Alle berichten van Joris de Heer

E-learning: basiskennis niet-zichtbare beperking

Hoe herken je een niet-zichtbare beperking, zoals autisme, een licht verstandelijke beperking (LVB) of niet-aangeboren hersenletsel (NAH)? Waar kun je als begeleider rekening mee houden? SIGRA ontwikkelde samen met de Gemeente Amsterdam de gratis e-learning ‘Niet zichtbare beperkingen.’ De e-learning duurt slechts 30 minuten.

elearning-gehandicaptenzorg

In de e-learning staan vragen en video’s die je basiskennis vergroten. Zo leer je wat niet-zichtbare beperkingen zijn en hoe je hiermee in de communicatie rekening moet houden. Daarnaast ontvang je tips en extra informatiemateriaal over autisme, een licht verstandelijke beperking en niet-aangeboren hersenletsel.

Ga naar de e-learning

Beter omgaan met stress?

Ontdek je levensdoel met de Japanse trend ‘Ikigai’

Wat is de zin van het leven? Die vraag houdt filosofen al eeuwenlang bezig. Vandaag luidt het antwoord vooral: dat is de betekenis die je daar zélf aan geeft. Door bewust bezig te zijn met wat je leven de moeite waard maakt, kun je niet alleen jezelf verder ontwikkelen, maar verbeter je ook je zelfvertrouwen en je mentale veerkracht. Niet altijd even makkelijk, maar het Japanse concept ‘Ikigai’ kan helderheid brengen.

Letterlijk betekent Ikigai zoiets als ‘bestaansreden’, ‘bron die je leven waardevol maakt’. Volgens de Japanners komen daar twee belangrijke aspecten bij kijken: aan de ene kant komt je levensdoel voort uit persoonlijke passies en talenten, maar aan de andere kant staat dit nooit los van de wereld om je heen. Verdiep je dus af en toe eens in deze Ikigai-kwesties:

  • Staar je niet blind op doelen en verwezenlijkingen van vrienden, familie of buren, maar vraag je af: wat doe ik graag? Wat maakt mij gelukkig? Wat of wie geeft me energie? Maar ook: waar ben ik goed in? Passies en vaardigheden zijn twee verschillende dingen, al ze kunnen elkaar wel overlappen.
  • Om je ikigai te vinden, kijk je ook naar wat de wereld nodig heeft. Welke waarde kun jij creëren? Welke passies of skills kunnen iets betekenen voor mensen of een doel buiten jezelf? Dat kan een roeping of ideaal zijn, maar ook iets wat nuttig is in een bepaald beroep of op het werk. Zoek het niet per se te ver, de ‘wereld’ slaat evengoed op je partner, kinderen of collega’s.
  • Welke volgende stap kun je zetten in de richting van je ikigai? Probeer te denken aan een haalbare, concrete stap om een beetje dichter te komen bij je zinvolle doel.

Tips uit de moderne psychologie
In het ideale geval is je persoonlijke Ikigai een combinatie van een passie, vaardigheid, roeping en werk. Maar geen nood, als je dat levensdoel niet (meteen) vindt. Ook de moderne wetenschap heeft zich op het thema gestort en bevestigt dat wie zijn leven zinvol invult, tevredener is en beter kan omgaan met stress. Wat kan bijdragen tot die zingeving? De Oostenrijkse psychologe Tatjana Schnell (Universiteit Innsbruck) distilleerde 26 ‘bronnen van zingeving’ uit gesprekken die ze met 74 mensen hield. Zo vonden veel mensen het belangrijk om het gevoel te hebben dat ze ergens bij horen of een plaats in de wereld hebben. Ook het idee dat je een verschil maakt, werd vaak genoemd. Andere elementen die tot een zinvol leven kunnen bijdragen: sociaal engagement, zelfkennis, verbondenheid met de natuur, spiritualiteit, gezond verstand, creativiteit, uitdagingen, samenhorigheid, zorg, harmonie, plezier… Cruciaal daarbij, stelt Schnell nog, is dat je levensdoel niet rond één enkel element draait, maar bijvoorbeeld een combinatie is van een wij-gevoel met zelfontwikkeling én iets dat jezelf overstijgt.

Bron: hln.be

Krijg jij een burn-out van je baas?

Richt jouw baas zich op ontwikkeling en verbetering, of op resultaten? Bij werknemers met een resultaatgerichte leidinggevende, is de kans op een burn-out groter. Dat blijkt uit onderzoek van de UvA.

Maak je een fout tijdens werk? Niet erg, fouten maken hoort erbij, zegt de baas gericht op ontwikkeling en verbetering. Is je baas gericht op het resultaat, dan levert de fout veel stress op.

Om burn-outs te voorkomen, is het goed om kritisch naar het werkklimaat en de doelen van het management te kijken. Als daarin niets verandert, is er een grotere kans dat iemand weer een burn-out krijgt. 

Hoe met deze kwestie om te gaan?

