Alle berichten van Joris de Heer

‘We zullen nooit weten wat de hoofdoorzaak van depressie is’

Werkdruk en problemen met psychische gezondheid lijken alleen maar toe te nemen, zowel bij medewerkers als studenten. In een serie verhalen gaat ErasmusMagazine op zoek naar oorzaken en oplossingen. Samen met een filosoof, een psychiater en Nina, een student die kampt met een depressie, zoeken zij naar oorzaken voor psychische problemen bij de huidige generatie studenten.

Steeds meer studenten lijken te maken te krijgen met psychische problemen. Is er sprake van een epidemie op universiteiten? Hoe kunnen we dat verklaren? En wat kunnen we eraan doen? “Universiteiten moeten rekening houden met de geestelijke gezondheid als een variabele die invloed kan hebben op de opleiding.”

Eerstejaars psychologiestudent Nina (22) worstelt met een depressie en een lichte angststoornis. “Ik voel me constant hol, leeg en gespannen. Ik heb altijd veel stress ervaren in mijn leven. Op school kwam dat vooral door de mensen om me heen, deadlines en examens. Ik denk dat ik niet wist hoe ik ermee om moest gaan, wat waarschijnlijk ook de reden was dat ik in eerste instantie een depressie kreeg.”

In de hedendaagse maatschappij lijken steeds meer studenten te kampen met psychische problemen, waaronder depressie, angst of burn-out. Studenten kunnen zich in deze mentale strijd eenzaam en verkeerd begrepen voelen, zoals Nina. Wat is geestelijke gezondheid? Wat is de oorzaak van psychische problemen? En zijn er oplossingen?

Geestelijke gezondheid is moeilijk te vatten. Is het een kwestie van niet willen praten over psychische problemen of niet weten hoe je erover moet praten? Studenten vinden het lastig om toe te geven dat ze zich niet lekker voelen. Want dat zou kunnen worden gezien als een teken van zwakte, of misschien hebben ze simpelweg geen tijd om in te storten. “Ik heb het er niet echt over, omdat het een beetje taboe is, toch?” Nina zegt dat anderen niet echt zouden begrijpen hoe het voelt. “Het zou gewoon niet werken om erover te praten.”

Drijfveren en keuzes
Psycholoog en filosoof Bert van den Bergh publiceerde onlangs De schaduw van de zwarte hond. In dit boek wordt depressie in de hedendaagse maatschappij besproken vanuit een cultureel-filosofisch perspectief. Van den Bergh beweert dat studenten onder steeds meer druk komen te staan. “Onze maatschappij is steeds meer gericht op het individu, op prestaties. Studenten krijgen te maken met enorm veel drijfveren en keuzes. Er wordt van ze verwacht dat ze precies weten wat ze willen, terwijl ze pas 17 of 18 zijn. Dat is waanzin.”

Walter van den Broek, psychiater en docent aan het Erasmus MC, benadrukt dat depressie een ziekte is die veel mensen van deze generatie treft. “We kunnen het vergelijken met eerdere decennia en het idee hebben dat het drastisch is toegenomen, maar het is van alle tijden. Het hebben van een depressie was vroeger mogelijk wel een gevoeliger onderwerp dan nu, en mensen zijn opener en transparanter dan toen.” Dat is een goede zaak, volgens Van den Broek, niet alleen om meer bewustzijn te kweken rond het onderwerp, maar ook om mensen te laten weten dat het oké is om niet oké te zijn.

Allerlei soorten depressies
Van den Broek is het niet eens met Van den Berghs bewering dat het de cultuur is die individuen pusht om druk te voelen vanwege de eisen die tegenwoordig aan hen worden gesteld. Hij denkt wel dat dat een oorzaak kan zijn voor burn-out of werkoverbelasting. “Er zijn allerlei soorten depressies, en als een persoon er gevoelig voor is, helpt stress niet”, legt hij uit. “Daarom is het belangrijk om eerst de triggers vast te stellen die ervoor zorgen dat iemand depressief wordt, zodat deskundigen weten hoe ze een episode kunnen voorkomen.”

Een persoon kan depressief worden door een genetische oorzaak, psychologische factoren of sociale factoren, en de depressie kan worden aangeduid als licht, gemiddeld of zwaar. Als iemand een lichte tot gemiddelde depressie heeft, kan hij of zij poliklinisch worden behandeld in combinatie met medicatie. Patiënten met de diagnose zware depressie moeten worden opgenomen in het ziekenhuis, zodat ze zorgvuldig kunnen worden geobserveerd.

‘Door mijn angststoornis voel ik me constant gespannen. Alsof je in een achtbaan zit die je niet kunt besturen.’

Achtbaan
Wanneer haar wordt gevraagd hoe het voelt om een depressie te hebben, zegt Nina: “Het geeft me een leeg gevoel. Het is niet echt een gevoel; het is meer een toestand. Door mijn angststoornis voel ik me constant gespannen. Alsof je in een achtbaan zit die je niet kunt besturen.”
Ze vervolgt: “Objectief gezien ervaar ik niet meer stress dan een ander mens. Maar door mijn depressie en angst ga ik er minder gezond mee om dan de meeste van mijn medestudenten. Ik zou bijvoorbeeld graag een presentatie willen geven aan de klas, maar dat kan ik niet, omdat het te veel angst veroorzaakt.”

Afzondering
Van den Bergh zegt dat de meeste studenten zich onzeker voelen. “Ze zijn onzeker over hoe en wat ze moeten kiezen, en dat heeft invloed op hun geestelijke gesteldheid. Studenten hebben tegenwoordig zoveel mogelijkheden. Ze moeten keuzes maken over welke opleiding ze willen doen, welke activiteiten buiten de studie ze willen ondernemen en met welke vrienden ze tijd willen doorbrengen. Als dat te veel wordt, leidt dat tot stress en de angst om iets mis te lopen.”

“Het belangrijkste gevoel van een depressie is niet zozeer somberheid of geremdheid, maar afzondering”, zegt Van den Bergh. Wanneer studenten worden geconfronteerd met problemen in hun privéleven of hun studie, voelen ze zich snel eenzaam. Ze willen hun eigen strijd uitvechten en zelf alles oplossen. Het zou onbeleefd zijn om een ander op te zadelen met persoonlijke problemen. “Ik praat niet echt over mijn psychische probleem, omdat het moeilijk is om toe te geven. Ik weet niet hoe ik het aan andere mensen moet vertellen zonder het gevoel te hebben dat ik ze teleurstel,” zegt Nina.

Door die houding aan te nemen, miskennen studenten vaak het feit dat er anderen zijn die hen willen helpen. Nina: “Hoe kun je studenten helpen die worstelen met psychische problemen? Het belangrijkste is medeleven. Universiteiten moeten geestelijke gezondheid beschouwen als een variabele die invloed kan hebben op de studie.

Hulp zoeken
Studenten herkennen Nina’s gevoelens mogelijk, of het nu gaat om milde vormen van angst en stress, om overspannenheid of om depressieve gevoelens. We horen tegenwoordig veel over psychische problemen, maar is er een manier om ze te voorkomen?
Van den Bergh: “Het belangrijkste is om ondersteuning te bieden, vooral in het eerste jaar van het hoger onderwijs waarin studenten zich verloren voelen. Mensen vinden het moeilijk om hulp te zoeken, maar dat moeten we ze niet aanrekenen. Misschien zouden we een systeem moeten verzinnen dat het makkelijker voor ze maakt om die stap te zetten.”

Vanuit medisch perspectief zijn sociale factoren meestal duidelijk, maar die vormen niet geheel de oorzaak van psychische problemen. “Depressie is bijvoorbeeld een ziekte die moet worden behandeld, maar we zullen nooit weten wat de hoofdoorzaak ervan is”, benadrukt Van den Broek. “Wanneer studenten vermoeden dat ze een psychisch probleem hebben, moeten ze hulp zoeken. Als je vroeg begint, kun je complicaties in de toekomst voorkomen. Antidepressiva zouden kunnen helpen, ook al zijn ze niet de kernoplossing voor depressies.”

Gemeenschapszin
Therapie is niet altijd de oplossing, maar het kan je helpen om weer op te krabbelen. Nina: “Zoek zo nodig hulp. Als je niet kunt functioneren door je geestelijke toestand, moet je therapie proberen of in elk geval met je huisarts of met je ouders bespreken wat je eraan kunt doen. Een therapeut zei ooit tegen me dat ik mijn gevoelens moet analyseren wanneer ik me depressief voel. Dat helpt me heel erg.”
Van den Bergh: “Onderwijsinstellingen kunnen natuurlijk ook ondersteuning bieden. Maar we moeten doordringen tot de kern. We moeten werken aan een gevoel van gemeenschap in collegezalen, studenten het gevoel geven dat ze erbij horen. Studenten worden voortdurend de richting in gedwongen dat ze het moeten maken in het leven. Als ze te hard worden gepusht, raken ze de weg kwijt en krijgen ze last van psychische problemen. Medicatie kan dan helpen, maar is gewoonlijk alleen een eerste stap.”

Onderwijsinstellingen zijn zich bewuster geworden van psychische problemen onder studenten. Erasmus Universiteit heeft in het verleden verschillende evenementen georganiseerd om de problemen meer onder de aandacht te brengen. Van den Broek ondersteunt dat initiatief: “Een tijdje geleden heeft Erasmus MC een symposium georganiseerd voor studenten. Er werd gesproken over burn-out, wat we eraan kunnen doen en waar je terecht kunt als je er last van hebt. Er waren verschillende psychologen, psychiaters en studieadviseurs aanwezig om vragen te beantwoorden. Ik denk dat het heel belangrijk is om die informatie met studenten te delen.”

Psychische aandoeningen romantiseren
“Evenementen rond het vragen van aandacht voor psychische problemen zijn erg interessant. Het probleem met die evenementen is dat ze vaak draaien om het bespreekbaar maken van het zogenaamde taboe. Maar we hebben het al zo lang over dat taboe. We moeten verder gaan, problemen openlijk bespreken en manieren verzinnen om te voorkomen dat ze ontstaan”, zegt Van den Bergh bedachtzaam.
Nina vindt dat universiteiten hulp zouden moeten bieden. “Maar dat is wel moeilijk. Docenten zouden rekening moeten houden met psychische problemen, maar ze kunnen je geen hoger punt geven of automatisch laten slagen omdat je problemen hebt. Toch zouden ze er rekening mee moeten houden, omdat je vaak geen invloed hebt op het hebben van psychische problemen.”

Ze voegt daaraan toe: “Ik denk dat het goed is om aandacht te vragen voor psychische problemen, maar mensen moeten uitkijken dat ze het niet romantiseren. Ze worden gepresenteerd als iets heel herkenbaars: iedereen voelt zich weleens slecht. Dat brengt het gevaar met zich mee dat we een situatie creëren waarin de extreme versies van psychische problemen ineens niet meer zo ernstig lijken.”

Dit artikel is oorspronkelijk geschreven voor het IBCoM-vak New Media Production. Studenten kregen de opdracht om een diepgaand verhaal te schrijven over een onderwerp naar keuze en dat te presenteren aan een jury. Het beste verhaal zou worden gepubliceerd in Erasmus Magazine.

Nina wilde om privacyredenen niet dat haar echte naam werd genoemd in dit artikel. Haar naam is bekend bij de redactie.

Bron: erasmusmagazine.nl 

De invloed van social media op suïcidaal en zelfbeschadigend gedrag

Het zijn kille cijfers: In 2017 pleegden 81 jongeren tussen de 10 en 20 jaar zelfmoord. Dat zijn 33 jongeren meer dan in 2016. Heeft het social media gebruik van jongeren hiermee te maken? Wat is eigenlijk de invloed van social media op het zelfbeschadigend of suïcidaal gedrag van jongeren?

