Nieuws over Training en Coaching, Croan Consult

Nieuws

Lees hier het laatste nieuws.

Training Praten met Ouders met Psychiatrische Problemen bij Partners voor Jeugd

Een mooie bijeenkomst bij Partners voor Jeugd bij de training ‘praten met ouders met psychiatrische problematiek’. Deelnemers gaven aan dat zij een aantal nieuwe manieren van kijken meenemen naar hun dagelijks praktijk evenals twee of drie handige theoretische modellen die breed toepasbaar zijn. Ze zien uit naar oefenen met de trainingsacteur!

Partners voor Jeugd is een overkoepelend samenwerkingsverband van organisaties die actief zijn in de (preventieve) jeugdbescherming en jeugdreclassering. @Partners voor Jeugd: bedankt voor de prettige samenwerking!

Meer weten over het programma? Kijk dan hier. 

Croan Consult officieel erkend door het NRTO!

Met trots kunnen we melden dat Croan vanaf heden officieel erkend is door het NRTO! Een aanbieder met het NRTO-keurmerk voldoet aan hoge kwaliteitseisen en is hierop getoetst door een externe certificerende instelling. Croan Consult met het NRTO-keurmerk is transparant over producten en diensten, biedt adequate dienstverlening, kent een professionele omgang met klanten, heeft deskundig personeel en meet de klanttevredenheid.

Leden van de NRTO staan voor kwaliteit en professionaliteit. Ze voldoen aan de eisen van het NRTO-keurmerk.

Vacature Croan Consult training en coaching B.V.

Lees hier de vacature tekst.

Croan Consult is een bureau gericht op groei en ontwikkeling van professionals, organisaties en bedrijven. Onze dienstverlening omvat training, blended learning (e-learning in combinatie met praktijktraining) en coaching.
De inhoud van onze diensten komt tot stand in samenspel met de opdrachtgever. Een aanbod gericht op de praktijk, uitgevoerd door ervaren en inspirerende trainers uit de praktijk.

Praten over psychische klachten is het grootste taboe onder Nederlanders

Praten over psychische klachten is het grootste taboe onder Nederlanders. 18% geeft aan hier helemaal niet over te kunnen praten met anderen. Ook de dood is moeilijk bespreekbaar. Slechts 26% van de Nederlanders bespreekt dit onderwerp weleens met zijn of haar kinderen. Dit blijkt uit een onderzoek van Nationale-Nederlanden dat door DirectResearch is uitgevoerd.

Praten over dit soort taboes is lastig, maar kan heel waardevol zijn. Nationale-Nederlanden start daarom de campagne Het Gesprek om Nederlanders te helpen gesprekken aan te gaan over moeilijke onderwerpen.

Psychische klachten is grootste taboe
Praten over psychische klachten, depressie en angsten vinden Nederlanders het meest lastig. Ook (on)gelukkig zijn is moeilijk bespreekbaar. Dit onderwerp staat op nummer twee in de lijst van meest lastig bespreekbare gespreksonderwerpen. 69% bespreekt (on)gelukkig zijn zelfs niet met kinderen, 65% niet met ouders en 44% bespreekt dit niet met zijn of haar partner. Toch hecht 57% van de Nederlanders wel veel waarde aan het vinden van hun geluk.

Met kinderen wordt minder besproken
Het onderzoek maakt onderscheid tussen de partner, ouders en kinderen als gesprekspartner. Van de ondervraagden bespreekt 46% de dood met hun partner en 30% met hun ouders. Slechts 26% bespreekt dit onderwerp met de kinderen. Ook geldzaken worden eerder met partner (77%) en ouders (52%) besproken dan met kinderen (41%). De invulling van de erfenis bespreekt slechts 18% met hun kinderen, terwijl 38% dit met de partner bespreekt en 27% met de ouders.

Financiële risico’s bij overlijden partneronderschat
Een ander taboe is de dood en de consequenties hiervan voor de partner die achterblijft. Uit het onderzoek blijkt dat de dood van de partner bij ruim driekwart (76%) invloed op de financiële situatie zal hebben. Toch spaart 48% niet om een periode van inkomensverlies te overbruggen. Ook geeft 42% aan dat er te weinig verzekeringen zijn afgesloten om inkomensverlies op te vangen. Ondanks de financiële risico’s bij het overlijden van de partner, geeft 35% aan dat zijzelf en de (eventuele) partner geen overlijdensrisicoverzekering hebben.

Michel van Elk, CEO Leven Nationale-Nederlanden: ‘Nationale-Nederlanden vindt het belangrijk dat iedereen financieel gezond is. Dan moet je soms een aantal zaken regelen voor de toekomst. En dat kunnen soms moeilijke onderwerpen zijn waar je samen over moet praten. Met Het Gesprek willen we Nederlanders motiveren deze gesprekken met elkaar aan te gaan. Praten over moeilijke onderwerpen hoeft niet altijd heel zwaar of lastig te zijn, het kan ook veel opleveren. Het kan bijvoorbeeld rust geven omdat je samen tot de conclusie komt dat je nog een aantal financiële zaken kunt regelen voor de toekomst’

Overlijdensrisicoverzekering
Nationale-Nederlanden wil Nederlanders motiveren om deze moeilijke gesprekken te voeren en klanten helpen met het zeker stellen van hun financiële toekomst. Het is goed om bijvoorbeeld te praten over het overlijden van een de partners. Dit kan namelijk voor financiële problemen zorgen. Een overlijdensrisicoverzekering vangt dit op. Bij overlijden van de verzekerde keert Nationale-Nederlanden een bedrag uit om bijvoorbeeld de hypotheek mee af te lossen of andere kosten te kunnen blijven betalen. Meer informatie over de overlijdensrisicoverzekering staat op nn.nl.

Over het onderzoek
In opdracht van Nationale-Nederlanden heeft onderzoeksbureau DirectResearch onderzoek gedaan of en hoe Nederlanders gesprekken voeren over moeilijke onderwerpen zoals de dood. Aan het onderzoek hebben 1031 respondenten meegedaan. Het onderzoek is in juni 2019 opgeleverd.

Bron: persbericht

Wil je effectiever leren praten over psychische problemen? Neem contact op voor een aanbod op maat.

Agressie en geweld komen helaas nog steeds veel voor.

Agressie en geweld op de werkvloer  komt in sommige sectoren veel voor. Dit kan resulteren in werkgevers en werknemers die niet meer met plezier naar het werk gaan. Het is daarom belangrijk om als collega’s, werkgevers en werknemers, actief bezig te zijn met het aanpakken van agressie en geweld op de werkvloer. Vind hier verschillende hulpmiddelen die kunnen helpen bij het verhelpen en/of voorkomen van agressie en geweld op de werkvloer.

5 tips om je zelfvertrouwen te boosten

22% van de Nederlandse werknemers denkt niet over de juiste vaardigheden te beschikken om succesvol te zijn op werk. Dit blijkt uit recente data van onderzoeksbureau Motivaction in opdracht van recruitmentspecialist YoungCapital. In 2016 was dit slechts 8%. Een opmerkelijke toename van onzekerheid op de werkvloer dus. Belangrijk is om af te vragen wat dit gebrek aan zelfvertrouwen veroorzaakt en wat de oplossing hiervoor is. Daarom geeft deze blog 5 nuttige tips om je zelfvertrouwen te boosten.



1. Benadruk jouw kwaliteiten
Niet alleen tegenover collega’s, maar vooral tegenover jezelf. Wat maakt jou een goede werknemer en een gezellige collega? Wees concreet en benoem bijvoorbeeld niet alleen dat je een harde werker bent, maar bedenk ook concrete scenario’s waarin jij dit hebt bewezen. Door dit te doen activeer een positieve mindset bij jezelf creëer je meer zelfwaardering.

2. Durf hulp en feedback te vragen
Het vragen om hulp is niet per definitie een teken van zwakte. Sterker nog, het is juist een sterke eigenschap. Het creëert namelijk kansen om je prestaties te verbeteren. Dit komt je zelfvertrouwen natuurlijk ook ten goede. Vraag daarnaast vaker om feedback: een laag zelfbeeld komt vaak voort uit onzekerheid over wat anderen mensen van jou vinden. Door vaker om feedback te vragen help je onterechte onzekerheden over jezelf sneller de wereld uit.

3. Laat van je horen
Durf je mening te uiten en laat jezelf niet onder tafel schuiven tijdens vergaderingen. Iemand met zelfvertrouwen heeft als prioriteit om de waarheid te achterhalen. Wees daarom niet bang om ongelijk te hebben en geef dit ook gewoon toe. Combineer dit met een waarneembare interesse in wat anderen zeggen en luister goed. Dit straalt namelijk zelfvertrouwen uit en dat ga je ongetwijfeld ook voelen.

4. Wees niet bang om fouten te maken
Iedereen maakt fouten op de werkvloer. Door hier bewust van te zijn kun je de angst om te falen ook beter relativeren. Een keer een mindere prestatie leveren betekent niet dat al jouw goede prestaties meteen in het niets vallen. Blijf optimistisch en volg vooral de eerste tip wanneer je jezelf een keer teleurstelt. Dit is een van de vele manieren om een growth mindset te stimuleren.

5. Geef meer complimenten
Verbeter de wereld, begin bij jezelf. Maak waardering voor je collega’s kenbaar door ze vaker een oprecht compliment te geven. Het krijgen van waardering is ontzettend belangrijk. Zo blijkt dat 79% van de werknemers die ontslag nemen, dit doen vanwege een gebrek aan waardering. Door een ander een positief gevoel te geven, zul jij dit zelf ook krijgen en ontvang je ook eerder een compliment terug.

Kom in actie
Werk stap voor stap naar een positiever zelfbeeld toe. Volg de tips op en zie hoe jouw succesgevoel op je werk zal toenemen. Succes!

Bron: tijdschrift voor coaching
Kristy Timmers is een 24-jarige online marketeer bij YoungCapital. Ze heeft twee Masters binnen de sociale wetenschappen en weet daarom veel over psychologische onderwerpen. Door dit te combineren met haar kennis over recruitment schrijft ze met veel plezier interessante gastblogpostings.

De hulp voor mensen met een verslaving moet anders

Gemeenten zien mensen met een verslaving als klanten en hulpverleners als winkelier, constateert Els Bransen. Maar de verslavingszorg is geen winkel. En mensen met een verslaving gedragen zich zelden als kooplustige klant.

In Nederland zien we het graag zo: iemand heeft een probleem en gaat met een hulpvraag naar de huisarts of het Wmo-loket. Hij krijgt een diagnose of een indicatie en stelt vervolgens samen met de hulpverlener een zorg-, behandel- of begeleidingsplan op.