 

 

Bron: Intermediair

Hoe stimuleer ik werkplezier? 6 tips

Werkplezier levert veel op, zowel voor de werkende zelf als voor de werkgever. Werkplezier maakt productiever, vermindert het gevoel van werkdruk en zorgt voor een voldaan gevoel. Het blijkt dus een goede remedie tegen werkstress en burn-out. Medewerkers die plezier hebben in hun werk dragen ook bij aan een betere sfeer in het bedrijf en een hogere productiviteit.

Beeld Hoe stimuleer ik werkplezier? 6 tips

1. Ken uw medewerkers

Iedereen heeft energiegevers en energievreters. Een goede balans tussen die twee zorgt voor meer werkplezier. Ga dus in gesprek over ieders energiegevers en energievreters. Door herschikking en afwisseling van taken blijft voor iedereen het werkplezier op peil.

2. Herken signalen

Frequent kort verzuim, vermoeidheid, kortaf reageren of privé problemen zijn vaak de eerste signalen van werkstress. Het is van belang om vroegtijdig de persoonlijke en werkgerelateerde risico’s in kaart te brengen. Dit kan door het aanbieden van een Preventief Medisch Onderzoek. Beperkte investering, groot resultaat.

3. Geef aandacht

Medewerkers willen zich gehoord en begrepen voelen. Dit versterkt het gevoel dat waar zij mee bezig zijn ertoe doet en dat er aandacht en begrip is voor omstandigheden in het werk en privé. Dus blijf in gesprek. Vraag hoe het gaat, laat iemand zijn verhaal doen en luister goed.

4. Plezier maak je samen

Zorg voor voldoende pauzes en ontspanning. Dan hebben medewerkers meer veerkracht en kunnen beter tegen een stootje. Dat kan door regelmatig samen successen en behaalde resultaten te vieren. Zo leert men elkaar op een andere manier kennen en dat draagt bij aan de samenwerking en de ontspanning van uw medewerkers.

5. Zorg voor voldoende energiebronnen

De eerste reflex op werkstress is vaak het verlagen van de werkdruk. Toch is dat meestal niet het goede antwoord. Om stress op het werk te verminderen, is het juist van belang dat de werknemer energiebronnen benut. Het gaat dan bijvoorbeeld om het inschakelen van collega’s voor ondersteuning of efficiënt werken. Zo kan iemand zichzelf beschermen tegen psychische klachten en beter omgaan met werkbelasting en stress op het werk.

6. Bied hulp

Medewerkers die niet lekker in hun vel zitten en om wat voor reden dan ook teveel stress ervaren, hebben vaak het idee dat ze er alleen voor staan. Collega’s en leidinggevende kunnen steun bieden, maar er is ook scala aan interventies van professionals beschikbaar. Van individuele coaching tot trainingen omgaan met werkdruk.

Waarom zitten zoveel millennials met een burn-out thuis?

Het lijkt wel een epidemie. Er zitten zo veel jonge mensen thuis met een burn-out, dat eigenlijk iedereen tussen de 20 en 30 wel iemand kent die er last van heeft. Het is dus tijd om dit verschijnsel grondig onder de loep te nemen. Thijs Launspach vertelt je in dit college niet alleen waarom zo veel jonge mensen uitvallen, maar legt ook uit wat we daaraan kunnen doen.

 

Dr. Thijs Launspach is als psycholoog verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, waar hij Millennials onder de loep legt, oftewel de oudere jongeren van nu, met al hun kansen en valkuilen.

 

De 5 valkuilen van zelfsturing ‘light’

Met de hele organisatie in een keer op zelforganisatie overstappen is vaak een te grote stap. De geleidelijke aanpak houdt echter ook gevaren in zich. Waar moet je op letten?

Met een big bang op zelfsturing overstappen is riskant. Wil je het goed doen, dan moet de organisatie flink op de schop: taken over de teams verdeeld, ondersteunende diensten zoals HR en planning opnieuw ingericht, managers van functie veranderd of ontslagen. Maar hoe weet je zeker dat alle verantwoordelijkheden in de nieuwe situatie worden opgepakt? Dat er genoeg afstemming en coördinatie is om de continuïteit van de productie te garanderen? Als het tegenvalt kan de organisatie niet eenvoudig even worden ‘terugveranderd’.

Pionierende teams
Veel organisaties gaan daarom stapsgewijs te werk. Bepaalde verantwoordelijkheden worden bijvoorbeeld op teams overgedragen. Bij gebleken succes kan de autonomie van de teams worden uitgebreid. Soms krijgen enkele teams een zelfsturende status, terwijl de rest ‘gewoon’ blijft. De ervaringen van de pionierende teams kan worden gebruikt om andere teams soepel op nieuw organiseren over te laten stappen.

Een duaal systeem
Dit soort groeimodellen roept echter ook een aantal lastige vragen op. Verantwoordelijkheden ‘half’ aan een team geven, werkt niet. Verantwoordelijkheden worden meestal pas opgepakt als mensen zich ook helemaal verantwoordelijk vóelen. Autonomie veronderstelt niet alleen de vrijheid om bepaalde taken op te pakken, maar ook voldoende ondersteuning om dat effectief te kunnen doen. Daarmee kan een duaal systeem ontstaan: administraties moeten bijvoorbeeld worden gesplitst. Het ene team valt onder het bedrijfsbeleid voor de aanschaf van kantoormeubilair, het andere (autonome) team mag over zijn eigen middelen beschikken, en dus zelf weten met welke stoelen en tafels het werk wordt gedaan. Behalve scheve ogen binnen de organisatie kan dat veel administratieve rompslomp geven.