Maartje Visscher is kinder- en jeugdpsychiater bij Karakter. Zij onderzocht het verband tussen social media, zelfbeschadigend gedrag en suïcide. Zij vertelt over haar onderzoek en geeft u als ouder advies.

Uit onderzoek komt naar voren dat jongeren hun emoties online delen en hier met elkaar over in gesprek gaan. Dat doen ze ook met heftige zaken zoals wanneer ze zichzelf beschadigen of als ze suicidale gedachten hebben.

Op het internet en social media is vrij gemakkelijk informatie te vinden over hoe je jezelf kunt beschadigen of hoe je suicide kan plegen. Er lijkt een verband te zijn tussen het kennis nemen via social media van dit negatieve gedrag, en het ook echt uitvoeren van dat gedrag. Voornamelijk de kwetsbare jongeren, diegenen die  eenzaam zijn of psychische problemen hebben, hebben het grootste risico hierdoor beïnvloed te worden. Vooral als ze dat normaal gedrag vinden, als dat door andere jongeren wordt aangemoedigd of zelfs wordt verheerlijkt. Ook zien we dat er een competitie tussen de gebruikers kan ontstaan of dat ze onderling het zoeken naar professionele hulp afraden.

Positieve effecten

Social media heeft ook positieve effecten voor jongeren. Het kan het zelfvertrouwen vergroten, sociale steun geven en de jongere in contact brengen met anderen, zoals lotgenoten. Daarnaast geven jongeren aan dat ze makkelijk online en tegen onbekenden praten over hun problemen en dat ze het fijn vinden dat dat in een anonieme en niet-oordelende omgeving kan. Ook wordt gezien dat het positieve gedrag (bv een week geen zelfbeschadiging) bekrachtigd kan worden of dat er eerder ingegrepen kan worden door anderen als iemand iets online deelt over zijn of haar negatieve of sombere gevoelens en gedachten. Deze positieve invloeden maken dat het zelfbeschadigend en suïcidaal gedrag afneemt en jongeren ook hulp gaan zoeken.

Social media heeft dus naast positieve ook negatieve effecten op zelfbeschadigend en suïcidaal gedrag van jongeren, waarbij voornamelijk de kwetsbare jongeren een groter risico hebben op de negatieve invloeden ervan.

Advies voor ouders
‘Voor u als ouders is het belangrijk om over social media in gesprek te gaan met uw zoon of dochter. Welke social media gebruikt uw zoon of dochter? Hoe wordt het gebruikt? Welke informatie zoeken ze precies op?

Het zijn lastige thema’s om over in gesprek te gaan, maar ik wil u aanmoedigen dit wel te proberen. Weet dat u altijd hierover in gesprek kan gaan met de betrokken professionals die u meer gerichte handvatten kunnen geven hoe hiermee om te gaan.’

Voor algemene informatie en adviezen over social media gebruik bij jongeren, zie www.mediaopvoeding.nl , http://www.mediawijsheid.nl en www.mediawijzer.net

*Definities:
Suïcidaal gedrag: verwijst naar het geheel aan gedachten, voorbereidingen/handelingen en pogingen die een zekere intentie uitdrukken om zichzelf te doden.

Bron: karakter.com

NB  Wilt je praten over suïcide, neem dan contact op met de speciale hulp- en preventielijn. Bel telefoonnummer 0900-0113 of ga naar de website www.113.nl.

Podcastserie ‘Stempel’ Marco Martens in gesprek over omgaan met ADHD

Onlangs is de eerste podcast uitgekomen van de Serie ‘Stempel’. In deze serie bespreekt spoken word-artiest Marco Martens met diverse collega’s uit de creatieve sector hoe zij omgaan met ADHD.

Afgelopen jaar kreeg verhalenverteller Marco Martens, op zijn 36e, de diagnose ADHD. De wachttijd op verdere behandeling bedraagt acht maanden, dus ging hij zelf op zoek naar handvatten: hoe kan het in je voordeel werken en hoe behoed je je voor de welbekende valkuilen? En waarom rust er zo’n taboe op spreken over mentale gezondheid? Om inzicht in ADHD te krijgen, ging hij met collega-kunstenaars in gesprek.

In acht afleveringen spreekt Martens met schrijver Martin Rombouts, dj en sociaal werker Tomas van de Velde, fotograaf Fred Ernst, manager Lisanne Middag, actrice Linda Zijl, muzikanten Arjan Vriens en Michel Nienhuis en filmmaker Matthijs Diederiks.

De eerste podcast van de serie, met Tomas van de Velde, is gratis te beluisteren via o.a. marcomartens.com, op Spotify, Apple Podcasts. De overige afleveringen verschijnen komende periode.

Bij de serie nam Martens samen met producer Winio Music een gelijknamige single op. Deze verscheen afgelopen week: de lyric-video is op YouTube te bekijken.

Meer aandacht nodig voor PTSS bij mensen met laag IQ

Er is meer aandacht nodig voor PTSS bij mensen met laag IQ. Mensen met een lichtverstandelijke beperking (LVB) die langdurend in zorg zijn in de ggz, ervaren meer traumatische ervaringen in hun leven dan mensen met een gemiddeld IQ. Dit blijkt uit recent onderzoek van VGGNet, een onderdeel van GGNet, de Gelderse ggz-zorgorganisatie voor mensen met psychische problemen en hun naasten, zo meldt het Nederlands Kenniscentrum Angst en Depressie 

Het onderzoek vond plaats onder 570 patiënten van GGNet en GGZ Oost Brabant, die langer dan 2 jaar in de zorg verbleven. Er werd duidelijk dat 86 procent van hen ooit een trauma heeft meegemaakt. Daarvan is er bij 239 mensen (42 procent) aanwijzing voor een posttraumatische stressstoornis (PTSS). Dit terwijl slechts 8 procent gediagnosticeerd is met PTSS.

Maar liefst 61 procent van de vrouwen met LVB in deze groep heeft (ook) te maken gehad met seksueel geweld. Bij 228 mensen (40 procent) blijkt verder dat er vermoeden is van een licht verstandelijke beperking.

Meer aandacht nodig voor PTSS bij mensen met laag IQ

Onderzoeker en psychiater Jeanet Nieuwenhuis van VGGNet pleit ervoor dat zorgprofessionals meer oog hebben voor PTSS en een laag IQ. En zeker voor de combinatie ervan.

Nieuwenhuis: “Wanneer het dossier van een patiënt onvoldoende of geen informatie bevat over vroeger, dan moet dat als eerste verzameld worden. Het is erg belangrijk aandacht te hebben voor iemands ontwikkeling, schooltijd, familie en sociale omstandigheden.”

Onnodig lang verblijf in de zorg

Esther van Gaalen, directeur bij GGNet: “Wanneer we onvoldoende aandacht hebben voor iemands verleden, lopen mensen een verhoogd risico langdurend in de psychiatrie verzeild te raken. Wanneer de diagnose niet klopt, dan slaat de behandeling ook niet aan. En wanneer de diagnose wel juist is, maar het IQ is lager dan de zorgprofessionals denken, heeft de behandeling ook onvoldoende effect. Waardoor iemand onnodig lang in zorg kan blijven.”

Lees de publicatie in European Psychiatry.

Bron: nedkad.nl

Openheid over psychische aandoening van naasten

Kennis vergroten van je omgeving is één ding. Daarnaast kan het opluchten om je verhaal te doen. Bespreek wel eerst met je naaste of hij jouw openheid goedkeurt. En besef goed: open zijn over de psychische aandoening van een verwante vereist moed. De kans bestaat dat je negatieve of kwetsende reacties krijgt. Niet iedereen kan of durft dit aan.

Wel of niet vertellen?

Je kunt op verschillende manieren omgaan met openheid rond psychische aandoeningen. Hieronder staan enkele overwegingen en manieren.

  • Je vermijdt mensen en situaties waarbij je stigma ervaart.
  • Je vertelt niets over je zieke vriend(in) of familielid.
  • Selectief bekendmaken. Je vertelt het alleen aan mensen van wie je steun denkt te krijgen.
  • Je deelt het met een brede groep mensen.

“Misschien vertel je het wel op je werk, maar niet aan de buren. Of omgekeerd. “

Geen van deze manieren is beter dan de andere. Elke benadering heeft zijn eigen voor- en nadelen. Je bekijkt zelf wat het beste bij je past. Dat hoeft niet eens overal hetzelfde te zijn. Steeds opnieuw weeg je af wat je wilt bereiken met openheid. En wat eventuele voor- en nadelen kunnen zijn.

Voordelen

  • Je hoeft je geen zorgen meer te maken over de aandoening verbergen van je naaste;
  • Anderen durven ook open tegen jou te zijn. Zo kun je mensen ontmoeten die vergelijkbare ervaringen hebben;
  • In de toekomst is het makkelijker om hulp te vragen voor je naaste of jezelf;
  • Je werkt mee aan het bestrijden van vooroordelen en taboes;
  • Openheid leidt tot begrip.

Nadelen

  • Je kunt negatieve opmerkingen krijgen. Mensen kunnen over jou of je naaste roddelen of je buitensluiten;
  • Je kan met discriminatie te maken krijgen.

Bron: samensterkzonderstigma.nl

Minicollege’s over de hersenen

In 20 minicolleges vertelt Erik Scherder (hoogleraar neuropsychologie) over de werking van de hersenen.
De hersenen zijn een enorm ingewikkeld orgaan in het menselijk lichaam. Ze vervullen vele functies. Ze coördineren zintuiglijke waarnemingen, zoals voelen, ruiken, proeven, horen en zien. Verder bepalen ze het gedrag en het maken van verschillende lichaamsbewegingen. We kunnen onder meer denken, lezen en schrijven, met behulp van en dankzij de hersenen.

Bekijk de colleges

In de reeks minicolleges krijg je antwoord op onderstaande vragen:

  • Wat zijn de gevolgen van ouder worden?
  • Hoe krijg je de hersenschors zo goed mogelijk aan de gang?
  • Hoe zit het met slapen en de hersenen?

Bekijk de reeks minicolleges

Voor wie?

De colleges zijn geschikt voor vrijwilligers, verzorgenden en verpleegkundigen die werken met ouderen met en zonder dementie én andere geïnteresseerden. Je krijgt praktische tips en leert over de hersenen. 

Bron: Hersenletselnet

Nieuwe app ondersteunt begeleiders bij verslavingen LVB’ers

Cordaan en Jellinek hebben een app ontwikkeld die begeleiders van cliënten met een licht verstandelijke beperking (LVB) helpt omgaan met verslaving. In de app staan handelingsrichtlijnen voor gebruik op de werkvloer.

lvb-gehandicaptenzorg-alcohol-verslaving-drugs
De app heet ‘Gebruik en verslaving LVB’ en is gebaseerd op twee centrale vragen:
  1. Wat moet je als begeleider over middelen weten?
  2. Wat kun je voor deze cliënten doen?

Aan de slag met de app

De uitgangspunten van beleid (voorlichten, ontmoedigen, signaleren, motiveren en behandelen) zijn daarin uitgewerkt met behulp van deze vragen:
  • Hoe spreek je een cliënt aan die onder invloed is?
  • Wat moet ik weten over cannabis?
  • Hoe kan ik gebruik signaleren en wat kan ik doen?

Praktische informatie

‘Gebruik en verslaving LVB’ bevat informatie, filmpjes, instructies, verwijzingen naar websites en testen, signaleringslijsten en een functieanalyse. De app is bedoeld voor begeleiders. Veel onderdelen kun je samen met de cliënt bekijken. De app is gratis te gebruiken voor alle organisaties in de LVB-zorg.

Stel je vraag

lvb-gehandicaptenzorg-verslaving-alcohol
Heb je vragen of suggesties, stuur een mail naar hwillemsen@cordaan.nl

Bron: Skipr

Vacature Croan Consult training en coaching B.V.

