezondheid in de Wsw. Dit is een verklaring voor de stijging van het ziekteverzuim van 12,8 naar 13,3%.

 

Tekorten op Wsw-subsidie nemen toe

De bijdrage die de leden leveren aan de inclusieve arbeidsmarkt staat in schril contrast met de voortdurende financiële druk die op hen ligt. Door de jaarlijks oplopende korting op de Wsw-subsidie, een erfenis  van het vorige kabinet, is het totale tekort voor de lonen van Wsw-werknemers in 2017 opgelopen met 37 miljoen tot -/-296 miljoen. De invoering van het laag inkomensvoordeel, een vergoeding voor de loonkosten voor werknemers die op of net boven het wettelijk minimumloon verdienen, heeft de subsidiedaling in 2017 slechts gedeeltelijk gecompenseerd. Tot 2020 zal de financiële druk op de bedrijven verder toenemen. Het bedrijfsvoeringsresultaat is dankzij kostenbesparingen in voorgaande jaren vrijwel gelijk gebleven op 79 miljoen. Verdere verbeteringen in de bedrijfsvoering zijn niet realistisch.

 

Inclusieve arbeidsmarkt weer een stap dichterbij

Desondanks zijn er goede resultaten gehaald. De inclusieve arbeidsmarkt komt dichterbij. Het aandeel Wsw-ers dat extern bij andere werkgevers werkt is ook gestegen en bedraagt nu 41%.

Job Cohen: ‘2017 heeft laten zien dat onze leden niet alleen belangrijk zijn voor het aan het werk helpen van mensen met een arbeidsbeperking, maar voor alle mensen die ondersteuning nodig hebben om een plek op de arbeidsmarkt te bemachtigen. Om de ambities van die inclusieve arbeidsmarkt te realiseren blijven onze kennis en instrumenten keihard nodig.’

Bron: Cedris

Vijf manieren waarop je níet met je team moet omgaan

MT: Of een team goed of slecht functioneert, heeft meestal met het leiderschap te maken. Vijf manieren waarop het níet moet – en hoe het beter kan.

 

Er broeit een onderhuidse spanning in het team. Tijdens de lunch valt de groep uit elkaar in kleine groepjes die over elkaar roddelen. In vergaderingen lijkt het weinig uit te maken wie een presentatie geeft: elk idee wordt medogenloos afgekraakt. Er wordt nauwelijks samengewerkt en de resultaten blijven achter. Je team is geen team. Een goed team is geen toeval In elke organisatie komen dysfunctionele teams voor. De gemakkelijkste weg is de schuld bij de teamleden te leggen. Ze doen hun best niet om beter met de anderen te overleggen. Maar zoals uit onderzoek blijkt: een goed team is geen toeval. Tussen slechte en goede teams bestaan belangrijke verschillen, en het belangrijkste verschil maak jij, de leider. Hieronder vijf manieren waarop je in ieder geval níet met je team moet omgaan. #1 Creëer een vechtcultuur Je zweert bij onderlinge concurrentie. Door onderling flink tegen elkaar op te boksen, halen de teamleden meer uit zichzelf. Ook zonder dat leiders er bewust voor kiezen, kan vaak een competitieve cultuur in teams ontstaan. Sommige teamleden gaan de groep domineren en anderen trekken zich terug. De leider vindt het allemaal best. Maar de onderlinge sfeer in de groep blijkt de belangrijkste succesfactor te zijn. Binnen de organisatiepsychologie zijn er weinig onderwerpen waar meer onderzoek naar is gedaan dan naar teams. Onder alle eigenschappen waarop teams kunnen verschillen – IQ, teamsamenstelling, leeftijdsverschil, manier van samenwerken etc. – is er één doorslaggevend: het onderling vertrouwen. Het maakt niet uit of je de teams supermoeilijke opdrachten geeft of juist eenvoudige taakjes laat doen. Als het vertrouwen (of de ‘psychological safety’ zoals het in een grootschalig onderzoek bij Google wordt genoemd) sterker is, worden de prestaties beter. #2 Informeer op basis van ‘need to know’ Bij jou als leider komen de informatiestromen bij elkaar, je vindt het zonde van de tijd om die informatie te delen. De medewerkers krijgen te horen wat ze voor hun werk nodig hebben. Méér informatie uitwisselen roept maar nodeloze discussie op. Communicatie speelt een cruciale rol bij teamsucces. In een gezaghebbend Amerikaans onderzoek uit 2008 bleek bijvoorbeeld dat de ‘verdeling van de beurt krijgen in de conversatie’ de onderscheidende factor was. Teams waarin de teamleden ongeveer even vaak aan het woord zijn, doen het beter dan teams waarin enkelen het gesprek naar zich toe trekken. Openheid en elkaar laten uitpraten zijn van cruciaal belang om de vertrouwensbasis te verstevigen. Vertrouwen of ‘psychological safety’ wil niet zeggen dat er geen pittige onderlinge discussies mogelijk zijn, die discussies zijn juist nodig om verder te komen. Daarbij is jouw rol als teamleider om in de openheid te delen, je teamleden de gelegenheid te geven zich te uiten en te luisteren naar wat ze zeggen. Pas als je zelf in staat bent om laat merken dat je zelf niet alle antwoorden in petto hebt, kun je als leider een lerende cultuur in je team creëren. #3 Werk taakgericht Je teamleden hebben allemaal hun eigen takenpakket. Alleen jij als teamleider hebt het overzicht en weet wat het team aan het grotere geheel van de organisatie bijdraagt, en waarop het wordt afgerekend. Je wilt je teamleden niet met al die details lastigvallen. Na vertrouwen en de mogelijkheid voor teamleden om zich te uiten is doelgericht werken de belangrijkste succesfactor voor teams. Teams functioneren beter als de groepsleden weten wat het gemeenschappelijk doel en hun bijdrage eraan is. Het doel mag ambitieus zijn maar moet uiteraard ook haalbaar zijn. Met ondubbelzinnige kengetallen moet de voortgang van het team bovendien te meten zijn. Heldere doelen versterken de betrokkenheid van de teamleden. Ze weten waarom het belangrijk is hun schouders eronder te zetten. #4 Los alles op met teambuilding Je team communiceert moeizaam, dus het wordt tijd voor een dagje abseilen in de Ardennen. Met daarna een stevige borrel: er gaat niks boven samen dronken worden om het groepsgevoel te versterken. Teambuilding wordt vaak als panacee voor de groepssfeer beschouwd, maar de bewezen effectiviteit is mager. Als het na een dagje lachen, gieren, brullen weer ‘business as usual’ voor het team wordt, en de openheid en het vertrouwen niet verbeteren, kun je het net zo goed laten. #5 Maak er een mannenclub van Als mannen onder elkaar gaan we er tegenaan. We begrijpen elkaar beter en iedereen doet zijn eigen ding. Dat werkt snel en efficiënt. Een opvallend resultaat van een grote MIT-studie uit 2010 is dat teams met meer vrouwen het per definitie beter doen. De onderzoekers koppelen dat aan een ander resultaat: de leden van goed presterende teams zijn er beter in om complexe emoties van gezichten waarvan alleen de ogen zichtbaar zijn af te lezen (de ‘Reading the Mind in the Eyes’-test). Vrouwen hebben een grotere sociale gevoeligheid, aldus de onderzoekers, en dat verklaart mede waarom de teams waarin ze zitten beter presteren. De openheid en het onderling vertrouwen zijn groter.

Depressie ontstaat niet in het brein maar in de darmen

In ons darmstelsel bevinden zich vijftig biljoen bacteriën die samen het microbioom vormen en een enorme invloed hebben op onze lichamelijke en mentale gezondheid. Dokter Michael Mosley schreef er Het slimmedarmendieet over, zo meldt topics.nl

In Het slimmedarmendieet legt dokter Michael Mosley (61), presentator van uitstekende wetenschapsprogramma’s op de BBC, uit hoe het microbioom ons immuunsysteem en ons lichaamsgewicht mee bepaalt, maar ook hoe het een rol speelt bij mentale problemen als angst en depressie.

We weten pas sinds kort hoe belangrijk de bacteriën in onze darmen zijn. Hoe komt het dat het zo lang heeft geduurd?

“Omdat we nu pas de technologie hebben om ze te identificeren. In onze darmen leven duizenden soorten bacteriën, maar de meeste kunnen niet overleven buiten hun vertrouwde omgeving. Het overgrote deel kun je ook niet in een laboratorium kweken. Maar dankzij de gentechnologie kunnen we nu darmbacteriën opsporen aan de hand van stukjes DNA. We kunnen ze nog altijd niet zien, maar door de genetische sporen die ze achterlaten, kunnen we ze identificeren. We kunnen ook zien welke invloed veranderingen in de darmflora hebben op onze eetlust, onze hersenen en nog veel meer.

Kunt u kort uitleggen wat het microbioom juist is?

“Dat zijn de 1 à 2 kilo microben die in onze darmen leven. Rare wezentjes die nooit het daglicht zien en die niet kunnen overleven in een omgeving met zuurstof. Er leven minstens duizend soorten bacteriën die voortdurend in gevecht zijn met elkaar. Behalve bacteriën vind je er ook virussen en schimmels. Het is een ecosysteem op zich. Sommige bacteriën zijn goed voor ons en sommige slecht.”

Ons microbioom is er slechter aan toe dan vroeger, schrijft u.

“Daar bestaat geen twijfel over. Ontlastingsstalen van veertig à vijftig jaar geleden bevatten een veel grotere variatie aan bacteriën dan recente stalen. Vooral bij kinderen is het verschil opvallend. De Hadza, een stam uit Tanzania, hebben een bioom dat veel diverser is dan dat van de westerse mens. Oudere mensen die nog supergezond zijn, blijken meestal ook een zeer gezond en divers microbioom te hebben. We weten nog lang niet alles over alle darmbacteriën, maar we weten wel dat een grote diversiteit heel belangrijk is.”