Geleidelijk overstappen op zelfsturing

Waar moet je op letten als je de organisatie soepel richting zelforganisatie wilt laten bewegen? 5 tips.

 

  1. Gooi het open

    ‘Waar je hoe dan ook mee moet beginnen is met je mensen gaan praten’, zegt Ben Kuiken. Kuiken is oprichter van platform Nieuworganiseren.nu en auteur van onder meer Eerste hulp bij nieuw organiseren. ‘Wat je precies niet moet doen is zelforganisatie van boven opleggen’, zegt hij. ‘De essentie van nieuw organiseren is immers dat je het samen doet.’ Ook als je kiest voor een gedeeltelijke invoering kan dat prima bespreekbaar worden gemaakt met zowel de medewerkers die zelfsturend gaan werken als de ‘achterblijvers’. 

    Kuiken raadt organisaties aan een werkconferentie te beleggen. Kuiken: ‘De eerste vraag daarbij is: wat is de zin van wat we aan het doen zijn? Wat drijft ons? Waar willen we naartoe?’ Als je je doel duidelijk voor ogen hebt, ontstaat richting voor het bedrijf. Je weet wat je nodig hebt en kunt de organisatievorm om de gewenste koers heen bouwen. Kuiken: ‘Zelforganisatie is niet alleen maar positief voor de medewerkers. Ze moeten meer dan voorheen bereid zijn om verantwoordelijkheden op te pakken en energie te steken in coördinatie en afstemming. Hoe los je dat met ze op? Als je het eens bent over de richting die je samen uit wilt, ontstaat voldoende betrokkenheid om het veranderproces aan te kunnen.’

     

  2. Maak een stappenplan

    Bij een herverdeling van de bevoegdheden kan een stappenplan veel houvast geven, aldus Saskia Reijnen. Reijnen coacht medezeggenschapsraden en is auteur van onder meer Invloed op zelfsturing. De verwachtingen ten aanzien van de bevoegdheden zijn een cruciale factor in dit soort processen, aldus Reijnen. ‘Bij zelfsturing wordt vaak gepraat over het nemen van verantwoordelijkheid. Maar het gaat in de eerste plaats om de zeggenschap. Je moet weten wat je mag en kunt, en hoe je daarbij wordt ondersteund.’

    Kuiken raadt organisaties aan een werkconferentie te beleggen. Kuiken: ‘De eerste vraag daarbij is: wat is de zin van wat we aan het doen zijn? Wat drijft ons? Waar willen we naartoe?’ Als je je doel duidelijk voor ogen hebt, ontstaat richting voor het bedrijf. Je weet wat je nodig hebt en kunt de organisatievorm om de gewenste koers heen bouwen. Kuiken: ‘Zelforganisatie is niet alleen maar positief voor de medewerkers. Ze moeten meer dan voorheen bereid zijn om verantwoordelijkheden op te pakken en energie te steken in coördinatie en afstemming. Hoe los je dat met ze op? Als je het eens bent over de richting die je samen uit wilt, ontstaat voldoende betrokkenheid om het veranderproces aan te kunnen.’

     

  3. Gebruik agile

    Vaak worden de eerste stappen op het gebied van zelfsturing in de vorm van een pilot gegoten, maar: ‘Meestal zien we dat een prototype beter werkt dan een pilot’, zegt Agaath Hermsen, organisatieadviseur bij Rijnconsult. Hermsen is regelmatig betrokken bij initiatieven op het gebied van zelforganisatie.

    ‘Prototype’ wil zeggen dat de nieuwe organisatievorm stapsgewijs wordt ontdekt, naar analogie met de agile-gedachte zoals bekend van ict-projecten. De verandering wordt opgedeeld in overzichtelijke onderdelen, waarvan de resultaten regelmatig worden teruggekoppeld. Hermsen: ‘Een nadeel van de pilot is dat de eerste resultaten soms tegenvallen, waarna een streep door het hele project wordt gehaald. Met prototyping kun je het onderweg nog bijstellen.’

     

  4. Zorg voor sturingsinformatie

    ‘Een van de dingen die nog wel eens wordt vergeten, is voldoende sturingsinformatie’, zegt Hermsen. Het imago van zelfsturing is dat teams vrijheden krijgen en dat allerlei regels en kaders worden losgelaten. Hermsen: ‘Maar des te belangrijker is het om vanuit goede sturingsinformatie te werken.’ Het management is niet anders gewend dan dat het zichzelf voorziet van voldoende informatie om de effectiviteit van maatregelen te meten.

    Bij de invoering van zelforganisatie kan het lastig zijn om gegevens zoals budgetten, kosten en klanttevredenheidscijfers naar de betrokken teams uit te splitsen. Hermsen: ‘Toch is het belangrijk om daar voldoende aandacht aan te besteden. De teams moeten genoeg informatie hebben om te weten wat wel en niet goed gaat. Anders kunnen ze zich niet verbeteren.’

