Alle berichten van Joris de Heer

Ervaringsdeskundige Evi aan het woord: kracht en kwetsbaarheid

Er zijn boeken over geschreven, onderzoeken naar gedaan en lezingen in gegeven. Tevens is het een veel gebruikte zin in de herstelvisie; ‘de kracht van kwetsbaarheid’. Evi zet als ervaringsdeskundige haar persoonlijke herstelervaringen in binnen trainingen. Dit noemt men ook wel eens: ‘werken met je kwetsbaarheid’. Evi: “Alleen is kwetsbaarheid niet iets wat als krachtig wordt gezien in een samenleving waarin presteren hoog in het vaandel staat. Dus wat is er nu eigenlijk zo krachtig aan het werken met kwetsbaarheid?

Een deel van deze kwetsbaarheid beschrijf ik als mijn kwetsuren die ik in de loop van mijn leven heb opgelopen, in combinatie met de gevoeligheid die aangeboren is, wat maakt hoe ik omga met datgene wat ik meemaak.

Ervaringsdeskundige Evi

Zonder diep in te gaan op diagnoses of specifieke ervaringen, kan ik zeggen dat mijn kwetsbaarheid onder ander in mijn manier van denken en voelen zit. En mijn grootste kracht is dat ik in staat ben te onderscheiden waar dit denken en voelen vandaan komt, zodat mijn handelen een keuzeoptie geworden is. Dit is hard werken en vraagt heel bewust leven, iedere dag weer. Binnen trainingen werk ik voornamelijk met hulpverleners, die ik inzicht kan geven in dit denken, voelen en handelen. Dit ter ondersteuning van de mensen met wie zij werken. Ik noem dit ook wel ‘een kijkje onder de motorkap geven.’ Deze motorkap opentrekken en vertellen over mijn binnenwereld voelt kwetsbaar. Iedere keer weer. Dit is krachtig, maar in wat het op kan leveren zit de werkelijke kracht van werken met kwetsbaarheid.

Kwetsbaar zijn hoort bij ons menszijn, toch wordt het vaak bestempeld als zwak, fragile en breekbaar.

Binnen de training en mijn gehele werk als ervaringsdeskundige, maar eigenlijk ook in mijn persoonlijke leven, heb ik gemerkt wat er bij de ander gebeurt wanneer ik me kwetsbaar openstel. Wanneer ik vertel over de dingen waar ik moeite mee ervaar. Dit levert op dat de ander ruimte en veiligheid ervaart hetzelfde te doen. Ongeacht rol of functie. Wanneer de deelnemers in een training dusdanige veiligheid ervaren, daardoor openhartige vragen stellen en zichzelf kwetsbaar open stellen, komt de werkelijke kracht van kwetsbaarheid op tafel. Er ontstaat een klimaat van veiligheid, delen, herkennen, en willen leren. Goed en fout gaat eraf. We zijn namelijk mens. Kwetsbaar zijn hoort bij ons menszijn, toch wordt het vaak bestempeld als zwak, fragile, breekbaar. De onderliggende boodschap in onze taal liegt er niet om. Dit versterkt dat we (onbewust) maar één deel van onszelf laten zien. En daarmee een ander deel van onszelf en de ander ontkennen. Wanneer we elkaar als mens durven te benaderen, is kwetsbaarheid de plek waar we elkaar kunnen ontmoeten. Waarin alle delen er mogen zijn, we in veiligheid kunnen ontdekken, leren, vallen en opstaan. Met al wat we heel goed kunnen, een beetje kunnen, nog niet kunnen of gewoonweg helemaal niet kunnen. Persoonlijk denk ik dat er niets krachtiger is dan dat!”

Wanneer we elkaar als mens durven te benaderen, is kwetsbaarheid de plek waar we elkaar kunnen ontmoeten.

Evi

 

Evi werkt als ervaringsdeskundige voor Croan Consult op de thema’s: verslaving en suicidepreventie.

Naar agressie hoef je niet te luisteren… Toch?!

E-learning Agressie en emotie

Er komt iemand met een klacht bij je. Hij is teleurgesteld en baalt. Ook heeft hij kritiek op de regels. Voor je gevoel reageert hij dit op jou af. Zijn toon bevalt je niet. Dit terwijl jij al zo duidelijk, en zelfs meermalen, hebt uitgelegd wat de regels zijn in dergelijke situaties. Je merkt dat hij zijn stem begint te verheffen en zelf voel je je verontwaardiging toenemen. Jullie komen in een agressie spiraal terecht waarbij de spanning verder oploopt. De ander begint jou nu te beledigen en je kan nog net op tijd je (scheld)woorden inslikken. Nu slaat hij op de tafel, gooit een stoel jouw richting op en stormt de ruimte uit.

Was dit te voorkomen?

Wat is agressie?

Wanneer deelnemers in een agressietraining nadenken over wat agressie is, komen er veel uiteenlopende reacties. Schelden. Aanraken. Dreigend kijken. Verbaal dreigen. Stem verheffen. Over het algemeen wordt agressie sneller gelinkt aan geweld, dan aan een mogelijk positievere betekenis. Het te begrijpen wat er bij de ander gebeurt is het verschil van belang. Het woord agressie stamt oorspronkelijk af van het Latijnse woord aggressus: ergens gericht op af gaan. Veelal wordt ‘agressie’ ingezet om iets voor elkaar te krijgen, als bescherming of overlevingsmechanisme. Of te wel: het heeft een functie.

Wat de een agressie noemt, hoeft voor de ander nog geen agressie te zijn. Hier speelt duidelijk een persoonlijke grens mee. Deze verschilt veelal van de grens die het bedrijf, aan agressie stelt. Het effect is dat er (vaak binnen het team) wisselend met agressie wordt omgegaan. Dit geeft onduidelijkheid bij de ander en werkt ‘shopgedrag’ in de hand: wat ze bij de ene medewerker niet voor elkaar krijgen proberen ze bij de ander. Om deze reden is het belangrijk met elkaar een professionele grens af te spreken.

Verschillende vormen van agressie

Aangezien mensen verschillend reageren is het handig om de verschillende soorten van agressie onder te verdelen. Dit wordt gedaan in het ABCD-model. Dit model is ontwikkeld door de politie Amsterdam. Ze merkten daar dat er een groot verschil was in efficiëntie bij de afhandeling van conflicten tussen verschillende units. Zo kreeg de ene unit een hele straat over de kop met een hoop papierwerk erbij en was een andere unit binnen twintig minuten weer terug op het bureau en was het klaar. Na onderzoek bleek dat de eerste unit zich op de inhoud ging bemoeien en de tweede meer op het gevoel ging zitten. De laatstgenoemde kon de emoties eruit halen waarmee ze het voor elkaar kregen dat situaties minder snel uit de hand liepen.

Grofweg maakt het ABCD-model onderscheid tussen emotie (A/B-gedrag) en agressie (C/D-gedrag). Emotie is te herkennen aan reacties die gericht zijn op: zichzelf (A) of de organisatie (B). Het gaat hierbij om: ‘klagen’/ ‘zeuren’ over de eigen situatie of het beleid en de regels van de organisatie. We gaan ervan uit dat emotie er mag zijn. Iedereen is immers weleens teleurgesteld. Vaak labelen, en behandelen we dit echter als agressie.

Bij agressie gaat het verder. C-gedrag richt zich op de persoon. Hierbij kan je denken aan schelden of persoonlijk worden. Bij D-gedrag gaat het om dreigen of toepassen van geweld.

In het voorbeeld aan het begin zie je de opwaartse agressie spiraal. In eerste instantie is de ander teleurgesteld (A-gedrag) en geeft kritiek op de regels van de organisatie (B-gedrag). Vervolgens loopt dit op naar beledigen (C-gedrag) en het, gericht, gooien met stoelen (D-gedrag).

Omgaan met emotie

Ben je zelf weleens boos en teleurgesteld? Vraag jezelf eens af wat je in zo’n situatie zelf van de ander verwacht. Was de reactie in het voorbeeld te voorkomen?

De valkuil in het voorbeeld is om direct naar de inhoud te gaan, bijvoorbeeld door de regels uit te leggen. Het effect is dat mensen in communicatie opschalen, of letterlijk harder gaan praten, met als doel dat jij ze hoort. Dit zorgt voor onbegrip, aan beide kanten, en vergroot de kans op escalatie. Om deze te verkleinen helpt het om aan het begin aan te sluiten en te luisteren naar de ander. Belangrijk is begrip te tonen voor de situatie en de beleving van de ander: meeveren. Vaak wordt deze stap overgeslagen of onvoldoende effectief ingezet.

Hoe zou jij het doen?

Leren doe je van én met elkaar. Daarom zijn we ook erg benieuwd naar jouw ervaringen. Welke verschillende vormen van emotie en agressie kom je tegen? Hoe ga je daar mee om? Welke tips zou jij willen delen?

Wil je meer leren over hoe jij of je team met agressie om kunt gaan? We komen graag met je in contact om mee te denken. Neem vrijblijvend contact op.

Werkende Nederlander gaat in 2020 extra in zichzelf investeren

Bijna vier op de tien werkende Nederlanders wil in 2020 een cursus, training of opleiding volgen. Dat blijkt uit het grote nieuwjaarsonderzoek van BeFrank. Verder ambieert bijna een kwart van de werkende Nederlanders het komende jaar een betere balans tussen werk en privé.

Opvallend is ook dat een vijfde van de ondervraagden van plan is gezonder te leven op het werk. Dit voornemen weegt zelfs iets zwaarder dan het krijgen van een salarisverhoging.

Het valt op dat het volgen van een cursus, training of opleiding niet bij een goed voornemen blijft. Ruim 80 procent acht de kans hoog tot zeer hoog dat ze hun voornemen voor 2020 ook feitelijk omzetten in nieuwe kennis en vaardigheden. “Dat ook dit jaar uit het onderzoek blijkt dat werknemers hun positie willen verstevigen met een cursus of training, is een goed teken. We worden steeds ouder en de AOW-leeftijd stijgt. Wij stimuleren mensen om fit met pensioen te gaan. ‘Een leven lang leren’ draagt daar aan bij,” aldus commercieel directeur Jan Hein Rhebergen. “Het is goed om te zien dat mensen ervaren dat hun werk extra interessant wordt en nieuwe carrièrekansen dichterbij komen wanneer u uzelf blijft ontwikkelen.”
Meer dan een kwart kiest voor een opleiding via het werk. Ruim een tiende wil in extra kennis en vaardigheden investeren buiten het werk om. Mannen en vrouwen hebben in gelijke verhouding dit voornemen. Anders ligt dat bij de wens promotie te maken. Daarbij gaat 15,3 procent van de mannen voor een upgrade, tegen 9,4 procent van de vrouwen. Vrouwen scoren daarentegen net iets hoger dan mannen wat betreft wensen op het sociale vlak.