De titel van uw boek is niet toevallig gekozen: in onze darmen zit een soort tweede brein, dat met ons ‘gewone’ brein communiceert.

“Het brein in ons hoofd is één homp hersencellen. Het brein in onze darmen bevat ongeveer evenveel hersencellen als het brein van een kat en ligt als een dun laagje over de hele lengte van het darmstelsel. Het bestaat uit precies dezelfde hersencellen als die van ons andere brein en produceert dezelfde neurotransmitters. Het communiceert met onze hersenen via de nervus vagus, de zenuw die de hersenen met de darmen verbindt en één van de belangrijkste zenuwen die we hebben. Ze is ook supersnel, omdat onze darmen en hersenen zeer snel moeten kunnen communiceren met elkaar. De bacteriën in onze darmen kunnen dat systeem hacken en de signalen wijzigen. Zo kunnen ze ons hoofdbrein instructies geven.

‘We hebben lang gedacht dat een depressie in het brein ontstaat, maar er is steeds meer bewijs dat het in de darmen gebeurt’

“Dat doen ze ook langs een andere en veel tragere weg, namelijk via het bloed. Darmbacteriën produceren chemicaliën die een invloed hebben op het humeur, zoals serotonine, of neurotransmitters met een kalmerende werking. Ze maken ook veel dopamine aan, ook bekend als het gelukshormoon. Ze doen dat wellicht om ons te belonen wanneer we dingen eten die ze graag lusten. Ze hebben er ook alle belang bij om zoveel mogelijk nuttige voedingsstoffen binnen te krijgen, want daar beneden is het voortdurend oorlog. Al die bacteriën doen er alles aan om te overleven en de sterkste te worden, onder andere door onze appetijt te manipuleren. Ze bepalen dus mee wat we eten.

Is dat tweede brein ook een recente ontdekking?

“Nee, hoor. Dertig jaar geleden, toen ik geneeskunde studeerde, was het al bekend. Het werd toen ook al het tweede brein genoemd. Men vond het wel fascinerend, maar niemand kwam op het idee het nader te onderzoeken. Men denkt nu dat het brein in ons hoofd waarschijnlijk zelfs is geëvolueerd uit het brein in onze darmen. Octopussen en sommige primitieve levensvormen hebben alleen maar een brein in hun darmen, en geen in hun hoofd.”

Welke informatie wisselen die twee breinen uit?

“We weten dat het gewone brein signalen stuurt als ‘Ik heb hier net flink gegeten, bereid je daar beneden maar voor op de komst van een steak met frieten.’ Het lagere brein stuurt dan weer signalen naar boven bij een depressie, vreemd genoeg.

“Een psychiater vertelde me dat mensen met een depressie vaak met ernstige constipatie kampen. Dat is al lang bekend, maar niemand is ooit op het idee gekomen om de constipatie te verhelpen en te zien of de depressie dan verbeterde. En dat blijkt wel het geval. Dat komt niet omdat mensen zich beter voelen omdat ze niet meer verstopt zijn, maar omdat de constipatie een rechtstreeks effect heeft op het brein. We hebben lang gedacht dat een depressie in het brein ontstaat, maar er is steeds meer bewijs dat het in de darmen gebeurt. In je lichaam heb je voortdurend kleine ontstekingen en de darmbacteriën spelen daarbij een grote rol.

Lees het uitgebreide artikel op topics.nl

ADHD vaker bij chronische depressie en verstoord slaap-waakritme

Eén op de vijf mensen met een chronische depressie heeft tevens symptomen van ADHD. “De kans op ADHD is groter naarmate de depressie ernstiger is, op jongere leeftijd is ontstaan en gepaard gaat met angstklachten”, aldus psycholoog en onderzoeker Annet Bron.

Zij onderzocht de impact van ADHD op het dagelijkse functioneren van volwassenen met ADHD. Mogelijk past de relatie tussen ADHD, depressie en angst in een groter perspectief van een verstoring van het biologische slaap-waakritme. Annet Bron promoveert 6 november bij VUmc.

Verstoring van het biologische slaap-waakritme, ook wel verlate slaapfase genoemd, komt bij de meerderheid van de mensen met ADHD voor. Het chronische slaaptekort dat hierdoor ontstaat, kan op de lange termijn ernstige gezondheidsklachten geven zoals obesitas, suikerziekte en hart- en vaatziekten. Mensen met depressie of angstklachten hebben een twee tot drie keer zo grote kans op slaap-waakproblemen als ze ook ADHD hebben. Bron: “Onontdekte ADHD kan op de langere termijn op veel terreinen grote problemen veroorzaken, dus tijdige diagnostiek en behandeling zijn belangrijk.”

ADHD is een erfelijke en chronische neurobiologische stoornis die begint op de kinderleeftijd met aandachtsproblemen, hyperactiviteit en impulsiviteit. In Nederland komt ADHD bij 5% van de volwassenen voor. ADHD symptomen zorgt voor beperkingen in het dagelijks leven, zoals onderpresteren op gebied van werk of opleiding, conflicten in het sociale leven en een negatief zelfbeeld. “ADHD wordt vaak onterecht bestempeld als een milde stoornis, maar 90% van de volwassenen ervaart grote beperkingen in het dagelijks leven”, aldus Bron.

Bron: vumc.nl

De laatste trends en ontwikkelingen op het gebied van Croan Consult Training en Coaching

Met trots presenteren we de nieuwsbrief van deze zomer! De laatste trends en ontwikkelingen op het gebied van Croan Consult Training en Coaching vind je hier!

Wil je ‘m de volgende keer automatisch in je mailbox ontvangen? Dat kan hieronder. 

Gemakkelijk en snel!

Aanmelden nieuwsbrief

* indicates required

Leren eten vergt bij jonge kinderen met autisme specifieke aanpak

Eten kan voor jonge kinderen met autisme een zeer complexe kwestie zijn. “Het gaat ook niet vanzelf over, maar verergert veelal”, vertelt Karen den Dekker, expert op dit gebied aan Vakblad Vroeg. “Hun eetpatroon kan worden gekleurd door autistische angsten, autistisch denken en de mondmotoriek. Zij eten te weinig, te veel of ze letten heel erg op de geur, de smaak, de kleur en de structuur.”

Waarom ontwikkelen jonge kinderen met autisme vaak een eetprobleem?
“Jonge kinderen met autisme hebben iets vaker een eetprobleem dan gemiddeld. Dit geldt ook voor problemen als zindelijk worden. Kinderen leren passend bij hun cultuur eten in de leeftijd van 2 tot 6 jaar. Bij kinderen met autisme kan dit proces moeilijker verlopen en langer duren. Net als gewone kinderen kunnen ze een tijd last hebben van de angst dat eten elkaar besmet. Ook kunnen ze last hebben van neofobie, angst voor nieuwe dingen, in dit geval voor nieuw eten. Dit kan er toe leiden dat kinderen met autisme nog maar 10 of 20 levensmiddelen hebben die ze erkennen als ‘veilig om te eten’.

Wat is de impact hiervan op kind en ouders?
“De impact is groot omdat de omgeving van het gezin amper begrijpt hoe groot het probleem is. Of de ouders zitten niet op één lijn. De ene ouder wil meebewegen met het kind,  de andere ouder gelooft in een strenge aanpak. Soms is het noodzakelijk ermee tevreden te zijn dat het kind eet maar dat het niet ook nog sociaal actief kan zijn tijdens het eten. Sommige, ook al jonge kinderen, nemen een volle broodtrommel weer mee terug naar huis omdat het op school te druk en te onrustig is om te eten. Dit doen vooral kinderen die toch al spanning ervaren rond het eten van voedsel.

Karen den Dekker: “Een patroon van specifiek eten of veel te vaak eten kan ertoe leiden dat er opeens een voedingsmiddel afvalt”

Waar liggen met name kansen tot eerdere signalering en hulp?
“Ik hoop dat diëtisten, consultatiebureaus, kinderartsen en andere hulpverleners eerder merken dat eten een zeer complexe kwestie kan zijn bij kinderen met autisme en dat dit veel met hun autisme te maken heeft. Het gaat niet vanzelf over, het wordt eerder erger. Vraag vooral door naar hoe het eetpatroon in elkaar zit en hoezeer dit het gewone gezinsleven en het schoolleven beïnvloedt. Bij autistische kinderen is het begrip ‘machtsstrijd’ zoals gezien wordt bij peuters rond eten, geen relevant concept. Het kan gaan om kinderen met een laag gewicht, een normaal gewicht of zelfs overgewicht.”

Wat zijn volgens u rode vlaggen op eet- en voedingsgebied waar professionals alert op moeten zijn?
“Let op een zeer selectief eetpatroon. Zeer kieskeurige eters eten eerder componenten zoals een broodje, een zuiveltoetje of iets krokants en ze eten vaak iedere dag bijna hetzelfde in plaats van een maaltijd met de gebruikelijke componenten. Een dergelijk patroon van specifiek eten of veel te vaak eten kan ertoe leiden dat er opeens een voedingsmiddel afvalt en er niets voor in de plaats komt.”