Wegens uitbreiding van onze activiteiten zijn we op zoek naar een administratief medewerker (M/V).

Lees hier de vacature tekst.

Croan Consult is een bureau gericht op groei en ontwikkeling van professionals, organisaties en bedrijven. Onze dienstverlening omvat training, blended learning (e-learning in combinatie met praktijktraining) en coaching.
De inhoud van onze diensten komt tot stand in samenspel met de opdrachtgever. Een aanbod gericht op de praktijk, uitgevoerd door ervaren en inspirerende trainers uit de praktijk.

Haal het beste uit een training: even niets doen

Niets doen, je doet het zelden. Toch blijkt het hard nodig, zeggen professoren. Eens even ontspannen en je brein rusttijd gunnen, zorgt er namelijk voor dat je niet alleen informatie beter opslaat, het maakt je creatiever én je wordt minder snel depressief. Leg dus je smartphone neer, zet de tv uit en ontdek waarom dat zo is.

EVEN ONTSPANNEN BETEKENT NIET SCROLLEN OP JE TELEFOON OF NETFLIXEN…

Wanneer is de laatste keer dat jij werkelijk eens even niets deed? En néé, op je telefoon scrollen, een serietje Netflixen of een boek lezen telt niet. Zitten of liggen en je gedachte laten afdwalen – even niets doen, even ontspannen – dat bedoelen we.

Waarschijnlijk is dat dan toch een poos geleden, niet?

Volgens een aantal professoren is dat een kwalijke zaak. Het blijkt namelijk dat regelmatig even ontspannen ontzettend van belang is om die bovenkamer van je gesmeerd te houden.

Je hebt namelijk maar een bepaalde hoeveelheid aandacht en concentratie die jij dagelijks kunt besteden voordat deze opraakt.

En aangezien het grootste gedeelte van die concentratie opgaat aan werkgerelateerde zaken, is het maar al te verleidelijk om het restje dat overblijft, te besteden aan entertainende stimulans zoals Netflix, Facebook of een goed boek.

“Prima toch? Waarom zou ik niet mijn concentratie en aandacht besteden aan leuke dingen? Zolang ik het besteed aan interessante en informatieve zaken, is er toch niets aan de hand? — ik leer er misschien nog wat van.”

Een aantal brein-professoren zijn het hier niet mee eens:

Even ontspannen

EVEN ONTSPANNEN DOET DÉZE 3 DINGEN MET JOUW BREIN.

Volgens hen zul je namelijk eens wat vaker niets moeten doen — enkel zitten en nadenken. Waarom? Nou, het blijkt namelijk dat wanneer jij jouw brein eens wat vaker ‘rusttijd’ gunt, er een paar nuttige veranderingen optreden in je brein.

Welke dat zijn, leggen ze haarfijn uit:

1. Je brein slaat sneller informatie op wanneer je niets doet.

Allereerst legt Loren Frank – professor aan het Center for Integrative Neuroscience aan de universiteit van Californië – uit hoe een aantal minuten stilte per dag je brein helpt informatie beter te onthouden.

“Onderzoek wijst uit dat wanneer je nieuwe informatie tot je wil nemen, je het moet bestuderen en vervolgens je brein een rusttijd moet gunnen.”

Frank haalt hiervoor verschillende onderzoeken aan die keer op keer bewijzen dat mensen veel sneller en beter nieuwe informatie onthouden wanneer hun brein de tijd krijgt de informatie te analyseren en verwerken.

En om beter te begrijpen hoe dit precies werkt, testte hij het een en ander uit op ratten.

Uit de hersenscans bleek dat wanneer ratten de tijd kregen bij te komen na het rondlopen in een voor hen onbekend doolhof, hun brein automatisch de route herhaalde wanneer ze ‘pauze’ namen. Werden ze op een later moment opnieuw in het doolhof geplaatst, dan vonden de sneller de juiste route.

Kregen ze daarentegen niet de kans te rusten, dan kreeg hun brein niet de kans de route te ‘oefenen’. Deze ratten legde dan ook niet sneller het doolhof af.

Het menselijk brein werkt op precies dezelfde manier, zegt professor Frank.

“Net als bij de ratten heeft ook ons brein rusttijd nodig om zo nieuwe informatie permanent op te slaan in ons brein.”

En hoeveel tijd daar dan voor nodig is, verschilt volgens hem.

“We weten dat het brein redelijk snel kan ontspannen. Een paar minuten – zo’n vijf tot vijftien – zijn al genoeg om je leervermogen te doen verbeteren.”

Echter, deze tijd kan van persoon tot persoon verschillen en daarnaast speelt ook de moeilijkheidsgraad van de nieuwe informatie parten.

Even ontspannen

2. Niets doen helpt je brein dingen te verwerken.

Je brein rusttijd gunnen helpt daarnaast verschillende mentale processen op gang te komen, zegt Mary Hellen, Immordino-Yang, professor Educatie, Psychologie en Neurowetenschappen aan de universiteit van Zuid Californië:

“Een diepe, reflectieve staat waarin je kunt nadenken over jezelf, je identiteit en de zaken die om je heen gebeuren, vinden alleen plaats wanneer je niet bezig bent met een handeling.”

Zodra jij je brein constant bombardeert met nieuwe stimulans en informatie en het nooit eens rust gunt, vind je brein het lastig hier diepere betekenissen aan te koppelen. Hierdoor kun je jij je leeg voelen — of nog erger, depressief.

Immordino-Yang:

“Je kunt ervaren dat jij je leven niet onder controle hebt en dat alles langs je af gaat.”

Een vaker de tijd nemen om enkel te zitten, geeft je dus de kans gebeurtenissen te verwerken. Nodig, wanneer je een depressie wil voorkomen.

3. Niets doen helpt je brein creatiever te worden.

Ook Jonathan Schooler, professor Psychologie en Brein Wetenschappen aan de universiteit van California sluit zich hierbij aan. Volgens hem kan regelmatig je brein laten ontspannen je helpen je creatieve- en oplossingsgerichte skills te ontwikkelen.

“Ons onderzoek toont aan dat zo nu en dan je gedachten laten afdwalen, een bepaalde productiviteit aanwakkert in dit soort gebieden.”

Je brein kan op die manier eerder ‘om’ bepaalde obstakels heen denken, met als gevolg dat je wellicht op zo’n “a-ha!”-moment stuit. Echter, dit gebeurt alleen zodra jouw brein rusttijd krijgt.

Het is volgens hem dan ook ontzettend belangrijk om regelmatig eens niets te doen.

“Net als dat je een slaaptekort opbouwt wanneer je onvoldoende slaapt, bouwt ook je brein een tekort aan rust op wanneer je het nooit de kans geeft te ontspannen”

Hij geeft dan ook een aantal handige tips om daar voortaan op te letten:

BREIN EVEN ONTSPANNEN? VOLGENS PROFESSOR DOE JE DAT ZÓ:

“Ontzettend veel mensen vinden het lastig en zelfs stressvol om eens werkelijk niets te doen.”

zegt Schooler.

Zodra jij daar last van hebt, is volgens hem de oplossing om je eens bezig te houden met simpele en niet-veeleisende taken — taken die zo weinig mogelijk mentale en fysieke energie van je vragen.

Even ontspannen

Denk bijvoorbeeld aan activiteiten zoals een wandeling maken, de afwas doen of simpelweg de was vouwen — taken waarbij je handen misschien wel bezig zijn, maar je brein even rust krijgt.

Let er daarnaast op dat wanneer je jouw gedachten de kans geeft te laten afdwalen, je niet verstrikt raakt in het herkauwen van gedane zaken — dat betekent echter niet dat je deze gedachten volledig moet blokkeren.

Schooler:

“Het gaat om het vinden van een gezonde balans tussen bezig zijn in het nu en je gedachten laten afdwalen, waarbij je nadenkt over de wat er goed gaat in je leven en waar zich misschien obstakels bevinden”

Het is misschien lastig om in te schatten hoeveel tijd je hiervoor moet uittrekken.

Professor Immordino-Yang geeft aan dat wanneer je merkt dat het je moeite kost om je externe stimulans te verminderen, het een teken is dat je brein nog meer rusttijd nodig heeft.

“Het is niet fijn om te zitten en te denken, zegt ze. Je brein is het niet gewend, maar het toch gewoon doen, heeft ontzettend veel voordelen voor je welzijn.”

Professor Frank raadt aan om klein te beginnen – misschien 15 minuten, een wandeling tijdens je lunch, bijvoorbeeld.

“Het zal je wereld op zijn kop zetten.”

Even ontspannen

KORTOM, EVEN ONTSPANNEN — ONTZETTEND NUTTIG.

Heb je dus een momentje over, grijp dan niet direct naar je telefoon. Neem in plaats daarvan iedere dag een kwartier uit je kostbare tijd om even niets te doen. Super voor je brein, ontspannend voor jou.

Uiteindelijk zul je merken dat je niet alleen sneller en beter informatie kunt onthouden, je zit beter in je vel én komt sneller tot nieuwe en creatieve ideeën.

Doe dus de afwas, ga eens wandelen of strijk neer in het gras — want wanneer was de laatste keer dat jij naar de wolken keek?

Bron: tijdwinst.com

7 tips voor persoonlijke groei, geluk en balans

TEDx-spreker Sebastian Mennes: Cut the crap

Een burn-out is een indicator dat je meer dingen doet die je energie kosten, dan dat je energie haalt uit je werk, weet Sprout-expert Sebastian Mennes uit eigen ervaring. Hij deelde zijn belangrijkste lessen onlangs op het podium van TEDx. “Reserveer bij voorbaat tijd voor dingen die mis gaan.”

Tien jaar geleden behoorde ik tot de 25 onder de 25 met een goedlopend webbureau, dat grote klanten bediende en hard groeide. En toen ging het mis: ik had te veel pannen op het vuur, de boel kookte over en ik kwam met een burn-out thuis te zitten. Het kostte mij maanden om zijn leven weer op de rit te krijgen en jaren om mezelf en mijn bedrijven opnieuw uit te vinden.

Het eerste dat ik ben gaan doen toen ik de boel weer enigszins op de rit had, was mijn ideale werkweek in kaart brengen. Ik maakte een spreadsheet met activiteiten – die ik ‘tijdsoorten’ noem – en daarnaast de uren die ik daaraan wilde spenderen. Dat was een vrij confronterende exercitie, want het totaal kwam boven de honderd uur uit… Niet zo gek dus dat ik opgebrand thuis kwam te zitten! Het dwong me om prioriteiten te stellen, werkzaamheden te elimineren en te delegeren, maar óók om mezelf scherp te blijven houden: je hebt niets aan zo’n lijst als je vervolgens niet strikt bijhoudt hoeveel tijd je daadwerkelijk aan welke activiteiten besteedt.

Hack
Een nuttige hack in dat kader om bij voorbaat tijd te reserveren voor zaken die misgaan. Als ondernemer gaan er altijd wel dingen fout: een klant die te laat betaalt of een leverancier die een slecht product of dienst levert. Je kunt je daardoor uit het veld laten slaan, maar ik besloot het om te draaien: die dingen gebeuren toch wel, dus het is de kunst om je daar niet door te laten leiden en er zo min mogelijk energie aan te besteden.

Een van de tijdsoorten in mijn spreadsheet noem ik daarom ‘gezeik’. Iedere keer als the shits hit the fan gaat mijn teller lopen. Door ernaar te streven om niet meer dan twee uur per week met gezeik bezig te zijn, is mijn mindset veranderd. Ik kan beter accepteren dat er nu eenmaal altijd dingen misgaan en ik heb gemerkt dat sinds ik dat ben gaan bijhouden de tijd die ik aan ‘brandjes blussen’ spendeer steeds minder wordt.