Trends
Verdere flexibilisering van de arbeidsmarkt staat nog steeds hoog op de agenda in 2020. Idem een betere balans tussen werk en privé. BeFrank bracht in kaart hoe werkend Nederland zijn carrière in 2020 ziet. Gezonder leven op het werk (twintig procent), minder overwerken (14,7 procent), vaker leuke dingen ondernemen met collega’s (veertien procent) en een nieuwe baan vinden (8,3 procent) zijn wensen voor 2020. Was vorig jaar nog elf procent van plan meerdere banen te combineren, voor 2020 is dat gezakt naar 5,4 procent.

Thuiswerken
Ruim een derde van de ondervraagden (34,1 procent) werkte in 2019 deels thuis en wil dat ook in 2020 blijven doen. Tegenover 47,6 procent die daar niet over piekert. De overige 15,8 procent werkt nog niet thuis, maar zou dat wel heel graag willen. Binnen de groep van huishoudens met (tiener-)kinderen, werkt maar liefst 47,1 procent deels thuis en wil dat ook zo houden in 2020. Ter vergelijking: bij éénpersoonshuishoudens werkt slechts 27 procent deels thuis. Echter, bij die groep leeft de wens dat in 2020 te veranderen het sterkst: 19,5 procent zou volgend jaar meerdere uren thuis willen werken. Ingezoomd op het opleidingsniveau werkt bijna de helft (49,4 procent) van de hoogopgeleiden deels thuis tegen 16,8 procent van de laagopgeleiden. In hoeverre de werkzaamheden alleen op het werk kunnen worden uitgevoerd is niet gespecificeerd.

Vrijwilligerswerk
Miljoenen mensen in Nederland zijn actief als vrijwilliger. Op scholen, sportvelden, voor een religieuze instelling of in de eigen buurt. Zonder vrijwilligers zou Nederland piepend en krakend tot stilstand komen. Het nieuwjaarsonderzoek toont opnieuw aan dat massa’s mensen zich inzetten voor een ander. Bijna een kwart (23,1 procent) doet al vrijwilligerswerk na werktijd en wil dat in 2020 voortzetten. Zij kunnen zich hopelijk verheugen op extra versterking, want 14,5 procent van de geënquêteerden zou graag in 2020 met vrijwilligerswerk starten.

Werk en pensioen
Minder dan een vijfde van de werknemers weet precies hoeveel hij of zij te besteden heeft na pensionering. Terwijl bijna een derde van hen geen flauw benul heeft hoe de financiën er dan uitzien. Gekeken naar de leeftijd hebben vooral de jongste werknemers geen idee van hun pensioensituatie (72 procent) terwijl van de 60-plussers slechts 22,7 procent niet weet hoe ze er voorstaat.

Duurzaam ondernemen
Werknemers zijn voorstander van duurzaam ondernemen, zowel op sociaal, economisch als ecologisch gebied. De meerderheid (53,6 procent) vindt het belangrijk dat hun organisatie duurzaam is. Tegelijkertijd zegt nog altijd 21 procent daar geen waarde aan te hechten. En niet alleen millennials. Uit dit onderzoek blijkt zelfs dat 50-plussers iets meer belangstelling hebben (57,5 procent) dan jongeren (49,4 procent) voor duurzaam ondernemen. Opmerkelijk is het hoge percentage dat antwoordt met ‘weet niet/geen mening’ zodra er ingezoomd wordt. Op de vraag: ‘Onze organisatie gaat in 2020 duurzame toepassingen doorvoeren, geeft 45 procent aan het niet te weten/geen mening te hebben. Bij geen enkele andere vraag was de score zo hoog. “Ons valt op dat bedrijven steeds bewuster omgaan met duurzaamheid. Ook tijdens gesprekken over de pensioenregeling is het steeds vaker een thema. Door de pensioengelden steeds duurzamer te beleggen bijvoorbeeld. En door de resterende CO2-uitstoot te compenseren. Zo dragen we een beetje bij aan een duurzame toekomst,” aldus Rhebergen.

Economie
Wat betreft de economie is een minderheid positief gestemd. Slechts 12,3 procent denkt dat 2020 een nog beter jaar wordt. Onder 60-plussers is deze verwachting het laagst: een derde rekent niet op verbetering voor 2020. Mannen zijn hierbij positiever gestemd dan vrouwen. Wat ook opvalt is dat maar liefst zeventien procent zegt zeker te weten dat hun koopkracht stijgt, terwijl slechts 12,3 procent zeker weet dat de economie verder groeit. Kennelijk is men positiever gestemd over de eigen situatie dan de situatie als geheel. Het zijn de werknemers in de leeftijd 30-39 die zeker op een koopkrachtstijging rekenen. Onder 60-plussers houdt slechts elf procent rekening met extra koopkracht in 2020.
“Ik ben blij met de uitkomsten van dit onderzoek. De verschuivingen zijn vergeleken met vorig jaar gering,” aldus Rhebergen, “maar als u vijf jaar terugkijkt, dan zijn de verschillen enorm. Flexibeler werken, aandacht voor gezondheid en voor elkaar en voor duurzaamheid komen steeds hoger op de agenda te staan. Ontwikkelingen die we alleen maar kunnen toejuichen en waarmee we het jaar 2020 met veel enthousiasme tegemoet treden.”

Bron: managersonline

Inspiratie opdoen? 

Croan heeft tal van interessante e-learnings en praktijktrainingen. Meer informatie? We kijken graag met je verder welke stappen jij kan zetten.

 

Time Management & Personal Organization

On Tuesdays 4th and 18th of July the course Time Management & Personal Organization was given to ENTER employees.

ENTER

For this course, the main audience was people who wanted to gain insights on methods and tools to be able to plan tasks and stick to it.

We ended up with a nice diverse group of colleagues working with various clients. This spread of experience and backgrounds always leads to interesting discussions because the entire group gets a broader perspective on various working environments. To be honest, it was quite a talkative group. Especially during the second/last session, Suzan (the consultant providing the course) had to skip at least one exercise to be able to finish on time (reduce scope to meet deadlines -> also big part of time management).

The course was divided in two sessions. The first one started with a introduction and explanation of the two evenings (including a “Get to know Bingo”. A Candan board was used by Suzan to provide a “ToDo, Doing and Done” overview during the course.

A number of slides and some theory later, the first exercise started. For this, we used Lego blocks to grade one’s activities on an average day on importance.

This was a nice introduction to a main message of the course; Time management is very closely related to one’s values. In almost all professions, priorities need to be selected. One’s values have a huge impact on that priority setting, which overall drives one’s planning.

After some more exercises and theory about values, we arrived at the subject “Planning” and categorizing tasks. An exercise followed about planning and the priority matrix.

The second evening for the Time management course was in general more focused on tools and evaluation of one’s own behavior. One exercise that was really interesting and fun was one where you would need to choose which character profile suited the most (e.g. procrastinator, grasshopper, perfectionist, doubter etc. etc.). This followed by a list of questions about that profile that were discussed with the entire group. This led to a lot of fun in the group due to excessive stereotyping based on the chosen profiles.

Next up we discussed how to use the available energy most efficiently and how to deal with procrastination. Some interesting discussion arose about the use of energy, which made it more clear that there is no “one size fits all” solution to time management. It is very much related to one’s character, values and preferences.

“Closure”: Doing -> Done

Je ideeën presenteren

Stel je voor dat je over een jaar op een podium staat. Misschien op het werk, of tijdens een TEDtalk of iets anders. Je presentatie is heel goed verlopen en je ontvangt veel positieve feedback van mensen in het publiek. Hoe zou dat voelen? Opgelucht? Gelukkig? Succesvol?

Om dit te bereiken, kan de cursus ‘Presenteren van je ideeën’ je helpen aan je presentatievaardigheden te werken en je in staat stellen om een ​​geweldige presentatie te geven. Onlangs vond de cursus plaats. Dit keer met een kleine groep van slechts vijf deelnemers. Dit bleek een groot voordeel, want dit zorgde voor voldoende tijd voor persoonlijke aandacht.

De eerste avond was gevuld met oefeningen en theorie, elkaar afwisselend. Deze varieerden van verschillende benaderingen tot presenteren tot het leveren van een presentatie ter plaatse bij enkele dia’s die door de trainer werden meegebracht. De hele avond werd afgewisseld met momenten om persoonlijke doelen te bereiken, terwijl de trainer de deelnemers uitdaagde om deze doelen voor zichzelf te vinden. De theorie die de trainer door nam was interessant. Het werd op een to-the-point manier uitgelegd, met voorbeelden waar nodig.

Op de tweede avond werd de projector helemaal niet gebruikt. In plaats daarvan was een acteur aanwezig en had elk van de deelnemers een presentatie voorbereid om de theorie vanaf de eerste avond mee te oefenen. Na enkele opwarmoefeningen kreeg elke deelnemer de beurt om hun presentatie te geven. De presentator had de gelegenheid om de acteur (evenals de rest van het publiek) te vertellen wat voor soort publiek ze moesten nabootsen, waardoor elke deelnemer echt aan zijn persoonlijke doelen kon werken. Na elke presentatie werd feedback gegeven, meestal op basis van de persoonlijke doelen die eerder werden gedeeld.

De training was erg interessant en had ik veel take-aways van deze cursus. Ik zou deze training zeker aanbevelen aan al mijn ENTER collega’s!

Manufacturing Engineer @ Philips Healthcare

Meer informatie
Vul voor meer informatie over de training ‘presenteer je ideeën’ of het aanvragen van een vrijblijvende offerte het contactformulier op deze pagina in, of bel 040-3685068.

 

Vertaald uit het Engels. Originele tekst:

Presenting your ideas

Imagine yourself on a stage one year from now. Maybe at work, or doing a TEDtalk, or anything else. Your presentation went really well, and you receive a lot of positive feedback from people in the audience. How would that feel? Relieved? Happy? Successful?

To achieve this, the course Presenting Your Ideas can help you work on your presenting skills and enable you to give a killer presentation. Recently the course took place, and this time with a small group of only five participants. This turned out to be a big advantage, as this ensured plenty of time for personal attention.

The first night was filled with exercises and theory, alternating each other. These varied from different approaches to presenting to delivering an on the spot presentation accompanying some slides that were brought by the trainer. The entire night was interspersed with moments to address personal goals, as the trainer challenged the participants to find these goals for themselves. The theory that the trainer went over was interesting. It was explained in a to-the-point manner, with examples where needed.