In deze voorstelling van zaken is de patiënt of cliënt een klant: een consument van zorg. En de hulpverlener heeft een winkel, met allerlei zorgproducten. De klant koopt dan het antwoord op zijn vraag. Logischerwijs komt de zorgwinkelier dan alleen in actie als de klant iets wil. Er zijn zelfs winkels waar geldt: u vraagt, wij draaien.

Verslavingszorg kent weinig koopzuchtige klanten

Kooplustige klanten vind je volop bij de huisarts of de cosmetische chirurg. Maar bij de verslavingszorg kom je ze weinig tegen. Soms wel hun partners, kinderen, ouders, buren en zelfs de buurtagent of buurtwerker. Maar mensen die volgens anderen overmatig drank of drugs gebruiken, ervaren zélf zelden een probleem met hun gebruik. En komen dus ook niet vaak een behandeling kopen in de winkel van de verslavingszorg. Met de bekende nadelige gevolgen voor hun eigen gezondheid en welbevinden maar ook dat van hun naasten en bredere omgeving.

Het blijkt ook wel uit de cijfers. Slechts een fractie van de mensen die overmatig gebruiken, ontvangt hulp van de verslavingszorg. En heel vaak is dat niet omdat ze daar zelf de eerste stap toe zetten. Het is daarom niet erg bevorderlijk voor de (geestelijke) volksgezondheid om mensen met middelenproblematiek de positie van klant toe te kennen en hulpverleners die van winkelier.

Geen hulpvraag, geen hulp

Dat werd mij extra duidelijk in het jaar dat ik in gemeenteland verkeerde. Ook bij gemeenten overheerst het idee van een klant met een eigen hulpvraag die uitgangspunt van zorg moet zijn.

En zo kwam ik het tegen dat er alleen verslavingsbehandeling beschikbaar bleek voor jeugd met een hulpvraag. Terwijl ouders, leerkrachten, leerplichtambtenaar en jongerenwerkers legio jongeren tegenkwamen die als gevolg van hun gebruik in de problemen waren beland. Maar die jongeren zagen geen noodzaak een hulpvraag te stellen aan de verslavingszorg, en genoemde ‘intermediairs’ waren niet in staat daar iets aan te veranderen. En dus werd het ingekochte volume aan verslavingsbehandeling maar beperkt gebruikt. Terwijl de problemen als gevolg van problematisch middelengebruik bij jongeren bleven bestaan.

Hulpvraag omgeving als startpunt

Met uitzondering van de winkelier heeft niemand moeite met mensen die winkels mijden. Maar als het gaat om mensen die zorg mijden ligt dat anders.

Daarom gaat, meer nog dan voor andere zorgsoorten, het beeld van de verslavingszorg als een winkel met klanten niet op. De verslavingszorg is geen winkel maar verleent diensten aan gemeenten, buurten, gezinnen en individuen.

Ze zou in samenspraak met haar financiers nieuwe vormen van zorg moeten ontwikkelen die de focus niet (uitsluitend) op de behandeling van individuele cliënten met een hulpvraag legt. Een vorm van zorg die de hulpvraag van mensen in de omgeving – zoals partners en kinderen maar ook huisartsen, leerkrachten of jongerenwerkers – als startpunt kan nemen.

Hulp voor kinderen van ouders met een verslaving
Kinderen van ouders met een verslaving hebben een verhoogd risico op psychische problemen en verslavingsproblemen. Met kennis van deze problematiek en preventiemaatregelen kunt u helpen voorkomen dat kinderen problemen ontwikkelen.
Zo helpt u problemen te voorkomen

Iets tussen preventie en bemoeizorg in

We kennen dit natuurlijk al in de vorm van bemoeizorg, maar die zorg wordt meestal pas geboden als het al op alle fronten mis is. We kennen het ook in de vorm van preventie, wat immers net zo goed ongevraagde zorg is. Maar preventief aanbod is vaak vrijblijvend en kortdurend. Dus iets daartussenin.

Iets waarbij steunende relaties en netwerken worden opgebouwd en versterkt. Iets waarbij hulp aan de omgeving (op termijn) het probleembesef en de motivatie voor verandering van het middelengebruik bij de gebruiker kan doen groeien. En dat ‘iets’ dan ook als hulpaanbod financieren. De verslavingszorg heeft dan niet alleen een antwoord op de hulpvraag van de zelfbewuste ‘klant’, maar ook op onuitgesproken hulpvragen die nu onbeantwoord blijven.

Heeft u ideeën over het bieden van ongevraagde verslavingszorg? Of herkent u wat ik schrijf en wilt u daar eens over doorpraten? Neem dan zeker contact met mij opEls Bransen 

Bron: trimbos.nl

‘We zullen nooit weten wat de hoofdoorzaak van depressie is’

Werkdruk en problemen met psychische gezondheid lijken alleen maar toe te nemen, zowel bij medewerkers als studenten. In een serie verhalen gaat ErasmusMagazine op zoek naar oorzaken en oplossingen. Samen met een filosoof, een psychiater en Nina, een student die kampt met een depressie, zoeken zij naar oorzaken voor psychische problemen bij de huidige generatie studenten.

Steeds meer studenten lijken te maken te krijgen met psychische problemen. Is er sprake van een epidemie op universiteiten? Hoe kunnen we dat verklaren? En wat kunnen we eraan doen? “Universiteiten moeten rekening houden met de geestelijke gezondheid als een variabele die invloed kan hebben op de opleiding.”

Eerstejaars psychologiestudent Nina (22) worstelt met een depressie en een lichte angststoornis. “Ik voel me constant hol, leeg en gespannen. Ik heb altijd veel stress ervaren in mijn leven. Op school kwam dat vooral door de mensen om me heen, deadlines en examens. Ik denk dat ik niet wist hoe ik ermee om moest gaan, wat waarschijnlijk ook de reden was dat ik in eerste instantie een depressie kreeg.”

In de hedendaagse maatschappij lijken steeds meer studenten te kampen met psychische problemen, waaronder depressie, angst of burn-out. Studenten kunnen zich in deze mentale strijd eenzaam en verkeerd begrepen voelen, zoals Nina. Wat is geestelijke gezondheid? Wat is de oorzaak van psychische problemen? En zijn er oplossingen?

Geestelijke gezondheid is moeilijk te vatten. Is het een kwestie van niet willen praten over psychische problemen of niet weten hoe je erover moet praten? Studenten vinden het lastig om toe te geven dat ze zich niet lekker voelen. Want dat zou kunnen worden gezien als een teken van zwakte, of misschien hebben ze simpelweg geen tijd om in te storten. “Ik heb het er niet echt over, omdat het een beetje taboe is, toch?” Nina zegt dat anderen niet echt zouden begrijpen hoe het voelt. “Het zou gewoon niet werken om erover te praten.”

Drijfveren en keuzes
Psycholoog en filosoof Bert van den Bergh publiceerde onlangs De schaduw van de zwarte hond. In dit boek wordt depressie in de hedendaagse maatschappij besproken vanuit een cultureel-filosofisch perspectief. Van den Bergh beweert dat studenten onder steeds meer druk komen te staan. “Onze maatschappij is steeds meer gericht op het individu, op prestaties. Studenten krijgen te maken met enorm veel drijfveren en keuzes. Er wordt van ze verwacht dat ze precies weten wat ze willen, terwijl ze pas 17 of 18 zijn. Dat is waanzin.”

Walter van den Broek, psychiater en docent aan het Erasmus MC, benadrukt dat depressie een ziekte is die veel mensen van deze generatie treft. “We kunnen het vergelijken met eerdere decennia en het idee hebben dat het drastisch is toegenomen, maar het is van alle tijden. Het hebben van een depressie was vroeger mogelijk wel een gevoeliger onderwerp dan nu, en mensen zijn opener en transparanter dan toen.” Dat is een goede zaak, volgens Van den Broek, niet alleen om meer bewustzijn te kweken rond het onderwerp, maar ook om mensen te laten weten dat het oké is om niet oké te zijn.

Allerlei soorten depressies
Van den Broek is het niet eens met Van den Berghs bewering dat het de cultuur is die individuen pusht om druk te voelen vanwege de eisen die tegenwoordig aan hen worden gesteld. Hij denkt wel dat dat een oorzaak kan zijn voor burn-out of werkoverbelasting. “Er zijn allerlei soorten depressies, en als een persoon er gevoelig voor is, helpt stress niet”, legt hij uit. “Daarom is het belangrijk om eerst de triggers vast te stellen die ervoor zorgen dat iemand depressief wordt, zodat deskundigen weten hoe ze een episode kunnen voorkomen.”

Een persoon kan depressief worden door een genetische oorzaak, psychologische factoren of sociale factoren, en de depressie kan worden aangeduid als licht, gemiddeld of zwaar. Als iemand een lichte tot gemiddelde depressie heeft, kan hij of zij poliklinisch worden behandeld in combinatie met medicatie. Patiënten met de diagnose zware depressie moeten worden opgenomen in het ziekenhuis, zodat ze zorgvuldig kunnen worden geobserveerd.

‘Door mijn angststoornis voel ik me constant gespannen. Alsof je in een achtbaan zit die je niet kunt besturen.’

Achtbaan
Wanneer haar wordt gevraagd hoe het voelt om een depressie te hebben, zegt Nina: “Het geeft me een leeg gevoel. Het is niet echt een gevoel; het is meer een toestand. Door mijn angststoornis voel ik me constant gespannen. Alsof je in een achtbaan zit die je niet kunt besturen.”
Ze vervolgt: “Objectief gezien ervaar ik niet meer stress dan een ander mens. Maar door mijn depressie en angst ga ik er minder gezond mee om dan de meeste van mijn medestudenten. Ik zou bijvoorbeeld graag een presentatie willen geven aan de klas, maar dat kan ik niet, omdat het te veel angst veroorzaakt.”

Afzondering
Van den Bergh zegt dat de meeste studenten zich onzeker voelen. “Ze zijn onzeker over hoe en wat ze moeten kiezen, en dat heeft invloed op hun geestelijke gesteldheid. Studenten hebben tegenwoordig zoveel mogelijkheden. Ze moeten keuzes maken over welke opleiding ze willen doen, welke activiteiten buiten de studie ze willen ondernemen en met welke vrienden ze tijd willen doorbrengen. Als dat te veel wordt, leidt dat tot stress en de angst om iets mis te lopen.”

“Het belangrijkste gevoel van een depressie is niet zozeer somberheid of geremdheid, maar afzondering”, zegt Van den Bergh. Wanneer studenten worden geconfronteerd met problemen in hun privéleven of hun studie, voelen ze zich snel eenzaam. Ze willen hun eigen strijd uitvechten en zelf alles oplossen. Het zou onbeleefd zijn om een ander op te zadelen met persoonlijke problemen. “Ik praat niet echt over mijn psychische probleem, omdat het moeilijk is om toe te geven. Ik weet niet hoe ik het aan andere mensen moet vertellen zonder het gevoel te hebben dat ik ze teleurstel,” zegt Nina.