Wat is uw belangrijkste tip richting zorgprofessionals?
“Kinderen met autisme sorteren hun eten op veiligheid en wel zoals zij dat ervaren. Zij kiezen hun eten – veelal dwingend – uit op basis van de geur, de kleur, de smaak, de textuur, de vorm, het aantal, het patroon, de bereidingswijze, het merk, de winkel waar het gekocht is, noem maar op. Niet allemaal tegelijk uiteraard. Aan het eetpatroon kun je zien op welk aspect het kind let. Weet hoe het eetpatroon gekleurd kan worden door autistische angsten, door autistisch denken en de mondmotoriek. Probeer mee te bewegen met het kind en langzaam het eetpatroon uit te breiden.”

Bron: vakbladvroeg.nl

Meer weten over autisme of andere psychische kwetsbaarheden? Neem contact op voor een programma op maat! Of volg de training ‘Omgaan met psychische kwetsbaarheden‘. 

Ervaringsdeskundige Evi aan het woord: kracht en kwetsbaarheid

Er zijn boeken over geschreven, onderzoeken naar gedaan en lezingen in gegeven. Tevens is het een veel gebruikte zin in de herstelvisie; ‘de kracht van kwetsbaarheid’. Evi zet als ervaringsdeskundige haar persoonlijke herstelervaringen in binnen trainingen. Dit noemt men ook wel eens: ‘werken met je kwetsbaarheid’. Evi: “Alleen is kwetsbaarheid niet iets wat als krachtig wordt gezien in een samenleving waarin presteren hoog in het vaandel staat. Dus wat is er nu eigenlijk zo krachtig aan het werken met kwetsbaarheid?

Een deel van deze kwetsbaarheid beschrijf ik als mijn kwetsuren die ik in de loop van mijn leven heb opgelopen, in combinatie met de gevoeligheid die aangeboren is, wat maakt hoe ik omga met datgene wat ik meemaak. 

Ervaringsdeskundige Evi

Zonder diep in te gaan op diagnoses of specifieke ervaringen, kan ik zeggen dat mijn kwetsbaarheid onder ander in mijn manier van denken en voelen zit. En mijn grootste kracht is dat ik in staat ben te onderscheiden waar dit denken en voelen vandaan komt, zodat mijn handelen een keuzeoptie geworden is. Dit is hard werken en vraagt heel bewust leven, iedere dag weer. Binnen trainingen werk ik voornamelijk met hulpverleners, die ik inzicht kan geven in dit denken, voelen en handelen. Dit ter ondersteuning van de mensen met wie zij werken. Ik noem dit ook wel ‘een kijkje onder de motorkap geven.’ Deze motorkap opentrekken en vertellen over mijn binnenwereld voelt kwetsbaar. Iedere keer weer. Dit is krachtig, maar in wat het op kan leveren zit de werkelijke kracht van werken met kwetsbaarheid.

Kwetsbaar zijn hoort bij ons menszijn, toch wordt het vaak bestempeld als zwak, fragile en breekbaar.

Binnen de training en mijn gehele werk als ervaringsdeskundige, maar eigenlijk ook in mijn persoonlijke leven, heb ik gemerkt wat er bij de ander gebeurt wanneer ik me kwetsbaar openstel. Wanneer ik vertel over de dingen waar ik moeite mee ervaar. Dit levert op dat de ander ruimte en veiligheid ervaart hetzelfde te doen. Ongeacht rol of functie. Wanneer de deelnemers in een training dusdanige veiligheid ervaren, daardoor openhartige vragen stellen en zichzelf kwetsbaar open stellen, komt de werkelijke kracht van kwetsbaarheid op tafel. Er ontstaat een klimaat van veiligheid, delen, herkennen, en willen leren. Goed en fout gaat eraf. We zijn namelijk mens. Kwetsbaar zijn hoort bij ons menszijn, toch wordt het vaak bestempeld als zwak, fragile, breekbaar. De onderliggende boodschap in onze taal liegt er niet om. Dit versterkt dat we (onbewust) maar één deel van onszelf laten zien. En daarmee een ander deel van onszelf en de ander ontkennen. Wanneer we elkaar als mens durven te benaderen, is kwetsbaarheid de plek waar we elkaar kunnen ontmoeten. Waarin alle delen er mogen zijn, we in veiligheid kunnen ontdekken, leren, vallen en opstaan. Met al wat we heel goed kunnen, een beetje kunnen, nog niet kunnen of gewoonweg helemaal niet kunnen. Persoonlijk denk ik dat er niets krachtiger is dan dat!”

Wanneer we elkaar als mens durven te benaderen, is kwetsbaarheid de plek waar we elkaar kunnen ontmoeten.

Evi

 

Evi werkt als ervaringsdeskundige voor Croan Consult op de thema’s: verslaving en suicidepreventie. 

Hoe motiveer je je team?

Als je team niet gemotiveerd is, komt er weinig van je projectdoelen terecht. Aan de hand van een case geeft Leigh Thompson van Kellogg School of Management vier tips om je team te motiveren en meer resultaat te boeken.

 

Wil jij actief aan de slag? Kijk dan eens hier, of neem contact op voor een aanbod op maat. 

Hoe je groepsdenken kan voorkomen

In elke groep mensen, of dat nou een projectteam, afdeling of een gezin is, zie je verschillende stijlen van communicatie. As je de stijlen herkent en ze zelf actief inzet, kun je jouw team effectiever maken.

 
 
Als leidinggevende hoef je geen psycholoog te zijn. Maar je kunt je team wel verder helpen door gebruik te maken van bepaalde technieken die afkomstig zijn uit de psychotherapie zoals systeemdenken. Systeemdenken is van oorsprong een vorm voor familietherapie, maar wordt steeds vaker in organisatiecontext toegepast. Het is een manier van kijken naar groepen waarbij de focus ligt op de onderlige relaties van de groepsleden. Gedrag staat immers nooit op zichzelf, maar is een reactie op het gedrag van een ander. Loopt het niet lekker in een groep? Dan kun je kijken naar wat er tussen mensen gebeurt. Onzichtbare chauffeur Eerst wat achtergrondinformatie over gedrag. We worden allemaal geboren met een bepaalde aanleg. Vervolgens hebben ervaringen uit je jeugd invloed op hoe je persoonlijkheid zich ontwikkelt. Zo bouw je in je jeugd een beliefsysteem op: een set van meningen, opvattingen, principes, en overtuigingen. Beliefsystemen zijn de onzichtbare chauffeurs van communicatie en gedrag. Het bepaalt je reactie op een gebeurtenis. En dus ook hoe je je gedraagt tijdens een overleg. De communicatiestijlen van Kantor David Kantor, systeemdenker en psycholoog uit Cambridge, heeft onderzoek gedaan naar communicatiepatronen in organisaties. Hij ontdekte dat gesprekspatronen die je in families ziet, ook terugkomen in organisaties. Of het nou in een managementteam, werkoverleg van een projectgroep of een gezin is: dit zijn de vier verschillende communicatiestijlen die je kunt herkennen: Movers doen voorstellen, ontwikkelen ideeën en initiëren zaken Opposers reageren op de voorstellen en ideeën, veelal met bezwaren Followers haken aan op andermans ideeën en gaan er in mee Bystanders kijken, zijn rustig en blijven op de achtergrond, ze committeren zich niet. Nu denk je misschien dat Kantor hier type mensen beschrijft, maar dat is niet zo: het zijn eerder rollen of stijlen. Je kiest een communicatiestijl, afhankelijk van de situatie en je persoonlijke beliefsysteem. Zo kun je bijvoorbeeld op je werk meestal de stijl van een mover gebruiken, terwijl je thuis vaak in de followers-rol zit. Bijvoorbeeld omdat je het wel gemakkelijk vindt als je partner het bezoek aan het theater regelt. Wanneer je deze vier rollen herkent, zegt Kantor, dan kun je het proces gunstig beïnvloeden. En dan maakt het niet uit of je de leider van de groep bent of één van de groepsleden. Waar moet je op letten als je het communicatieproces gunstig wil beïnvloeden? #1 Patronen herhalen zich Je weet misschien wel dat groepen de neiging hebben om in een herhalingspatroon te vervallen. Een keer in een vergaderzaal gezeten met de groep? Dan gaan we als vanzelf de volgende keer weer op precies dezelfde manier zitten. En ook al heb je flexplekken op kantoor, toch weet iedereen dat Aart van de boekhouding altijd op de eerste verdieping links achter in de hoek zit. Dat geldt ook voor communicatiestijlen. Heeft iemand een of twee keer de rol van follower opgepakt? Dan beschouwen de groepsleden hem de eerstvolgende keer weer als follower. En die persoon zal zich ook zo gaan gedragen, ook wanneer dat niet de meest effectieve rol op dat moment is. En daarop kun je ingrijpen. Het idee op Ralph Hamers van ING loonsverhoging te geven, zou weleens het gevolg kunnen zijn van groepsdenken  #2 Balanceren tussen verbinding maken en blijven leren Mensen zoeken de gezamenlijkheid op en die vind je door de overeenkomsten die je met elkaar hebt. De rol van opposer in een groep blijft nogal eens liggen. Zo ontstaat het risico van groepsdenken. De groep neemt minder goede beslissingen, terwijl de groepsleden ieder voor zich intelligent en bekwaam zijn. De oorzaak van groepsdenken? Groepsleden letten meer op het behoud van overeenstemming dan op het boven water krijgen van de beste oplossing. Zo zou het zomaar kunnen zijn dat het voornemen van ING tot de loonsverhoging van topman Ralph Hamers een typisch geval groepsdenken is geweest. Maar je leert juist het meest van onderlinge verschillen. Als team is het dus continu balanceren tussen zoeken naar verbinding en blijven leren. Je krijgt de beste beslissingen wanneer je je team uitdaagt om hun mening te geven en een tegengesteld standpunt in te nemen. Richt je op de feiten, stel de moeilijke vragen. Vraag door en debatteer over beide kanten van het probleem. En ga op zoek naar iemand die tijdens het overleg bewust de rol van opposer inneemt, of pak hem zelf op.