     

  5. Communiceer de intentie

    Hermsen: ‘Experimenten met zelforganisatie lopen vaak mis op weerstand bij de medewerkers. Zij voelen het feilloos aan als het management eigenlijk vooral een kostenbesparing voor ogen heeft.’ Het management moet helder communiceren wat het met de verandering beoogt. ‘Als het om een kostenbesparing gaat’, zegt Hermen, ‘moet je daar eerlijk over zijn.’ Maar ook als het doel is om de klanten beter te bedienen, moet die intentie bij iedereen helder voor ogen staan.

    Met zijn eigen gedrag, bijvoorbeeld door medewerkers die een fout maken niet meteen af te branden, kan het management zijn intenties onderstrepen. Hermsen: ‘Zelforganisatie veronderstelt onderling vertrouwen om naar de nieuwe verdeling van taken en bevoegdheden toe te kunnen groeien. Dat vertrouwen krijg je alleen door open te zijn.’

Bron: Tijdschrift voor Ontwikkeling in organisaties

Werknemers met autisme steeds meer in trek

4157255-achtergrond-van-computer-technologie-met-binaire-gegevens-lekken-en-laptop

Een stijgend aantal bedrijven toont interesse in het vinden van werknemers met autisme.

Opvallend, want recente cijfers wijzen uit dat mensen met een handicap twee keer zoveel risico lopen om werkeloos te raken. Zo is te lezen in een bericht van The Daily Beast.

Vooral in de tech-industrie wordt de laatste jaren specifiek gezocht naar mogelijk werknemers die lijden aan een vorm van autisme. Bedrijven zoals Microsoft en Vodafone zijn actief bezig met de integratie van deze groep mensen binnen hun bestaande personeelsbestand.

Julia Bascom, woordvoerder van een belangenorganisatie, is positief gestemd over deze ontwikkeling. “Het laat niet alleen de welwillendheid zien van zulke vooraanstaande bedrijven maar, misschien nog wel belangrijker, dat het ook van toegevoegde waarde kan zijn om deze persoon aan te nemen om zijn of haar specifieke kwaliteiten”.

Zo werkt Microsoft bijvoorbeeld samen met een Deens recruitment-bedrijf, gespecialiseerd in het vervullen van vacatures waar een vorm van autisme een voordeel kan zijn. “Het is simpel, Microsoft is als merk sterker wanneer er een gezonde diversiteit in de werkcultuur heerst. Er is een heel spectrum aan autisme, iedereen is weer anders, maar elke individu levert iets unieks. Sommigen hebben de capaciteit om enorm veel data te onthouden, anderen excelleren in wiskunde of codering”.

zie ook De 11 grootste voordelen van mensen met autisme op het werk 

Bron: metronieuws.nl 

Verantwoorde artikelen in media over suïcide kunnen hulp zoeken stimuleren

Het aantal zelfdodingen in Nederland is de laatste jaren sterk gestegen: van 1.353 in 2007 naar 1.917 in 2017. Uit de wetenschappelijke literatuur blijkt dat het aantal suïcides geregeld toeneemt na het verschijnen van media-uitingen, bijvoorbeeld na nieuwsberichten over bekende personen die zijn overleden na een suïcide.

Aan de andere kant kunnen media-uitingen mensen met suïcidale gedachten juist ook weerhouden van suïcide. Media-uitingen over het overleven van crises en het afzien van suïcideplannen hebben een daling van het aantal suïcides tot gevolg. Doel van dit onderzoek was dan ook meer weten over hoe massamedia eraan kunnen bijdragen dat mensen hulp zoeken bij suïcidaliteit.

Onderzoeksvragen

De volgende drie vragen stonden centraal in het onderzoek:

  1. Welke karakteristieken in artikelen in de media over suïcide zouden hulpzoekgedrag door mensen met suïcidaal gedrag kunnen stimuleren?
  2. In hoeverre en op welke manier zijn deze karakteristieken verwerkt in Nederlandse artikelen over suïcide?
  3. Op welke manier kunnen mediaprofessionals gestimuleerd worden om deze karakteristieken te verwerken in hun berichtgeving?

De vragen zijn beantwoord op basis van literatuuronderzoek, een onderzoek onder hulpzoekers bij 113 Zelfmoordpreventie, een inventarisatie onder experts, analyse van krantenartikelen over suïcide en groepsdiscussies met mediaprofessionals.

Belangrijkste conclusies

Uit het onderzoek bleek onder andere dat positieve rolmodellen, verhalen van mensen die herstelden van hun suïcidaliteit door hulp te zoeken, positieve framing van hulpzoekgedrag en informatie bieden over waar en hoe hulp beschikbaar is eraan kunnen bijdragen dat mensen met suïcidaal gedrag hulp zoeken.

Uit de analyse van nieuwsberichten over suïcide blijkt dat 26% van de onderzochte nieuwsberichten over suïcide één of meer kenmerken bevatte die hulpzoekgedrag zouden kunnen stimuleren. Informatie over beschikbare hulpbronnen werd het meest teruggevonden. Het is belangrijk om mediaprofessionals ervan bewust te maken dat (hun) berichtgeving effect heeft op suïcides.