On the second night, the projector was not used at all. Instead, an actor was present and each of the participants had prepared a presentation to practice the theory from the first night with. After some warm-up exercises, each participant got a turn to give their presentation. The presenter had the opportunity to tell the actor (as well as the rest of the audience) what kind of audience they had to impersonate, which really allowed each participant to work on their personal goals. Feedback was given after each presentation, mostly based on the personal goals that were shared earlier.

Overall, the training was very interesting and I had plenty of take-aways from this course. I would definitely recommend this training to all my ENTER colleagues!

Manufacturing Engineer @ Philips Healthcare

ENTER

Sociaal werker ziet en bespreekt problematisch drinken eerder

 

Wijkteammedewerkers spreken sneller met cliënten als ze vermoeden dat er sprake is van problematisch alcoholgebruik. Een recente inventarisatie laat zien dat het nu beter gaat met de preventie en signalering van alcoholproblematiek.

In 2015 vonden sociaal werkers – in het bijzonder wijkteammedewerkers – het nog een stuk lastiger om problematisch alcoholgebruik bespreekbaar te maken bij hun cliënten. Structurele samenwerking met de verslavingszorg kwam nauwelijks van de grond. Nu zien we dat het beter gaat. Sociaal werkers brengen alcoholgebruik ter sprake, zijn deskundiger op het gebied van problematisch alcoholgebruik en werken actief samen met professionals in de verslavingszorg. Dit blijkt uit de resultaten van onze online enquête die zijn gepubliceerd in het Vakblad Sociaal Werk. In totaal hebben 236 sociaal werkers de enquête ingevuld.

Alcoholgebruik vaak bespreekbaar  

Sociaal werkers die individueel met cliënten of in gezinnen werken, brengen alcoholgebruik vaak ter sprake. 35% doet dit bij (bijna) iedereen, 24% bij meer dan de helft, en 26% bij minder dan de helft van de cliënten. Slechts 16% bespreekt het bij (vrijwel) niemand. Driekwart van de sociaal werkers (74%) brengt het onderwerp ter sprake als hun cliënten problemen hebben die kunnen samenhangen met alcoholmisbruik, zoals schuld, geweld of overlast. Ook signalen van problematisch alcoholgebruik, zoals een alcoholgeur of dronkenschap, zijn aanleiding om te vragen naar het alcoholgebruik van de cliënt. 67% van de sociaal werkers doet dit. Sociaal werkers wegen goed af hoe, en of, ze ernaar vragen. Zeker als er een vertrouwensband is met een cliënt.

Knelpunten en aanbevelingen

De sociaal werkers kaartten een aantal knelpunten aan. Ze zien dat cliënten het vaak lastig vinden om het probleem te erkennen en dat het vertrouwen in de verslavingszorg laag is (door lange wachttijden, weinig aandacht voor mentale problemen en zingeving en weinig nazorg). Sociaal werkers vinden het normaal om naar het alcoholgebruik van hun cliënten te vragen, maar soms schieten de kennis en vaardigheid tekort en loopt de samenwerking met de verslavingszorg nog niet optimaal. De onderzoekers pleiten er daarom voor om verder te investeren in structurele samenwerking met de verslavingszorg en om deskundigheidsbevordering op dit thema een vast onderdeel te maken van scholingstrajecten voor sociaal werkers.

Bron: Artikel in het Vakblad Sociaal Werk ‘Sociaal werker helpt mee alcoholproblematiek terug te dringen’

Zelf alcoholproblematiek bespreekbaar maken? 

Wil je meer weten over hoe je zelf alcoholproblematiek bespreekbaar maakt? Neem vrijblijvend contact op om de mogelijkheden te bespreken. Of kijk hier voor een training over verslaving. 

Hoe herken je een licht verstandelijke beperking?

‘Mensen die een licht verstandelijke beperking hebben weten dit vaak goed te verbloemen.’ Dat zegt GZ-psycholoog Femke Jonker. Bijvoorbeeld omdat ze erbij willen horen of zich schamen. Toch zijn er signalen waar je op kunt letten om te achterhalen of iemand misschien een licht verstandelijke beperking heeft. Jonker: ‘Bijvoorbeeld wanneer mensen woorden net niet helemaal goed gebruiken, spreekwoorden verbasteren, niet op afspraken komen of net doen wat je vraagt. Niet uit onwil, maar bijvoorbeeld uit onkunde.’  Dat laatste is volgens Jonker ook direct een reden om altijd alert te zijn en je af te blijven vragen of een cliënt misschien een licht verstandelijke beperking heeft. ‘Je loopt het risico dat je mensen ander een verkeerd label geeft, zoals een persoonlijkheidsstoornis, of niet de juiste begeleiding kunt bieden.’
 
 

 
Meer weten? Of een training volgen? Klik hier. 

Training Praten met Ouders met Psychiatrische Problemen bij Partners voor Jeugd

Een mooie bijeenkomst bij Partners voor Jeugd bij de training ‘praten met ouders met psychiatrische problematiek’. Deelnemers gaven aan dat zij een aantal nieuwe manieren van kijken meenemen naar hun dagelijks praktijk evenals twee of drie handige theoretische modellen die breed toepasbaar zijn. Ze zien uit naar oefenen met de trainingsacteur!

Partners voor Jeugd is een overkoepelend samenwerkingsverband van organisaties die actief zijn in de (preventieve) jeugdbescherming en jeugdreclassering. @Partners voor Jeugd: bedankt voor de prettige samenwerking! 

Meer weten over het programma? Kijk dan hier. 

Croan Consult officieel erkend door het NRTO!

Met trots kunnen we melden dat Croan vanaf heden officieel erkend is door het NRTO! Een aanbieder met het NRTO-keurmerk voldoet aan hoge kwaliteitseisen en is hierop getoetst door een externe certificerende instelling. Croan Consult met het NRTO-keurmerk is transparant over producten en diensten, biedt adequate dienstverlening, kent een professionele omgang met klanten, heeft deskundig personeel en meet de klanttevredenheid.

Leden van de NRTO staan voor kwaliteit en professionaliteit. Ze voldoen aan de eisen van het NRTO-keurmerk.

Vacature Croan Consult training en coaching B.V.

Lees hier de vacature tekst.

Croan Consult is een bureau gericht op groei en ontwikkeling van professionals, organisaties en bedrijven. Onze dienstverlening omvat training, blended learning (e-learning in combinatie met praktijktraining) en coaching.
De inhoud van onze diensten komt tot stand in samenspel met de opdrachtgever. Een aanbod gericht op de praktijk, uitgevoerd door ervaren en inspirerende trainers uit de praktijk.

Praten over psychische klachten is het grootste taboe onder Nederlanders

Praten over psychische klachten is het grootste taboe onder Nederlanders. 18% geeft aan hier helemaal niet over te kunnen praten met anderen. Ook de dood is moeilijk bespreekbaar. Slechts 26% van de Nederlanders bespreekt dit onderwerp weleens met zijn of haar kinderen. Dit blijkt uit een onderzoek van Nationale-Nederlanden dat door DirectResearch is uitgevoerd.

Praten over dit soort taboes is lastig, maar kan heel waardevol zijn. Nationale-Nederlanden start daarom de campagne Het Gesprek om Nederlanders te helpen gesprekken aan te gaan over moeilijke onderwerpen.

 

Psychische klachten is grootste taboe
Praten over psychische klachten, depressie en angsten vinden Nederlanders het meest lastig. Ook (on)gelukkig zijn is moeilijk bespreekbaar. Dit onderwerp staat op nummer twee in de lijst van meest lastig bespreekbare gespreksonderwerpen. 69% bespreekt (on)gelukkig zijn zelfs niet met kinderen, 65% niet met ouders en 44% bespreekt dit niet met zijn of haar partner. Toch hecht 57% van de Nederlanders wel veel waarde aan het vinden van hun geluk.

Met kinderen wordt minder besproken
Het onderzoek maakt onderscheid tussen de partner, ouders en kinderen als gesprekspartner. Van de ondervraagden bespreekt 46% de dood met hun partner en 30% met hun ouders. Slechts 26% bespreekt dit onderwerp met de kinderen. Ook geldzaken worden eerder met partner (77%) en ouders (52%) besproken dan met kinderen (41%). De invulling van de erfenis bespreekt slechts 18% met hun kinderen, terwijl 38% dit met de partner bespreekt en 27% met de ouders.

Financiële risico’s bij overlijden partneronderschat
Een ander taboe is de dood en de consequenties hiervan voor de partner die achterblijft. Uit het onderzoek blijkt dat de dood van de partner bij ruim driekwart (76%) invloed op de financiële situatie zal hebben. Toch spaart 48% niet om een periode van inkomensverlies te overbruggen. Ook geeft 42% aan dat er te weinig verzekeringen zijn afgesloten om inkomensverlies op te vangen. Ondanks de financiële risico’s bij het overlijden van de partner, geeft 35% aan dat zijzelf en de (eventuele) partner geen overlijdensrisicoverzekering hebben.

Michel van Elk, CEO Leven Nationale-Nederlanden: ‘Nationale-Nederlanden vindt het belangrijk dat iedereen financieel gezond is. Dan moet je soms een aantal zaken regelen voor de toekomst. En dat kunnen soms moeilijke onderwerpen zijn waar je samen over moet praten. Met Het Gesprek willen we Nederlanders motiveren deze gesprekken met elkaar aan te gaan. Praten over moeilijke onderwerpen hoeft niet altijd heel zwaar of lastig te zijn, het kan ook veel opleveren. Het kan bijvoorbeeld rust geven omdat je samen tot de conclusie komt dat je nog een aantal financiële zaken kunt regelen voor de toekomst’

Overlijdensrisicoverzekering
Nationale-Nederlanden wil Nederlanders motiveren om deze moeilijke gesprekken te voeren en klanten helpen met het zeker stellen van hun financiële toekomst. Het is goed om bijvoorbeeld te praten over het overlijden van een de partners. Dit kan namelijk voor financiële problemen zorgen. Een overlijdensrisicoverzekering vangt dit op. Bij overlijden van de verzekerde keert Nationale-Nederlanden een bedrag uit om bijvoorbeeld de hypotheek mee af te lossen of andere kosten te kunnen blijven betalen. Meer informatie over de overlijdensrisicoverzekering staat op nn.nl.

Over het onderzoek
In opdracht van Nationale-Nederlanden heeft onderzoeksbureau DirectResearch onderzoek gedaan of en hoe Nederlanders gesprekken voeren over moeilijke onderwerpen zoals de dood. Aan het onderzoek hebben 1031 respondenten meegedaan. Het onderzoek is in juni 2019 opgeleverd.

Bron: persbericht

Wil je effectiever leren praten over psychische problemen? Neem contact op voor een aanbod op maat. 

Agressie en geweld komen helaas nog steeds veel voor.