Wil jij actief aan de slag? Kijk dan eens hier, of neem contact op voor een aanbod op maat. 

Vijf tips voor werkgevers om pesten op het werk te voorkomen

In april was de Landelijke Dag tegen Pesten. Pesten komt niet alleen voor op het schoolplein, maar ook op de werkvloer. Laura Willemse van de Stichting Pesten op de Werkvloer heeft een paar tips voor ondernemers om de sfeer op de werkvloer gezond te houden, zo meldt NU.nl

Erken dat het kan
Dit is de belangrijkste stap. Van daaruit kan een ondernemer verder met een eventuele aanpak. “Je moet je ervan bewust zijn dat dit ook in jouw bedrijf en door jouw leidinggevenden kan gebeuren”, zegt Willemse.

In de helft van de gevallen gaat het om leidinggevenden. Vaak denken we aan een groep collega’s die een andere werknemer pest. “Daar ga je op een heel andere manier mee om dan als je de wetenschap heb dat het in 50 procent van de gevallen om leidinggevenden gaat.”

Een open bedrijfscultuur
Willemse legt de nadruk op een open bedrijfscultuur met een open stijl van leidinggeven, waarin ruimte is voor suggesties van de werkvloer.

Stimuleer goed gedrag
Maak pesten op het werk bespreekbaar en zorg voor voorbeeldgedrag van de leidinggevenden. Als een leidinggevende in de fout gaat, moet hij ook niet meteen worden ontslagen. “Vaak heeft een leidinggevende zich dat aangeleerd. Die zijn vaak ook van de bodem af opgeklommen en hebben geen cursus gehad.”

Beloon teamprestaties
In plaats van kijken naar alleen persoonlijke prestaties moet een werkgever ook kijken naar de prestaties van een team als geheel.

Wees duidelijk in normen en waarden
Een werkgever moet hier direct in zijn en duidelijk maken wat de normen en waarden binnen een organisatie zijn, vindt Willemse. Ook is het belangrijk om op tijd en effectief ingrijpen als het misgaat. “Niet een tijdje laten sudderen. Direct zeggen: zo gaan we niet met elkaar om.”

Bron: nu.nl

Individuele of teamcoaching nodig? Een cultuurverandering in je organisatie in gang zetten? Onze ervaren en professionele coaches gaan graag in gesprek voor een aanpak op maat. 

Hoe introvert of extravert ben jij?

 

De extravert is die enthousiaste flapuit die zijn medemens maar zelden met rust laat. De introvert verdwaalt graag in zijn eigen hoofd en heeft weinig behoefte aan schreeuwerige mensen om zich heen. Welk label past het best bij jou? Test hoe introvert of extravert jij bent.

Klik hier om deze gratis test te doen!

Deze test op Quest.nl is gebaseerd op vragenlijsten die worden gebruikt in de psychologie om proefpersonen te testen op de mate van extraversie.

7 dingen om te onthouden als alles mis lijkt te gaan

Soms lijkt alles tegen te zitten, het ene na het andere gaat mis en je weet even niet meer zo goed wat je moet doen. Je voelt pijn, verdriet, teleurstelling of boosheid en je hebt het zwaar. Onderstaand vind je 7 dingen om te onthouden als je door een lastige periode gaat:

 

  1. Pijn is een onderdeel van groei
    Soms zorgt het leven ervoor dat deuren worden gesloten omdat het tijd is om verder te gaan. En dat kan goed zijn, want nu worden we gedwongen om de stappen te nemen die we anders nooit zouden nemen. Ga verder en laat hetgeen je pijn heeft gedaan achter je, maar vergeet nooit wat het je heeft geleerd. Dat je worstelt betekent niet dat je faalt. Blijf positief en geduldig, uiteindelijk zullen dingen weer op zijn plek vallen. Laat de pijn toe en ga er niet tegen vechten, het is er toch. Leer van je pijn en laat je pijn je helpen om te groeien als mens.
     
  2. Alles in het leven is tijdelijk
    Elke keer als het begint te regenen dan stopt het ook weer. Elke keer als je wordt gekwetst dan heel je weer. Na donkere tijden komt weer licht – elke ochtend word je hier weer aan herinnert, maar toch vergeten we het snel. We denken dat donkere dagen voor altijd duren, maar niets duurt voor altijd. Dus als er nu mooie dingen in je leven gaande zijn, geniet ervan want je weet niet hoe lang het duurt. Als dingen op dit moment slecht zijn, weet dan dat dit niet altijd zo zal zijn. Ook jij krijgt een tweede kans, je moet alleen de kansen grijpen en er het beste van maken.
     
  3. Je zorgen maken en klagen helpt niets
    De mensen die het meeste klagen, bereiken het minste. Het is altijd beter om een poging te doen en te falen dan om niets te doen. Het is niet over als je hebt verloren, het is over als je niets doet en erover klaagt. Als jij ergens in gelooft moet je blijven proberen. Vandaag spenderen met klagen over gister maakt morgen niet beter. Onderneem actie en leer van het verleden. En wat er ook gebeurd, onthoud dat echt geluk pas komt als je waardeert wat je nu al hebt.
     
  4. Je littekens zijn een symbool van je kracht
    Schaam je nooit over de littekens die het leven je heeft nagelaten. Een litteken betekent dat de pijn over is en dat de wond is gesloten. Het betekent dat jij je pijn hebt overwonnen, dat je een les geleerd hebt en dat je sterker bent geworden. Sta niet toe dat jouw littekens je tegenhouden, laat ze een een symbool van jouw kracht zijn.
     
  5. Elke kleine worsteling is een stap voorruit
    Geduld hebben betekent niet altijd dat je afwacht. Het betekent ook dat je positief blijft terwijl je naar je dromen toewerkt en dat je weet dat het het allemaal waard zal zijn. Het betekent misschien teleurstelling en toch weer doorgaan, het betekent eenzaamheid en toch doorzetten. Dus het maakt niet uit hoe hobbelig jouw pad is, elk stapje is er één waar je trots op mag zijn.
     
  6. De negativiteit van anderen is niet jouw probleem
    Blijf positief wanneer negativiteit je omringt. Glimlach als anderen proberen om je naar beneden te halen. Blijf jezelf, ook als anderen je slecht behandelen. Laat de bitterheid van de ander jou niet veranderen. Mensen doen zelden iets om jou, het gaat om hen. Het is hun onzekerheid, twijfel of teleurstelling. Dus maak je zorgen om jezelf en niet over wat anderen van je denken. Doe wat jou gelukkig maakt!
     
  7. Het beste wat je kunt doen is door blijven gaan
    Wees niet bang om weer op te staan, om weer te proberen, om weer lief te hebben, om weer te leven, om weer te dromen. Laat een een harde les jouw hart niet verharden. Je leert vaak het meeste van de zwaarste periodes en de grootste fouten. Er zullen momenten zijn waarop alles wat fout kan gaan, fout lijkt te gaan. En je hebt het gevoel dat je helemaal vast zit, maar dit is niet zo! Onthoud dat als je het op wilt geven, soms dingen eerst helemaal fout moeten gaan voordat het goed gaat. Het leven is zwaar, maar jij bent sterker.

Bron: Herhealth.nl 

11 simpele trucs om minder te piekeren

 

Heb je soms het gevoel dat je aan veel te veel dingen tegelijk aan het denken bent? Erger nog, je maakt je constant zorgen om al dan niet nutteloze dingen. Blijf je in een vicieuze piekercirkel zitten? Gebruik dan deze tips om die te doorprikken.
 

  1. Wees bewust
    Je bent je er niet altijd bewust van dat je aan het piekeren bent. Stap 1 is dus om opmerkzaam te zijn en te weten dat jij je zorgen aan het maken bent. Voel je plots dat je je gestrest voelt? Distantieer je even van de situatie en her-evalueer de context. Eens jij je bewuster bent van je piekerreflex, zal deze slechte gewoonte je sneller opvallen en kan je ingrijpen.
     
  2. Vraag om anderen hun mening
    Raak je toch niet uit een situatie of probleem en begin je je er op suf te piekeren? Consulteer een collega of een vriend(in). Soms staren we onszelf blind… Een frisse kijk op een probleem is vaak het perspectief dat je nodig hebt. Met twee ben je sterker dan alleen.
     
  3. Blijf positief
    Je zorgen maken gebeurt vaak uit angst. In je hoofd maak je dan al snel een lijstje met dingen die fout zouden kunnen lopen. Probeer in de plaats eens om aan alle dingen te denken die wél goed kunnen gaan. Focus daarop.
     
  4. Zoek afleiding
    Heb je een piekeraanval? Verander eens van omgeving. Ga iets anders doen. Even een nieuwe locatie of andere bezigheid kan je hele gedachtenproces omgooien. Je kan ook een nieuwe activiteit opnemen waar je je energie in kwijt kan en jij meer controle over je gedachten krijgt. Ga daarom even een rondje joggen, dans de stress eruit, brei, of leer een nieuw instrument.
     
  5. Creëer visuele stopsignalen
    Plak een geschreven briefje dat je eraan herinnert om te stoppen met je zorgen te maken op je bureau of op de spiegel. Visuele hulpmiddelen kunnen je helpen om bewuster met je gedachten om te springen. Ze zijn een hint als je weer even op automatische piloot je stress aan het opjagen bent.
     
  6. Wees niet te perfectionistisch
    Alles kan niet altijd perfect zijn. Hoe geweldig het gevoel ook is als alles tot in de details klopt, vaak leidt dit ook tot teleurstelling en faalangst. Probeer daarom je perfectionisme te vervangen door een gevoel van voldoening als je gewoon vooruitgang boekt.
     