Door die houding aan te nemen, miskennen studenten vaak het feit dat er anderen zijn die hen willen helpen. Nina: “Hoe kun je studenten helpen die worstelen met psychische problemen? Het belangrijkste is medeleven. Universiteiten moeten geestelijke gezondheid beschouwen als een variabele die invloed kan hebben op de studie.

Hulp zoeken
Studenten herkennen Nina’s gevoelens mogelijk, of het nu gaat om milde vormen van angst en stress, om overspannenheid of om depressieve gevoelens. We horen tegenwoordig veel over psychische problemen, maar is er een manier om ze te voorkomen?
Van den Bergh: “Het belangrijkste is om ondersteuning te bieden, vooral in het eerste jaar van het hoger onderwijs waarin studenten zich verloren voelen. Mensen vinden het moeilijk om hulp te zoeken, maar dat moeten we ze niet aanrekenen. Misschien zouden we een systeem moeten verzinnen dat het makkelijker voor ze maakt om die stap te zetten.”

Vanuit medisch perspectief zijn sociale factoren meestal duidelijk, maar die vormen niet geheel de oorzaak van psychische problemen. “Depressie is bijvoorbeeld een ziekte die moet worden behandeld, maar we zullen nooit weten wat de hoofdoorzaak ervan is”, benadrukt Van den Broek. “Wanneer studenten vermoeden dat ze een psychisch probleem hebben, moeten ze hulp zoeken. Als je vroeg begint, kun je complicaties in de toekomst voorkomen. Antidepressiva zouden kunnen helpen, ook al zijn ze niet de kernoplossing voor depressies.”

Gemeenschapszin
Therapie is niet altijd de oplossing, maar het kan je helpen om weer op te krabbelen. Nina: “Zoek zo nodig hulp. Als je niet kunt functioneren door je geestelijke toestand, moet je therapie proberen of in elk geval met je huisarts of met je ouders bespreken wat je eraan kunt doen. Een therapeut zei ooit tegen me dat ik mijn gevoelens moet analyseren wanneer ik me depressief voel. Dat helpt me heel erg.”
Van den Bergh: “Onderwijsinstellingen kunnen natuurlijk ook ondersteuning bieden. Maar we moeten doordringen tot de kern. We moeten werken aan een gevoel van gemeenschap in collegezalen, studenten het gevoel geven dat ze erbij horen. Studenten worden voortdurend de richting in gedwongen dat ze het moeten maken in het leven. Als ze te hard worden gepusht, raken ze de weg kwijt en krijgen ze last van psychische problemen. Medicatie kan dan helpen, maar is gewoonlijk alleen een eerste stap.”

Onderwijsinstellingen zijn zich bewuster geworden van psychische problemen onder studenten. Erasmus Universiteit heeft in het verleden verschillende evenementen georganiseerd om de problemen meer onder de aandacht te brengen. Van den Broek ondersteunt dat initiatief: “Een tijdje geleden heeft Erasmus MC een symposium georganiseerd voor studenten. Er werd gesproken over burn-out, wat we eraan kunnen doen en waar je terecht kunt als je er last van hebt. Er waren verschillende psychologen, psychiaters en studieadviseurs aanwezig om vragen te beantwoorden. Ik denk dat het heel belangrijk is om die informatie met studenten te delen.”

Psychische aandoeningen romantiseren
“Evenementen rond het vragen van aandacht voor psychische problemen zijn erg interessant. Het probleem met die evenementen is dat ze vaak draaien om het bespreekbaar maken van het zogenaamde taboe. Maar we hebben het al zo lang over dat taboe. We moeten verder gaan, problemen openlijk bespreken en manieren verzinnen om te voorkomen dat ze ontstaan”, zegt Van den Bergh bedachtzaam.
Nina vindt dat universiteiten hulp zouden moeten bieden. “Maar dat is wel moeilijk. Docenten zouden rekening moeten houden met psychische problemen, maar ze kunnen je geen hoger punt geven of automatisch laten slagen omdat je problemen hebt. Toch zouden ze er rekening mee moeten houden, omdat je vaak geen invloed hebt op het hebben van psychische problemen.”

Ze voegt daaraan toe: “Ik denk dat het goed is om aandacht te vragen voor psychische problemen, maar mensen moeten uitkijken dat ze het niet romantiseren. Ze worden gepresenteerd als iets heel herkenbaars: iedereen voelt zich weleens slecht. Dat brengt het gevaar met zich mee dat we een situatie creëren waarin de extreme versies van psychische problemen ineens niet meer zo ernstig lijken.”

Dit artikel is oorspronkelijk geschreven voor het IBCoM-vak New Media Production. Studenten kregen de opdracht om een diepgaand verhaal te schrijven over een onderwerp naar keuze en dat te presenteren aan een jury. Het beste verhaal zou worden gepubliceerd in Erasmus Magazine.

Nina wilde om privacyredenen niet dat haar echte naam werd genoemd in dit artikel. Haar naam is bekend bij de redactie.

Bron: erasmusmagazine.nl 

De invloed van social media op suïcidaal en zelfbeschadigend gedrag

Het zijn kille cijfers: In 2017 pleegden 81 jongeren tussen de 10 en 20 jaar zelfmoord. Dat zijn 33 jongeren meer dan in 2016. Heeft het social media gebruik van jongeren hiermee te maken? Wat is eigenlijk de invloed van social media op het zelfbeschadigend of suïcidaal gedrag van jongeren?

Maartje Visscher is kinder- en jeugdpsychiater bij Karakter. Zij onderzocht het verband tussen social media, zelfbeschadigend gedrag en suïcide. Zij vertelt over haar onderzoek en geeft u als ouder advies.

Uit onderzoek komt naar voren dat jongeren hun emoties online delen en hier met elkaar over in gesprek gaan. Dat doen ze ook met heftige zaken zoals wanneer ze zichzelf beschadigen of als ze suicidale gedachten hebben.

Op het internet en social media is vrij gemakkelijk informatie te vinden over hoe je jezelf kunt beschadigen of hoe je suicide kan plegen. Er lijkt een verband te zijn tussen het kennis nemen via social media van dit negatieve gedrag, en het ook echt uitvoeren van dat gedrag. Voornamelijk de kwetsbare jongeren, diegenen die  eenzaam zijn of psychische problemen hebben, hebben het grootste risico hierdoor beïnvloed te worden. Vooral als ze dat normaal gedrag vinden, als dat door andere jongeren wordt aangemoedigd of zelfs wordt verheerlijkt. Ook zien we dat er een competitie tussen de gebruikers kan ontstaan of dat ze onderling het zoeken naar professionele hulp afraden.

Positieve effecten

Social media heeft ook positieve effecten voor jongeren. Het kan het zelfvertrouwen vergroten, sociale steun geven en de jongere in contact brengen met anderen, zoals lotgenoten. Daarnaast geven jongeren aan dat ze makkelijk online en tegen onbekenden praten over hun problemen en dat ze het fijn vinden dat dat in een anonieme en niet-oordelende omgeving kan. Ook wordt gezien dat het positieve gedrag (bv een week geen zelfbeschadiging) bekrachtigd kan worden of dat er eerder ingegrepen kan worden door anderen als iemand iets online deelt over zijn of haar negatieve of sombere gevoelens en gedachten. Deze positieve invloeden maken dat het zelfbeschadigend en suïcidaal gedrag afneemt en jongeren ook hulp gaan zoeken.

Social media heeft dus naast positieve ook negatieve effecten op zelfbeschadigend en suïcidaal gedrag van jongeren, waarbij voornamelijk de kwetsbare jongeren een groter risico hebben op de negatieve invloeden ervan.

Advies voor ouders
‘Voor u als ouders is het belangrijk om over social media in gesprek te gaan met uw zoon of dochter. Welke social media gebruikt uw zoon of dochter? Hoe wordt het gebruikt? Welke informatie zoeken ze precies op?

Het zijn lastige thema’s om over in gesprek te gaan, maar ik wil u aanmoedigen dit wel te proberen. Weet dat u altijd hierover in gesprek kan gaan met de betrokken professionals die u meer gerichte handvatten kunnen geven hoe hiermee om te gaan.’

Voor algemene informatie en adviezen over social media gebruik bij jongeren, zie www.mediaopvoeding.nl , http://www.mediawijsheid.nl en www.mediawijzer.net

*Definities:
Suïcidaal gedrag: verwijst naar het geheel aan gedachten, voorbereidingen/handelingen en pogingen die een zekere intentie uitdrukken om zichzelf te doden.

Bron: karakter.com

NB  Wilt je praten over suïcide, neem dan contact op met de speciale hulp- en preventielijn. Bel telefoonnummer 0900-0113 of ga naar de website www.113.nl.

Podcastserie ‘Stempel’ Marco Martens in gesprek over omgaan met ADHD

Onlangs is de eerste podcast uitgekomen van de Serie ‘Stempel’. In deze serie bespreekt spoken word-artiest Marco Martens met diverse collega’s uit de creatieve sector hoe zij omgaan met ADHD.

Afgelopen jaar kreeg verhalenverteller Marco Martens, op zijn 36e, de diagnose ADHD. De wachttijd op verdere behandeling bedraagt acht maanden, dus ging hij zelf op zoek naar handvatten: hoe kan het in je voordeel werken en hoe behoed je je voor de welbekende valkuilen? En waarom rust er zo’n taboe op spreken over mentale gezondheid? Om inzicht in ADHD te krijgen, ging hij met collega-kunstenaars in gesprek.

In acht afleveringen spreekt Martens met schrijver Martin Rombouts, dj en sociaal werker Tomas van de Velde, fotograaf Fred Ernst, manager Lisanne Middag, actrice Linda Zijl, muzikanten Arjan Vriens en Michel Nienhuis en filmmaker Matthijs Diederiks.

De eerste podcast van de serie, met Tomas van de Velde, is gratis te beluisteren via o.a. marcomartens.com, op Spotify, Apple Podcasts. De overige afleveringen verschijnen komende periode.

Bij de serie nam Martens samen met producer Winio Music een gelijknamige single op. Deze verscheen afgelopen week: de lyric-video is op YouTube te bekijken.

Meer aandacht nodig voor PTSS bij mensen met laag IQ

Er is meer aandacht nodig voor PTSS bij mensen met laag IQ. Mensen met een lichtverstandelijke beperking (LVB) die langdurend in zorg zijn in de ggz, ervaren meer traumatische ervaringen in hun leven dan mensen met een gemiddeld IQ. Dit blijkt uit recent onderzoek van VGGNet, een onderdeel van GGNet, de Gelderse ggz-zorgorganisatie voor mensen met psychische problemen en hun naasten, zo meldt het Nederlands Kenniscentrum Angst en Depressie 

Het onderzoek vond plaats onder 570 patiënten van GGNet en GGZ Oost Brabant, die langer dan 2 jaar in de zorg verbleven. Er werd duidelijk dat 86 procent van hen ooit een trauma heeft meegemaakt. Daarvan is er bij 239 mensen (42 procent) aanwijzing voor een posttraumatische stressstoornis (PTSS). Dit terwijl slechts 8 procent gediagnosticeerd is met PTSS.