De inzichten uit dit onderzoek zijn daarom verwerkt in een infosheet voor mediaprofessionals die vanaf 18 januari beschikbaar is. Ook zijn de resultaten beschreven in een wetenschappelijk artikel (onder review) en een projectrapportage.

Bekijk Suicidepreventie via massamedia (Pdf)

Bron: trimbos.nl

Vragen of gedachten over zelfdoding?

Bel 0900-0113 of ga naar 113.nl

Meer weten wat jij in jouw organisatie kan doen aan suicidepreventie? Lees hier verder. Of vraag om een vrijblijvend gesprek voor een aanbod op maat. 

Preventieakkoord: vooral verleidingen, weinig verboden

Het Preventieakkoord is het resultaat van intensieve onderhandelingen tussen het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, bedrijven (zoals alcohol- en voedingsproducenten) en maatschappelijke organisaties. Het Trimbos-instituut adviseerde bij de gesprekken over maatregelen om tabaksgebruik en overmatig alcoholgebruik terug te dringen.

De schadelijke gevolgen van alcohol- en tabaksgebruik kosten de samenleving elk jaar miljarden euro’s en duizenden gezonde levensjaren. Met het akkoord zet de overheid in op een gezonder Nederland, met aandacht voor alcoholgebruik onder zwangeren, studenten, sporters en zware drinkers.

Verleiden en verbieden

“Ongezond gedrag wordt vooral bepaald door blootstelling aan omgevingsprikkels: zien roken doet roken, een overdaad aan verleidingen maakt het voor veel mensen bijna onmogelijk om minder en gezonder te eten of af te zien van alcohol”, zeggen Ninette van Hasselt en Marc Willemsen van het Trimbos-instituut.

De maatregelen in het Preventieakkoord richten zich vooral op het verleiden van mensen om gezonder te leven. Zo wil de overheid rokers meer ondersteuning bieden om te stoppen met roken. En campagnes moeten mensen die veel alcohol drinken bewuster maken van de risico’s. Daarnaast beloven de betrokken partijen zich in te spannen om bijvoorbeeld alcoholverkoop voor minderjarigen minder gemakkelijk te maken.

Een effectief preventiebeleid kan niet alleen bestaan uit charmante interventies. Het vraagt juist om een combinatie van ‘stick and carrot’; verbieden en verleiden

IJsland biedt voorbeeld

Om de voorgestelde doelen te realiseren is het onontkoombaar dat ook maatregelen worden doorgevoerd die minder populair zijn. Zoals een verbod op de verkoop van sigaretten bij supermarkten of het verhogen van accijnzen op alcohol. Uit onderzoek blijkt dat de meeste effecten mogen worden verwacht van dergelijke maatregelen.

Een gezonder Nederland vereist dus dat verbod en verleiding hand in hand gaan. Dat blijkt uit onderzoek, maar ook uit de ervaringen in bijvoorbeeld IJsland. Daar zorgden een aantrekkelijk sportbeleid en ondersteuning voor ouders samen met prijsverhogingen op alcohol en tabak ervoor dat jongeren extreem veel minder drinken en roken dan 20 jaar geleden.

Maatregelen roken

“Van de maatregelen in het preventieakkoord op het gebied van roken, hebben we de hoogste verwachtingen”, zegt Marc Willemsen, hoogleraar Tabaksontmoediging. “Roken wordt duurder en tabaksproducten worden minder zichtbaar. Beide maatregelen zijn bewezen effectief.”

7 vragen en antwoorden over tabaksmaatregelen in het preventie-akkoord

Maatregelen alcohol

Ninette van Hasselt, hoofd van het Expertisecentrum Alcohol, is kritischer over de maatregelen rond alcoholpreventie in het akkoord. “Dit akkoord biedt een belangrijke kans. Er wordt substantieel geïnvesteerd in het voorkomen van welvaartsziekten. Maar er zijn steviger maatregelen nodig om het problematisch alcoholgebruik echt te verminderen.”

7 vragen en antwoorden over alcoholmaatregelen in het Preventieakkoord

Eerste stap

Willemsen en Van Hasselt zien het Preventieakkoord als een belangrijke eerste stap. Waarmee de overheid laat zien dat ze het voorkomen van gezondheidsschade serieus neemt. “De doelen in het akkoord zijn ambitieus. Als die onhaalbaar blijken met de voorgestelde maatregelen, zijn krachtiger maatregelen en wetgeving het enige juiste antwoord. Niet het bijstellen van de doelen.”

Bron: trimbos.nl

Wil jij meer weten over middelengebruik? Kijk dan hier wat Croan kan bieden. 

Een arbeidsgehandicapte aannemen? Zo doe je dat!

Volgens het Centraal Bureau Statistiek Nederland telt zo’n 1.7 miljoen arbeidsgehandicapten. Iets meer dan 1 miljoen hiervan zijn officieel arbeidsongeschikt verklaard, maar 660.000 behoren nog steeds tot de beroepsbevolking. Door een ziekte of een (mentale, psychische, lichamelijke of zintuigelijke) handicap worden deze mensen belemmerd in het vinden of uitvoeren van werk. Dit terwijl 25% van jonge arbeidsgehandicapten (25-40 jaar) wel (meer) wil werken. 