  7. Stel jezelf een goede afloop voor
    Focus op een goede afloop. Verwerk het in je ochtendmeditatiesessie, je schietgebedje of herhaal het gewoon voor jezelf. Door jezelf te richten op het einddoel, kan jij je angst een beetje beter in de hand houden en jezelf beter motiveren.
     
  8. Stel een timer in
    Geef jij jezelf te veel tijd om een beslissing te maken? Dan creëer je ook ruimte om te panikeren en elk mogelijk negatief scenario op te bouwen. Je zal jezelf te veel perspectieven en mogelijkheden beginnen voorstellen, en uiteindelijk zit je met meer stress dan voorheen. Zorg daarom dat je op voorhand een tijdslimiet opstelt. Bepaal hoelang jij over een probleem of onderwerp mag nadenken alvorens je een beslissing moet maken. Stel je tijd bij aan de hand van de complexiteit van het probleem en de grootte van je beslissing.
     
  9. Leer loslaten
    Hou je graag de teugels strak in handen? Laat ze soms even vieren… Eventjes de controle uit handen geven, kan je een hoop zorgen besparen. Als je stopt met alles zelf te doen, kan je de verantwoordelijkheid leren delen. Dat is een hoop stress die al van je schouders valt. Niet alles kan in jouw macht liggen.
     
  10. Omring jezelf met positieve mensen
    Maak jij je snel zorgen dan is iemand die die zorgen bevestigt wel de laatste persoon die jou moet aanmoedigen. Twee piekeraars helpen geen een, hoe goed hun bedoelingen ook zijn. Omring je daarom met mensen die positief in het leven staan. Zo bekijk je de dingen ook eens door een iets rozere bril en krijg je een nieuw perspectief.
     
  11. Leef nu
    In plaats van altijd te denken wat er allemaal volgende week en volgende maand kan misgaan, sta eventjes stil bij wat er nu goed gaat. Vergeet niet om terug te blikken op de geslaagde momenten in het leven en om te genieten van wat jij nu aan het doen bent. Overanalyseer het verleden niet en pieker je niet suf over wat nog moet komen.

Natuurlijk wil jij al je opdrachten tot een goed einde brengen. Niemand wil je aanmoedigen om te slabakken of je voeten aan projecten te vegen. Het is een mooie eigenschap dat jij inzit met je werk, medemens, problemen in plaats van alles zomaar aan het lot over te laten. Maar soms moet je dingen uit handen durven geven en het zijn beloop laten gaan. Op een bepaald punt, haalt piekeren niet meer uit en maak je je zorgen om niets (of toch niets waar jij iets aan kan veranderen). Mindful, gefocust, positief en bewust je tijd besteden is de boodschap. Zo mis je niets, leer je bij en herpak je jezelf sneller, zodat je er weer met volle moed tegenaan kan.

Bron: Jobat.be

‘Je zal het maar hebben’ uitzending over psychose

Lerrie Grooten (29) lijdt aan schizofrenie. Hij heeft al twee keer een psychose gehad en in ‘Je zal het maar hebben’ vertelt hij hoe heftig dat is. Ook Tim Hofman ervaart hetEn wordt na een halve minuut in psychose al helemaal gek, zo meldt Lindanieuws.nl.

Angsten en hallucinaties
Psychoses worden in het programma beschreven als “periodes waarin het contact met de realiteit ernstig is verstoord en waarbij je te maken krijgt met angsten, waangedachten en hallucinaties”. Ook Lerrie werd twee keer opgenomen in een psychiatrische kliniek, omdat hij in een psychose zat.

Aan de betere hand
Daardoor is hij achteruitgegaan en kan hij veel dagelijkse activiteiten niet meer doen. Hij heeft een cognitieve beperking en kan moeilijk kennis opnemen en verwerken. Zijn IQ is door de psychoses gedaald van 126 naar 106. Hij kan geen auto meer rijden en maximaal drie uur per dag werken. Inmiddels gaat het wel beter en steekt Lerrie zelfs de draak met zijn aandoening.

In psychose
Presentator Tim Hofman besluit een psychose in te gaan om te ervaren hoe heftig dat is. Hij krijgt een simulator om die ervoor zorgt dat de realiteit en perceptie door elkaar lopen. En omdat buitenstaanders vaak niet doorhebben dat iemand een psychose heeft, krijgt Tim daar ook mee te maken. Een acteur doet namelijk alsof hij niks doorheeft en blijft maar tegen Tim aanpraten. Dat het niet niks is moge meteen duidelijk zijn: na een halve minuut wordt Tim gillend gek en zegt: ‘Stop!’.

Helemaal kapot
Na de ‘psychose’ kan Tim niks anders zeggen dan: ‘Heftig, heftig, heftig’. De presentator is naar eigen zeggen “helemaal kapot” van zijn psychose die niet langer dan een halve dag heeft geduurd, en dat terwijl Lerrie zo’n drie maanden achter elkaar in psychose zat.

Bekijk de uitzending van Je zal het maar hebben hier terug.

Bron: lindanieuws.nl

Wil je meer weten over schizofrenie? Of een training psychopathologie in algemene zin? We denken graag met je mee voor een training op maat. 

 

Ervaringsdeskundigen maken opmars in het sociaal domein

Uit een peiling van Movisie onder lidorganisaties van Sociaal Werk Nederland blijkt dat ongeveer de helft van hen ervaringsdeskundigen inzet en 13% overweegt om dat te doen. De cijfers zijn op 24 april gepresenteerd door prof. dr. Saskia Keuzenkamp tijdens het Jaarcongres Inzet van ervaringsdeskundigheid. De enquête is een start voor onderzoek naar de meerwaarde van de inzet met ervaringsdeskundigen.

De inzet van ervaringskennis en ervaringsdeskundigen in het sociaal domein is nieuw en veelbelovend. Ervaringsdeskundigen kunnen goed aangeven wat de noden en behoeften van kwetsbare burgers zijn, waar barrières liggen, en waar oplossingen gevonden kunnen worden. Maar in hoeverre werken organisaties in het sociaal domein nu al met ervaringsdeskundigen?

Aan de enquête van Movisie en Sociaal Werk Nederland deden ruim 90 organisaties mee. Bij 55% daarvan zijn ervaringsdeskundigen actief en 13% overweegt om ervaringsdeskundigen in te zetten.

Verschillende rollen

Ervaringsdeskundigen zijn in verschillende rollen werkzaam. Dat kan als vrijwilliger zijn, maar ook betaald. Bij de ondervraagde organisaties die ervaringsdeskundigen inzetten, is dat het vaakst als vrijwilliger (78% van deze organisaties noemt dit). Bij 29% zijn er (ook) betaalde medewerkers specifiek voor ervaringsdeskundigheid, bij 24% (ook) betaalde medewerkers in een combinatiefunctie (ondersteuner met ervaringsdeskundigheid) en bij 18% worden ervaringsdeskundigen op andere wijze ingezet, bijvoorbeeld als stagiair.

Specifieke focus

Circa een derde van organisaties zet ervaringsdeskundigen breed in, maar bij een groot deel van de organisaties hebben de ervaringsdeskundigen een specifieke focus: armoede en schulden (29%), psychiatrische problematiek (20%), en sociale uitsluiting (14%) worden het meest genoemd. Sommige noemen verslaving als specifieke focus (6%), sommige huisvesting (2%) en sommige participatie of huiselijk geweld.

Bij 51% van de deelnemende organisaties worden ervaringsdeskundigen ingezet voor individuele hulp en ondersteuning, bij 33% voor co-begeleiding en bij 12% zijn de ervaringsdeskundigen lid van een sociaal (wijk)team. Bij 43% worden ervaringsdeskundigen ‘anders’ ingezet bijvoorbeeld als vrijwilliger, in projecten, of bij trainingen. Ook hier waren meerdere antwoorden mogelijk waardoor het totaal meer dan 100% is.

Prof. dr. Saskia Keuzenkamp van Movisie

‘Het is een eerste peiling, een eerste stap in het dichten van een kennislacune. Behalve zicht op hoe en waar ervaringsdeskundigen worden ingezet, is er vooral onderzoek nodig naar de vraag of en zo ja voor wie en onder welke omstandigheden de inzet van ervaringsdeskundigen werkt. Movisie gaat daar een actieve rol in vervullen.’

Meer lezen

Meer over het jaarcongres Inzet van ervaringsdeskundigheid

Movisie over ervaringskennis en ervaringsdeskundigheid:

Bron: movisie.nl

Leg oorzaak agressie in de zorg niet altijd bij de patiënt neer

Er wordt veel gereageerd op de uitzending van De Monitor over Agressie in de zorg. Niet alleen door hulpverleners uit de geestelijke gezondheidszorg (ggz), ook psychiatrisch patiënten laten zich horen. Om recht te doen aan hun kant van het verhaal hier een aantal van hun reacties.

‘Beste redactie, Ik voel me genoodzaakt om te reageren op jullie laatste uitzending over agressie binnen de psychiatrie. Ik ben “helaas” zes jaar lang zwaar psychiatrisch patiënt. Ook ik ben gewelddadig geweest en heb isoleercellen gezien. Daar ben ik niet trots op. Agressie is niet uit te sluiten binnen de psychiatrie en absoluut niet goed te keuren, maar leg het niet altijd bij de patiënt neer. Als je dagenlang om hulp roept en vraagt of je a.u.b. de psychiater mag spreken en het gebeurt gewoonweg niet… of de verpleging is er Oost-Indisch doof voor… tja dan ga je wel eens hard vloekend tekeer.’