Maar liefst 61 procent van de vrouwen met LVB in deze groep heeft (ook) te maken gehad met seksueel geweld. Bij 228 mensen (40 procent) blijkt verder dat er vermoeden is van een licht verstandelijke beperking.

Meer aandacht nodig voor PTSS bij mensen met laag IQ

Onderzoeker en psychiater Jeanet Nieuwenhuis van VGGNet pleit ervoor dat zorgprofessionals meer oog hebben voor PTSS en een laag IQ. En zeker voor de combinatie ervan.

Nieuwenhuis: “Wanneer het dossier van een patiënt onvoldoende of geen informatie bevat over vroeger, dan moet dat als eerste verzameld worden. Het is erg belangrijk aandacht te hebben voor iemands ontwikkeling, schooltijd, familie en sociale omstandigheden.”

Onnodig lang verblijf in de zorg

Esther van Gaalen, directeur bij GGNet: “Wanneer we onvoldoende aandacht hebben voor iemands verleden, lopen mensen een verhoogd risico langdurend in de psychiatrie verzeild te raken. Wanneer de diagnose niet klopt, dan slaat de behandeling ook niet aan. En wanneer de diagnose wel juist is, maar het IQ is lager dan de zorgprofessionals denken, heeft de behandeling ook onvoldoende effect. Waardoor iemand onnodig lang in zorg kan blijven.”

Lees de publicatie in European Psychiatry.

Bron: nedkad.nl

Openheid over psychische aandoening van naasten

Kennis vergroten van je omgeving is één ding. Daarnaast kan het opluchten om je verhaal te doen. Bespreek wel eerst met je naaste of hij jouw openheid goedkeurt. En besef goed: open zijn over de psychische aandoening van een verwante vereist moed. De kans bestaat dat je negatieve of kwetsende reacties krijgt. Niet iedereen kan of durft dit aan.

Wel of niet vertellen?

Je kunt op verschillende manieren omgaan met openheid rond psychische aandoeningen. Hieronder staan enkele overwegingen en manieren.

  • Je vermijdt mensen en situaties waarbij je stigma ervaart.
  • Je vertelt niets over je zieke vriend(in) of familielid.
  • Selectief bekendmaken. Je vertelt het alleen aan mensen van wie je steun denkt te krijgen.
  • Je deelt het met een brede groep mensen.

“Misschien vertel je het wel op je werk, maar niet aan de buren. Of omgekeerd. “

Geen van deze manieren is beter dan de andere. Elke benadering heeft zijn eigen voor- en nadelen. Je bekijkt zelf wat het beste bij je past. Dat hoeft niet eens overal hetzelfde te zijn. Steeds opnieuw weeg je af wat je wilt bereiken met openheid. En wat eventuele voor- en nadelen kunnen zijn.

Voordelen

  • Je hoeft je geen zorgen meer te maken over de aandoening verbergen van je naaste;
  • Anderen durven ook open tegen jou te zijn. Zo kun je mensen ontmoeten die vergelijkbare ervaringen hebben;
  • In de toekomst is het makkelijker om hulp te vragen voor je naaste of jezelf;
  • Je werkt mee aan het bestrijden van vooroordelen en taboes;
  • Openheid leidt tot begrip.

Nadelen

  • Je kunt negatieve opmerkingen krijgen. Mensen kunnen over jou of je naaste roddelen of je buitensluiten;
  • Je kan met discriminatie te maken krijgen.

Bron: samensterkzonderstigma.nl

Minicollege’s over de hersenen

In 20 minicolleges vertelt Erik Scherder (hoogleraar neuropsychologie) over de werking van de hersenen.
De hersenen zijn een enorm ingewikkeld orgaan in het menselijk lichaam. Ze vervullen vele functies. Ze coördineren zintuiglijke waarnemingen, zoals voelen, ruiken, proeven, horen en zien. Verder bepalen ze het gedrag en het maken van verschillende lichaamsbewegingen. We kunnen onder meer denken, lezen en schrijven, met behulp van en dankzij de hersenen.

Bekijk de colleges

In de reeks minicolleges krijg je antwoord op onderstaande vragen:

  • Wat zijn de gevolgen van ouder worden?
  • Hoe krijg je de hersenschors zo goed mogelijk aan de gang?
  • Hoe zit het met slapen en de hersenen?

Bekijk de reeks minicolleges

Voor wie?

De colleges zijn geschikt voor vrijwilligers, verzorgenden en verpleegkundigen die werken met ouderen met en zonder dementie én andere geïnteresseerden. Je krijgt praktische tips en leert over de hersenen. 

Bron: Hersenletselnet

Nieuwe app ondersteunt begeleiders bij verslavingen LVB’ers

Cordaan en Jellinek hebben een app ontwikkeld die begeleiders van cliënten met een licht verstandelijke beperking (LVB) helpt omgaan met verslaving. In de app staan handelingsrichtlijnen voor gebruik op de werkvloer.

lvb-gehandicaptenzorg-alcohol-verslaving-drugs
De app heet ‘Gebruik en verslaving LVB’ en is gebaseerd op twee centrale vragen:
  1. Wat moet je als begeleider over middelen weten?
  2. Wat kun je voor deze cliënten doen?

Aan de slag met de app

De uitgangspunten van beleid (voorlichten, ontmoedigen, signaleren, motiveren en behandelen) zijn daarin uitgewerkt met behulp van deze vragen:
  • Hoe spreek je een cliënt aan die onder invloed is?
  • Wat moet ik weten over cannabis?
  • Hoe kan ik gebruik signaleren en wat kan ik doen?

Praktische informatie

‘Gebruik en verslaving LVB’ bevat informatie, filmpjes, instructies, verwijzingen naar websites en testen, signaleringslijsten en een functieanalyse. De app is bedoeld voor begeleiders. Veel onderdelen kun je samen met de cliënt bekijken. De app is gratis te gebruiken voor alle organisaties in de LVB-zorg.

Stel je vraag

lvb-gehandicaptenzorg-verslaving-alcohol
Heb je vragen of suggesties, stuur een mail naar hwillemsen@cordaan.nl

Bron: Skipr

Vacature Croan Consult training en coaching B.V.

Wegens uitbreiding van onze activiteiten zijn we op zoek naar een administratief medewerker (M/V).

Lees hier de vacature tekst.

Croan Consult is een bureau gericht op groei en ontwikkeling van professionals, organisaties en bedrijven. Onze dienstverlening omvat training, blended learning (e-learning in combinatie met praktijktraining) en coaching.
De inhoud van onze diensten komt tot stand in samenspel met de opdrachtgever. Een aanbod gericht op de praktijk, uitgevoerd door ervaren en inspirerende trainers uit de praktijk.

Haal het beste uit een training: even niets doen

Niets doen, je doet het zelden. Toch blijkt het hard nodig, zeggen professoren. Eens even ontspannen en je brein rusttijd gunnen, zorgt er namelijk voor dat je niet alleen informatie beter opslaat, het maakt je creatiever én je wordt minder snel depressief. Leg dus je smartphone neer, zet de tv uit en ontdek waarom dat zo is.

EVEN ONTSPANNEN BETEKENT NIET SCROLLEN OP JE TELEFOON OF NETFLIXEN…

Wanneer is de laatste keer dat jij werkelijk eens even niets deed? En néé, op je telefoon scrollen, een serietje Netflixen of een boek lezen telt niet. Zitten of liggen en je gedachte laten afdwalen – even niets doen, even ontspannen – dat bedoelen we.

Waarschijnlijk is dat dan toch een poos geleden, niet?

Volgens een aantal professoren is dat een kwalijke zaak. Het blijkt namelijk dat regelmatig even ontspannen ontzettend van belang is om die bovenkamer van je gesmeerd te houden.

Je hebt namelijk maar een bepaalde hoeveelheid aandacht en concentratie die jij dagelijks kunt besteden voordat deze opraakt.

En aangezien het grootste gedeelte van die concentratie opgaat aan werkgerelateerde zaken, is het maar al te verleidelijk om het restje dat overblijft, te besteden aan entertainende stimulans zoals Netflix, Facebook of een goed boek.

“Prima toch? Waarom zou ik niet mijn concentratie en aandacht besteden aan leuke dingen? Zolang ik het besteed aan interessante en informatieve zaken, is er toch niets aan de hand? — ik leer er misschien nog wat van.”

Een aantal brein-professoren zijn het hier niet mee eens:

Even ontspannen

EVEN ONTSPANNEN DOET DÉZE 3 DINGEN MET JOUW BREIN.

Volgens hen zul je namelijk eens wat vaker niets moeten doen — enkel zitten en nadenken. Waarom? Nou, het blijkt namelijk dat wanneer jij jouw brein eens wat vaker ‘rusttijd’ gunt, er een paar nuttige veranderingen optreden in je brein.

Welke dat zijn, leggen ze haarfijn uit:

1. Je brein slaat sneller informatie op wanneer je niets doet.

Allereerst legt Loren Frank – professor aan het Center for Integrative Neuroscience aan de universiteit van Californië – uit hoe een aantal minuten stilte per dag je brein helpt informatie beter te onthouden.

“Onderzoek wijst uit dat wanneer je nieuwe informatie tot je wil nemen, je het moet bestuderen en vervolgens je brein een rusttijd moet gunnen.”

Frank haalt hiervoor verschillende onderzoeken aan die keer op keer bewijzen dat mensen veel sneller en beter nieuwe informatie onthouden wanneer hun brein de tijd krijgt de informatie te analyseren en verwerken.

En om beter te begrijpen hoe dit precies werkt, testte hij het een en ander uit op ratten.

Uit de hersenscans bleek dat wanneer ratten de tijd kregen bij te komen na het rondlopen in een voor hen onbekend doolhof, hun brein automatisch de route herhaalde wanneer ze ‘pauze’ namen. Werden ze op een later moment opnieuw in het doolhof geplaatst, dan vonden de sneller de juiste route.

Kregen ze daarentegen niet de kans te rusten, dan kreeg hun brein niet de kans de route te ‘oefenen’. Deze ratten legde dan ook niet sneller het doolhof af.

Het menselijk brein werkt op precies dezelfde manier, zegt professor Frank.

“Net als bij de ratten heeft ook ons brein rusttijd nodig om zo nieuwe informatie permanent op te slaan in ons brein.”