Agressie en geweld op de werkvloer  komt in sommige sectoren veel voor. Dit kan resulteren in werkgevers en werknemers die niet meer met plezier naar het werk gaan. Het is daarom belangrijk om als collega’s, werkgevers en werknemers, actief bezig te zijn met het aanpakken van agressie en geweld op de werkvloer. Vind hier verschillende hulpmiddelen die kunnen helpen bij het verhelpen en/of voorkomen van agressie en geweld op de werkvloer.

5 tips om je zelfvertrouwen te boosten

22% van de Nederlandse werknemers denkt niet over de juiste vaardigheden te beschikken om succesvol te zijn op werk. Dit blijkt uit recente data van onderzoeksbureau Motivaction in opdracht van recruitmentspecialist YoungCapital. In 2016 was dit slechts 8%. Een opmerkelijke toename van onzekerheid op de werkvloer dus. Belangrijk is om af te vragen wat dit gebrek aan zelfvertrouwen veroorzaakt en wat de oplossing hiervoor is. Daarom geeft deze blog 5 nuttige tips om je zelfvertrouwen te boosten.



1. Benadruk jouw kwaliteiten
Niet alleen tegenover collega’s, maar vooral tegenover jezelf. Wat maakt jou een goede werknemer en een gezellige collega? Wees concreet en benoem bijvoorbeeld niet alleen dat je een harde werker bent, maar bedenk ook concrete scenario’s waarin jij dit hebt bewezen. Door dit te doen activeer een positieve mindset bij jezelf creëer je meer zelfwaardering.

2. Durf hulp en feedback te vragen
Het vragen om hulp is niet per definitie een teken van zwakte. Sterker nog, het is juist een sterke eigenschap. Het creëert namelijk kansen om je prestaties te verbeteren. Dit komt je zelfvertrouwen natuurlijk ook ten goede. Vraag daarnaast vaker om feedback: een laag zelfbeeld komt vaak voort uit onzekerheid over wat anderen mensen van jou vinden. Door vaker om feedback te vragen help je onterechte onzekerheden over jezelf sneller de wereld uit.

3. Laat van je horen
Durf je mening te uiten en laat jezelf niet onder tafel schuiven tijdens vergaderingen. Iemand met zelfvertrouwen heeft als prioriteit om de waarheid te achterhalen. Wees daarom niet bang om ongelijk te hebben en geef dit ook gewoon toe. Combineer dit met een waarneembare interesse in wat anderen zeggen en luister goed. Dit straalt namelijk zelfvertrouwen uit en dat ga je ongetwijfeld ook voelen.

4. Wees niet bang om fouten te maken
Iedereen maakt fouten op de werkvloer. Door hier bewust van te zijn kun je de angst om te falen ook beter relativeren. Een keer een mindere prestatie leveren betekent niet dat al jouw goede prestaties meteen in het niets vallen. Blijf optimistisch en volg vooral de eerste tip wanneer je jezelf een keer teleurstelt. Dit is een van de vele manieren om een growth mindset te stimuleren.

5. Geef meer complimenten
Verbeter de wereld, begin bij jezelf. Maak waardering voor je collega’s kenbaar door ze vaker een oprecht compliment te geven. Het krijgen van waardering is ontzettend belangrijk. Zo blijkt dat 79% van de werknemers die ontslag nemen, dit doen vanwege een gebrek aan waardering. Door een ander een positief gevoel te geven, zul jij dit zelf ook krijgen en ontvang je ook eerder een compliment terug.

Kom in actie
Werk stap voor stap naar een positiever zelfbeeld toe. Volg de tips op en zie hoe jouw succesgevoel op je werk zal toenemen. Succes!

Bron: tijdschrift voor coaching
Kristy Timmers is een 24-jarige online marketeer bij YoungCapital. Ze heeft twee Masters binnen de sociale wetenschappen en weet daarom veel over psychologische onderwerpen. Door dit te combineren met haar kennis over recruitment schrijft ze met veel plezier interessante gastblogpostings.

De hulp voor mensen met een verslaving moet anders

Gemeenten zien mensen met een verslaving als klanten en hulpverleners als winkelier, constateert Els Bransen. Maar de verslavingszorg is geen winkel. En mensen met een verslaving gedragen zich zelden als kooplustige klant.

In Nederland zien we het graag zo: iemand heeft een probleem en gaat met een hulpvraag naar de huisarts of het Wmo-loket. Hij krijgt een diagnose of een indicatie en stelt vervolgens samen met de hulpverlener een zorg-, behandel- of begeleidingsplan op.

In deze voorstelling van zaken is de patiënt of cliënt een klant: een consument van zorg. En de hulpverlener heeft een winkel, met allerlei zorgproducten. De klant koopt dan het antwoord op zijn vraag. Logischerwijs komt de zorgwinkelier dan alleen in actie als de klant iets wil. Er zijn zelfs winkels waar geldt: u vraagt, wij draaien.

Verslavingszorg kent weinig koopzuchtige klanten

Kooplustige klanten vind je volop bij de huisarts of de cosmetische chirurg. Maar bij de verslavingszorg kom je ze weinig tegen. Soms wel hun partners, kinderen, ouders, buren en zelfs de buurtagent of buurtwerker. Maar mensen die volgens anderen overmatig drank of drugs gebruiken, ervaren zélf zelden een probleem met hun gebruik. En komen dus ook niet vaak een behandeling kopen in de winkel van de verslavingszorg. Met de bekende nadelige gevolgen voor hun eigen gezondheid en welbevinden maar ook dat van hun naasten en bredere omgeving.

Het blijkt ook wel uit de cijfers. Slechts een fractie van de mensen die overmatig gebruiken, ontvangt hulp van de verslavingszorg. En heel vaak is dat niet omdat ze daar zelf de eerste stap toe zetten. Het is daarom niet erg bevorderlijk voor de (geestelijke) volksgezondheid om mensen met middelenproblematiek de positie van klant toe te kennen en hulpverleners die van winkelier.

Geen hulpvraag, geen hulp

Dat werd mij extra duidelijk in het jaar dat ik in gemeenteland verkeerde. Ook bij gemeenten overheerst het idee van een klant met een eigen hulpvraag die uitgangspunt van zorg moet zijn.

En zo kwam ik het tegen dat er alleen verslavingsbehandeling beschikbaar bleek voor jeugd met een hulpvraag. Terwijl ouders, leerkrachten, leerplichtambtenaar en jongerenwerkers legio jongeren tegenkwamen die als gevolg van hun gebruik in de problemen waren beland. Maar die jongeren zagen geen noodzaak een hulpvraag te stellen aan de verslavingszorg, en genoemde ‘intermediairs’ waren niet in staat daar iets aan te veranderen. En dus werd het ingekochte volume aan verslavingsbehandeling maar beperkt gebruikt. Terwijl de problemen als gevolg van problematisch middelengebruik bij jongeren bleven bestaan.

Hulpvraag omgeving als startpunt

Met uitzondering van de winkelier heeft niemand moeite met mensen die winkels mijden. Maar als het gaat om mensen die zorg mijden ligt dat anders.

Daarom gaat, meer nog dan voor andere zorgsoorten, het beeld van de verslavingszorg als een winkel met klanten niet op. De verslavingszorg is geen winkel maar verleent diensten aan gemeenten, buurten, gezinnen en individuen.

Ze zou in samenspraak met haar financiers nieuwe vormen van zorg moeten ontwikkelen die de focus niet (uitsluitend) op de behandeling van individuele cliënten met een hulpvraag legt. Een vorm van zorg die de hulpvraag van mensen in de omgeving – zoals partners en kinderen maar ook huisartsen, leerkrachten of jongerenwerkers – als startpunt kan nemen.

Hulp voor kinderen van ouders met een verslaving
Kinderen van ouders met een verslaving hebben een verhoogd risico op psychische problemen en verslavingsproblemen. Met kennis van deze problematiek en preventiemaatregelen kunt u helpen voorkomen dat kinderen problemen ontwikkelen.
Zo helpt u problemen te voorkomen

Iets tussen preventie en bemoeizorg in

We kennen dit natuurlijk al in de vorm van bemoeizorg, maar die zorg wordt meestal pas geboden als het al op alle fronten mis is. We kennen het ook in de vorm van preventie, wat immers net zo goed ongevraagde zorg is. Maar preventief aanbod is vaak vrijblijvend en kortdurend. Dus iets daartussenin.

Iets waarbij steunende relaties en netwerken worden opgebouwd en versterkt. Iets waarbij hulp aan de omgeving (op termijn) het probleembesef en de motivatie voor verandering van het middelengebruik bij de gebruiker kan doen groeien. En dat ‘iets’ dan ook als hulpaanbod financieren. De verslavingszorg heeft dan niet alleen een antwoord op de hulpvraag van de zelfbewuste ‘klant’, maar ook op onuitgesproken hulpvragen die nu onbeantwoord blijven.

Heeft u ideeën over het bieden van ongevraagde verslavingszorg? Of herkent u wat ik schrijf en wilt u daar eens over doorpraten? Neem dan zeker contact met mij opEls Bransen 

Bron: trimbos.nl

‘We zullen nooit weten wat de hoofdoorzaak van depressie is’

Werkdruk en problemen met psychische gezondheid lijken alleen maar toe te nemen, zowel bij medewerkers als studenten. In een serie verhalen gaat ErasmusMagazine op zoek naar oorzaken en oplossingen. Samen met een filosoof, een psychiater en Nina, een student die kampt met een depressie, zoeken zij naar oorzaken voor psychische problemen bij de huidige generatie studenten.

Steeds meer studenten lijken te maken te krijgen met psychische problemen. Is er sprake van een epidemie op universiteiten? Hoe kunnen we dat verklaren? En wat kunnen we eraan doen? “Universiteiten moeten rekening houden met de geestelijke gezondheid als een variabele die invloed kan hebben op de opleiding.”

Eerstejaars psychologiestudent Nina (22) worstelt met een depressie en een lichte angststoornis. “Ik voel me constant hol, leeg en gespannen. Ik heb altijd veel stress ervaren in mijn leven. Op school kwam dat vooral door de mensen om me heen, deadlines en examens. Ik denk dat ik niet wist hoe ik ermee om moest gaan, wat waarschijnlijk ook de reden was dat ik in eerste instantie een depressie kreeg.”

In de hedendaagse maatschappij lijken steeds meer studenten te kampen met psychische problemen, waaronder depressie, angst of burn-out. Studenten kunnen zich in deze mentale strijd eenzaam en verkeerd begrepen voelen, zoals Nina. Wat is geestelijke gezondheid? Wat is de oorzaak van psychische problemen? En zijn er oplossingen?