Naast deze ‘officiële arbeidsgehandicapten’, telt Nederland ook veel mensen met een arbeidsbeperking. Een voorbeeld van een persoon met een arbeidsbeperking, maar zonder de titel ‘arbeidsgehandicapte’ is iemand met dyslexie. Deze mensen vallen niet onder de regels van arbeidsgehandicapten, maar ondervinden wel zeker belemmeringen in het vinden en uitvoeren van werk.

Toch is de helft van Nederlandse werkgevers niet van plan om meer mensen met een beperking aan te nemen, zo melde het Sociaal Cultureel Planbureau vorig jaar. Deze werkgevers stellen dikwijls geen geschikte functies te hebben voor arbeidsgehandicapten of niet over genoeg capaciteit te beschikken om geschikte aanpassingen te maken. 

Veel voordelen  

Dit is jammer, want er hangen veel voordelen aan het aannemen van personen met een beperking. Zo krijgen werkgevers die barrièrevrij werkplekken creëren, zodat werknemers met een handicap gemakkelijk kantoorgebouwen en werkmaterialen, zoals mappen of ringbanden kunnen bereiken, toegang tot zeer gemotiveerde, loyale en gekwalificeerde werknemers op de arbeidsmarkt. Daarnaast biedt het aannemen van arbeidsgehandicapten en personen met een beperking toegang tot nieuwe talenten, klantgroepen en markten. Het zou zonde zijn om zulke talenten te laten schieten.

De drempel over 

“De grootste drempel voor werkgevers om mensen met een arbeidsbeperking aan te nemen is dat ze niet weten, waar ze moeten beginnen.”, aldus Olav van Doorn van Nationale Talentenbank. Om deze drempel te overbruggen helpt de Nationale Talentenbank werkgevers vacatures te vullen met geschikte kandidaten die een arbeidshandicap hebben. Ook Bert van Boggelen, van De Normaalste Zaak –  een organisatie die zich inzet voor een inclusieve arbeidsmarkt – sluit zich hierbij aan. Ook noemt van Boggelen bureaucratisch papierwerk en onvoldoende ondersteuning bij de begeleiding van arbeidsgehandicapten als drempel. 

Viking Direct creëerde een handige infographic die het proces van de stappen tussen het zoeken en het aannemen van een arbeidsgehandicapte of een persoon met een arbeidshandicap in kaart brengt.

De belangrijkste stap van het proces zal altijd de communicatie zijn. Van Boggelen geeft als tip om iedere arbeidsgehandicapte als een individu te behandelen en geen overhaaste aannames te maken over hun behoeften. Houd ook in het achterhoofd dat niet iedereen zijn of haar beperking of ziekte meteen zal delen. Er bestaat immers een groot scala aan onzichtbare beperkingen. 

Creëer dus een ruimte waar mensen ook na hun eerste werkdag open hun behoeften kunnen aankaarten. Je zult zien dat je hiermee niet alleen voor arbeidsgehandicapten een betere arbeidssfeer creëert, maar voor iedereen in je organisatie een fijne werkplaats schept. Daarnaast is het ook belangrijk om de communicatie naar de buitenwereld aan te passen. Van Boggelen stelt:

Vertel hoe je wil investeren in mensen en dat je graag ziet dat iedereen de kans krijgt om zijn or haar talenten in te zetten. Kijk goed naar de eisen die je stelt in een vacature en of die wel echt nodig zijn. Een voorwaarde stellen als het hebben van een rijbewijs, kan bijvoorbeeld mensen met een visuele beperking afschrikken. Maar als er staat dat de kandidaat bereid moet zijn om op verschillende plekken in het land aan het werk te gaan, haal je de drempel weg.”

Tot slot is het handig om in je achterhoofd te houden dat een redelijke aanpassing voor arbeidsgehandicapten geen voordeel is voor hen, maar slechts de benadeling van deze mensen compenseert.   

Bron: persbericht

Specifieke en praktische tips over de begeleiding van mensen met een psychische kwetsbaarheid? Lees hier verder! 

Let op kinderen van ouders met psychische problemen

Kinderen van Ouders met Psychische Problemen (KOPP), hebben een verhoogd risico op somatische klachten en psychische stoornissen. Erkennen van de invloed van psychische aandoeningen op de ouder-kindrelatie maakt het mogelijk het hele gezin te betrekken bij de behandeling van de klachten van het kind. Dan kan ook preventieve hulp worden geboden aan de partner en de andere kinderen, zo meldt Huisarts en Wetenschap.

Ruim 400.000 Nederlandse kinderen (onder de 18) hebben ouders met psychische of verslavingsproblemen. Veel van die kinderen hebben emotionele en gedragsproblemen en de helft krijgt op latere leeftijd zelf ook een psychische stoornis. Een kind dat één ouder heeft met psychische problemen, heeft 33% meer kans, een kind dat twee ouders heeft met psychische problemen, heeft ruim 60% meer kans ten opzichte van kinderen met stabiele ouders. Die percentages zijn hoger dan bij kinderen van ouders met een ernstige somatische ziekte zoals kanker. Het Landelijk Platform KOPP/KVO (kinderen van ouders met psychiatrische problemen/kinderen van verslaafde ouders) organiseert onder auspiciën van het Trimbos-instituut preventie en zorg voor deze groep.