7 tips voor persoonlijke groei, geluk en balans

1. Voorkom dat je met oogkleppen op alleen maar met de waan van de dag bezig bent
Juist als ondernemer kun je je leven zo inrichten dat je aan de ratrace ontsnapt.

2. Gun jezelf regelmatig ruimte voor reflectie
En stel jezelf vanuit helikopterview kritische vragen (over je onderneming, maar vooral ook over jezelf als ondernemer), zoals:
– Wat drijft jou? Wat is je purpose? (dat gaat dus verder dan alleen winst of omzet maken)
– Krijg je energie van wat je doet? Of kost je werk vooral energie? Op welke manier(en) zorg jij voor persoonlijke groei?
– Waar wil je over X jaar staan? (met je onderneming, maar ook als mens / ondernemer) Hoe ga je daar komen? En waar sta je nu?

3. Breng je energielekken in kaart door:
(a) jouw ideale week vorm te geven (spreadsheet met in kolom A activiteiten (‘tijdsoorten’) en kolom B het aantal uur dat je daar idealiter aan zou willen spenderen,
(b) gedisciplineerd bij te gaan houden waar je tijd aan spendeert (met een app),
(c) op vaste momenten te analyseren in hoeverre (a) matcht met (b) en of je energievreters kunt ontdekken. Zo ja? elimineren / delegeren!

4. Reserveer tijd voor dingen die mis gaan
Meten = weten (en vaak resulteert alleen het bijhouden al in minder gezeik).

5. Oefen dankbaarheid
Als je regelmatig jouw zegeningen telt en je dankbaarheid uit (bijvoorbeeld door iedere dag 3 tot 5 dingen op te schrijven) heeft dat een positief effect op je mindset.

6. Je bent meer dan je bedrijf
Zorg dat je als ondernemer jouw eigenwaarde, zelfbeeld en identiteit niet aan je onderneming ontleent. Jij bent meer dan je bedrijf!

7. Werk áán je bedrijf
Als ondernemer moet je niet ín je bedrijf werken (die werkzaamheden zo veel mogelijk delegeren!) maar áán je bedrijf werken. (bron: Sprout)


Video: Ditch the rat race | Sebastian Mennes | TEDxRotterdam

Bron: tvc

10 tips voor werkgevers

Dankzij een beetje begrip en wat kleine aanpassingen kunnen veel mensen met autisme tot bloei komen op de werkvloer, met grote voordelen voor bedrijven.


Werknemers met autisme zijn vaak:

  • Authentieke denkers
  • Eerlijk, betrouwbaar & loyaal
  • Goed in specialiseren
  • Goed in langdurige concentratie
  • Goed in analyseren
  • Zorgvuldig
  • Goede detailwaarnemers
  • Goed in techniek

Zo geef je een werknemer met autisme een eerlijke kans:

  1. Vraag aan de werknemer wat hij of zij nodig heeft om goed te kunnen functioneren.
  2. Laat de werknemer vooral werk doen waar hij of zij goed in is.
  3. Communiceer duidelijk; geef heldere, eenduidige instructies.
  4. Vertrouw er niet op dat non-verbale communicatie wordt opgepikt.
  5. Evalueer regelmatig en vraag dan zo expliciet mogelijk naar eventuele knelpunten.
  6. Stel geen onrealistische of onnodige eisen op sociaal gebied.
  7. Zorg voor kennis en begrip bij collega’s.
  8. Zorg voor een vast aanspreekpunt/‘buddy’ op de werkvloer, bijvoorbeeld een collega.
  9. Zorg voor voorspelbaarheid.
  10. Houd rekening met een mogelijke overgevoeligheid voor prikkels als licht, geur en geluid.

Kijk hier en op werkwebautisme.nl voor véél meer tips!

Bron: NVA

TIJD CONCREET MAKEN

Je leest wel vaker dat mensen met autisme baat hebben bij tijdsverheldering. En terecht. Alleen denken we daarmee spontaan aan klokken en horloges en wekkertjes in allerlei vormen en maten. Ook terecht, de meeste mensen onder ons zijn namelijk neurotypische denkers. Maar we vergeten daardoor dat die typische tijdsaanduiding net moeilijk te volgen is voor mensen met autisme.

Wanneer we praten over ‘binnen 5 minuutjes’ (leesbaar op een klok) bedoelen we meestal erg vaag ‘nog niet meteen, maar wel weldra’. We bedoelen zelden dat we echt binnen de 5 minuten zullen beginnen. En wanneer we afspreken ‘om 12 uur’ (opnieuw leesbaar op de klok) bedoelen we eerder ‘rond twaalf uur’. Hoe groot die ronde is rond twaalf uur hangt dan weer af van de context. Bij ‘de les begint rond twaalf uur’ is die ronde iets kleiner dan ‘ik arriveer in Italië rond twaalf uur’. Door de contextblindheid, eigen aan het autistische brein, gaat tijd verhelderen voor mensen met autisme er dus net iets anders aan toe.

De volgorde van activiteiten weergeven is een bruikbaar alternatief. ‘Na het eten mag je met je Lego spelen’ kan bij voorbeeld erg duidelijk zijn. Tenminste als deze volgorde de waarheid betreft. Vorige uitspraak zorgt immers net voor onzekerheid indien er na het eten nog 10 minuten gewacht moet worden aan de tafel of als er tussendoor nog tanden gepoetst moeten worden. De volgorde weergeven geeft pas rust en duidelijkheid als de informatie klopt. Het is een manier die in vele gevallen heel bruikbaar is. Op deze manier kan er flexibel met tijd omgegaan worden.

Het werken met timers kan ook helpen om het einde van een activiteit te verhelderen. Let wel op: er zijn heel wat timers die enkel een signaal geven om het einde te objectiveren. Het is dan niet mama of de meester die roept ‘gedaan!’, het is het wekkertje dat deze boodschap overneemt. Dit is vooral zo bij keukenwekkertjes of een alarm op smartphones. De tijd zelf zie je niet verstrijken. Voor sommigen komt dit einde dan te plots en geeft het alsnog problemen. Bovendien representeert het enkel het einde van een activiteit, niet het verloop en ook net wat er nadien zal gebeuren.

Bij een zandloper of een time-timer zie je de tijd effectief verstrijken. Op die manier wordt het einde van de activiteit wel aangekondigd en komt dit einde niet als een verrassing. Sommige mensen zijn hierdoor echter afgeleid en vergeten zich te concentreren op de activiteit zelf. Dus altijd goed individualiseren welk hulpmiddel je voor wie gebruikt.

Voor hele jonge kinderen of voor mensen met een verstandelijke beperking en autisme is het vaak moeilijk om zo’n timer te interpreteren als tijd en wordt het moeilijk om ze in te zetten als verheldering. Dan gaat het vooral over mensen die begrijpen op presentatieniveau (zie ComVoor). Wat we wel kunnen doen om ook voor deze jonge kinderen het einde van activiteit aan te kondigen is dit telkens op exact dezelfde manier te doen. We zetten bijvoorbeeld telkens 3 minuten voor het einde van een activiteit een keukenwekkertje. Op die manier betekent het wekkertje zo veel als ‘het is bijna tijd’. Alleen gaan wij die tijd steeds hetzelfde maken waardoor er een zekere voorspelbaarheid optreedt. Zoals steeds is het belangrijk dat de informatie klopt. Dat wil dus zeggen dat de activiteit na 3 minuten wordt afgebroken. Het is niet de bedoeling dat dat wekkertje af en toe 5 minuten voorstelt en een andere keer 10 of 2 minuten. Voor deze jonge ontwikkelingsleeftijd is het belangrijk dat het steeds hetzelfde aantal minuten weergeeft. De betekenis wordt geleidelijk aan geconditioneerd. Dit doen we dus enkel en alleen voor personen die op een laag begripsniveau begrijpen.

MIND MY MIND

Wat gebeurt er in het hoofd van iemand met autisme? Hoe komen indrukken binnen en hoe worden complexe sociale situaties zoals boosheid en verliefdheid verwerkt? Het is niet eenvoudig uit te leggen… Maar zoals wel vaker zeggen beelden meer dan woorden. En sommige beelden doen dat op een ronduit prachtige manier!

De animatiefilm “Mind My Mind” van de Nederlandse Floor Adams is daar een uitstekend voorbeeld van. De kortfilm brengt het verhaal van Chris, een man met autisme, en het mannetje in zijn hoofd. Samen worden ze geconfronteerd met de sociale en emotionele uitdagingen van het leven waarin ze zich staande proberen te houden.

“Mind my Mind” is geselecteerd voor de internationale kortfilmcompetities tijdens het Brusselse Animatiefilm Festival, Anima (1 -10 maart 2019) en tijdens het kortfilmfestival Go Short in Nijmegen (3 – 7 april 2019).
Bekijk de trailer van de animatie:

 

Bron: autismecentraal

Lever kritiek zonder ruzie te maken

Kritiek leveren op iemands functioneren. Maar weinig managers die dat als plezierig ervaren. Met behulp van deze tips voorkom je een hoogoplopende ruzie.

Wacht niet te lang…

Op kantoor klinkt al langer gemor over het gedrag en de inzet van één van de collega’s. Die geluiden heb je opgevangen bij de koffieautomaat. Hoog tijd daarom om de verbanddoos op tafel te zetten. Voorkom dat een kleine, op het eerste oog onschuldige schaafplek gaat etteren en zich ontwikkelt als open wond. Mede hiervoor hebben ze je destijds aangesteld als manager. Slecht functionerende medewerkers zullen in verreweg de meeste gevallen niet uit zichzelf beter werk gaan leveren. Is het je duidelijk dat er slecht nieuws moet worden gebracht? Je kunt het gesprek dan maar beter zo snel mogelijk inplannen.

…maar bereid je wel goed voor

Een goede voorbereiding… je kent de riedel verder wel. Toch kunnen we niet genoeg benadrukken hoe belangrijk het is dat je je van tevoren in de situatie, de medewerker zelf en de boodschap verdiept. Met wie ga je het gesprek voeren? Zijn er bijvoorbeeld omstandigheden in de privésituatie die zijn of haar slechte functioneren kunnen verklaren? Aan de hand daarvan kun je ook alvast de mogelijke reacties in kaart brengen en daar een passend antwoord op bedenken.

Grofweg kunnen we stellen dat je gesprek drie doelen heeft. Allereerst is daar de boodschap zelf, in de tweede plaats het opvangen van de emoties en als derde de acceptatie van het nieuws. Er is je immers alles aan gelegen dat de medewerker met je boodschap aan de slag gaat. Vat deze daarom eens samen in één enkele zin en voeg daar twee, maximaal drie argumenten aan toe. Houd deze informatie vast als leidraad tijdens het gesprek.

Neem de tijd…

Actie = reactie. Wanneer je kritiek geeft, dan zal de ander onherroepelijk ook zijn zegje willen doen. Logisch. Geef de medewerker in kwestie daarom even de tijd om op je boodschap te reageren. Raffel het gesprek niet af bij de koffieautomaat, maar kies een afgesloten ruimte zodat andere collega’s niet woord voor woord kunnen volgen wat er binnen wordt gezegd. Schakel de telefoon door en zet je mobiel op stil. Deze kwestie verdient je volledige aandacht. Plan het gesprek bij voorkeur in de namiddag. Dan kan de medewerker daarna meteen naar huis, het gesprek op zich laten inwerken en zich de volgende dag weer met frisse moed op kantoor melden.

…maar wees wel duidelijk

Was het al zaak om het gesprek niet eeuwig uit te stellen, wacht ook niet te lang met de boodschap zelf. Een verkoopgesprek begint dan misschien met koetjes en kalfjes, in dit geval kom je snel ter zake. Draai er niet omheen door eerst uitvoerig het weer te bespreken en daarna nog even naar de schoolprestaties van de kinderen te informeren. Wees duidelijk, leg je boodschap op tafel en vertel wat de argumenten zijn. Begin overigens nooit met de vraag: ‘Waarom denk je zelf dat je hier zit?’. Dat leidt in de praktijk zelden tot het antwoord dat je wenst te horen.