Geestelijke gezondheid is moeilijk te vatten. Is het een kwestie van niet willen praten over psychische problemen of niet weten hoe je erover moet praten? Studenten vinden het lastig om toe te geven dat ze zich niet lekker voelen. Want dat zou kunnen worden gezien als een teken van zwakte, of misschien hebben ze simpelweg geen tijd om in te storten. “Ik heb het er niet echt over, omdat het een beetje taboe is, toch?” Nina zegt dat anderen niet echt zouden begrijpen hoe het voelt. “Het zou gewoon niet werken om erover te praten.”

Drijfveren en keuzes
Psycholoog en filosoof Bert van den Bergh publiceerde onlangs De schaduw van de zwarte hond. In dit boek wordt depressie in de hedendaagse maatschappij besproken vanuit een cultureel-filosofisch perspectief. Van den Bergh beweert dat studenten onder steeds meer druk komen te staan. “Onze maatschappij is steeds meer gericht op het individu, op prestaties. Studenten krijgen te maken met enorm veel drijfveren en keuzes. Er wordt van ze verwacht dat ze precies weten wat ze willen, terwijl ze pas 17 of 18 zijn. Dat is waanzin.”

Walter van den Broek, psychiater en docent aan het Erasmus MC, benadrukt dat depressie een ziekte is die veel mensen van deze generatie treft. “We kunnen het vergelijken met eerdere decennia en het idee hebben dat het drastisch is toegenomen, maar het is van alle tijden. Het hebben van een depressie was vroeger mogelijk wel een gevoeliger onderwerp dan nu, en mensen zijn opener en transparanter dan toen.” Dat is een goede zaak, volgens Van den Broek, niet alleen om meer bewustzijn te kweken rond het onderwerp, maar ook om mensen te laten weten dat het oké is om niet oké te zijn.

Allerlei soorten depressies
Van den Broek is het niet eens met Van den Berghs bewering dat het de cultuur is die individuen pusht om druk te voelen vanwege de eisen die tegenwoordig aan hen worden gesteld. Hij denkt wel dat dat een oorzaak kan zijn voor burn-out of werkoverbelasting. “Er zijn allerlei soorten depressies, en als een persoon er gevoelig voor is, helpt stress niet”, legt hij uit. “Daarom is het belangrijk om eerst de triggers vast te stellen die ervoor zorgen dat iemand depressief wordt, zodat deskundigen weten hoe ze een episode kunnen voorkomen.”

Een persoon kan depressief worden door een genetische oorzaak, psychologische factoren of sociale factoren, en de depressie kan worden aangeduid als licht, gemiddeld of zwaar. Als iemand een lichte tot gemiddelde depressie heeft, kan hij of zij poliklinisch worden behandeld in combinatie met medicatie. Patiënten met de diagnose zware depressie moeten worden opgenomen in het ziekenhuis, zodat ze zorgvuldig kunnen worden geobserveerd.

‘Door mijn angststoornis voel ik me constant gespannen. Alsof je in een achtbaan zit die je niet kunt besturen.’

Achtbaan
Wanneer haar wordt gevraagd hoe het voelt om een depressie te hebben, zegt Nina: “Het geeft me een leeg gevoel. Het is niet echt een gevoel; het is meer een toestand. Door mijn angststoornis voel ik me constant gespannen. Alsof je in een achtbaan zit die je niet kunt besturen.”
Ze vervolgt: “Objectief gezien ervaar ik niet meer stress dan een ander mens. Maar door mijn depressie en angst ga ik er minder gezond mee om dan de meeste van mijn medestudenten. Ik zou bijvoorbeeld graag een presentatie willen geven aan de klas, maar dat kan ik niet, omdat het te veel angst veroorzaakt.”

Afzondering
Van den Bergh zegt dat de meeste studenten zich onzeker voelen. “Ze zijn onzeker over hoe en wat ze moeten kiezen, en dat heeft invloed op hun geestelijke gesteldheid. Studenten hebben tegenwoordig zoveel mogelijkheden. Ze moeten keuzes maken over welke opleiding ze willen doen, welke activiteiten buiten de studie ze willen ondernemen en met welke vrienden ze tijd willen doorbrengen. Als dat te veel wordt, leidt dat tot stress en de angst om iets mis te lopen.”

“Het belangrijkste gevoel van een depressie is niet zozeer somberheid of geremdheid, maar afzondering”, zegt Van den Bergh. Wanneer studenten worden geconfronteerd met problemen in hun privéleven of hun studie, voelen ze zich snel eenzaam. Ze willen hun eigen strijd uitvechten en zelf alles oplossen. Het zou onbeleefd zijn om een ander op te zadelen met persoonlijke problemen. “Ik praat niet echt over mijn psychische probleem, omdat het moeilijk is om toe te geven. Ik weet niet hoe ik het aan andere mensen moet vertellen zonder het gevoel te hebben dat ik ze teleurstel,” zegt Nina.

Door die houding aan te nemen, miskennen studenten vaak het feit dat er anderen zijn die hen willen helpen. Nina: “Hoe kun je studenten helpen die worstelen met psychische problemen? Het belangrijkste is medeleven. Universiteiten moeten geestelijke gezondheid beschouwen als een variabele die invloed kan hebben op de studie.

Hulp zoeken
Studenten herkennen Nina’s gevoelens mogelijk, of het nu gaat om milde vormen van angst en stress, om overspannenheid of om depressieve gevoelens. We horen tegenwoordig veel over psychische problemen, maar is er een manier om ze te voorkomen?
Van den Bergh: “Het belangrijkste is om ondersteuning te bieden, vooral in het eerste jaar van het hoger onderwijs waarin studenten zich verloren voelen. Mensen vinden het moeilijk om hulp te zoeken, maar dat moeten we ze niet aanrekenen. Misschien zouden we een systeem moeten verzinnen dat het makkelijker voor ze maakt om die stap te zetten.”

Vanuit medisch perspectief zijn sociale factoren meestal duidelijk, maar die vormen niet geheel de oorzaak van psychische problemen. “Depressie is bijvoorbeeld een ziekte die moet worden behandeld, maar we zullen nooit weten wat de hoofdoorzaak ervan is”, benadrukt Van den Broek. “Wanneer studenten vermoeden dat ze een psychisch probleem hebben, moeten ze hulp zoeken. Als je vroeg begint, kun je complicaties in de toekomst voorkomen. Antidepressiva zouden kunnen helpen, ook al zijn ze niet de kernoplossing voor depressies.”

Gemeenschapszin
Therapie is niet altijd de oplossing, maar het kan je helpen om weer op te krabbelen. Nina: “Zoek zo nodig hulp. Als je niet kunt functioneren door je geestelijke toestand, moet je therapie proberen of in elk geval met je huisarts of met je ouders bespreken wat je eraan kunt doen. Een therapeut zei ooit tegen me dat ik mijn gevoelens moet analyseren wanneer ik me depressief voel. Dat helpt me heel erg.”
Van den Bergh: “Onderwijsinstellingen kunnen natuurlijk ook ondersteuning bieden. Maar we moeten doordringen tot de kern. We moeten werken aan een gevoel van gemeenschap in collegezalen, studenten het gevoel geven dat ze erbij horen. Studenten worden voortdurend de richting in gedwongen dat ze het moeten maken in het leven. Als ze te hard worden gepusht, raken ze de weg kwijt en krijgen ze last van psychische problemen. Medicatie kan dan helpen, maar is gewoonlijk alleen een eerste stap.”

Onderwijsinstellingen zijn zich bewuster geworden van psychische problemen onder studenten. Erasmus Universiteit heeft in het verleden verschillende evenementen georganiseerd om de problemen meer onder de aandacht te brengen. Van den Broek ondersteunt dat initiatief: “Een tijdje geleden heeft Erasmus MC een symposium georganiseerd voor studenten. Er werd gesproken over burn-out, wat we eraan kunnen doen en waar je terecht kunt als je er last van hebt. Er waren verschillende psychologen, psychiaters en studieadviseurs aanwezig om vragen te beantwoorden. Ik denk dat het heel belangrijk is om die informatie met studenten te delen.”

Psychische aandoeningen romantiseren
“Evenementen rond het vragen van aandacht voor psychische problemen zijn erg interessant. Het probleem met die evenementen is dat ze vaak draaien om het bespreekbaar maken van het zogenaamde taboe. Maar we hebben het al zo lang over dat taboe. We moeten verder gaan, problemen openlijk bespreken en manieren verzinnen om te voorkomen dat ze ontstaan”, zegt Van den Bergh bedachtzaam.
Nina vindt dat universiteiten hulp zouden moeten bieden. “Maar dat is wel moeilijk. Docenten zouden rekening moeten houden met psychische problemen, maar ze kunnen je geen hoger punt geven of automatisch laten slagen omdat je problemen hebt. Toch zouden ze er rekening mee moeten houden, omdat je vaak geen invloed hebt op het hebben van psychische problemen.”

Ze voegt daaraan toe: “Ik denk dat het goed is om aandacht te vragen voor psychische problemen, maar mensen moeten uitkijken dat ze het niet romantiseren. Ze worden gepresenteerd als iets heel herkenbaars: iedereen voelt zich weleens slecht. Dat brengt het gevaar met zich mee dat we een situatie creëren waarin de extreme versies van psychische problemen ineens niet meer zo ernstig lijken.”

Dit artikel is oorspronkelijk geschreven voor het IBCoM-vak New Media Production. Studenten kregen de opdracht om een diepgaand verhaal te schrijven over een onderwerp naar keuze en dat te presenteren aan een jury. Het beste verhaal zou worden gepubliceerd in Erasmus Magazine.

Nina wilde om privacyredenen niet dat haar echte naam werd genoemd in dit artikel. Haar naam is bekend bij de redactie.

Bron: erasmusmagazine.nl 

De invloed van social media op suïcidaal en zelfbeschadigend gedrag

Het zijn kille cijfers: In 2017 pleegden 81 jongeren tussen de 10 en 20 jaar zelfmoord. Dat zijn 33 jongeren meer dan in 2016. Heeft het social media gebruik van jongeren hiermee te maken? Wat is eigenlijk de invloed van social media op het zelfbeschadigend of suïcidaal gedrag van jongeren?

Maartje Visscher is kinder- en jeugdpsychiater bij Karakter. Zij onderzocht het verband tussen social media, zelfbeschadigend gedrag en suïcide. Zij vertelt over haar onderzoek en geeft u als ouder advies.

Uit onderzoek komt naar voren dat jongeren hun emoties online delen en hier met elkaar over in gesprek gaan. Dat doen ze ook met heftige zaken zoals wanneer ze zichzelf beschadigen of als ze suicidale gedachten hebben.