En hoeveel tijd daar dan voor nodig is, verschilt volgens hem.

“We weten dat het brein redelijk snel kan ontspannen. Een paar minuten – zo’n vijf tot vijftien – zijn al genoeg om je leervermogen te doen verbeteren.”

Echter, deze tijd kan van persoon tot persoon verschillen en daarnaast speelt ook de moeilijkheidsgraad van de nieuwe informatie parten.

Even ontspannen

2. Niets doen helpt je brein dingen te verwerken.

Je brein rusttijd gunnen helpt daarnaast verschillende mentale processen op gang te komen, zegt Mary Hellen, Immordino-Yang, professor Educatie, Psychologie en Neurowetenschappen aan de universiteit van Zuid Californië:

“Een diepe, reflectieve staat waarin je kunt nadenken over jezelf, je identiteit en de zaken die om je heen gebeuren, vinden alleen plaats wanneer je niet bezig bent met een handeling.”

Zodra jij je brein constant bombardeert met nieuwe stimulans en informatie en het nooit eens rust gunt, vind je brein het lastig hier diepere betekenissen aan te koppelen. Hierdoor kun je jij je leeg voelen — of nog erger, depressief.

Immordino-Yang:

“Je kunt ervaren dat jij je leven niet onder controle hebt en dat alles langs je af gaat.”

Een vaker de tijd nemen om enkel te zitten, geeft je dus de kans gebeurtenissen te verwerken. Nodig, wanneer je een depressie wil voorkomen.

3. Niets doen helpt je brein creatiever te worden.

Ook Jonathan Schooler, professor Psychologie en Brein Wetenschappen aan de universiteit van California sluit zich hierbij aan. Volgens hem kan regelmatig je brein laten ontspannen je helpen je creatieve- en oplossingsgerichte skills te ontwikkelen.

“Ons onderzoek toont aan dat zo nu en dan je gedachten laten afdwalen, een bepaalde productiviteit aanwakkert in dit soort gebieden.”

Je brein kan op die manier eerder ‘om’ bepaalde obstakels heen denken, met als gevolg dat je wellicht op zo’n “a-ha!”-moment stuit. Echter, dit gebeurt alleen zodra jouw brein rusttijd krijgt.

Het is volgens hem dan ook ontzettend belangrijk om regelmatig eens niets te doen.

“Net als dat je een slaaptekort opbouwt wanneer je onvoldoende slaapt, bouwt ook je brein een tekort aan rust op wanneer je het nooit de kans geeft te ontspannen”

Hij geeft dan ook een aantal handige tips om daar voortaan op te letten:

BREIN EVEN ONTSPANNEN? VOLGENS PROFESSOR DOE JE DAT ZÓ:

“Ontzettend veel mensen vinden het lastig en zelfs stressvol om eens werkelijk niets te doen.”

zegt Schooler.

Zodra jij daar last van hebt, is volgens hem de oplossing om je eens bezig te houden met simpele en niet-veeleisende taken — taken die zo weinig mogelijk mentale en fysieke energie van je vragen.

Even ontspannen

Denk bijvoorbeeld aan activiteiten zoals een wandeling maken, de afwas doen of simpelweg de was vouwen — taken waarbij je handen misschien wel bezig zijn, maar je brein even rust krijgt.

Let er daarnaast op dat wanneer je jouw gedachten de kans geeft te laten afdwalen, je niet verstrikt raakt in het herkauwen van gedane zaken — dat betekent echter niet dat je deze gedachten volledig moet blokkeren.

Schooler:

“Het gaat om het vinden van een gezonde balans tussen bezig zijn in het nu en je gedachten laten afdwalen, waarbij je nadenkt over de wat er goed gaat in je leven en waar zich misschien obstakels bevinden”

Het is misschien lastig om in te schatten hoeveel tijd je hiervoor moet uittrekken.

Professor Immordino-Yang geeft aan dat wanneer je merkt dat het je moeite kost om je externe stimulans te verminderen, het een teken is dat je brein nog meer rusttijd nodig heeft.

“Het is niet fijn om te zitten en te denken, zegt ze. Je brein is het niet gewend, maar het toch gewoon doen, heeft ontzettend veel voordelen voor je welzijn.”

Professor Frank raadt aan om klein te beginnen – misschien 15 minuten, een wandeling tijdens je lunch, bijvoorbeeld.

“Het zal je wereld op zijn kop zetten.”

Even ontspannen

KORTOM, EVEN ONTSPANNEN — ONTZETTEND NUTTIG.

Heb je dus een momentje over, grijp dan niet direct naar je telefoon. Neem in plaats daarvan iedere dag een kwartier uit je kostbare tijd om even niets te doen. Super voor je brein, ontspannend voor jou.

Uiteindelijk zul je merken dat je niet alleen sneller en beter informatie kunt onthouden, je zit beter in je vel én komt sneller tot nieuwe en creatieve ideeën.

Doe dus de afwas, ga eens wandelen of strijk neer in het gras — want wanneer was de laatste keer dat jij naar de wolken keek?

Bron: tijdwinst.com

7 tips voor persoonlijke groei, geluk en balans

TEDx-spreker Sebastian Mennes: Cut the crap

Een burn-out is een indicator dat je meer dingen doet die je energie kosten, dan dat je energie haalt uit je werk, weet Sprout-expert Sebastian Mennes uit eigen ervaring. Hij deelde zijn belangrijkste lessen onlangs op het podium van TEDx. “Reserveer bij voorbaat tijd voor dingen die mis gaan.”

Tien jaar geleden behoorde ik tot de 25 onder de 25 met een goedlopend webbureau, dat grote klanten bediende en hard groeide. En toen ging het mis: ik had te veel pannen op het vuur, de boel kookte over en ik kwam met een burn-out thuis te zitten. Het kostte mij maanden om zijn leven weer op de rit te krijgen en jaren om mezelf en mijn bedrijven opnieuw uit te vinden.

Het eerste dat ik ben gaan doen toen ik de boel weer enigszins op de rit had, was mijn ideale werkweek in kaart brengen. Ik maakte een spreadsheet met activiteiten – die ik ‘tijdsoorten’ noem – en daarnaast de uren die ik daaraan wilde spenderen. Dat was een vrij confronterende exercitie, want het totaal kwam boven de honderd uur uit… Niet zo gek dus dat ik opgebrand thuis kwam te zitten! Het dwong me om prioriteiten te stellen, werkzaamheden te elimineren en te delegeren, maar óók om mezelf scherp te blijven houden: je hebt niets aan zo’n lijst als je vervolgens niet strikt bijhoudt hoeveel tijd je daadwerkelijk aan welke activiteiten besteedt.

Hack
Een nuttige hack in dat kader om bij voorbaat tijd te reserveren voor zaken die misgaan. Als ondernemer gaan er altijd wel dingen fout: een klant die te laat betaalt of een leverancier die een slecht product of dienst levert. Je kunt je daardoor uit het veld laten slaan, maar ik besloot het om te draaien: die dingen gebeuren toch wel, dus het is de kunst om je daar niet door te laten leiden en er zo min mogelijk energie aan te besteden.

Een van de tijdsoorten in mijn spreadsheet noem ik daarom ‘gezeik’. Iedere keer als the shits hit the fan gaat mijn teller lopen. Door ernaar te streven om niet meer dan twee uur per week met gezeik bezig te zijn, is mijn mindset veranderd. Ik kan beter accepteren dat er nu eenmaal altijd dingen misgaan en ik heb gemerkt dat sinds ik dat ben gaan bijhouden de tijd die ik aan ‘brandjes blussen’ spendeer steeds minder wordt.

7 tips voor persoonlijke groei, geluk en balans

1. Voorkom dat je met oogkleppen op alleen maar met de waan van de dag bezig bent
Juist als ondernemer kun je je leven zo inrichten dat je aan de ratrace ontsnapt.

2. Gun jezelf regelmatig ruimte voor reflectie
En stel jezelf vanuit helikopterview kritische vragen (over je onderneming, maar vooral ook over jezelf als ondernemer), zoals:
– Wat drijft jou? Wat is je purpose? (dat gaat dus verder dan alleen winst of omzet maken)
– Krijg je energie van wat je doet? Of kost je werk vooral energie? Op welke manier(en) zorg jij voor persoonlijke groei?
– Waar wil je over X jaar staan? (met je onderneming, maar ook als mens / ondernemer) Hoe ga je daar komen? En waar sta je nu?

3. Breng je energielekken in kaart door:
(a) jouw ideale week vorm te geven (spreadsheet met in kolom A activiteiten (‘tijdsoorten’) en kolom B het aantal uur dat je daar idealiter aan zou willen spenderen,
(b) gedisciplineerd bij te gaan houden waar je tijd aan spendeert (met een app),
(c) op vaste momenten te analyseren in hoeverre (a) matcht met (b) en of je energievreters kunt ontdekken. Zo ja? elimineren / delegeren!

4. Reserveer tijd voor dingen die mis gaan
Meten = weten (en vaak resulteert alleen het bijhouden al in minder gezeik).

5. Oefen dankbaarheid
Als je regelmatig jouw zegeningen telt en je dankbaarheid uit (bijvoorbeeld door iedere dag 3 tot 5 dingen op te schrijven) heeft dat een positief effect op je mindset.

6. Je bent meer dan je bedrijf
Zorg dat je als ondernemer jouw eigenwaarde, zelfbeeld en identiteit niet aan je onderneming ontleent. Jij bent meer dan je bedrijf!

7. Werk áán je bedrijf
Als ondernemer moet je niet ín je bedrijf werken (die werkzaamheden zo veel mogelijk delegeren!) maar áán je bedrijf werken. (bron: Sprout)


Video: Ditch the rat race | Sebastian Mennes | TEDxRotterdam

Bron: tvc

10 tips voor werkgevers

Dankzij een beetje begrip en wat kleine aanpassingen kunnen veel mensen met autisme tot bloei komen op de werkvloer, met grote voordelen voor bedrijven.


Werknemers met autisme zijn vaak:

  • Authentieke denkers
  • Eerlijk, betrouwbaar & loyaal
  • Goed in specialiseren
  • Goed in langdurige concentratie
  • Goed in analyseren
  • Zorgvuldig
  • Goede detailwaarnemers
  • Goed in techniek

Zo geef je een werknemer met autisme een eerlijke kans:

  1. Vraag aan de werknemer wat hij of zij nodig heeft om goed te kunnen functioneren.
  2. Laat de werknemer vooral werk doen waar hij of zij goed in is.
  3. Communiceer duidelijk; geef heldere, eenduidige instructies.
  4. Vertrouw er niet op dat non-verbale communicatie wordt opgepikt.
  5. Evalueer regelmatig en vraag dan zo expliciet mogelijk naar eventuele knelpunten.
  6. Stel geen onrealistische of onnodige eisen op sociaal gebied.
  7. Zorg voor kennis en begrip bij collega’s.
  8. Zorg voor een vast aanspreekpunt/‘buddy’ op de werkvloer, bijvoorbeeld een collega.
  9. Zorg voor voorspelbaarheid.
  10. Houd rekening met een mogelijke overgevoeligheid voor prikkels als licht, geur en geluid.