Frustratie

Over de oorzaken van agressie wordt volop gediscussieerd. Volgens deze patiënt ligt het  aan de geestelijke gezondheidszorg zélf dat patiënten agressief worden: ‘Helaas, ook nu weer wordt de daadwerkelijke reden van de toename van agressie niet genoemd, namelijk het achteruitgaan van de kwaliteit van de verpleging. En de dokters-in-opleiding die voor psychiater moeten spelen en die een half uurtje per week voor je hebben.’

‘Ik wil het geweld zeker niet goedpraten, maar in de uitzending ontbrak mijns inziens het verhaal over wat de patiënt wordt aangedaan,’ schrijft een mannelijke patiënt. ‘Ik wilde na vier jaar vruchteloos behandelen, stoppen met de behandeling. Twee uur na het gesprek met de arts stond de politie aan de deur. Ik werd meegenomen naar het politiebureau en behandeld als een crimineel: vijfeneenhalf uur in een cel en geen eten of drinken,’ vertelt hij. De man wordt uiteindelijk overgebracht naar een gesloten afdeling. ‘Tijdens de opname heb ik uit pure frustratie een verpleegkundige verbaal “aangevallen”.’

Machtspositie

‘Ik zie in de uitzending sterke voorbeelden naar voren komen over agressie tegen hulpverlening, wat ik zeer ernstig vind,’ mailt een patiënt. ‘Maar ik wil ook een andere kant schetsen. Ik werk zelf als ervaringsdeskundige in de (psychiatrische) zorg en kan dit onderwerp zowel vanuit cliëntperspectief als vanuit hulpverleningsperspectief bekijken. In de tijd dat ik cliënt was, ben ik ook enkele malen agressief geweest tegen hulpverlening. Waar ik behoefte aan had, werd weinig rekening mee gehouden en soms al snel de kop ingedrukt. Doordat er vaak aan mij voorbij werd gegaan, wekte dit soms agressie op.’

Hulpverleners dragen ook bij aan het escaleren van geweld, schrijft een ander. ‘Als de cliënt een klacht tegen een gewelddadige hulpverlener indient – en dat heb ik vaak genoeg geprobeerd – maak je nagenoeg nooit kans van slagen. Ik heb genoeg hulpverleners meegemaakt die misbruik maken van hun machtspositie. In plaats van de-escalerend te werken, jutten zij juist op!’

Betere bedden

‘Mensen opsluiten en gedwongen medicijnen geven, wekt ook vaak agressie op,’ vertelt een patiënt. ‘Al is het alleen maar vanwege de bijwerkingen van de medicijnen. Ik werd daar zelf ook extreem agressief en zelfdestructief door.’ Er zijn ook maatregelen die agressie kunnen voorkomen, vindt zij. ‘Als het hele systeem verandert, mensen met emoties niet meer als ‘ziek’ worden bestempeld en standaard medicijnen krijgen, als de deuren open blijven, als het wat prettiger ingericht is, als er meer aandacht en tijd voor de individuele cliënt is, als er wat meer (naasten)liefde is naar de cliënten, dan creëer je een andere atmosfeer die vriendelijker is en dan krijg je minder agressie. Daar heb je niet meer bedden voor nodig. Daar heb je betere bedden voor nodig.’

Bron: demonitor.kro-ncrv.nl

Bovenstaande beeld herkennen wij ook in onze trainingen. Lees verder over onze visie en trainingsaanpak in onderstaand blog artikel.

Naar agressie hoef je niet te luisteren… Toch?!

Wil je meer leren over hoe jij of je team met agressie om kunt gaan? We komen graag met je in contact om mee te denken. Neem vrijblijvend contact op met Joris de Heer.

De Monitor: 80% van hulpverleners in psychiatrie te maken met agressie en geweld patiënten

Afgelopen week ging de uitzending van onderzoeksprogramma De Monitor (KRO-NCRV) over agressie en geweld van cliënten tegen hulpverleners in de psychiatrie. In de uitzending (en online) laat men o.a de resultaten zien van een enquête afgenomen onder werknemers in de GGZ.

Ruim tachtig procent van de hulpverleners in de psychiatrie heeft de afgelopen vijf jaar verbaal én fysiek geweld meegemaakt. Een derde geeft zelfs aan enkele keren per week met agressieve patiënten te maken te hebben. Dat blijkt uit onderzoek van De Monitor (KRO-NCRV) voor een uitzending over agressie tegen hulpverleners in de psychiatrie. Deze cijfers zijn afkomstig uit een enquête onder hulpverleners in de geestelijke gezondheidszorg (ggz) in samenwerking met de beroepsorganisatie voor verpleging en verzorging NU’91. 

Het type geweld dat het hoogst scoort, is schelden (97,96%), gevolgd door poging tot fysieke agressie (82,23%), gooien met voorwerpen of vloeistof (68,24%), slaan/stompen/schoppen (66,98%), duwen/trekken/vasthouden (62,26%) en spugen (52,20%). Deze resultaten zijn afkomstig van 636 respondenten. 

Gedwongen ontslag agressieve patiënten

‘Het gaat om een relatief kleine groep patiënten die verantwoordelijk is voor de grote hoeveelheid geweldsincidenten,’ aldus Gerco Blok, psychiater en lid van de Raad van Bestuur van de Zeeuwse ggz-instelling Emergis. Volgens Blok moeten deze patiënten doorgeplaatst worden naar forensische afdelingen of klinieken, waar meer beveiliging en toezicht is dan in reguliere ggz-instellingen. Maar zonder strafrechtelijke vervolging lukt het vaak niet om patiënten overgeplaatst te krijgen. Agressieve patiënten blijven daardoor te lang binnen de muren van een gewone ggz-instelling. In sommige gevallen worden deze patiënten zelfs gedwongen ontslagen, omdat zij anders een te groot gevaar vormen voor hulpverleners en medepatiënten binnen de instelling, aldus Blok.

Slechts tien procent zaken vervolgd

Aangifte doen van dit geweld heeft alleen niet altijd zin. Want ondanks de ernst van sommige geweldsincidenten blijft vervolging door het Openbaar Ministerie vaak achterwege. Dat vertelt Joke Harte, onderzoeker aan de Vrije Universiteit, in de uitzending van De Monitor. Zij onderzocht ruim 2.600 geweldsincidenten die door ggz-medewerkers waren gemeld. 704 daarvan leidden er tot een aangifte en slechts tien procent daarvan resulteerde in een strafvervolging.

‘Een schrikbarend laag aantal,’ vertelt Harte. Terwijl het vaak geen kleinigheid is waar medewerkers aangifte van doen. Zo vertelt Harte een verhaal over een verpleegkundige die de cel werd ingetrokken door een patiënt om haar daar te verkrachten. De verpleegkundige doet aangifte van het incident, maar dan hoort ze van het Openbaar Ministerie dat ze haar zaak gaan seponeren. ‘De gedachte van het OM was: ‘Deze patiënt is ziek, en dus ontoerekeningsvatbaar.’ Maar of die patiënt werkelijk ontoerekeningsvatbaar is, wordt niet onderzocht. En daar heb je het dan als hulpverlener mee te doen,’ aldus Harte.

‘Hulpverleners binnen de psychiatrie zijn onvoldoende beschermd’

Harte en Blok vinden dan ook dat aangiftes van hulpverleners in de psychiatrie meer serieus genomen moeten worden. ‘Je moet een duidelijk signaal kunnen afgeven van dit accepteren wij hier niet. Patiënten moet je namelijk ook aanspreken op hun gezonde kant. Het is dan heel frustrerend als het Openbaar Ministerie je zaak seponeert zonder het te onderzoeken. In de praktijk heeft de patiënt dan eigenlijk een vrijbrief om geweld te gebruiken tegen het personeel. Hulpverleners binnen de psychiatrie zijn onvoldoende beschermd,’ aldus Harte.

De Monitor, Agressie tegen hulpverleners in de psychiatrie, dinsdag 24 april op NPO2 om 21.25 uur. 

Bron: persbericht

Wil je meer leren over hoe jij of je team met agressie om kunt gaan? We komen graag met je in contact om mee te denken. Neem vrijblijvend contact op met Joris de Heer.

CAMPAGNE ZET ERVARINGSKENNIS IN VAN START

Tijdens de landelijke Dag van de ervaringsdeskundige op 6 april is de campagne ‘Zet ervaringskennis in’ gelanceerd. De campagne roept een brede doelgroep op om meer ervaringskennis in te zetten. De ervaringsdeskundigen Evi, Tofik en Paola vertellen hun verhaal in korte video’s en zijn te zien als campagneboegbeelden.

De campagne is nodig, vindt de RIBW Alliantie. De belangenbehartigersorganisatie van 21 RIBW’s initieert de campagne. ‘Er is helaas nog veel onbekendheid over het inzetten van ervaringskennis in de psychiatrie,’ zegt Artie van Tuijn, voorzitter van de RIBW Alliantie. ‘Steeds meer onderzoeken bewijzen dat het inzetten van ervaringskennis en ervaringsdeskundigheid naast reguliere zorg betere ondersteuning biedt. Toch vinden wij dat er te weinig gebruik van wordt gemaakt. En dat terwijl het ook nog eens redelijk eenvoudig is. Bijna iedereen kent wel iemand die ervaringskennis heeft. Dat moet beter ingezet worden, met name in het gemeentelijk domein.’

Op de campagnewebsite www.ervaringskennis.nu zijn per regio contactpersonen te vinden. Zij geven adviezen en tips op maat. Denk bijvoorbeeld aan informatie voor mensen die hun ervaringskennis zelf willen inzetten. Of hoe medewerkers bij zorgorganisaties een dag mee kunnen lopen met een ervaringsdeskundige. En ook hoe beleidsmakers bij (lokale) overheden zich kunnen opgeven voor een gratis toetsing van hun beleid door iemand met ervaringskennis.