Op het internet en social media is vrij gemakkelijk informatie te vinden over hoe je jezelf kunt beschadigen of hoe je suicide kan plegen. Er lijkt een verband te zijn tussen het kennis nemen via social media van dit negatieve gedrag, en het ook echt uitvoeren van dat gedrag. Voornamelijk de kwetsbare jongeren, diegenen die  eenzaam zijn of psychische problemen hebben, hebben het grootste risico hierdoor beïnvloed te worden. Vooral als ze dat normaal gedrag vinden, als dat door andere jongeren wordt aangemoedigd of zelfs wordt verheerlijkt. Ook zien we dat er een competitie tussen de gebruikers kan ontstaan of dat ze onderling het zoeken naar professionele hulp afraden.

Positieve effecten

Social media heeft ook positieve effecten voor jongeren. Het kan het zelfvertrouwen vergroten, sociale steun geven en de jongere in contact brengen met anderen, zoals lotgenoten. Daarnaast geven jongeren aan dat ze makkelijk online en tegen onbekenden praten over hun problemen en dat ze het fijn vinden dat dat in een anonieme en niet-oordelende omgeving kan. Ook wordt gezien dat het positieve gedrag (bv een week geen zelfbeschadiging) bekrachtigd kan worden of dat er eerder ingegrepen kan worden door anderen als iemand iets online deelt over zijn of haar negatieve of sombere gevoelens en gedachten. Deze positieve invloeden maken dat het zelfbeschadigend en suïcidaal gedrag afneemt en jongeren ook hulp gaan zoeken.

Social media heeft dus naast positieve ook negatieve effecten op zelfbeschadigend en suïcidaal gedrag van jongeren, waarbij voornamelijk de kwetsbare jongeren een groter risico hebben op de negatieve invloeden ervan.

Advies voor ouders
‘Voor u als ouders is het belangrijk om over social media in gesprek te gaan met uw zoon of dochter. Welke social media gebruikt uw zoon of dochter? Hoe wordt het gebruikt? Welke informatie zoeken ze precies op?

Het zijn lastige thema’s om over in gesprek te gaan, maar ik wil u aanmoedigen dit wel te proberen. Weet dat u altijd hierover in gesprek kan gaan met de betrokken professionals die u meer gerichte handvatten kunnen geven hoe hiermee om te gaan.’

Voor algemene informatie en adviezen over social media gebruik bij jongeren, zie www.mediaopvoeding.nl , http://www.mediawijsheid.nl en www.mediawijzer.net

*Definities:
Suïcidaal gedrag: verwijst naar het geheel aan gedachten, voorbereidingen/handelingen en pogingen die een zekere intentie uitdrukken om zichzelf te doden.

Bron: karakter.com

NB  Wilt je praten over suïcide, neem dan contact op met de speciale hulp- en preventielijn. Bel telefoonnummer 0900-0113 of ga naar de website www.113.nl.

Podcastserie ‘Stempel’ Marco Martens in gesprek over omgaan met ADHD

Onlangs is de eerste podcast uitgekomen van de Serie ‘Stempel’. In deze serie bespreekt spoken word-artiest Marco Martens met diverse collega’s uit de creatieve sector hoe zij omgaan met ADHD.

Afgelopen jaar kreeg verhalenverteller Marco Martens, op zijn 36e, de diagnose ADHD. De wachttijd op verdere behandeling bedraagt acht maanden, dus ging hij zelf op zoek naar handvatten: hoe kan het in je voordeel werken en hoe behoed je je voor de welbekende valkuilen? En waarom rust er zo’n taboe op spreken over mentale gezondheid? Om inzicht in ADHD te krijgen, ging hij met collega-kunstenaars in gesprek.

In acht afleveringen spreekt Martens met schrijver Martin Rombouts, dj en sociaal werker Tomas van de Velde, fotograaf Fred Ernst, manager Lisanne Middag, actrice Linda Zijl, muzikanten Arjan Vriens en Michel Nienhuis en filmmaker Matthijs Diederiks.

De eerste podcast van de serie, met Tomas van de Velde, is gratis te beluisteren via o.a. marcomartens.com, op Spotify, Apple Podcasts. De overige afleveringen verschijnen komende periode.

Bij de serie nam Martens samen met producer Winio Music een gelijknamige single op. Deze verscheen afgelopen week: de lyric-video is op YouTube te bekijken.

Meer aandacht nodig voor PTSS bij mensen met laag IQ

Er is meer aandacht nodig voor PTSS bij mensen met laag IQ. Mensen met een lichtverstandelijke beperking (LVB) die langdurend in zorg zijn in de ggz, ervaren meer traumatische ervaringen in hun leven dan mensen met een gemiddeld IQ. Dit blijkt uit recent onderzoek van VGGNet, een onderdeel van GGNet, de Gelderse ggz-zorgorganisatie voor mensen met psychische problemen en hun naasten, zo meldt het Nederlands Kenniscentrum Angst en Depressie 

Het onderzoek vond plaats onder 570 patiënten van GGNet en GGZ Oost Brabant, die langer dan 2 jaar in de zorg verbleven. Er werd duidelijk dat 86 procent van hen ooit een trauma heeft meegemaakt. Daarvan is er bij 239 mensen (42 procent) aanwijzing voor een posttraumatische stressstoornis (PTSS). Dit terwijl slechts 8 procent gediagnosticeerd is met PTSS.

 

Maar liefst 61 procent van de vrouwen met LVB in deze groep heeft (ook) te maken gehad met seksueel geweld. Bij 228 mensen (40 procent) blijkt verder dat er vermoeden is van een licht verstandelijke beperking.

Meer aandacht nodig voor PTSS bij mensen met laag IQ

Onderzoeker en psychiater Jeanet Nieuwenhuis van VGGNet pleit ervoor dat zorgprofessionals meer oog hebben voor PTSS en een laag IQ. En zeker voor de combinatie ervan.

Nieuwenhuis: “Wanneer het dossier van een patiënt onvoldoende of geen informatie bevat over vroeger, dan moet dat als eerste verzameld worden. Het is erg belangrijk aandacht te hebben voor iemands ontwikkeling, schooltijd, familie en sociale omstandigheden.”

Onnodig lang verblijf in de zorg

Esther van Gaalen, directeur bij GGNet: “Wanneer we onvoldoende aandacht hebben voor iemands verleden, lopen mensen een verhoogd risico langdurend in de psychiatrie verzeild te raken. Wanneer de diagnose niet klopt, dan slaat de behandeling ook niet aan. En wanneer de diagnose wel juist is, maar het IQ is lager dan de zorgprofessionals denken, heeft de behandeling ook onvoldoende effect. Waardoor iemand onnodig lang in zorg kan blijven.”

Lees de publicatie in European Psychiatry.

Bron: nedkad.nl

Openheid over psychische aandoening van naasten

 

Kennis vergroten van je omgeving is één ding. Daarnaast kan het opluchten om je verhaal te doen. Bespreek wel eerst met je naaste of hij jouw openheid goedkeurt. En besef goed: open zijn over de psychische aandoening van een verwante vereist moed. De kans bestaat dat je negatieve of kwetsende reacties krijgt. Niet iedereen kan of durft dit aan.

Wel of niet vertellen?

Je kunt op verschillende manieren omgaan met openheid rond psychische aandoeningen. Hieronder staan enkele overwegingen en manieren.

  • Je vermijdt mensen en situaties waarbij je stigma ervaart.
  • Je vertelt niets over je zieke vriend(in) of familielid.
  • Selectief bekendmaken. Je vertelt het alleen aan mensen van wie je steun denkt te krijgen.
  • Je deelt het met een brede groep mensen.

“Misschien vertel je het wel op je werk, maar niet aan de buren. Of omgekeerd. “

Geen van deze manieren is beter dan de andere. Elke benadering heeft zijn eigen voor- en nadelen. Je bekijkt zelf wat het beste bij je past. Dat hoeft niet eens overal hetzelfde te zijn. Steeds opnieuw weeg je af wat je wilt bereiken met openheid. En wat eventuele voor- en nadelen kunnen zijn.

Voordelen

  • Je hoeft je geen zorgen meer te maken over de aandoening verbergen van je naaste;
  • Anderen durven ook open tegen jou te zijn. Zo kun je mensen ontmoeten die vergelijkbare ervaringen hebben;
  • In de toekomst is het makkelijker om hulp te vragen voor je naaste of jezelf;
  • Je werkt mee aan het bestrijden van vooroordelen en taboes;
  • Openheid leidt tot begrip.

Nadelen

  • Je kunt negatieve opmerkingen krijgen. Mensen kunnen over jou of je naaste roddelen of je buitensluiten;
  • Je kan met discriminatie te maken krijgen.

Bron: samensterkzonderstigma.nl

Minicollege’s over de hersenen

In 20 minicolleges vertelt Erik Scherder (hoogleraar neuropsychologie) over de werking van de hersenen. 
De hersenen zijn een enorm ingewikkeld orgaan in het menselijk lichaam. Ze vervullen vele functies. Ze coördineren zintuiglijke waarnemingen, zoals voelen, ruiken, proeven, horen en zien. Verder bepalen ze het gedrag en het maken van verschillende lichaamsbewegingen. We kunnen onder meer denken, lezen en schrijven, met behulp van en dankzij de hersenen.

Bekijk de colleges

In de reeks minicolleges krijg je antwoord op onderstaande vragen: 

  • Wat zijn de gevolgen van ouder worden? 
  • Hoe krijg je de hersenschors zo goed mogelijk aan de gang?
  • Hoe zit het met slapen en de hersenen?

Bekijk de reeks minicolleges

Voor wie?

De colleges zijn geschikt voor vrijwilligers, verzorgenden en verpleegkundigen die werken met ouderen met en zonder dementie én andere geïnteresseerden. Je krijgt praktische tips en leert over de hersenen. 

Bron: Hersenletselnet

Nieuwe app ondersteunt begeleiders bij verslavingen LVB’ers

Cordaan en Jellinek hebben een app ontwikkeld die begeleiders van cliënten met een licht verstandelijke beperking (LVB) helpt omgaan met verslaving. In de app staan handelingsrichtlijnen voor gebruik op de werkvloer.

lvb-gehandicaptenzorg-alcohol-verslaving-drugs
De app heet ‘Gebruik en verslaving LVB’ en is gebaseerd op twee centrale vragen:
  1. Wat moet je als begeleider over middelen weten?
  2. Wat kun je voor deze cliënten doen?

Aan de slag met de app

De uitgangspunten van beleid (voorlichten, ontmoedigen, signaleren, motiveren en behandelen) zijn daarin uitgewerkt met behulp van deze vragen:
  • Hoe spreek je een cliënt aan die onder invloed is?
  • Wat moet ik weten over cannabis?
  • Hoe kan ik gebruik signaleren en wat kan ik doen?