Bied ruimte voor emoties…

Kritiek ontvangen gaat niet zelden zonder emoties. Woede, ongeloof, ontkenning, verdriet; de meer ervaren manager heeft het allemaal al eens op zijn bordje gekregen. De ene medewerker zal veel heftiger reageren op de boodschap dan een ander. Neem die emoties in ieder geval serieus en geef de ander even de tijd om wat stoom af te blazen. Voorkom discussies. In deze fase van het gesprek gaat het om een luisterend oor, af en toe een vraag stellen en proberen het relaas van de ander samen te vatten.

…maar blijf wel de baas

Onthoud wel, jij bent de manager! Uiteraard heb je begrip voor de situatie waarin de medewerker zich bevindt. Toch dient hij in het belang van het bedrijf zijn gedrag of inzet te veranderen. Dat is en blijft de insteek. Wordt het eerste, begrijpelijke briesje van emotie een storm van ongenoegen richting uw eigen persoon, dan is het van belang om in te grijpen. Blijf zakelijk. Voorkom in zo’n situatie dat emoties een persoonlijke tint krijgen en richt je kritiek op het functioneren en niet op de mens.

Bespreek de oplossing…

Je boodschap is helder. Je hebt uitgelegd waarom. En er is voldoende tijd geweest om hierop te reageren. Hoog tijd om het vervolgtraject door te nemen. Welke oplossing heb je bedacht? Wat verwacht je van de medewerker? Dit biedt je tevens de kans om het gesprek met een positieve inslag te eindigen. Wees hierin niet te uitgebreid, maar beperk je tot een aantal simpele en helder geformuleerde verbeterpunten. Vraag of deze duidelijk zijn en maak direct een vervolgafspraak om de voortgang te bespreken.

…en vergeet de interne communicatie niet

Nu het gesprek met de persoon om wie het gaat is afgerond, dien je jezelf de vraag te stellen in welke mate andere collega’s over het gesprek geïnformeerd moeten worden. Dat is lang niet altijd nodig, maar kan in sommige gevallen wel wat onrust op de werkvloer wegnemen.

Bron: MT.nl

Video: Hoe constructief is piekeren?

Woelen in je bed, ijsberen door je living, afwezig door het raam staren… kan jij ook soms urenlang piekeren als er iets op je lever ligt? Wees dan blij, want piekeren heeft een doel. Prof. dr. Ernst Koster legt uit hoe je ervoor zorgt dat je niet aan dat piekeren ten onder gaat en bij hem, of een collega-psycholoog, terecht komt door een overdosis gepieker.

 

 

Bron: Universiteit van Vlaanderen

Waarom nee zeggen moeilijk is, en zo doe je het tóch

Veel mensen vinden het moeilijk om hun grenzen aan te geven en om ‘nee’ te zeggen. Tijdschrift Flow legt uit waarom dat zo is en geeft tips hoe je vaker nee kunt zeggen.


Volgens trainer Bert van Dijk en schrijver van het boek Waarom niet iedereen mij leuk hoeft te vinden doet iemand die altijd maar aardig gevonden wil worden zichzelf tekort. Hij zegt dat je niet genoeg voor je eigen belangen opkomt, anderen altijd maar voor laat gaan en je alles met een glimlach zegt waardoor de boodschap niet overkomt. “Op korte termijn kan het lekker voelen om je eigen belangen even aan de kapstok te hangen”, zegt Van Dijk. “Maar op de langere termijn levert het problemen op: je identificeert je namelijk met iets wat buiten jezelf ligt. En je doet ook anderen tekort, want die krijgen van jou geen dingen te zien en te horen waar ze misschien iets aan zouden kunnen hebben”, vult hij aan.

Accepteer jezelf
Veel gedrag ontstaat door aannames: dingen die je jezelf bent gaan wijsmaken. “Vaker nee zeggen begint vaak met inzien dat je bang bent om niet aardig gevonden te worden”, zegt arbeids- en organisatiepsycholoog Mieke Meulmeester. “Als je accepteert dat niet iedereen jou aardig kan vinden en jou ook niet aardig hóeft te vinden, kun je makkelijker voor jezelf kiezen. Dat wil niet zeggen dat je daarin berust, maar van daaruit kun je verder kijken: wat wil ik wel, hoe wil ik mij ontwikkelen en waar wil ik heen.”

Eerst nadenken
De ene nee is moeilijker dan de andere, maar wat ze met elkaar gemeen hebben is dat het een ‘nee’ is die je iets oplevert. Want: “Nee zeggen zorgt ervoor dat je dicht bij jezelf blijft,” zegt communicatiepsycholoog Susanne Piët. “Zo leer je jezelf beter kennen en heb je meer respect voor jezelf. Je leert om eerst na te denken over de inhoud van de vraag, en daardoor besef je beter wat je wilt. Uiteindelijk doe je zo minder dingen die je niet wilt: je denkt minder vaak dat je iets moet doen omdat het zo hoort of omdat het leuk zou moeten zijn.”

Eerlijk zijn
“We zijn als de dood dat de relatie tussen ons en de ander wordt verstoord als we een keertje nee zeggen”, vertelt hoogleraar sociale psychologie Roos Vonk. Maar iets vaker nee zeggen kan juist positief zijn, als je maar laat zien dat je betrokken bent bij de ander. Vonk: “Maak contact en wees gewoon eerlijk. Kijk de ander aan, zeg dat je het vreselijk jammer vindt dat je niet kunt helpen en vertel waar jij mee bezig bent. Dat is heel transparant en wekt begrip op.”

Bron: Nu.nl | Flow

E-learning: basiskennis niet-zichtbare beperking

Hoe herken je een niet-zichtbare beperking, zoals autisme, een licht verstandelijke beperking (LVB) of niet-aangeboren hersenletsel (NAH)? Waar kun je als begeleider rekening mee houden? SIGRA ontwikkelde samen met de Gemeente Amsterdam de gratis e-learning ‘Niet zichtbare beperkingen.’ De e-learning duurt slechts 30 minuten.

elearning-gehandicaptenzorg

In de e-learning staan vragen en video’s die je basiskennis vergroten. Zo leer je wat niet-zichtbare beperkingen zijn en hoe je hiermee in de communicatie rekening moet houden. Daarnaast ontvang je tips en extra informatiemateriaal over autisme, een licht verstandelijke beperking en niet-aangeboren hersenletsel.

Ga naar de e-learning

Beter omgaan met stress?

Ontdek je levensdoel met de Japanse trend ‘Ikigai’

Wat is de zin van het leven? Die vraag houdt filosofen al eeuwenlang bezig. Vandaag luidt het antwoord vooral: dat is de betekenis die je daar zélf aan geeft. Door bewust bezig te zijn met wat je leven de moeite waard maakt, kun je niet alleen jezelf verder ontwikkelen, maar verbeter je ook je zelfvertrouwen en je mentale veerkracht. Niet altijd even makkelijk, maar het Japanse concept ‘Ikigai’ kan helderheid brengen.

Letterlijk betekent Ikigai zoiets als ‘bestaansreden’, ‘bron die je leven waardevol maakt’. Volgens de Japanners komen daar twee belangrijke aspecten bij kijken: aan de ene kant komt je levensdoel voort uit persoonlijke passies en talenten, maar aan de andere kant staat dit nooit los van de wereld om je heen. Verdiep je dus af en toe eens in deze Ikigai-kwesties:

  • Staar je niet blind op doelen en verwezenlijkingen van vrienden, familie of buren, maar vraag je af: wat doe ik graag? Wat maakt mij gelukkig? Wat of wie geeft me energie? Maar ook: waar ben ik goed in? Passies en vaardigheden zijn twee verschillende dingen, al ze kunnen elkaar wel overlappen.
  • Om je ikigai te vinden, kijk je ook naar wat de wereld nodig heeft. Welke waarde kun jij creëren? Welke passies of skills kunnen iets betekenen voor mensen of een doel buiten jezelf? Dat kan een roeping of ideaal zijn, maar ook iets wat nuttig is in een bepaald beroep of op het werk. Zoek het niet per se te ver, de ‘wereld’ slaat evengoed op je partner, kinderen of collega’s.
  • Welke volgende stap kun je zetten in de richting van je ikigai? Probeer te denken aan een haalbare, concrete stap om een beetje dichter te komen bij je zinvolle doel.

Tips uit de moderne psychologie
In het ideale geval is je persoonlijke Ikigai een combinatie van een passie, vaardigheid, roeping en werk. Maar geen nood, als je dat levensdoel niet (meteen) vindt. Ook de moderne wetenschap heeft zich op het thema gestort en bevestigt dat wie zijn leven zinvol invult, tevredener is en beter kan omgaan met stress. Wat kan bijdragen tot die zingeving? De Oostenrijkse psychologe Tatjana Schnell (Universiteit Innsbruck) distilleerde 26 ‘bronnen van zingeving’ uit gesprekken die ze met 74 mensen hield. Zo vonden veel mensen het belangrijk om het gevoel te hebben dat ze ergens bij horen of een plaats in de wereld hebben. Ook het idee dat je een verschil maakt, werd vaak genoemd. Andere elementen die tot een zinvol leven kunnen bijdragen: sociaal engagement, zelfkennis, verbondenheid met de natuur, spiritualiteit, gezond verstand, creativiteit, uitdagingen, samenhorigheid, zorg, harmonie, plezier… Cruciaal daarbij, stelt Schnell nog, is dat je levensdoel niet rond één enkel element draait, maar bijvoorbeeld een combinatie is van een wij-gevoel met zelfontwikkeling én iets dat jezelf overstijgt.

Bron: hln.be

Krijg jij een burn-out van je baas?

Richt jouw baas zich op ontwikkeling en verbetering, of op resultaten? Bij werknemers met een resultaatgerichte leidinggevende, is de kans op een burn-out groter. Dat blijkt uit onderzoek van de UvA.

Maak je een fout tijdens werk? Niet erg, fouten maken hoort erbij, zegt de baas gericht op ontwikkeling en verbetering. Is je baas gericht op het resultaat, dan levert de fout veel stress op.

Om burn-outs te voorkomen, is het goed om kritisch naar het werkklimaat en de doelen van het management te kijken. Als daarin niets verandert, is er een grotere kans dat iemand weer een burn-out krijgt.

Hoe met deze kwestie om te gaan?

 

 

Bron: Intermediair

Hoe stimuleer ik werkplezier? 6 tips

Werkplezier levert veel op, zowel voor de werkende zelf als voor de werkgever. Werkplezier maakt productiever, vermindert het gevoel van werkdruk en zorgt voor een voldaan gevoel. Het blijkt dus een goede remedie tegen werkstress en burn-out. Medewerkers die plezier hebben in hun werk dragen ook bij aan een betere sfeer in het bedrijf en een hogere productiviteit.

Beeld Hoe stimuleer ik werkplezier? 6 tips

1. Ken uw medewerkers

Iedereen heeft energiegevers en energievreters. Een goede balans tussen die twee zorgt voor meer werkplezier. Ga dus in gesprek over ieders energiegevers en energievreters. Door herschikking en afwisseling van taken blijft voor iedereen het werkplezier op peil.

2. Herken signalen

Frequent kort verzuim, vermoeidheid, kortaf reageren of privé problemen zijn vaak de eerste signalen van werkstress. Het is van belang om vroegtijdig de persoonlijke en werkgerelateerde risico’s in kaart te brengen. Dit kan door het aanbieden van een Preventief Medisch Onderzoek. Beperkte investering, groot resultaat.