Ervaringsdeskundige Paola van den Noordt, vertelt het zo: ‘Ik geef aan beleid de beleving mee. Ik heb een andere sensor voor de uitwerking van beleidsplannen. Omdat ik het zelf heb meegemaakt én omdat ik in het werk als ervaringsdeskundige veel collectieve ervaringskennis hebt opgebouwd.’

Mensen in het hele land staan klaar hun kennis in te zetten. De website zal gedurende het jaar aangroeien met meer initiatieven om ervaringskennis in te zetten. Meer weten? Kijk op www.ervaringskennis.nu

Bron: GGZ Nederland

‘Vereenvoudigde loonkostenregeling nadelig voor mensen met arbeidsbeperking’

 

 

 

Het kabinet wil voor mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt de loonkostensubsidie vervangen door loondispensatie. Dat betekent dat de werkgever aan iemand met een arbeidsbeperking minder dan het minimumloon mag betalen. Branchevereniging Cedris waarschuwt dat dit voor de kwetsbare groep mensen om wie het gaat zeer nadelig uitpakt.

Meer dan de helft van de mensen met een arbeidsbeperking heeft geen werk, terwijl het overgrote deel van hen wel wíl werken. Denk aan de overbuurman die door autisme niet veel prikkels aan kan, de leerling van het speciaal onderwijs die wat meer tijd nodig heeft om een klus te klaren of het nichtje dat zich af en toe moet afsluiten om het hoofd weer op orde te krijgen. Ook zij willen eigen geld verdienen, erbij horen en zijn waardevol op de werkvloer.

Staatssecretaris Tamara van Ark wil het makkelijker voor werkgevers maken om deze mensen aan te nemen. Zij stuurde daarvoor een voorstel naar de Tweede Kamer voor invoering van loondispensatie in de Participatiewet. Daarmee hoopt de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op termijn ruim 200.000 mensen met een beperking aan werk te helpen.

Verschil in regels verdwijnt
Ze wil hiermee de vele regelingen vereenvoudigen voor werkgevers, als er mensen bij hen komen werken die door een arbeidsbeperking niet het minimumloon kunnen verdienen. Nemen ze iemand met een Wajonguitkering in dienst, dan betalen ze alleen loon voor het deel dat iemand kan produceren (loondispensatie). Gaat iemand nu vanuit de bijstand werken, dan betaalt de werkgever een volledig loon voor de gewerkte uren en krijgt hij subsidie van de gemeente (loonkostensubsidie). Wie in deeltijd werkt, krijgt dan vaak nog een aanvulling vanuit de uitkering.

Dat verschil in regels verdwijnt met het plan van de staatssecretaris voor werkgevers. Het kabinet wil het voor ondernemers eenvoudiger maken, zodat meer werkgevers mensen met een beperking in dienst nemen en houden. Bij nieuwe contracten hoeven de werkgevers alleen te betalen voor wat iemand kan produceren, ongeacht de achtergrond van de werknemer (Wajong of Participatiewet): het instrument dat kan worden ingezet is hetzelfde.

Dus als iemand door een beperking minder snel werkt of minder kan dan een ander en daardoor niet het minimumloon kan verdienen, hoeft de werkgever ook voor mensen die vanuit de bijstand gaan werken niet het hele loon te betalen. Hoe hoog dat loon is wordt objectief vastgesteld en aangevuld met een uitkering voor de werknemer tot minumumloon.

‘Dit betekent dat iemand nooit een volwaardig werknemer wordt’

Job Cohen, voorzitter van branchevereniging Cedris hierover: “Ook voor de mensen die wél een aanvulling krijgen, betekent dit dat iemand nooit een volwaardig werknemer wordt. Hij blijft zijn hele loopbaan gedeeltelijk afhankelijk van een uitkering. Bovendien wordt de uitvoering verlegd van de werkgever naar de kwetsbare werknemer, met een groot risico op schulden.”

Naast plussen ook minnen
De staatssecretaris erkent dat de nieuwe regeling naast plussen ook minnen heeft. Wat voor het kabinet het zwaarst weegt, is dat meer mensen de kans krijgen om aan het werk te komen.

Dat gaat wel ten koste van het aanvullend pensioen en WW van mensen met een arbeidsbeperking. Deze rechten worden immer opgebouwd over loon, niet over de uitkering. Doordat de werknemer een lager loon ontvangt, bouwt hij minder aanvullend pensioen en WW op dan bij de regels die nu gelden.

Bijstand is er voor mensen die niet zelf in hun bestaan kunnen voorzien. Heb je geen recht op een uitkering, bijvoorbeeld door een werkende partner of eigen vermogen, dan houdt de werknemer minder over dan mensen met een beperking die onder de huidige regels werken, maar meer dan als hij niet zou werken.

Geen behoefte aan
Uit onderzoek van Cedris blijkt dat ruim zeventig procent van de werkgevers die werken met loonkostensubsidie geen behoefte heeft aan het nieuwe instrument loondispensatie. Tachtig procent van hen is positief tot zeer positief over het huidige instrument loonkostensubsidie. En ruim zestig procent heeft negatieve verwachtingen van het nieuwe instrument loondispensatie.

Eerder al spraken zo’n 20 organisaties zich in verschillende media uit tegen loondispensatie. Het betreft zowel werknemersvertegenwoordigers, cliëntenorganisaties, brancheorganisaties als deskundigen.

Goedkoper
Deze manier van werken kost de overheid minder dan de regeling die er nu is. Met het geld dat overblijft, moeten gemeenten om met een beperking helpen bij werk of door banen te creëren voor mensen die veel ondersteuning nodig hebben.

De ondersteuning die er nu al is om mensen met een arbeidsbeperking aan werk te helpen, zoals een jobcoach, aanpassingen op de werkvloer en het risico dat de overheid op zich neemt als deze mensen ziek worden, blijven bestaan.  

Bron: klik 

Meedoen in de samenleving met een beperking nog altijd niet vanzelfsprekend

 
 
Meedoen in de samenleving met een beperking nog altijd niet vanzelfsprekend

De participatie van mensen met een beperking is vanaf 2012 stabiel, maar blijft achter bij mensen in de algemene bevolking. Zo hebben ze minder vaak werk en kunnen ze niet altijd kiezen waar ze willen wonen. Dit blijkt uit panelonderzoek dat het Nivel uitvoerde in samenwerking met het Trimbos-instituut en in opdracht van het College voor de Rechten van de Mens.

In 2016 hebben mensen met een beperking veel minder vaak betaald werk dan de algemene bevolking. In de algemene bevolking heeft bijna driekwart betaald werk, terwijl dit onder mensen met een lichamelijke beperking 36% is en onder mensen met een psychische aandoening slechts 22%. Dit was ook al zo in 2012. Ook blijft het verschil in het gebruik van een aantal specifieke buurtvoorzieningen in deze periode bestaan. Van de mensen met een lichamelijke beperking of psychische aandoening gebruikt in 2016 respectievelijk 66% en 40% regelmatig buurtvoorzieningen. Onder de algemene bevolking is dit 74%. 

De vrijheid om te kiezen waar en met wie je woont is niet vanzelfsprekend voor alle mensen met een verstandelijke beperking of een psychische aandoening. Nog geen tiende van de mensen met een lichamelijke beperking of chronische ziekte heeft behoefte aan (verdere) aanpassingen of voorzieningen in de woning. De helft van de mensen die vroegen om zo’n aanpassing of voorziening, kregen deze ook. De andere helft niet.

Kleine verbeteringen
Uit het onderzoek blijkt dat voor enkele groepen de toegankelijkheid van een aantal voorzieningen de afgelopen jaren is verbeterd: 83% van de mensen met een verstandelijke beperking zegt in 2016 makkelijk bij voorzieningen te kunnen komen terwijl dat in 2012 75% was. Mensen met een chronische ziekte vinden het openbaar vervoer iets toegankelijker geworden.

Monitoring VN-verdrag
Het doel van het VN-Verdrag inzake de rechten van mensen met een handicap (Convention on the Rights of Persons with Disabilities; CRPD) is de volledige inclusie van personen met een beperking in de maatschappij. In 2016 ratificeerde Nederland dit verdrag. Het College voor de Rechten van de Mens is aangewezen als monitoringsorganisatie voor de naleving van het verdrag in Nederland. Zij gaan onder andere aan de hand van deze uitkomsten vaststellen of de naleving van het verdrag goed verloopt. Het College rapporteert en adviseert over de uitkomsten aan het CRPD-comité en (lokale) overheden.

Methode
In dit onderzoek is gekeken of mensen met een beperking in Nederland op gelijke voet met anderen meedoen in de samenleving, op het gebied van zelfstandig wonen en werken. Hiervoor zijn achttien getalsmatige indicatoren gemeten in een grootschalig vragenlijstonderzoek. Om de doelgroepen van het VN-verdrag te bereiken zijn het Nationaal Panel Chronisch zieken en Gehandicapten en het Panel Samen Leven van het Nivel en het Panel Psychisch gezien van het Trimbos-instituut gebruikt. De vergelijking met de algemene bevolking werd mogelijk door Nederlandse burgers in het Nivel Consumentenpanel te ondervragen. De vragen die zijn gebruikt voor de indicatoren zijn gesteld in 2016 of 2017. Wanneer ze ook al in 2012 waren gesteld, vond een vergelijking plaats om de toe- of afname van een indicator te onderzoeken.