Kijk hier en op werkwebautisme.nl voor véél meer tips!

Bron: NVA

TIJD CONCREET MAKEN

Je leest wel vaker dat mensen met autisme baat hebben bij tijdsverheldering. En terecht. Alleen denken we daarmee spontaan aan klokken en horloges en wekkertjes in allerlei vormen en maten. Ook terecht, de meeste mensen onder ons zijn namelijk neurotypische denkers. Maar we vergeten daardoor dat die typische tijdsaanduiding net moeilijk te volgen is voor mensen met autisme.

Wanneer we praten over ‘binnen 5 minuutjes’ (leesbaar op een klok) bedoelen we meestal erg vaag ‘nog niet meteen, maar wel weldra’. We bedoelen zelden dat we echt binnen de 5 minuten zullen beginnen. En wanneer we afspreken ‘om 12 uur’ (opnieuw leesbaar op de klok) bedoelen we eerder ‘rond twaalf uur’. Hoe groot die ronde is rond twaalf uur hangt dan weer af van de context. Bij ‘de les begint rond twaalf uur’ is die ronde iets kleiner dan ‘ik arriveer in Italië rond twaalf uur’. Door de contextblindheid, eigen aan het autistische brein, gaat tijd verhelderen voor mensen met autisme er dus net iets anders aan toe.

De volgorde van activiteiten weergeven is een bruikbaar alternatief. ‘Na het eten mag je met je Lego spelen’ kan bij voorbeeld erg duidelijk zijn. Tenminste als deze volgorde de waarheid betreft. Vorige uitspraak zorgt immers net voor onzekerheid indien er na het eten nog 10 minuten gewacht moet worden aan de tafel of als er tussendoor nog tanden gepoetst moeten worden. De volgorde weergeven geeft pas rust en duidelijkheid als de informatie klopt. Het is een manier die in vele gevallen heel bruikbaar is. Op deze manier kan er flexibel met tijd omgegaan worden.

Het werken met timers kan ook helpen om het einde van een activiteit te verhelderen. Let wel op: er zijn heel wat timers die enkel een signaal geven om het einde te objectiveren. Het is dan niet mama of de meester die roept ‘gedaan!’, het is het wekkertje dat deze boodschap overneemt. Dit is vooral zo bij keukenwekkertjes of een alarm op smartphones. De tijd zelf zie je niet verstrijken. Voor sommigen komt dit einde dan te plots en geeft het alsnog problemen. Bovendien representeert het enkel het einde van een activiteit, niet het verloop en ook net wat er nadien zal gebeuren.

Bij een zandloper of een time-timer zie je de tijd effectief verstrijken. Op die manier wordt het einde van de activiteit wel aangekondigd en komt dit einde niet als een verrassing. Sommige mensen zijn hierdoor echter afgeleid en vergeten zich te concentreren op de activiteit zelf. Dus altijd goed individualiseren welk hulpmiddel je voor wie gebruikt.

Voor hele jonge kinderen of voor mensen met een verstandelijke beperking en autisme is het vaak moeilijk om zo’n timer te interpreteren als tijd en wordt het moeilijk om ze in te zetten als verheldering. Dan gaat het vooral over mensen die begrijpen op presentatieniveau (zie ComVoor). Wat we wel kunnen doen om ook voor deze jonge kinderen het einde van activiteit aan te kondigen is dit telkens op exact dezelfde manier te doen. We zetten bijvoorbeeld telkens 3 minuten voor het einde van een activiteit een keukenwekkertje. Op die manier betekent het wekkertje zo veel als ‘het is bijna tijd’. Alleen gaan wij die tijd steeds hetzelfde maken waardoor er een zekere voorspelbaarheid optreedt. Zoals steeds is het belangrijk dat de informatie klopt. Dat wil dus zeggen dat de activiteit na 3 minuten wordt afgebroken. Het is niet de bedoeling dat dat wekkertje af en toe 5 minuten voorstelt en een andere keer 10 of 2 minuten. Voor deze jonge ontwikkelingsleeftijd is het belangrijk dat het steeds hetzelfde aantal minuten weergeeft. De betekenis wordt geleidelijk aan geconditioneerd. Dit doen we dus enkel en alleen voor personen die op een laag begripsniveau begrijpen.

MIND MY MIND

Wat gebeurt er in het hoofd van iemand met autisme? Hoe komen indrukken binnen en hoe worden complexe sociale situaties zoals boosheid en verliefdheid verwerkt? Het is niet eenvoudig uit te leggen… Maar zoals wel vaker zeggen beelden meer dan woorden. En sommige beelden doen dat op een ronduit prachtige manier!

De animatiefilm “Mind My Mind” van de Nederlandse Floor Adams is daar een uitstekend voorbeeld van. De kortfilm brengt het verhaal van Chris, een man met autisme, en het mannetje in zijn hoofd. Samen worden ze geconfronteerd met de sociale en emotionele uitdagingen van het leven waarin ze zich staande proberen te houden.

“Mind my Mind” is geselecteerd voor de internationale kortfilmcompetities tijdens het Brusselse Animatiefilm Festival, Anima (1 -10 maart 2019) en tijdens het kortfilmfestival Go Short in Nijmegen (3 – 7 april 2019).
Bekijk de trailer van de animatie:

 

Bron: autismecentraal

Lever kritiek zonder ruzie te maken

Kritiek leveren op iemands functioneren. Maar weinig managers die dat als plezierig ervaren. Met behulp van deze tips voorkom je een hoogoplopende ruzie.

Wacht niet te lang…

Op kantoor klinkt al langer gemor over het gedrag en de inzet van één van de collega’s. Die geluiden heb je opgevangen bij de koffieautomaat. Hoog tijd daarom om de verbanddoos op tafel te zetten. Voorkom dat een kleine, op het eerste oog onschuldige schaafplek gaat etteren en zich ontwikkelt als open wond. Mede hiervoor hebben ze je destijds aangesteld als manager. Slecht functionerende medewerkers zullen in verreweg de meeste gevallen niet uit zichzelf beter werk gaan leveren. Is het je duidelijk dat er slecht nieuws moet worden gebracht? Je kunt het gesprek dan maar beter zo snel mogelijk inplannen.

…maar bereid je wel goed voor

Een goede voorbereiding… je kent de riedel verder wel. Toch kunnen we niet genoeg benadrukken hoe belangrijk het is dat je je van tevoren in de situatie, de medewerker zelf en de boodschap verdiept. Met wie ga je het gesprek voeren? Zijn er bijvoorbeeld omstandigheden in de privésituatie die zijn of haar slechte functioneren kunnen verklaren? Aan de hand daarvan kun je ook alvast de mogelijke reacties in kaart brengen en daar een passend antwoord op bedenken.

Grofweg kunnen we stellen dat je gesprek drie doelen heeft. Allereerst is daar de boodschap zelf, in de tweede plaats het opvangen van de emoties en als derde de acceptatie van het nieuws. Er is je immers alles aan gelegen dat de medewerker met je boodschap aan de slag gaat. Vat deze daarom eens samen in één enkele zin en voeg daar twee, maximaal drie argumenten aan toe. Houd deze informatie vast als leidraad tijdens het gesprek.

Neem de tijd…

Actie = reactie. Wanneer je kritiek geeft, dan zal de ander onherroepelijk ook zijn zegje willen doen. Logisch. Geef de medewerker in kwestie daarom even de tijd om op je boodschap te reageren. Raffel het gesprek niet af bij de koffieautomaat, maar kies een afgesloten ruimte zodat andere collega’s niet woord voor woord kunnen volgen wat er binnen wordt gezegd. Schakel de telefoon door en zet je mobiel op stil. Deze kwestie verdient je volledige aandacht. Plan het gesprek bij voorkeur in de namiddag. Dan kan de medewerker daarna meteen naar huis, het gesprek op zich laten inwerken en zich de volgende dag weer met frisse moed op kantoor melden.

…maar wees wel duidelijk

Was het al zaak om het gesprek niet eeuwig uit te stellen, wacht ook niet te lang met de boodschap zelf. Een verkoopgesprek begint dan misschien met koetjes en kalfjes, in dit geval kom je snel ter zake. Draai er niet omheen door eerst uitvoerig het weer te bespreken en daarna nog even naar de schoolprestaties van de kinderen te informeren. Wees duidelijk, leg je boodschap op tafel en vertel wat de argumenten zijn. Begin overigens nooit met de vraag: ‘Waarom denk je zelf dat je hier zit?’. Dat leidt in de praktijk zelden tot het antwoord dat je wenst te horen.

Bied ruimte voor emoties…

Kritiek ontvangen gaat niet zelden zonder emoties. Woede, ongeloof, ontkenning, verdriet; de meer ervaren manager heeft het allemaal al eens op zijn bordje gekregen. De ene medewerker zal veel heftiger reageren op de boodschap dan een ander. Neem die emoties in ieder geval serieus en geef de ander even de tijd om wat stoom af te blazen. Voorkom discussies. In deze fase van het gesprek gaat het om een luisterend oor, af en toe een vraag stellen en proberen het relaas van de ander samen te vatten.

…maar blijf wel de baas

Onthoud wel, jij bent de manager! Uiteraard heb je begrip voor de situatie waarin de medewerker zich bevindt. Toch dient hij in het belang van het bedrijf zijn gedrag of inzet te veranderen. Dat is en blijft de insteek. Wordt het eerste, begrijpelijke briesje van emotie een storm van ongenoegen richting uw eigen persoon, dan is het van belang om in te grijpen. Blijf zakelijk. Voorkom in zo’n situatie dat emoties een persoonlijke tint krijgen en richt je kritiek op het functioneren en niet op de mens.

Bespreek de oplossing…

Je boodschap is helder. Je hebt uitgelegd waarom. En er is voldoende tijd geweest om hierop te reageren. Hoog tijd om het vervolgtraject door te nemen. Welke oplossing heb je bedacht? Wat verwacht je van de medewerker? Dit biedt je tevens de kans om het gesprek met een positieve inslag te eindigen. Wees hierin niet te uitgebreid, maar beperk je tot een aantal simpele en helder geformuleerde verbeterpunten. Vraag of deze duidelijk zijn en maak direct een vervolgafspraak om de voortgang te bespreken.

…en vergeet de interne communicatie niet

Nu het gesprek met de persoon om wie het gaat is afgerond, dien je jezelf de vraag te stellen in welke mate andere collega’s over het gesprek geïnformeerd moeten worden. Dat is lang niet altijd nodig, maar kan in sommige gevallen wel wat onrust op de werkvloer wegnemen.