3. Geef aandacht

Medewerkers willen zich gehoord en begrepen voelen. Dit versterkt het gevoel dat waar zij mee bezig zijn ertoe doet en dat er aandacht en begrip is voor omstandigheden in het werk en privé. Dus blijf in gesprek. Vraag hoe het gaat, laat iemand zijn verhaal doen en luister goed.

4. Plezier maak je samen

Zorg voor voldoende pauzes en ontspanning. Dan hebben medewerkers meer veerkracht en kunnen beter tegen een stootje. Dat kan door regelmatig samen successen en behaalde resultaten te vieren. Zo leert men elkaar op een andere manier kennen en dat draagt bij aan de samenwerking en de ontspanning van uw medewerkers.

5. Zorg voor voldoende energiebronnen

De eerste reflex op werkstress is vaak het verlagen van de werkdruk. Toch is dat meestal niet het goede antwoord. Om stress op het werk te verminderen, is het juist van belang dat de werknemer energiebronnen benut. Het gaat dan bijvoorbeeld om het inschakelen van collega’s voor ondersteuning of efficiënt werken. Zo kan iemand zichzelf beschermen tegen psychische klachten en beter omgaan met werkbelasting en stress op het werk.

6. Bied hulp

Medewerkers die niet lekker in hun vel zitten en om wat voor reden dan ook teveel stress ervaren, hebben vaak het idee dat ze er alleen voor staan. Collega’s en leidinggevende kunnen steun bieden, maar er is ook scala aan interventies van professionals beschikbaar. Van individuele coaching tot trainingen omgaan met werkdruk.

Waarom zitten zoveel millennials met een burn-out thuis?

Het lijkt wel een epidemie. Er zitten zo veel jonge mensen thuis met een burn-out, dat eigenlijk iedereen tussen de 20 en 30 wel iemand kent die er last van heeft. Het is dus tijd om dit verschijnsel grondig onder de loep te nemen. Thijs Launspach vertelt je in dit college niet alleen waarom zo veel jonge mensen uitvallen, maar legt ook uit wat we daaraan kunnen doen.

 

Dr. Thijs Launspach is als psycholoog verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, waar hij Millennials onder de loep legt, oftewel de oudere jongeren van nu, met al hun kansen en valkuilen.

 

De 5 valkuilen van zelfsturing ‘light’

Met de hele organisatie in een keer op zelforganisatie overstappen is vaak een te grote stap. De geleidelijke aanpak houdt echter ook gevaren in zich. Waar moet je op letten?

Met een big bang op zelfsturing overstappen is riskant. Wil je het goed doen, dan moet de organisatie flink op de schop: taken over de teams verdeeld, ondersteunende diensten zoals HR en planning opnieuw ingericht, managers van functie veranderd of ontslagen. Maar hoe weet je zeker dat alle verantwoordelijkheden in de nieuwe situatie worden opgepakt? Dat er genoeg afstemming en coördinatie is om de continuïteit van de productie te garanderen? Als het tegenvalt kan de organisatie niet eenvoudig even worden ‘terugveranderd’.

Pionierende teams
Veel organisaties gaan daarom stapsgewijs te werk. Bepaalde verantwoordelijkheden worden bijvoorbeeld op teams overgedragen. Bij gebleken succes kan de autonomie van de teams worden uitgebreid. Soms krijgen enkele teams een zelfsturende status, terwijl de rest ‘gewoon’ blijft. De ervaringen van de pionierende teams kan worden gebruikt om andere teams soepel op nieuw organiseren over te laten stappen.

Een duaal systeem
Dit soort groeimodellen roept echter ook een aantal lastige vragen op. Verantwoordelijkheden ‘half’ aan een team geven, werkt niet. Verantwoordelijkheden worden meestal pas opgepakt als mensen zich ook helemaal verantwoordelijk vóelen. Autonomie veronderstelt niet alleen de vrijheid om bepaalde taken op te pakken, maar ook voldoende ondersteuning om dat effectief te kunnen doen. Daarmee kan een duaal systeem ontstaan: administraties moeten bijvoorbeeld worden gesplitst. Het ene team valt onder het bedrijfsbeleid voor de aanschaf van kantoormeubilair, het andere (autonome) team mag over zijn eigen middelen beschikken, en dus zelf weten met welke stoelen en tafels het werk wordt gedaan. Behalve scheve ogen binnen de organisatie kan dat veel administratieve rompslomp geven.

Geleidelijk overstappen op zelfsturing

Waar moet je op letten als je de organisatie soepel richting zelforganisatie wilt laten bewegen? 5 tips.

 

  1. Gooi het open

    ‘Waar je hoe dan ook mee moet beginnen is met je mensen gaan praten’, zegt Ben Kuiken. Kuiken is oprichter van platform Nieuworganiseren.nu en auteur van onder meer Eerste hulp bij nieuw organiseren. ‘Wat je precies niet moet doen is zelforganisatie van boven opleggen’, zegt hij. ‘De essentie van nieuw organiseren is immers dat je het samen doet.’ Ook als je kiest voor een gedeeltelijke invoering kan dat prima bespreekbaar worden gemaakt met zowel de medewerkers die zelfsturend gaan werken als de ‘achterblijvers’.

    Kuiken raadt organisaties aan een werkconferentie te beleggen. Kuiken: ‘De eerste vraag daarbij is: wat is de zin van wat we aan het doen zijn? Wat drijft ons? Waar willen we naartoe?’ Als je je doel duidelijk voor ogen hebt, ontstaat richting voor het bedrijf. Je weet wat je nodig hebt en kunt de organisatievorm om de gewenste koers heen bouwen. Kuiken: ‘Zelforganisatie is niet alleen maar positief voor de medewerkers. Ze moeten meer dan voorheen bereid zijn om verantwoordelijkheden op te pakken en energie te steken in coördinatie en afstemming. Hoe los je dat met ze op? Als je het eens bent over de richting die je samen uit wilt, ontstaat voldoende betrokkenheid om het veranderproces aan te kunnen.’

  2. Maak een stappenplan

    Bij een herverdeling van de bevoegdheden kan een stappenplan veel houvast geven, aldus Saskia Reijnen. Reijnen coacht medezeggenschapsraden en is auteur van onder meer Invloed op zelfsturing. De verwachtingen ten aanzien van de bevoegdheden zijn een cruciale factor in dit soort processen, aldus Reijnen. ‘Bij zelfsturing wordt vaak gepraat over het nemen van verantwoordelijkheid. Maar het gaat in de eerste plaats om de zeggenschap. Je moet weten wat je mag en kunt, en hoe je daarbij wordt ondersteund.’

    Kuiken raadt organisaties aan een werkconferentie te beleggen. Kuiken: ‘De eerste vraag daarbij is: wat is de zin van wat we aan het doen zijn? Wat drijft ons? Waar willen we naartoe?’ Als je je doel duidelijk voor ogen hebt, ontstaat richting voor het bedrijf. Je weet wat je nodig hebt en kunt de organisatievorm om de gewenste koers heen bouwen. Kuiken: ‘Zelforganisatie is niet alleen maar positief voor de medewerkers. Ze moeten meer dan voorheen bereid zijn om verantwoordelijkheden op te pakken en energie te steken in coördinatie en afstemming. Hoe los je dat met ze op? Als je het eens bent over de richting die je samen uit wilt, ontstaat voldoende betrokkenheid om het veranderproces aan te kunnen.’

  3. Gebruik agile

    Vaak worden de eerste stappen op het gebied van zelfsturing in de vorm van een pilot gegoten, maar: ‘Meestal zien we dat een prototype beter werkt dan een pilot’, zegt Agaath Hermsen, organisatieadviseur bij Rijnconsult. Hermsen is regelmatig betrokken bij initiatieven op het gebied van zelforganisatie.

    ‘Prototype’ wil zeggen dat de nieuwe organisatievorm stapsgewijs wordt ontdekt, naar analogie met de agile-gedachte zoals bekend van ict-projecten. De verandering wordt opgedeeld in overzichtelijke onderdelen, waarvan de resultaten regelmatig worden teruggekoppeld. Hermsen: ‘Een nadeel van de pilot is dat de eerste resultaten soms tegenvallen, waarna een streep door het hele project wordt gehaald. Met prototyping kun je het onderweg nog bijstellen.’

  4. Zorg voor sturingsinformatie

    ‘Een van de dingen die nog wel eens wordt vergeten, is voldoende sturingsinformatie’, zegt Hermsen. Het imago van zelfsturing is dat teams vrijheden krijgen en dat allerlei regels en kaders worden losgelaten. Hermsen: ‘Maar des te belangrijker is het om vanuit goede sturingsinformatie te werken.’ Het management is niet anders gewend dan dat het zichzelf voorziet van voldoende informatie om de effectiviteit van maatregelen te meten.

    Bij de invoering van zelforganisatie kan het lastig zijn om gegevens zoals budgetten, kosten en klanttevredenheidscijfers naar de betrokken teams uit te splitsen. Hermsen: ‘Toch is het belangrijk om daar voldoende aandacht aan te besteden. De teams moeten genoeg informatie hebben om te weten wat wel en niet goed gaat. Anders kunnen ze zich niet verbeteren.’

  5. Communiceer de intentie

    Hermsen: ‘Experimenten met zelforganisatie lopen vaak mis op weerstand bij de medewerkers. Zij voelen het feilloos aan als het management eigenlijk vooral een kostenbesparing voor ogen heeft.’ Het management moet helder communiceren wat het met de verandering beoogt. ‘Als het om een kostenbesparing gaat’, zegt Hermen, ‘moet je daar eerlijk over zijn.’ Maar ook als het doel is om de klanten beter te bedienen, moet die intentie bij iedereen helder voor ogen staan.

    Met zijn eigen gedrag, bijvoorbeeld door medewerkers die een fout maken niet meteen af te branden, kan het management zijn intenties onderstrepen. Hermsen: ‘Zelforganisatie veronderstelt onderling vertrouwen om naar de nieuwe verdeling van taken en bevoegdheden toe te kunnen groeien. Dat vertrouwen krijg je alleen door open te zijn.’

Bron: Tijdschrift voor Ontwikkeling in organisaties

Werknemers met autisme steeds meer in trek

4157255-achtergrond-van-computer-technologie-met-binaire-gegevens-lekken-en-laptop

Een stijgend aantal bedrijven toont interesse in het vinden van werknemers met autisme.

Opvallend, want recente cijfers wijzen uit dat mensen met een handicap twee keer zoveel risico lopen om werkeloos te raken. Zo is te lezen in een bericht van The Daily Beast.

Vooral in de tech-industrie wordt de laatste jaren specifiek gezocht naar mogelijk werknemers die lijden aan een vorm van autisme. Bedrijven zoals Microsoft en Vodafone zijn actief bezig met de integratie van deze groep mensen binnen hun bestaande personeelsbestand.

Julia Bascom, woordvoerder van een belangenorganisatie, is positief gestemd over deze ontwikkeling. “Het laat niet alleen de welwillendheid zien van zulke vooraanstaande bedrijven maar, misschien nog wel belangrijker, dat het ook van toegevoegde waarde kan zijn om deze persoon aan te nemen om zijn of haar specifieke kwaliteiten”.

Zo werkt Microsoft bijvoorbeeld samen met een Deens recruitment-bedrijf, gespecialiseerd in het vervullen van vacatures waar een vorm van autisme een voordeel kan zijn. “Het is simpel, Microsoft is als merk sterker wanneer er een gezonde diversiteit in de werkcultuur heerst. Er is een heel spectrum aan autisme, iedereen is weer anders, maar elke individu levert iets unieks. Sommigen hebben de capaciteit om enorm veel data te onthouden, anderen excelleren in wiskunde of codering”.

zie ook De 11 grootste voordelen van mensen met autisme op het werk 

Bron: metronieuws.nl 

Verantwoorde artikelen in media over suïcide kunnen hulp zoeken stimuleren

Het aantal zelfdodingen in Nederland is de laatste jaren sterk gestegen: van 1.353 in 2007 naar 1.917 in 2017. Uit de wetenschappelijke literatuur blijkt dat het aantal suïcides geregeld toeneemt na het verschijnen van media-uitingen, bijvoorbeeld na nieuwsberichten over bekende personen die zijn overleden na een suïcide.