De kern

  • Kinderen van ouders met psychische of verslavingsproblemen hebben zelf ook een sterk verhoogde kans op psychische stoornissen.
  • Een gezinsbrede aanpak die bestaat uit behandeling van de zieke ouder, steun aan de gezonde ouder en aan het gezin, en psycho-educatie voor de kinderen, biedt de beste perspectieven.
  • Externaliserend of internaliserend gedrag en rolomdraaiing bij het kind zijn signalen van psychische problemen bij een ouder.
  • Kinderen vanaf 9 jaar zijn al geholpen door een eenmalig gesprek met de behandelend arts van de ouders.

Stress kan bij kinderen somatische en psychische klachten teweegbrengen. Psychische problemen bij de ouders zijn een belangrijke risicofactor in de ontwikkeling van kinderen. Als de hulpverlener zich hiervan bewust is, kan hij met enkele eenvoudige vragen naar de thuissituatie een genuanceerder beeld krijgen van de emotionele klachten van een tiener. Er is voor KOPP geen ander specifiek kenmerk dan de voorgeschiedenis van de ouders.

Lees het uitgebreide artikel op henw.org

Meer weten over praten met ouders met psychiatrische problematiek? Lees hier wat Croan Consult biedt. 

Burn-out: 20 miljard schade én blijvend hersenletsel

De steeds toenemende gevallen van burn-out in Nederland kosten de samenleving 20 miljard euro per jaar. Dat zegt Erik Matser, klinisch neuropsycholoog uit Helmond. Hij baseert zich daarbij op eerder door OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) verstrekte cijfers. Bovendien leidt de aandoening in veel gevallen tot blijvend hersenletsel.

“In Nederland werkt ongeveer één op de vijf mensen niet als gevolg van stress en een burn-out”, aldus Matser. “Deze mensen zijn door een gebrek aan energie letterlijk te moe om te werken. Het gaat doorgaans om relatief jonge mensen.’’

Matser: “Daarnaast zijn er honderdduizenden mensen die wel werken, maar eveneens gekweld worden door klachten als somberheid en angst. Veel mensen herstellen traag van diverse ziekten en de onderliggende oorzaak daarvan is stress en psychisch uit balans zijn. Deze mensen zijn vaak meerdere malen zo lang uit de roulatie als bij hun ziektebeeld past.”

Hersendisfunctie
Het heeft volgens Matser allemaal te maken met de invloed van aanhoudende stress op de hersenen waardoor deze slechter gaan functioneren en het hersenweefsel kan veranderen. “De enige reden dat we deze ellende kunnen betalen is dat de economie er goed voor staat. Maar we hebben niet door wat de werkelijke ziekmaker is van onze jeugd. Mensen ontwikkelen door stress een hersendisfunctie en komen veelal nooit meer op de juiste manier terug.’’

En er is een stijgende lijn in de problematiek voor wat betreft jongeren, concludeert Matser. “Ik krijg mensen van rond de 20 jaar in mijn praktijk die geen levenskracht meer hebben, geen energie, geen creativiteit en hun visie op de toekomst is inktzwart.”

Transformatie
Hij formuleert het probleem als volgt: “De hersenen functioneren het beste bij een goede balans van stresshormonen (het gaspedaal) en groeihormoon (de rem/opbouw/herstelfunctie). Onze samenleving promoot het intrappen van het gaspedaal en negeert de rem waardoor veel jonge mensen uit balans raken en langdurend ernstig ziek worden.”

Wat te doen? “Er moet aandacht komen voor de hormonale disbalans en het disfunctioneren van het orgaan brein waardoor onze samenleving naar de ijsrots vaart. Er moet goed nagedacht worden over de transformatie van de oude papieren wereld naar de digitale wereld. Deze kost momenteel te veel jonge mensen te veel energie.”

Bron : ANP

Meer weten over Burn-out en wat jij kan doen voor jezelf? Of voor je medewerkers? Lees hier verder. 

Hoe kun je als sociaal professional cultuursensitief werken?

‘Vraag aan je cliënt of je je schoenen uit moet trekken. Sommige gezinnen vinden dat prettig, anderen maakt het niet uit.’ Medisch antropoloog Cor Hoffer leert medici en welzijnsprofessionals cultuursensitief werken. Hij vindt dat sociaal werkers moeten weten wat de cultuur van hun cliënten is, om goede hulp te kunnen bieden. Tijdens het congres Grip op de Sociale Wijkteams gaf hij een spoedcursus voor wijkteams.

‘De grootste valkuil rondom cultuursensitief werken is om te denken dat cultuur een op een overeenkomt met bevolkingsgroepen, oftewel nationale afkomst. Regio’s hebben ook een cultuur. Beroepen ook. Ik hoorde vandaag al termen zoals transitie, sociaal werk, participatie. Jullie weten waar dat over gaat, omdat het cultuurafhankelijke woorden zijn die horen bij jullie beroepsgroep.’