Bron: MT.nl

Video: Hoe constructief is piekeren?

Woelen in je bed, ijsberen door je living, afwezig door het raam staren… kan jij ook soms urenlang piekeren als er iets op je lever ligt? Wees dan blij, want piekeren heeft een doel. Prof. dr. Ernst Koster legt uit hoe je ervoor zorgt dat je niet aan dat piekeren ten onder gaat en bij hem, of een collega-psycholoog, terecht komt door een overdosis gepieker.

 

 

Bron: Universiteit van Vlaanderen

Waarom nee zeggen moeilijk is, en zo doe je het tóch

Veel mensen vinden het moeilijk om hun grenzen aan te geven en om ‘nee’ te zeggen. Tijdschrift Flow legt uit waarom dat zo is en geeft tips hoe je vaker nee kunt zeggen.


Volgens trainer Bert van Dijk en schrijver van het boek Waarom niet iedereen mij leuk hoeft te vinden doet iemand die altijd maar aardig gevonden wil worden zichzelf tekort. Hij zegt dat je niet genoeg voor je eigen belangen opkomt, anderen altijd maar voor laat gaan en je alles met een glimlach zegt waardoor de boodschap niet overkomt. “Op korte termijn kan het lekker voelen om je eigen belangen even aan de kapstok te hangen”, zegt Van Dijk. “Maar op de langere termijn levert het problemen op: je identificeert je namelijk met iets wat buiten jezelf ligt. En je doet ook anderen tekort, want die krijgen van jou geen dingen te zien en te horen waar ze misschien iets aan zouden kunnen hebben”, vult hij aan.

Accepteer jezelf
Veel gedrag ontstaat door aannames: dingen die je jezelf bent gaan wijsmaken. “Vaker nee zeggen begint vaak met inzien dat je bang bent om niet aardig gevonden te worden”, zegt arbeids- en organisatiepsycholoog Mieke Meulmeester. “Als je accepteert dat niet iedereen jou aardig kan vinden en jou ook niet aardig hóeft te vinden, kun je makkelijker voor jezelf kiezen. Dat wil niet zeggen dat je daarin berust, maar van daaruit kun je verder kijken: wat wil ik wel, hoe wil ik mij ontwikkelen en waar wil ik heen.”

Eerst nadenken
De ene nee is moeilijker dan de andere, maar wat ze met elkaar gemeen hebben is dat het een ‘nee’ is die je iets oplevert. Want: “Nee zeggen zorgt ervoor dat je dicht bij jezelf blijft,” zegt communicatiepsycholoog Susanne Piët. “Zo leer je jezelf beter kennen en heb je meer respect voor jezelf. Je leert om eerst na te denken over de inhoud van de vraag, en daardoor besef je beter wat je wilt. Uiteindelijk doe je zo minder dingen die je niet wilt: je denkt minder vaak dat je iets moet doen omdat het zo hoort of omdat het leuk zou moeten zijn.”

Eerlijk zijn
“We zijn als de dood dat de relatie tussen ons en de ander wordt verstoord als we een keertje nee zeggen”, vertelt hoogleraar sociale psychologie Roos Vonk. Maar iets vaker nee zeggen kan juist positief zijn, als je maar laat zien dat je betrokken bent bij de ander. Vonk: “Maak contact en wees gewoon eerlijk. Kijk de ander aan, zeg dat je het vreselijk jammer vindt dat je niet kunt helpen en vertel waar jij mee bezig bent. Dat is heel transparant en wekt begrip op.”

Bron: Nu.nl | Flow

E-learning: basiskennis niet-zichtbare beperking

Hoe herken je een niet-zichtbare beperking, zoals autisme, een licht verstandelijke beperking (LVB) of niet-aangeboren hersenletsel (NAH)? Waar kun je als begeleider rekening mee houden? SIGRA ontwikkelde samen met de Gemeente Amsterdam de gratis e-learning ‘Niet zichtbare beperkingen.’ De e-learning duurt slechts 30 minuten.

elearning-gehandicaptenzorg

In de e-learning staan vragen en video’s die je basiskennis vergroten. Zo leer je wat niet-zichtbare beperkingen zijn en hoe je hiermee in de communicatie rekening moet houden. Daarnaast ontvang je tips en extra informatiemateriaal over autisme, een licht verstandelijke beperking en niet-aangeboren hersenletsel.

Ga naar de e-learning

Beter omgaan met stress?

Ontdek je levensdoel met de Japanse trend ‘Ikigai’

Wat is de zin van het leven? Die vraag houdt filosofen al eeuwenlang bezig. Vandaag luidt het antwoord vooral: dat is de betekenis die je daar zélf aan geeft. Door bewust bezig te zijn met wat je leven de moeite waard maakt, kun je niet alleen jezelf verder ontwikkelen, maar verbeter je ook je zelfvertrouwen en je mentale veerkracht. Niet altijd even makkelijk, maar het Japanse concept ‘Ikigai’ kan helderheid brengen.

Letterlijk betekent Ikigai zoiets als ‘bestaansreden’, ‘bron die je leven waardevol maakt’. Volgens de Japanners komen daar twee belangrijke aspecten bij kijken: aan de ene kant komt je levensdoel voort uit persoonlijke passies en talenten, maar aan de andere kant staat dit nooit los van de wereld om je heen. Verdiep je dus af en toe eens in deze Ikigai-kwesties:

  • Staar je niet blind op doelen en verwezenlijkingen van vrienden, familie of buren, maar vraag je af: wat doe ik graag? Wat maakt mij gelukkig? Wat of wie geeft me energie? Maar ook: waar ben ik goed in? Passies en vaardigheden zijn twee verschillende dingen, al ze kunnen elkaar wel overlappen.
  • Om je ikigai te vinden, kijk je ook naar wat de wereld nodig heeft. Welke waarde kun jij creëren? Welke passies of skills kunnen iets betekenen voor mensen of een doel buiten jezelf? Dat kan een roeping of ideaal zijn, maar ook iets wat nuttig is in een bepaald beroep of op het werk. Zoek het niet per se te ver, de ‘wereld’ slaat evengoed op je partner, kinderen of collega’s.
  • Welke volgende stap kun je zetten in de richting van je ikigai? Probeer te denken aan een haalbare, concrete stap om een beetje dichter te komen bij je zinvolle doel.

Tips uit de moderne psychologie
In het ideale geval is je persoonlijke Ikigai een combinatie van een passie, vaardigheid, roeping en werk. Maar geen nood, als je dat levensdoel niet (meteen) vindt. Ook de moderne wetenschap heeft zich op het thema gestort en bevestigt dat wie zijn leven zinvol invult, tevredener is en beter kan omgaan met stress. Wat kan bijdragen tot die zingeving? De Oostenrijkse psychologe Tatjana Schnell (Universiteit Innsbruck) distilleerde 26 ‘bronnen van zingeving’ uit gesprekken die ze met 74 mensen hield. Zo vonden veel mensen het belangrijk om het gevoel te hebben dat ze ergens bij horen of een plaats in de wereld hebben. Ook het idee dat je een verschil maakt, werd vaak genoemd. Andere elementen die tot een zinvol leven kunnen bijdragen: sociaal engagement, zelfkennis, verbondenheid met de natuur, spiritualiteit, gezond verstand, creativiteit, uitdagingen, samenhorigheid, zorg, harmonie, plezier… Cruciaal daarbij, stelt Schnell nog, is dat je levensdoel niet rond één enkel element draait, maar bijvoorbeeld een combinatie is van een wij-gevoel met zelfontwikkeling én iets dat jezelf overstijgt.

Bron: hln.be

Krijg jij een burn-out van je baas?

Richt jouw baas zich op ontwikkeling en verbetering, of op resultaten? Bij werknemers met een resultaatgerichte leidinggevende, is de kans op een burn-out groter. Dat blijkt uit onderzoek van de UvA.

Maak je een fout tijdens werk? Niet erg, fouten maken hoort erbij, zegt de baas gericht op ontwikkeling en verbetering. Is je baas gericht op het resultaat, dan levert de fout veel stress op.

Om burn-outs te voorkomen, is het goed om kritisch naar het werkklimaat en de doelen van het management te kijken. Als daarin niets verandert, is er een grotere kans dat iemand weer een burn-out krijgt.

Hoe met deze kwestie om te gaan?

 

 

Bron: Intermediair

Hoe stimuleer ik werkplezier? 6 tips

Werkplezier levert veel op, zowel voor de werkende zelf als voor de werkgever. Werkplezier maakt productiever, vermindert het gevoel van werkdruk en zorgt voor een voldaan gevoel. Het blijkt dus een goede remedie tegen werkstress en burn-out. Medewerkers die plezier hebben in hun werk dragen ook bij aan een betere sfeer in het bedrijf en een hogere productiviteit.

Beeld Hoe stimuleer ik werkplezier? 6 tips

1. Ken uw medewerkers

Iedereen heeft energiegevers en energievreters. Een goede balans tussen die twee zorgt voor meer werkplezier. Ga dus in gesprek over ieders energiegevers en energievreters. Door herschikking en afwisseling van taken blijft voor iedereen het werkplezier op peil.

2. Herken signalen

Frequent kort verzuim, vermoeidheid, kortaf reageren of privé problemen zijn vaak de eerste signalen van werkstress. Het is van belang om vroegtijdig de persoonlijke en werkgerelateerde risico’s in kaart te brengen. Dit kan door het aanbieden van een Preventief Medisch Onderzoek. Beperkte investering, groot resultaat.

3. Geef aandacht

Medewerkers willen zich gehoord en begrepen voelen. Dit versterkt het gevoel dat waar zij mee bezig zijn ertoe doet en dat er aandacht en begrip is voor omstandigheden in het werk en privé. Dus blijf in gesprek. Vraag hoe het gaat, laat iemand zijn verhaal doen en luister goed.

4. Plezier maak je samen

Zorg voor voldoende pauzes en ontspanning. Dan hebben medewerkers meer veerkracht en kunnen beter tegen een stootje. Dat kan door regelmatig samen successen en behaalde resultaten te vieren. Zo leert men elkaar op een andere manier kennen en dat draagt bij aan de samenwerking en de ontspanning van uw medewerkers.

5. Zorg voor voldoende energiebronnen

De eerste reflex op werkstress is vaak het verlagen van de werkdruk. Toch is dat meestal niet het goede antwoord. Om stress op het werk te verminderen, is het juist van belang dat de werknemer energiebronnen benut. Het gaat dan bijvoorbeeld om het inschakelen van collega’s voor ondersteuning of efficiënt werken. Zo kan iemand zichzelf beschermen tegen psychische klachten en beter omgaan met werkbelasting en stress op het werk.