Aan de andere kant kunnen media-uitingen mensen met suïcidale gedachten juist ook weerhouden van suïcide. Media-uitingen over het overleven van crises en het afzien van suïcideplannen hebben een daling van het aantal suïcides tot gevolg. Doel van dit onderzoek was dan ook meer weten over hoe massamedia eraan kunnen bijdragen dat mensen hulp zoeken bij suïcidaliteit.

Onderzoeksvragen

De volgende drie vragen stonden centraal in het onderzoek:

  1. Welke karakteristieken in artikelen in de media over suïcide zouden hulpzoekgedrag door mensen met suïcidaal gedrag kunnen stimuleren?
  2. In hoeverre en op welke manier zijn deze karakteristieken verwerkt in Nederlandse artikelen over suïcide?
  3. Op welke manier kunnen mediaprofessionals gestimuleerd worden om deze karakteristieken te verwerken in hun berichtgeving?

De vragen zijn beantwoord op basis van literatuuronderzoek, een onderzoek onder hulpzoekers bij 113 Zelfmoordpreventie, een inventarisatie onder experts, analyse van krantenartikelen over suïcide en groepsdiscussies met mediaprofessionals.

Belangrijkste conclusies

Uit het onderzoek bleek onder andere dat positieve rolmodellen, verhalen van mensen die herstelden van hun suïcidaliteit door hulp te zoeken, positieve framing van hulpzoekgedrag en informatie bieden over waar en hoe hulp beschikbaar is eraan kunnen bijdragen dat mensen met suïcidaal gedrag hulp zoeken.

Uit de analyse van nieuwsberichten over suïcide blijkt dat 26% van de onderzochte nieuwsberichten over suïcide één of meer kenmerken bevatte die hulpzoekgedrag zouden kunnen stimuleren. Informatie over beschikbare hulpbronnen werd het meest teruggevonden. Het is belangrijk om mediaprofessionals ervan bewust te maken dat (hun) berichtgeving effect heeft op suïcides.

De inzichten uit dit onderzoek zijn daarom verwerkt in een infosheet voor mediaprofessionals die vanaf 18 januari beschikbaar is. Ook zijn de resultaten beschreven in een wetenschappelijk artikel (onder review) en een projectrapportage.

Bekijk Suicidepreventie via massamedia (Pdf)

Bron: trimbos.nl

Vragen of gedachten over zelfdoding?

Bel 0900-0113 of ga naar 113.nl

Meer weten wat jij in jouw organisatie kan doen aan suicidepreventie? Lees hier verder. Of vraag om een vrijblijvend gesprek voor een aanbod op maat.

Preventieakkoord: vooral verleidingen, weinig verboden

Het Preventieakkoord is het resultaat van intensieve onderhandelingen tussen het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, bedrijven (zoals alcohol- en voedingsproducenten) en maatschappelijke organisaties. Het Trimbos-instituut adviseerde bij de gesprekken over maatregelen om tabaksgebruik en overmatig alcoholgebruik terug te dringen.

De schadelijke gevolgen van alcohol- en tabaksgebruik kosten de samenleving elk jaar miljarden euro’s en duizenden gezonde levensjaren. Met het akkoord zet de overheid in op een gezonder Nederland, met aandacht voor alcoholgebruik onder zwangeren, studenten, sporters en zware drinkers.

Verleiden en verbieden

“Ongezond gedrag wordt vooral bepaald door blootstelling aan omgevingsprikkels: zien roken doet roken, een overdaad aan verleidingen maakt het voor veel mensen bijna onmogelijk om minder en gezonder te eten of af te zien van alcohol”, zeggen Ninette van Hasselt en Marc Willemsen van het Trimbos-instituut.

De maatregelen in het Preventieakkoord richten zich vooral op het verleiden van mensen om gezonder te leven. Zo wil de overheid rokers meer ondersteuning bieden om te stoppen met roken. En campagnes moeten mensen die veel alcohol drinken bewuster maken van de risico’s. Daarnaast beloven de betrokken partijen zich in te spannen om bijvoorbeeld alcoholverkoop voor minderjarigen minder gemakkelijk te maken.

Een effectief preventiebeleid kan niet alleen bestaan uit charmante interventies. Het vraagt juist om een combinatie van ‘stick and carrot’; verbieden en verleiden

IJsland biedt voorbeeld

Om de voorgestelde doelen te realiseren is het onontkoombaar dat ook maatregelen worden doorgevoerd die minder populair zijn. Zoals een verbod op de verkoop van sigaretten bij supermarkten of het verhogen van accijnzen op alcohol. Uit onderzoek blijkt dat de meeste effecten mogen worden verwacht van dergelijke maatregelen.

Een gezonder Nederland vereist dus dat verbod en verleiding hand in hand gaan. Dat blijkt uit onderzoek, maar ook uit de ervaringen in bijvoorbeeld IJsland. Daar zorgden een aantrekkelijk sportbeleid en ondersteuning voor ouders samen met prijsverhogingen op alcohol en tabak ervoor dat jongeren extreem veel minder drinken en roken dan 20 jaar geleden.

Maatregelen roken

“Van de maatregelen in het preventieakkoord op het gebied van roken, hebben we de hoogste verwachtingen”, zegt Marc Willemsen, hoogleraar Tabaksontmoediging. “Roken wordt duurder en tabaksproducten worden minder zichtbaar. Beide maatregelen zijn bewezen effectief.”

7 vragen en antwoorden over tabaksmaatregelen in het preventie-akkoord

Maatregelen alcohol

Ninette van Hasselt, hoofd van het Expertisecentrum Alcohol, is kritischer over de maatregelen rond alcoholpreventie in het akkoord. “Dit akkoord biedt een belangrijke kans. Er wordt substantieel geïnvesteerd in het voorkomen van welvaartsziekten. Maar er zijn steviger maatregelen nodig om het problematisch alcoholgebruik echt te verminderen.”

7 vragen en antwoorden over alcoholmaatregelen in het Preventieakkoord

Eerste stap

Willemsen en Van Hasselt zien het Preventieakkoord als een belangrijke eerste stap. Waarmee de overheid laat zien dat ze het voorkomen van gezondheidsschade serieus neemt. “De doelen in het akkoord zijn ambitieus. Als die onhaalbaar blijken met de voorgestelde maatregelen, zijn krachtiger maatregelen en wetgeving het enige juiste antwoord. Niet het bijstellen van de doelen.”

Bron: trimbos.nl

Wil jij meer weten over middelengebruik? Kijk dan hier wat Croan kan bieden.

Een arbeidsgehandicapte aannemen? Zo doe je dat!

Volgens het Centraal Bureau Statistiek Nederland telt zo’n 1.7 miljoen arbeidsgehandicapten. Iets meer dan 1 miljoen hiervan zijn officieel arbeidsongeschikt verklaard, maar 660.000 behoren nog steeds tot de beroepsbevolking. Door een ziekte of een (mentale, psychische, lichamelijke of zintuigelijke) handicap worden deze mensen belemmerd in het vinden of uitvoeren van werk. Dit terwijl 25% van jonge arbeidsgehandicapten (25-40 jaar) wel (meer) wil werken. 

Naast deze ‘officiële arbeidsgehandicapten’, telt Nederland ook veel mensen met een arbeidsbeperking. Een voorbeeld van een persoon met een arbeidsbeperking, maar zonder de titel ‘arbeidsgehandicapte’ is iemand met dyslexie. Deze mensen vallen niet onder de regels van arbeidsgehandicapten, maar ondervinden wel zeker belemmeringen in het vinden en uitvoeren van werk.

Toch is de helft van Nederlandse werkgevers niet van plan om meer mensen met een beperking aan te nemen, zo melde het Sociaal Cultureel Planbureau vorig jaar. Deze werkgevers stellen dikwijls geen geschikte functies te hebben voor arbeidsgehandicapten of niet over genoeg capaciteit te beschikken om geschikte aanpassingen te maken.

Veel voordelen

Dit is jammer, want er hangen veel voordelen aan het aannemen van personen met een beperking. Zo krijgen werkgevers die barrièrevrij werkplekken creëren, zodat werknemers met een handicap gemakkelijk kantoorgebouwen en werkmaterialen, zoals mappen of ringbanden kunnen bereiken, toegang tot zeer gemotiveerde, loyale en gekwalificeerde werknemers op de arbeidsmarkt. Daarnaast biedt het aannemen van arbeidsgehandicapten en personen met een beperking toegang tot nieuwe talenten, klantgroepen en markten. Het zou zonde zijn om zulke talenten te laten schieten.

De drempel over 

“De grootste drempel voor werkgevers om mensen met een arbeidsbeperking aan te nemen is dat ze niet weten, waar ze moeten beginnen.”, aldus Olav van Doorn van Nationale Talentenbank. Om deze drempel te overbruggen helpt de Nationale Talentenbank werkgevers vacatures te vullen met geschikte kandidaten die een arbeidshandicap hebben. Ook Bert van Boggelen, van De Normaalste Zaak –  een organisatie die zich inzet voor een inclusieve arbeidsmarkt – sluit zich hierbij aan. Ook noemt van Boggelen bureaucratisch papierwerk en onvoldoende ondersteuning bij de begeleiding van arbeidsgehandicapten als drempel.

Viking Direct creëerde een handige infographic die het proces van de stappen tussen het zoeken en het aannemen van een arbeidsgehandicapte of een persoon met een arbeidshandicap in kaart brengt.

De belangrijkste stap van het proces zal altijd de communicatie zijn. Van Boggelen geeft als tip om iedere arbeidsgehandicapte als een individu te behandelen en geen overhaaste aannames te maken over hun behoeften. Houd ook in het achterhoofd dat niet iedereen zijn of haar beperking of ziekte meteen zal delen. Er bestaat immers een groot scala aan onzichtbare beperkingen.

Creëer dus een ruimte waar mensen ook na hun eerste werkdag open hun behoeften kunnen aankaarten. Je zult zien dat je hiermee niet alleen voor arbeidsgehandicapten een betere arbeidssfeer creëert, maar voor iedereen in je organisatie een fijne werkplaats schept. Daarnaast is het ook belangrijk om de communicatie naar de buitenwereld aan te passen. Van Boggelen stelt:

Vertel hoe je wil investeren in mensen en dat je graag ziet dat iedereen de kans krijgt om zijn or haar talenten in te zetten. Kijk goed naar de eisen die je stelt in een vacature en of die wel echt nodig zijn. Een voorwaarde stellen als het hebben van een rijbewijs, kan bijvoorbeeld mensen met een visuele beperking afschrikken. Maar als er staat dat de kandidaat bereid moet zijn om op verschillende plekken in het land aan het werk te gaan, haal je de drempel weg.”

Tot slot is het handig om in je achterhoofd te houden dat een redelijke aanpassing voor arbeidsgehandicapten geen voordeel is voor hen, maar slechts de benadeling van deze mensen compenseert.

Bron: persbericht

Specifieke en praktische tips over de begeleiding van mensen met een psychische kwetsbaarheid? Lees hier verder!

Let op kinderen van ouders met psychische problemen

Kinderen van Ouders met Psychische Problemen (KOPP), hebben een verhoogd risico op somatische klachten en psychische stoornissen. Erkennen van de invloed van psychische aandoeningen op de ouder-kindrelatie maakt het mogelijk het hele gezin te betrekken bij de behandeling van de klachten van het kind. Dan kan ook preventieve hulp worden geboden aan de partner en de andere kinderen, zo meldt Huisarts en Wetenschap.