Bron: Nivel 

10 vragen over de bipolaire stoornis

10 vragen over de bipolaire stoornis

10 vragen over de bipolaire stoornis

Pieken en dalen horen bij het leven. Soms bruis je van de energie, terwijl je de andere keer niets voor elkaar kunt krijgen. Gelukkig gaan dit soort fasen vaak weer snel voorbij. Maar voor mensen met een bipolaire stoornis is dit een ander verhaal. Zij kunnen zich zo somber en wanhopig voelen dat ze zelfs aan zelfmoord beginnen te denken. Of ervaren zo veel optimisme en kracht dat ze ervan overtuigd zijn de hele wereld aan te kunnen. Hoe ontstaan dit soort extreem wisselende stemmingen en wat is er aan te doen? Wij vroegen het Ralph Kupka, hoogleraar Bipolaire Stoornissen aan het VU Medisch Centrum.

1. Wat is een bipolaire stoornis?

“Een bipolaire stoornis is een psychiatrische aandoening waarbij de stemming en activiteit zijn verstoord. Het wordt ook wel manisch-depressieve stoornis genoemd. Meer specifiek houdt het in dat mensen een aantal weken of maanden depressief kunnen zijn, waarna ze een periode van extreme energie en optimisme (manie) ervaren. Soms is hun stemming nadien jarenlang stabiel, maar het komt ook voor dat deze episoden zich kort na elkaar afwisselen.

Daarbij is opvallend dat deze depressieve en manische fasen erg verschillen van hoe mensen zich normaal voelen en gedragen. Over het algemeen functioneren zij zoals iedereen, alleen kan een stressfactor tot extreme stemmingswisselingen leiden. Soms ontstaan de episoden ook zonder enige aanleiding.

Bovendien kunnen de manische en depressieve fasen zich in verschillende gradaties voordoen. De ene keer verlopen ze heel licht, maar een andere keer kan het zelfs tot psychotisch gedrag en waanbeelden leiden. Dit maakt de bipolaire stoornis dan ook een zeer ingewikkelde aandoening.”

2. Hoe vaak komt het naar schatting voor?

“Een bipolaire stoornis komt voor bij ongeveer anderhalf procent van de Nederlandse volwassen bevolking. Wereldwijd zijn deze cijfers ongeveer hetzelfde, namelijk tussen de 1 en 2 procent. Daarentegen heeft ongeveer 20 procent van de bevolking ooit een ‘gewone’ depressie meegemaakt. Het is dus een vrij zeldzame aandoening.”

3. Is er iets bekend over de onderliggende oorzaken?

“Onderzoeken bij families en tweelingen hebben aangetoond dat er een sterke erfelijke component aanwezig is bij mensen met een bipolaire stoornis. Het wordt dus voor een deel genetisch bepaald. Maar de precieze, achterliggende oorzaak weten we niet. Dit valt vooralsnog ook niet met hersenscans of bloedtesten af te lezen.

Daarnaast kunnen ook omgevingsfactoren een rol spelen. Mensen die een genetische aanleg hebben om een bipolaire stoornis te ontwikkelen, kunnen als gevolg van stressvolle of traumatische gebeurtenissen een episode krijgen. Bij een depressie gaat het vaak om een verlies en bij een manische episode om doelgerichte zaken, zoals een nieuwe baan of nieuwe relatie. Deze gebeurtenissen roepen veel activiteit op, waar de persoon vervolgens in kan doorslaan.”

4. Wat zijn de consequenties van een bipolaire stoornis?

“Wanneer iemand depressief is, komt diegene tot niets. In het ergste geval kan een depressie leiden tot suïcide. Bij een manische episode kan iemand zo ontremd raken dat hij of zij grote brokken maakt. Voorbeelden zijn vreemdgaan, ruzie maken op het werk of impulsieve dure aankopen doen. Er is vaak sprake van roekeloos gedrag.

In feite doet de persoon dingen die wij misschien allemaal wel zouden willen doen, maar laten vanwege de mogelijke gevolgen. De ongeremde manische patiënt kan dit niet meer inschatten. Uiteindelijk kan dit grote schade tot gevolg hebben, zoals relatiebreuk, ontslag of financiële schulden.”

5. Bestaan er stigma’s over de bipolaire stoornis?

“Ja, deze zijn er zeker. Ze worden met name opgeroepen door mensen die manisch zijn en chaos veroorzaken. Als je bijvoorbeeld op het werk manisch wordt en even haarfijn gaat uitleggen hoe slecht het allemaal in elkaar steekt, kan je in serieuze problemen komen. Je wordt dan al gauw als ‘gek’ bestempeld en moet met een wel heel sterk verhaal komen om je gedrag later uit te leggen. We noemen dat reputatieschade.

Depressie is daarentegen een stuk minder gestigmatiseerd. De reden hiervoor is dat het inmiddels een bekender ziektebeeld is. Ook zijn de meeste mensen zich ervan bewust dat het iedereen kan overkomen.

Ten slotte is er ook nog het zogenoemde zelfstigma. Mensen met een bipolaire stoornis gaan dan twijfelen aan hun eigen gemoedstoestand. Wanneer ze zich bijvoorbeeld opgewekt voelen, vragen ze zichzelf af of dit een gezonde blijdschap is of dat ze beginnend manisch aan het worden zijn. Dit goed inschatten kan erg lastig zijn. Niet alleen voor de persoon zelf, maar ook voor de omgeving. Je kunt niet meer helemaal op jezelf vertrouwen.”

6. Gaat een bipolaire stoornis weleens gepaard met andere aandoeningen?

“Uit Amerikaanse studies is gebleken dat bijna 95 procent van de mensen met een bipolaire stoornis ook nog een andere diagnose heeft. Dit kunnen bijvoorbeeld angststoornissen en persoonlijkheidsstoornissen zijn, maar verslavingen staan stipt op één. Soms gebruiken patiënten drugs en alcohol om minder somberheid te voelen. Deze middelen worden dan een manier om met de extreme stemmingswisselingen om te gaan.”

7. Hoe wordt een bipolaire stoornis vastgesteld?

“Dit gebeurt, net als bij elke andere psychiatrische aandoening, via een gesprek met de persoon over zijn of haar stemming en activiteit van de afgelopen tijd. Maar ook een gesprek met een naastbetrokkene is belangrijk voor een diagnose.

In het geval iemand zich depressief voelt, zal hij of zij hier zelf mee naar de dokter of een psycholoog gaan. Er is dan sprake van lijden. Maar wanneer een persoon manisch is, lijdt hij of zij hier in eerste instantie niet onder. Er is juist sprake van optimisme, veel energie en je heel goed voelen. Mensen om deze persoon heen zullen dit echter als afwijkend herkennen en het als teken zien dat het niet goed gaat met hem of haar.”

8. Wat zijn de behandelmethoden?

“Ten eerste dient de diagnose zorgvuldig te worden vastgesteld. Hierbij is het belangrijk dat de patiënt voldoende uitleg krijgt en voorlichting over de behandeling. Vaak gebeurt dit in groepen en wordt ook wel psycho-educatie genoemd. Daarnaast is er een stuk zelfmanagement. Hierbij leren mensen om zelf aan te voelen wanneer ze zich in een beginnende episode bevinden en maatregelen te nemen om deze binnen de perken te houden. Vaak is dit een proces van voortschrijdend inzicht.

Daarnaast krijgt bijna iedereen medicatie. Meestal wordt hier in de acute fase mee gestart, en gaat iemand er enige tijd mee door om het herstel te bestendigen. Sommige mensen slikken de medicijnen gedurende zeer lange tijd om een nieuwe episode te voorkomen.

Ten slotte zullen patiënten een vorm van psychotherapie krijgen. Hierbij leren ze manieren om met angst en somberheid om te gaan. Daarnaast kunnen gesprekken helpend zijn bij dagelijkse problemen en stressfactoren.”

9. Valt er goed met een bipolaire stoornis te leven?

“Ja hoor, indien mensen een goede behandeling en passende medicatie gevonden hebben, valt er in de meeste gevallen goed met de aandoening te leven. Zij werken, hebben een relatie, net als iedereen.

Maar er zijn ook mensen bij wie dit minder goed lukt. Een deel van hen heeft zo’n ernstige vorm dat de episoden vaak terugkeren. Het is dan vaak lastig om goede medicatie te vinden. Zij hebben een intensievere behandeling nodig en zijn vaak niet goed in staat om te werken of een opleiding te volgen.”

10. Wat kan je zelf doen in het geval je een bipolaire stoornis vermoedt?

“Meestal zullen deze vermoedens beginnen met symptomen van een depressie. Je kunt dan samen met een behandelaar uitzoeken van wat voor depressie sprake is. Vervolgens kun je bekijken of je ook weleens manische verschijnselen ervaart. Maar het herkennen van deze patronen kan soms wel enkele jaren in beslag nemen.

Daarnaast bestaan er online zelftesten, maar deze moet je altijd met een korrel zout nemen. Scoor je negatief, dan ben je er vrij zeker van dat je de aandoening niet hebt. En in het geval van een positieve uitslag, hoeft dit nog niet direct te betekenen dat je een bipolaire stoornis hebt. Wel zou je kunnen overwegen een psychiater of psycholoog te raadplegen om een zorgvuldige diagnose te laten stellen. De aandoening is echt te complex om in een simpele vragenlijst te vangen.”

Bron: Mijngezondheidsgids

Laatste trends en ontwikkelingen

Met trots presenteren we de nieuwsbrief van deze winter! De laatste trends en ontwikkelingen op het gebied van Croan Consult Training en Coaching vind je hier

Wil je ‘m de volgende keer automatisch in je mailbox ontvangen? Dat kan hieronder. Gemakkelijk en snel! 

Scholing door professionals. Klantgericht, deskundig maatwerk. Training en Coaching Bureau, Croan Consult.