6. Bied hulp

Medewerkers die niet lekker in hun vel zitten en om wat voor reden dan ook teveel stress ervaren, hebben vaak het idee dat ze er alleen voor staan. Collega’s en leidinggevende kunnen steun bieden, maar er is ook scala aan interventies van professionals beschikbaar. Van individuele coaching tot trainingen omgaan met werkdruk.

Waarom zitten zoveel millennials met een burn-out thuis?

Het lijkt wel een epidemie. Er zitten zo veel jonge mensen thuis met een burn-out, dat eigenlijk iedereen tussen de 20 en 30 wel iemand kent die er last van heeft. Het is dus tijd om dit verschijnsel grondig onder de loep te nemen. Thijs Launspach vertelt je in dit college niet alleen waarom zo veel jonge mensen uitvallen, maar legt ook uit wat we daaraan kunnen doen.

 

Dr. Thijs Launspach is als psycholoog verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, waar hij Millennials onder de loep legt, oftewel de oudere jongeren van nu, met al hun kansen en valkuilen.

 

De 5 valkuilen van zelfsturing ‘light’

Met de hele organisatie in een keer op zelforganisatie overstappen is vaak een te grote stap. De geleidelijke aanpak houdt echter ook gevaren in zich. Waar moet je op letten?

Met een big bang op zelfsturing overstappen is riskant. Wil je het goed doen, dan moet de organisatie flink op de schop: taken over de teams verdeeld, ondersteunende diensten zoals HR en planning opnieuw ingericht, managers van functie veranderd of ontslagen. Maar hoe weet je zeker dat alle verantwoordelijkheden in de nieuwe situatie worden opgepakt? Dat er genoeg afstemming en coördinatie is om de continuïteit van de productie te garanderen? Als het tegenvalt kan de organisatie niet eenvoudig even worden ‘terugveranderd’.

Pionierende teams
Veel organisaties gaan daarom stapsgewijs te werk. Bepaalde verantwoordelijkheden worden bijvoorbeeld op teams overgedragen. Bij gebleken succes kan de autonomie van de teams worden uitgebreid. Soms krijgen enkele teams een zelfsturende status, terwijl de rest ‘gewoon’ blijft. De ervaringen van de pionierende teams kan worden gebruikt om andere teams soepel op nieuw organiseren over te laten stappen.

Een duaal systeem
Dit soort groeimodellen roept echter ook een aantal lastige vragen op. Verantwoordelijkheden ‘half’ aan een team geven, werkt niet. Verantwoordelijkheden worden meestal pas opgepakt als mensen zich ook helemaal verantwoordelijk vóelen. Autonomie veronderstelt niet alleen de vrijheid om bepaalde taken op te pakken, maar ook voldoende ondersteuning om dat effectief te kunnen doen. Daarmee kan een duaal systeem ontstaan: administraties moeten bijvoorbeeld worden gesplitst. Het ene team valt onder het bedrijfsbeleid voor de aanschaf van kantoormeubilair, het andere (autonome) team mag over zijn eigen middelen beschikken, en dus zelf weten met welke stoelen en tafels het werk wordt gedaan. Behalve scheve ogen binnen de organisatie kan dat veel administratieve rompslomp geven.

Geleidelijk overstappen op zelfsturing

Waar moet je op letten als je de organisatie soepel richting zelforganisatie wilt laten bewegen? 5 tips.

 

  1. Gooi het open

    ‘Waar je hoe dan ook mee moet beginnen is met je mensen gaan praten’, zegt Ben Kuiken. Kuiken is oprichter van platform Nieuworganiseren.nu en auteur van onder meer Eerste hulp bij nieuw organiseren. ‘Wat je precies niet moet doen is zelforganisatie van boven opleggen’, zegt hij. ‘De essentie van nieuw organiseren is immers dat je het samen doet.’ Ook als je kiest voor een gedeeltelijke invoering kan dat prima bespreekbaar worden gemaakt met zowel de medewerkers die zelfsturend gaan werken als de ‘achterblijvers’.

    Kuiken raadt organisaties aan een werkconferentie te beleggen. Kuiken: ‘De eerste vraag daarbij is: wat is de zin van wat we aan het doen zijn? Wat drijft ons? Waar willen we naartoe?’ Als je je doel duidelijk voor ogen hebt, ontstaat richting voor het bedrijf. Je weet wat je nodig hebt en kunt de organisatievorm om de gewenste koers heen bouwen. Kuiken: ‘Zelforganisatie is niet alleen maar positief voor de medewerkers. Ze moeten meer dan voorheen bereid zijn om verantwoordelijkheden op te pakken en energie te steken in coördinatie en afstemming. Hoe los je dat met ze op? Als je het eens bent over de richting die je samen uit wilt, ontstaat voldoende betrokkenheid om het veranderproces aan te kunnen.’

  2. Maak een stappenplan

    Bij een herverdeling van de bevoegdheden kan een stappenplan veel houvast geven, aldus Saskia Reijnen. Reijnen coacht medezeggenschapsraden en is auteur van onder meer Invloed op zelfsturing. De verwachtingen ten aanzien van de bevoegdheden zijn een cruciale factor in dit soort processen, aldus Reijnen. ‘Bij zelfsturing wordt vaak gepraat over het nemen van verantwoordelijkheid. Maar het gaat in de eerste plaats om de zeggenschap. Je moet weten wat je mag en kunt, en hoe je daarbij wordt ondersteund.’

    Kuiken raadt organisaties aan een werkconferentie te beleggen. Kuiken: ‘De eerste vraag daarbij is: wat is de zin van wat we aan het doen zijn? Wat drijft ons? Waar willen we naartoe?’ Als je je doel duidelijk voor ogen hebt, ontstaat richting voor het bedrijf. Je weet wat je nodig hebt en kunt de organisatievorm om de gewenste koers heen bouwen. Kuiken: ‘Zelforganisatie is niet alleen maar positief voor de medewerkers. Ze moeten meer dan voorheen bereid zijn om verantwoordelijkheden op te pakken en energie te steken in coördinatie en afstemming. Hoe los je dat met ze op? Als je het eens bent over de richting die je samen uit wilt, ontstaat voldoende betrokkenheid om het veranderproces aan te kunnen.’

  3. Gebruik agile

    Vaak worden de eerste stappen op het gebied van zelfsturing in de vorm van een pilot gegoten, maar: ‘Meestal zien we dat een prototype beter werkt dan een pilot’, zegt Agaath Hermsen, organisatieadviseur bij Rijnconsult. Hermsen is regelmatig betrokken bij initiatieven op het gebied van zelforganisatie.

    ‘Prototype’ wil zeggen dat de nieuwe organisatievorm stapsgewijs wordt ontdekt, naar analogie met de agile-gedachte zoals bekend van ict-projecten. De verandering wordt opgedeeld in overzichtelijke onderdelen, waarvan de resultaten regelmatig worden teruggekoppeld. Hermsen: ‘Een nadeel van de pilot is dat de eerste resultaten soms tegenvallen, waarna een streep door het hele project wordt gehaald. Met prototyping kun je het onderweg nog bijstellen.’

  4. Zorg voor sturingsinformatie

    ‘Een van de dingen die nog wel eens wordt vergeten, is voldoende sturingsinformatie’, zegt Hermsen. Het imago van zelfsturing is dat teams vrijheden krijgen en dat allerlei regels en kaders worden losgelaten. Hermsen: ‘Maar des te belangrijker is het om vanuit goede sturingsinformatie te werken.’ Het management is niet anders gewend dan dat het zichzelf voorziet van voldoende informatie om de effectiviteit van maatregelen te meten.

    Bij de invoering van zelforganisatie kan het lastig zijn om gegevens zoals budgetten, kosten en klanttevredenheidscijfers naar de betrokken teams uit te splitsen. Hermsen: ‘Toch is het belangrijk om daar voldoende aandacht aan te besteden. De teams moeten genoeg informatie hebben om te weten wat wel en niet goed gaat. Anders kunnen ze zich niet verbeteren.’

  5. Communiceer de intentie

    Hermsen: ‘Experimenten met zelforganisatie lopen vaak mis op weerstand bij de medewerkers. Zij voelen het feilloos aan als het management eigenlijk vooral een kostenbesparing voor ogen heeft.’ Het management moet helder communiceren wat het met de verandering beoogt. ‘Als het om een kostenbesparing gaat’, zegt Hermen, ‘moet je daar eerlijk over zijn.’ Maar ook als het doel is om de klanten beter te bedienen, moet die intentie bij iedereen helder voor ogen staan.

    Met zijn eigen gedrag, bijvoorbeeld door medewerkers die een fout maken niet meteen af te branden, kan het management zijn intenties onderstrepen. Hermsen: ‘Zelforganisatie veronderstelt onderling vertrouwen om naar de nieuwe verdeling van taken en bevoegdheden toe te kunnen groeien. Dat vertrouwen krijg je alleen door open te zijn.’

Bron: Tijdschrift voor Ontwikkeling in organisaties

Werknemers met autisme steeds meer in trek

4157255-achtergrond-van-computer-technologie-met-binaire-gegevens-lekken-en-laptop

Een stijgend aantal bedrijven toont interesse in het vinden van werknemers met autisme.

Opvallend, want recente cijfers wijzen uit dat mensen met een handicap twee keer zoveel risico lopen om werkeloos te raken. Zo is te lezen in een bericht van The Daily Beast.

Vooral in de tech-industrie wordt de laatste jaren specifiek gezocht naar mogelijk werknemers die lijden aan een vorm van autisme. Bedrijven zoals Microsoft en Vodafone zijn actief bezig met de integratie van deze groep mensen binnen hun bestaande personeelsbestand.

Julia Bascom, woordvoerder van een belangenorganisatie, is positief gestemd over deze ontwikkeling. “Het laat niet alleen de welwillendheid zien van zulke vooraanstaande bedrijven maar, misschien nog wel belangrijker, dat het ook van toegevoegde waarde kan zijn om deze persoon aan te nemen om zijn of haar specifieke kwaliteiten”.

Zo werkt Microsoft bijvoorbeeld samen met een Deens recruitment-bedrijf, gespecialiseerd in het vervullen van vacatures waar een vorm van autisme een voordeel kan zijn. “Het is simpel, Microsoft is als merk sterker wanneer er een gezonde diversiteit in de werkcultuur heerst. Er is een heel spectrum aan autisme, iedereen is weer anders, maar elke individu levert iets unieks. Sommigen hebben de capaciteit om enorm veel data te onthouden, anderen excelleren in wiskunde of codering”.

zie ook De 11 grootste voordelen van mensen met autisme op het werk 

Bron: metronieuws.nl 

Scholing door professionals. Klantgericht, deskundig maatwerk. Training en Coaching Bureau, Croan Consult.