Ruim 400.000 Nederlandse kinderen (onder de 18) hebben ouders met psychische of verslavingsproblemen. Veel van die kinderen hebben emotionele en gedragsproblemen en de helft krijgt op latere leeftijd zelf ook een psychische stoornis. Een kind dat één ouder heeft met psychische problemen, heeft 33% meer kans, een kind dat twee ouders heeft met psychische problemen, heeft ruim 60% meer kans ten opzichte van kinderen met stabiele ouders. Die percentages zijn hoger dan bij kinderen van ouders met een ernstige somatische ziekte zoals kanker. Het Landelijk Platform KOPP/KVO (kinderen van ouders met psychiatrische problemen/kinderen van verslaafde ouders) organiseert onder auspiciën van het Trimbos-instituut preventie en zorg voor deze groep.

De kern

  • Kinderen van ouders met psychische of verslavingsproblemen hebben zelf ook een sterk verhoogde kans op psychische stoornissen.
  • Een gezinsbrede aanpak die bestaat uit behandeling van de zieke ouder, steun aan de gezonde ouder en aan het gezin, en psycho-educatie voor de kinderen, biedt de beste perspectieven.
  • Externaliserend of internaliserend gedrag en rolomdraaiing bij het kind zijn signalen van psychische problemen bij een ouder.
  • Kinderen vanaf 9 jaar zijn al geholpen door een eenmalig gesprek met de behandelend arts van de ouders.

Stress kan bij kinderen somatische en psychische klachten teweegbrengen. Psychische problemen bij de ouders zijn een belangrijke risicofactor in de ontwikkeling van kinderen. Als de hulpverlener zich hiervan bewust is, kan hij met enkele eenvoudige vragen naar de thuissituatie een genuanceerder beeld krijgen van de emotionele klachten van een tiener. Er is voor KOPP geen ander specifiek kenmerk dan de voorgeschiedenis van de ouders.

Lees het uitgebreide artikel op henw.org

Meer weten over praten met ouders met psychiatrische problematiek? Lees hier wat Croan Consult biedt.

Burn-out: 20 miljard schade én blijvend hersenletsel

De steeds toenemende gevallen van burn-out in Nederland kosten de samenleving 20 miljard euro per jaar. Dat zegt Erik Matser, klinisch neuropsycholoog uit Helmond. Hij baseert zich daarbij op eerder door OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) verstrekte cijfers. Bovendien leidt de aandoening in veel gevallen tot blijvend hersenletsel.

“In Nederland werkt ongeveer één op de vijf mensen niet als gevolg van stress en een burn-out”, aldus Matser. “Deze mensen zijn door een gebrek aan energie letterlijk te moe om te werken. Het gaat doorgaans om relatief jonge mensen.’’

Matser: “Daarnaast zijn er honderdduizenden mensen die wel werken, maar eveneens gekweld worden door klachten als somberheid en angst. Veel mensen herstellen traag van diverse ziekten en de onderliggende oorzaak daarvan is stress en psychisch uit balans zijn. Deze mensen zijn vaak meerdere malen zo lang uit de roulatie als bij hun ziektebeeld past.”

Hersendisfunctie
Het heeft volgens Matser allemaal te maken met de invloed van aanhoudende stress op de hersenen waardoor deze slechter gaan functioneren en het hersenweefsel kan veranderen. “De enige reden dat we deze ellende kunnen betalen is dat de economie er goed voor staat. Maar we hebben niet door wat de werkelijke ziekmaker is van onze jeugd. Mensen ontwikkelen door stress een hersendisfunctie en komen veelal nooit meer op de juiste manier terug.’’

En er is een stijgende lijn in de problematiek voor wat betreft jongeren, concludeert Matser. “Ik krijg mensen van rond de 20 jaar in mijn praktijk die geen levenskracht meer hebben, geen energie, geen creativiteit en hun visie op de toekomst is inktzwart.”

Transformatie
Hij formuleert het probleem als volgt: “De hersenen functioneren het beste bij een goede balans van stresshormonen (het gaspedaal) en groeihormoon (de rem/opbouw/herstelfunctie). Onze samenleving promoot het intrappen van het gaspedaal en negeert de rem waardoor veel jonge mensen uit balans raken en langdurend ernstig ziek worden.”

Wat te doen? “Er moet aandacht komen voor de hormonale disbalans en het disfunctioneren van het orgaan brein waardoor onze samenleving naar de ijsrots vaart. Er moet goed nagedacht worden over de transformatie van de oude papieren wereld naar de digitale wereld. Deze kost momenteel te veel jonge mensen te veel energie.”

Bron : ANP

Meer weten over Burn-out en wat jij kan doen voor jezelf? Of voor je medewerkers? Lees hier verder.

Hoe kun je als sociaal professional cultuursensitief werken?

‘Vraag aan je cliënt of je je schoenen uit moet trekken. Sommige gezinnen vinden dat prettig, anderen maakt het niet uit.’ Medisch antropoloog Cor Hoffer leert medici en welzijnsprofessionals cultuursensitief werken. Hij vindt dat sociaal werkers moeten weten wat de cultuur van hun cliënten is, om goede hulp te kunnen bieden. Tijdens het congres Grip op de Sociale Wijkteams gaf hij een spoedcursus voor wijkteams.

‘De grootste valkuil rondom cultuursensitief werken is om te denken dat cultuur een op een overeenkomt met bevolkingsgroepen, oftewel nationale afkomst. Regio’s hebben ook een cultuur. Beroepen ook. Ik hoorde vandaag al termen zoals transitie, sociaal werk, participatie. Jullie weten waar dat over gaat, omdat het cultuurafhankelijke woorden zijn die horen bij jullie beroepsgroep.’

Geloofsbeleving

Katholieken en protestanten zijn beide christenen. Dezelfde nuances zijn er in de islam. Niet alle moslims belijden op dezelfde manier hun geloof. ‘Ik ken een aantal autochtone psychiaters die de koran lezen. Het is op zich nobel, maar heb niet de illusie dat je er dan ook maar één Marokkaan beter van begrijpt. Iemands geloofsbeleving komt meestal niet uit een boek. Het gros van de moslims heeft hun geloof van horen zeggen.’

Etniciteit

Sociaal werkers zijn soms verlegen om te vragen naar afkomst of religie, omdat ze bang zijn dat ze iemand ermee beledigen of dat ze er te weinig over weten. Toch raadt Hoffer aan wél dat gesprek te voeren. ‘Het culturele interview, een standaard lijst met vragen over iemands achtergrond, opvoeding, religie en etniciteit, kan dat gesprek openen. Als sociaal werker moet je proberen inzicht te krijgen in de leefwereld van je cliënt.’ Bovendien hebben cliënten soms vooral de behoefte om een levensgeschiedenis te vertellen. In dat geval is er alleen al naar vragen voldoende hulp zijn. Helemaal bij oudere migranten, weet Hoffer. ‘Zij worstelen vaak met een terugkeerdilemma of heimwee.’

De vertrouwensrelatie en het open gesprek zijn de kern voor preventieve hulp aan jeugd en opvoeders met diverse culturele achtergronden. Dat betoogt Trees Pels, emeritus hoogleraar pedagogiek. Professionals kunnen op die manier aansluiting vinden met migrantenjongeren. ‘Als je zegt: “Dit is totaal fout wat je denkt”, dan ben je die jongere kwijt.’ Lees meer

Alternatieve geneeskunde

Cliënten hebben een eigen beleving van het probleem en ze gaan op zoek naar manieren om dat probleem op te lossen. Die beleving kan iets anders zijn dan de diagnose van een professional. Een van de plekken waar een cliënt bijvoorbeeld een oplossing kan vinden zijn alternatieve geneeswijzen: homeopathie, acupunctuur, healing of een demoonuitdrijving. ‘Ik zeg wel eens tegen huisartsen dat het zomaar kan dat ze ’s ochtends een patiënt op spreekuur hebben waarbij het medisch advies het ene oor in gaat en het andere oor uit. Terwijl die patiënt ’s avonds naar een duivelsuitdrijver gaat en daar wel heel goed naar luistert.’

Exorcist

Alternatieve geneeswijzen kunnen een flink effect hebben op een behandeling of herstelproces. ‘Ik ben meerdere keren bij een uitdrijvingsritueel geweest waarbij de exorcist zegt dat iemand moet stoppen met zijn medicatie. Aan de andere kant doen die exorcisten vaak meer dan alleen zo’n ritueel. Ze geven emotionele steun of gaan ze mee naar een medisch specialist om te tolken. Regelmatig wijten ze iemands problemen aan het feit dat hij of zij “twijfelachtig in het geloof staat”. Oftewel: ga weer wat regelmatiger leven.’ Kortom: zorg dat je weet wat iemand nog meer aan hulp zoekt.

Beroepsethiek

Cultuursensitief werken betekent volgens Hoffer niet direct dat sociaal werkers al hun waarden over boord moeten gooien. ‘Je hoeft niet akkoord te zijn met vrouwenbesnijdenis omdat het “hun cultuur” is. Het andere uiterste: “Ze moeten zich maar aanpassen”, heeft vaak niet veel zin vanuit je professionele oogpunt.’ Hoffer raadt daarom aan om onderscheid te maken tussen je beroepsethiek en je persoonlijke ethiek. ‘Denk na over wat je bij een cliënt wil bereiken en in hoeverre je je moet aanpassen aan hun leefwereld van jouw cliënt om dat te kunnen bereiken.’

Bron: Zorgwelzijn

Wil je meer weten over culturele diversiteit? Of specifieke tips voor de begeleiding van jouw doelgroep? Lees hier verder.

Benchmark: verzuim in SW sector opnieuw licht gestegen

Een SW-medewerker meldt zich gemiddeld 1,9 keer per jaar ziek en verzuimt gemiddeld 29,1 dagen door ziekte. Vergeleken met een jaar eerder is het verzuim in de sector met 0,9% gestegen. Dit blijkt uit de laatste benchmark verzuim van Cedris en SBCM, waarvoor de verzuimcijfers zijn gemeten over de periode 1 juli 2017 t/m 30 juni 2018. Het gemiddelde verzuim in de SW stijgt al sinds 2015 en ligt nu op 13,9%.

De griepepidemie van december 2017 tot en met medio april 2018 is een van de oorzaken van de stijging van het verzuim afgelopen jaar. Ook de vergrijzing speelt mee: het verzuim is hoger onder oudere medewerkers en inmiddels is bijna 40% van de WSW-doelgroep 55 jaar of ouder. Het verzuim stijgt echter in alle leeftijdsklassen en zowel bij medewerkers met SW-dienstverband als met een niet-SW-dienstverband. Kleinere SW-bedrijven hebben gemiddeld nog steeds lagere verzuimcijfers dan grote bedrijven, maar ook daar is het verzuim gestegen.

Factsheet verzuim

Alle verzuimcijfers, zoals het verzuimpercentage, de duur van het verzuim en de meldingsfrequentie van nu en voorgaande jaren vindt u terug in de factsheet verzuim  (377 KB). U ziet hier het verzuim ook uitgesplitst per geslacht, leeftijd, dienstverband en bedrijfsomvang. De factsheet is een handig hulpmiddel om de verzuimcijfers van uw eigen organisatie te vergelijken met de cijfers voor heel de sector.

Benchmark

De benchmark verzuim wordt uitgevoerd door EMC. Elk SW-bedrijf dat meedoet, ontvangt vanuit EMC een individuele benchmarkrapportage. Op basis hiervan stelt SBCM elk halfjaar een overzicht samen voor de hele SW-sector. Begin volgend jaar verschijnen de verzuimcijfers over heel 2018.

Bron: bericht SBCM.