Praktische informatie

‘Gebruik en verslaving LVB’ bevat informatie, filmpjes, instructies, verwijzingen naar websites en testen, signaleringslijsten en een functieanalyse. De app is bedoeld voor begeleiders. Veel onderdelen kun je samen met de cliënt bekijken. De app is gratis te gebruiken voor alle organisaties in de LVB-zorg.

Stel je vraag

lvb-gehandicaptenzorg-verslaving-alcohol
Heb je vragen of suggesties, stuur een mail naar hwillemsen@cordaan.nl

Bron: Skipr

Vacature Croan Consult training en coaching B.V.

Wegens uitbreiding van onze activiteiten zijn we op zoek naar een administratief medewerker (M/V).

Lees hier de vacature tekst. 

Croan Consult is een bureau gericht op groei en ontwikkeling van professionals, organisaties en bedrijven. Onze dienstverlening omvat training, blended learning (e-learning in combinatie met praktijktraining) en coaching.
De inhoud van onze diensten komt tot stand in samenspel met de opdrachtgever. Een aanbod gericht op de praktijk, uitgevoerd door ervaren en inspirerende trainers uit de praktijk.

7 tips voor persoonlijke groei, geluk en balans

TEDx-spreker Sebastian Mennes: Cut the crap

Een burn-out is een indicator dat je meer dingen doet die je energie kosten, dan dat je energie haalt uit je werk, weet Sprout-expert Sebastian Mennes uit eigen ervaring. Hij deelde zijn belangrijkste lessen onlangs op het podium van TEDx. “Reserveer bij voorbaat tijd voor dingen die mis gaan.”

Tien jaar geleden behoorde ik tot de 25 onder de 25 met een goedlopend webbureau, dat grote klanten bediende en hard groeide. En toen ging het mis: ik had te veel pannen op het vuur, de boel kookte over en ik kwam met een burn-out thuis te zitten. Het kostte mij maanden om zijn leven weer op de rit te krijgen en jaren om mezelf en mijn bedrijven opnieuw uit te vinden.

Het eerste dat ik ben gaan doen toen ik de boel weer enigszins op de rit had, was mijn ideale werkweek in kaart brengen. Ik maakte een spreadsheet met activiteiten – die ik ‘tijdsoorten’ noem – en daarnaast de uren die ik daaraan wilde spenderen. Dat was een vrij confronterende exercitie, want het totaal kwam boven de honderd uur uit… Niet zo gek dus dat ik opgebrand thuis kwam te zitten! Het dwong me om prioriteiten te stellen, werkzaamheden te elimineren en te delegeren, maar óók om mezelf scherp te blijven houden: je hebt niets aan zo’n lijst als je vervolgens niet strikt bijhoudt hoeveel tijd je daadwerkelijk aan welke activiteiten besteedt.

Hack
Een nuttige hack in dat kader om bij voorbaat tijd te reserveren voor zaken die misgaan. Als ondernemer gaan er altijd wel dingen fout: een klant die te laat betaalt of een leverancier die een slecht product of dienst levert. Je kunt je daardoor uit het veld laten slaan, maar ik besloot het om te draaien: die dingen gebeuren toch wel, dus het is de kunst om je daar niet door te laten leiden en er zo min mogelijk energie aan te besteden.

Een van de tijdsoorten in mijn spreadsheet noem ik daarom ‘gezeik’. Iedere keer als the shits hit the fan gaat mijn teller lopen. Door ernaar te streven om niet meer dan twee uur per week met gezeik bezig te zijn, is mijn mindset veranderd. Ik kan beter accepteren dat er nu eenmaal altijd dingen misgaan en ik heb gemerkt dat sinds ik dat ben gaan bijhouden de tijd die ik aan ‘brandjes blussen’ spendeer steeds minder wordt.

7 tips voor persoonlijke groei, geluk en balans

1. Voorkom dat je met oogkleppen op alleen maar met de waan van de dag bezig bent
Juist als ondernemer kun je je leven zo inrichten dat je aan de ratrace ontsnapt.

2. Gun jezelf regelmatig ruimte voor reflectie
En stel jezelf vanuit helikopterview kritische vragen (over je onderneming, maar vooral ook over jezelf als ondernemer), zoals:
– Wat drijft jou? Wat is je purpose? (dat gaat dus verder dan alleen winst of omzet maken)
– Krijg je energie van wat je doet? Of kost je werk vooral energie? Op welke manier(en) zorg jij voor persoonlijke groei?
– Waar wil je over X jaar staan? (met je onderneming, maar ook als mens / ondernemer) Hoe ga je daar komen? En waar sta je nu?

3. Breng je energielekken in kaart door:
(a) jouw ideale week vorm te geven (spreadsheet met in kolom A activiteiten (‘tijdsoorten’) en kolom B het aantal uur dat je daar idealiter aan zou willen spenderen,
(b) gedisciplineerd bij te gaan houden waar je tijd aan spendeert (met een app),
(c) op vaste momenten te analyseren in hoeverre (a) matcht met (b) en of je energievreters kunt ontdekken. Zo ja? elimineren / delegeren!

4. Reserveer tijd voor dingen die mis gaan
Meten = weten (en vaak resulteert alleen het bijhouden al in minder gezeik).

5. Oefen dankbaarheid
Als je regelmatig jouw zegeningen telt en je dankbaarheid uit (bijvoorbeeld door iedere dag 3 tot 5 dingen op te schrijven) heeft dat een positief effect op je mindset.

6. Je bent meer dan je bedrijf
Zorg dat je als ondernemer jouw eigenwaarde, zelfbeeld en identiteit niet aan je onderneming ontleent. Jij bent meer dan je bedrijf!

7. Werk áán je bedrijf
Als ondernemer moet je niet ín je bedrijf werken (die werkzaamheden zo veel mogelijk delegeren!) maar áán je bedrijf werken. (bron: Sprout)


Video: Ditch the rat race | Sebastian Mennes | TEDxRotterdam

Bron: tvc

10 tips voor werkgevers

Dankzij een beetje begrip en wat kleine aanpassingen kunnen veel mensen met autisme tot bloei komen op de werkvloer, met grote voordelen voor bedrijven.


Werknemers met autisme zijn vaak:

  • Authentieke denkers
  • Eerlijk, betrouwbaar & loyaal
  • Goed in specialiseren
  • Goed in langdurige concentratie
  • Goed in analyseren
  • Zorgvuldig
  • Goede detailwaarnemers
  • Goed in techniek

Zo geef je een werknemer met autisme een eerlijke kans:

  1. Vraag aan de werknemer wat hij of zij nodig heeft om goed te kunnen functioneren.
  2. Laat de werknemer vooral werk doen waar hij of zij goed in is.
  3. Communiceer duidelijk; geef heldere, eenduidige instructies.
  4. Vertrouw er niet op dat non-verbale communicatie wordt opgepikt.
  5. Evalueer regelmatig en vraag dan zo expliciet mogelijk naar eventuele knelpunten. 
  6. Stel geen onrealistische of onnodige eisen op sociaal gebied. 
  7. Zorg voor kennis en begrip bij collega’s. 
  8. Zorg voor een vast aanspreekpunt/‘buddy’ op de werkvloer, bijvoorbeeld een collega.
  9. Zorg voor voorspelbaarheid.
  10. Houd rekening met een mogelijke overgevoeligheid voor prikkels als licht, geur en geluid.

Kijk hier en op werkwebautisme.nl voor véél meer tips!

Bron: NVA

TIJD CONCREET MAKEN

Je leest wel vaker dat mensen met autisme baat hebben bij tijdsverheldering. En terecht. Alleen denken we daarmee spontaan aan klokken en horloges en wekkertjes in allerlei vormen en maten. Ook terecht, de meeste mensen onder ons zijn namelijk neurotypische denkers. Maar we vergeten daardoor dat die typische tijdsaanduiding net moeilijk te volgen is voor mensen met autisme.

Wanneer we praten over ‘binnen 5 minuutjes’ (leesbaar op een klok) bedoelen we meestal erg vaag ‘nog niet meteen, maar wel weldra’. We bedoelen zelden dat we echt binnen de 5 minuten zullen beginnen. En wanneer we afspreken ‘om 12 uur’ (opnieuw leesbaar op de klok) bedoelen we eerder ‘rond twaalf uur’. Hoe groot die ronde is rond twaalf uur hangt dan weer af van de context. Bij ‘de les begint rond twaalf uur’ is die ronde iets kleiner dan ‘ik arriveer in Italië rond twaalf uur’. Door de contextblindheid, eigen aan het autistische brein, gaat tijd verhelderen voor mensen met autisme er dus net iets anders aan toe.

De volgorde van activiteiten weergeven is een bruikbaar alternatief. ‘Na het eten mag je met je Lego spelen’ kan bij voorbeeld erg duidelijk zijn. Tenminste als deze volgorde de waarheid betreft. Vorige uitspraak zorgt immers net voor onzekerheid indien er na het eten nog 10 minuten gewacht moet worden aan de tafel of als er tussendoor nog tanden gepoetst moeten worden. De volgorde weergeven geeft pas rust en duidelijkheid als de informatie klopt. Het is een manier die in vele gevallen heel bruikbaar is. Op deze manier kan er flexibel met tijd omgegaan worden.

Het werken met timers kan ook helpen om het einde van een activiteit te verhelderen. Let wel op: er zijn heel wat timers die enkel een signaal geven om het einde te objectiveren. Het is dan niet mama of de meester die roept ‘gedaan!’, het is het wekkertje dat deze boodschap overneemt. Dit is vooral zo bij keukenwekkertjes of een alarm op smartphones. De tijd zelf zie je niet verstrijken. Voor sommigen komt dit einde dan te plots en geeft het alsnog problemen. Bovendien representeert het enkel het einde van een activiteit, niet het verloop en ook net wat er nadien zal gebeuren.

Bij een zandloper of een time-timer zie je de tijd effectief verstrijken. Op die manier wordt het einde van de activiteit wel aangekondigd en komt dit einde niet als een verrassing. Sommige mensen zijn hierdoor echter afgeleid en vergeten zich te concentreren op de activiteit zelf. Dus altijd goed individualiseren welk hulpmiddel je voor wie gebruikt.

Voor hele jonge kinderen of voor mensen met een verstandelijke beperking en autisme is het vaak moeilijk om zo’n timer te interpreteren als tijd en wordt het moeilijk om ze in te zetten als verheldering. Dan gaat het vooral over mensen die begrijpen op presentatieniveau (zie ComVoor). Wat we wel kunnen doen om ook voor deze jonge kinderen het einde van activiteit aan te kondigen is dit telkens op exact dezelfde manier te doen. We zetten bijvoorbeeld telkens 3 minuten voor het einde van een activiteit een keukenwekkertje. Op die manier betekent het wekkertje zo veel als ‘het is bijna tijd’. Alleen gaan wij die tijd steeds hetzelfde maken waardoor er een zekere voorspelbaarheid optreedt. Zoals steeds is het belangrijk dat de informatie klopt. Dat wil dus zeggen dat de activiteit na 3 minuten wordt afgebroken. Het is niet de bedoeling dat dat wekkertje af en toe 5 minuten voorstelt en een andere keer 10 of 2 minuten. Voor deze jonge ontwikkelingsleeftijd is het belangrijk dat het steeds hetzelfde aantal minuten weergeeft. De betekenis wordt geleidelijk aan geconditioneerd. Dit doen we dus enkel en alleen voor personen die op een laag begripsniveau begrijpen. 

MIND MY MIND

Wat gebeurt er in het hoofd van iemand met autisme? Hoe komen indrukken binnen en hoe worden complexe sociale situaties zoals boosheid en verliefdheid verwerkt? Het is niet eenvoudig uit te leggen… Maar zoals wel vaker zeggen beelden meer dan woorden. En sommige beelden doen dat op een ronduit prachtige manier!

De animatiefilm “Mind My Mind” van de Nederlandse Floor Adams is daar een uitstekend voorbeeld van. De kortfilm brengt het verhaal van Chris, een man met autisme, en het mannetje in zijn hoofd. Samen worden ze geconfronteerd met de sociale en emotionele uitdagingen van het leven waarin ze zich staande proberen te houden.

“Mind my Mind” is geselecteerd voor de internationale kortfilmcompetities tijdens het Brusselse Animatiefilm Festival, Anima (1 -10 maart 2019) en tijdens het kortfilmfestival Go Short in Nijmegen (3 – 7 april 2019).
Bekijk de trailer van de animatie:

 

Bron: autismecentraal

Lever kritiek zonder ruzie te maken

Kritiek leveren op iemands functioneren. Maar weinig managers die dat als plezierig ervaren. Met behulp van deze tips voorkom je een hoogoplopende ruzie.
 

Wacht niet te lang…

Op kantoor klinkt al langer gemor over het gedrag en de inzet van één van de collega’s. Die geluiden heb je opgevangen bij de koffieautomaat. Hoog tijd daarom om de verbanddoos op tafel te zetten. Voorkom dat een kleine, op het eerste oog onschuldige schaafplek gaat etteren en zich ontwikkelt als open wond. Mede hiervoor hebben ze je destijds aangesteld als manager. Slecht functionerende medewerkers zullen in verreweg de meeste gevallen niet uit zichzelf beter werk gaan leveren. Is het je duidelijk dat er slecht nieuws moet worden gebracht? Je kunt het gesprek dan maar beter zo snel mogelijk inplannen.

…maar bereid je wel goed voor

Een goede voorbereiding… je kent de riedel verder wel. Toch kunnen we niet genoeg benadrukken hoe belangrijk het is dat je je van tevoren in de situatie, de medewerker zelf en de boodschap verdiept. Met wie ga je het gesprek voeren? Zijn er bijvoorbeeld omstandigheden in de privésituatie die zijn of haar slechte functioneren kunnen verklaren? Aan de hand daarvan kun je ook alvast de mogelijke reacties in kaart brengen en daar een passend antwoord op bedenken.

Grofweg kunnen we stellen dat je gesprek drie doelen heeft. Allereerst is daar de boodschap zelf, in de tweede plaats het opvangen van de emoties en als derde de acceptatie van het nieuws. Er is je immers alles aan gelegen dat de medewerker met je boodschap aan de slag gaat. Vat deze daarom eens samen in één enkele zin en voeg daar twee, maximaal drie argumenten aan toe. Houd deze informatie vast als leidraad tijdens het gesprek.  

Neem de tijd…

Actie = reactie. Wanneer je kritiek geeft, dan zal de ander onherroepelijk ook zijn zegje willen doen. Logisch. Geef de medewerker in kwestie daarom even de tijd om op je boodschap te reageren. Raffel het gesprek niet af bij de koffieautomaat, maar kies een afgesloten ruimte zodat andere collega’s niet woord voor woord kunnen volgen wat er binnen wordt gezegd. Schakel de telefoon door en zet je mobiel op stil. Deze kwestie verdient je volledige aandacht. Plan het gesprek bij voorkeur in de namiddag. Dan kan de medewerker daarna meteen naar huis, het gesprek op zich laten inwerken en zich de volgende dag weer met frisse moed op kantoor melden.

…maar wees wel duidelijk

Was het al zaak om het gesprek niet eeuwig uit te stellen, wacht ook niet te lang met de boodschap zelf. Een verkoopgesprek begint dan misschien met koetjes en kalfjes, in dit geval kom je snel ter zake. Draai er niet omheen door eerst uitvoerig het weer te bespreken en daarna nog even naar de schoolprestaties van de kinderen te informeren. Wees duidelijk, leg je boodschap op tafel en vertel wat de argumenten zijn. Begin overigens nooit met de vraag: ‘Waarom denk je zelf dat je hier zit?’. Dat leidt in de praktijk zelden tot het antwoord dat je wenst te horen.

Bied ruimte voor emoties…

Kritiek ontvangen gaat niet zelden zonder emoties. Woede, ongeloof, ontkenning, verdriet; de meer ervaren manager heeft het allemaal al eens op zijn bordje gekregen. De ene medewerker zal veel heftiger reageren op de boodschap dan een ander. Neem die emoties in ieder geval serieus en geef de ander even de tijd om wat stoom af te blazen. Voorkom discussies. In deze fase van het gesprek gaat het om een luisterend oor, af en toe een vraag stellen en proberen het relaas van de ander samen te vatten.

…maar blijf wel de baas

Onthoud wel, jij bent de manager! Uiteraard heb je begrip voor de situatie waarin de medewerker zich bevindt. Toch dient hij in het belang van het bedrijf zijn gedrag of inzet te veranderen. Dat is en blijft de insteek. Wordt het eerste, begrijpelijke briesje van emotie een storm van ongenoegen richting uw eigen persoon, dan is het van belang om in te grijpen. Blijf zakelijk. Voorkom in zo’n situatie dat emoties een persoonlijke tint krijgen en richt je kritiek op het functioneren en niet op de mens.

Bespreek de oplossing…

Je boodschap is helder. Je hebt uitgelegd waarom. En er is voldoende tijd geweest om hierop te reageren. Hoog tijd om het vervolgtraject door te nemen. Welke oplossing heb je bedacht? Wat verwacht je van de medewerker? Dit biedt je tevens de kans om het gesprek met een positieve inslag te eindigen. Wees hierin niet te uitgebreid, maar beperk je tot een aantal simpele en helder geformuleerde verbeterpunten. Vraag of deze duidelijk zijn en maak direct een vervolgafspraak om de voortgang te bespreken.

…en vergeet de interne communicatie niet

Nu het gesprek met de persoon om wie het gaat is afgerond, dien je jezelf de vraag te stellen in welke mate andere collega’s over het gesprek geïnformeerd moeten worden. Dat is lang niet altijd nodig, maar kan in sommige gevallen wel wat onrust op de werkvloer wegnemen.

Bron: MT.nl

Video: Hoe constructief is piekeren?

Woelen in je bed, ijsberen door je living, afwezig door het raam staren… kan jij ook soms urenlang piekeren als er iets op je lever ligt? Wees dan blij, want piekeren heeft een doel. Prof. dr. Ernst Koster legt uit hoe je ervoor zorgt dat je niet aan dat piekeren ten onder gaat en bij hem, of een collega-psycholoog, terecht komt door een overdosis gepieker. 

 

 

Bron: Universiteit van Vlaanderen

Waarom nee zeggen moeilijk is, en zo doe je het tóch

Veel mensen vinden het moeilijk om hun grenzen aan te geven en om ‘nee’ te zeggen. Tijdschrift Flow legt uit waarom dat zo is en geeft tips hoe je vaker nee kunt zeggen.


Volgens trainer Bert van Dijk en schrijver van het boek Waarom niet iedereen mij leuk hoeft te vinden doet iemand die altijd maar aardig gevonden wil worden zichzelf tekort. Hij zegt dat je niet genoeg voor je eigen belangen opkomt, anderen altijd maar voor laat gaan en je alles met een glimlach zegt waardoor de boodschap niet overkomt. “Op korte termijn kan het lekker voelen om je eigen belangen even aan de kapstok te hangen”, zegt Van Dijk. “Maar op de langere termijn levert het problemen op: je identificeert je namelijk met iets wat buiten jezelf ligt. En je doet ook anderen tekort, want die krijgen van jou geen dingen te zien en te horen waar ze misschien iets aan zouden kunnen hebben”, vult hij aan.

Accepteer jezelf
Veel gedrag ontstaat door aannames: dingen die je jezelf bent gaan wijsmaken. “Vaker nee zeggen begint vaak met inzien dat je bang bent om niet aardig gevonden te worden”, zegt arbeids- en organisatiepsycholoog Mieke Meulmeester. “Als je accepteert dat niet iedereen jou aardig kan vinden en jou ook niet aardig hóeft te vinden, kun je makkelijker voor jezelf kiezen. Dat wil niet zeggen dat je daarin berust, maar van daaruit kun je verder kijken: wat wil ik wel, hoe wil ik mij ontwikkelen en waar wil ik heen.”

Eerst nadenken
De ene nee is moeilijker dan de andere, maar wat ze met elkaar gemeen hebben is dat het een ‘nee’ is die je iets oplevert. Want: “Nee zeggen zorgt ervoor dat je dicht bij jezelf blijft,” zegt communicatiepsycholoog Susanne Piët. “Zo leer je jezelf beter kennen en heb je meer respect voor jezelf. Je leert om eerst na te denken over de inhoud van de vraag, en daardoor besef je beter wat je wilt. Uiteindelijk doe je zo minder dingen die je niet wilt: je denkt minder vaak dat je iets moet doen omdat het zo hoort of omdat het leuk zou moeten zijn.”

Eerlijk zijn
“We zijn als de dood dat de relatie tussen ons en de ander wordt verstoord als we een keertje nee zeggen”, vertelt hoogleraar sociale psychologie Roos Vonk. Maar iets vaker nee zeggen kan juist positief zijn, als je maar laat zien dat je betrokken bent bij de ander. Vonk: “Maak contact en wees gewoon eerlijk. Kijk de ander aan, zeg dat je het vreselijk jammer vindt dat je niet kunt helpen en vertel waar jij mee bezig bent. Dat is heel transparant en wekt begrip op.”

Bron: Nu.nl | Flow

Scholing door professionals. Klantgericht, deskundig maatwerk. Training en Coaching Bureau, Croan Consult.