Geloofsbeleving

Katholieken en protestanten zijn beide christenen. Dezelfde nuances zijn er in de islam. Niet alle moslims belijden op dezelfde manier hun geloof. ‘Ik ken een aantal autochtone psychiaters die de koran lezen. Het is op zich nobel, maar heb niet de illusie dat je er dan ook maar één Marokkaan beter van begrijpt. Iemands geloofsbeleving komt meestal niet uit een boek. Het gros van de moslims heeft hun geloof van horen zeggen.’

Etniciteit

Sociaal werkers zijn soms verlegen om te vragen naar afkomst of religie, omdat ze bang zijn dat ze iemand ermee beledigen of dat ze er te weinig over weten. Toch raadt Hoffer aan wél dat gesprek te voeren. ‘Het culturele interview, een standaard lijst met vragen over iemands achtergrond, opvoeding, religie en etniciteit, kan dat gesprek openen. Als sociaal werker moet je proberen inzicht te krijgen in de leefwereld van je cliënt.’ Bovendien hebben cliënten soms vooral de behoefte om een levensgeschiedenis te vertellen. In dat geval is er alleen al naar vragen voldoende hulp zijn. Helemaal bij oudere migranten, weet Hoffer. ‘Zij worstelen vaak met een terugkeerdilemma of heimwee.’

De vertrouwensrelatie en het open gesprek zijn de kern voor preventieve hulp aan jeugd en opvoeders met diverse culturele achtergronden. Dat betoogt Trees Pels, emeritus hoogleraar pedagogiek. Professionals kunnen op die manier aansluiting vinden met migrantenjongeren. ‘Als je zegt: “Dit is totaal fout wat je denkt”, dan ben je die jongere kwijt.’ Lees meer

Alternatieve geneeskunde

Cliënten hebben een eigen beleving van het probleem en ze gaan op zoek naar manieren om dat probleem op te lossen. Die beleving kan iets anders zijn dan de diagnose van een professional. Een van de plekken waar een cliënt bijvoorbeeld een oplossing kan vinden zijn alternatieve geneeswijzen: homeopathie, acupunctuur, healing of een demoonuitdrijving. ‘Ik zeg wel eens tegen huisartsen dat het zomaar kan dat ze ’s ochtends een patiënt op spreekuur hebben waarbij het medisch advies het ene oor in gaat en het andere oor uit. Terwijl die patiënt ’s avonds naar een duivelsuitdrijver gaat en daar wel heel goed naar luistert.’

Exorcist

Alternatieve geneeswijzen kunnen een flink effect hebben op een behandeling of herstelproces. ‘Ik ben meerdere keren bij een uitdrijvingsritueel geweest waarbij de exorcist zegt dat iemand moet stoppen met zijn medicatie. Aan de andere kant doen die exorcisten vaak meer dan alleen zo’n ritueel. Ze geven emotionele steun of gaan ze mee naar een medisch specialist om te tolken. Regelmatig wijten ze iemands problemen aan het feit dat hij of zij “twijfelachtig in het geloof staat”. Oftewel: ga weer wat regelmatiger leven.’ Kortom: zorg dat je weet wat iemand nog meer aan hulp zoekt.

Beroepsethiek

Cultuursensitief werken betekent volgens Hoffer niet direct dat sociaal werkers al hun waarden over boord moeten gooien. ‘Je hoeft niet akkoord te zijn met vrouwenbesnijdenis omdat het “hun cultuur” is. Het andere uiterste: “Ze moeten zich maar aanpassen”, heeft vaak niet veel zin vanuit je professionele oogpunt.’ Hoffer raadt daarom aan om onderscheid te maken tussen je beroepsethiek en je persoonlijke ethiek. ‘Denk na over wat je bij een cliënt wil bereiken en in hoeverre je je moet aanpassen aan hun leefwereld van jouw cliënt om dat te kunnen bereiken.’

Bron: Zorgwelzijn 

Wil je meer weten over culturele diversiteit? Of specifieke tips voor de begeleiding van jouw doelgroep? Lees hier verder. 

Benchmark: verzuim in SW sector opnieuw licht gestegen

Een SW-medewerker meldt zich gemiddeld 1,9 keer per jaar ziek en verzuimt gemiddeld 29,1 dagen door ziekte. Vergeleken met een jaar eerder is het verzuim in de sector met 0,9% gestegen. Dit blijkt uit de laatste benchmark verzuim van Cedris en SBCM, waarvoor de verzuimcijfers zijn gemeten over de periode 1 juli 2017 t/m 30 juni 2018. Het gemiddelde verzuim in de SW stijgt al sinds 2015 en ligt nu op 13,9%.

De griepepidemie van december 2017 tot en met medio april 2018 is een van de oorzaken van de stijging van het verzuim afgelopen jaar. Ook de vergrijzing speelt mee: het verzuim is hoger onder oudere medewerkers en inmiddels is bijna 40% van de WSW-doelgroep 55 jaar of ouder. Het verzuim stijgt echter in alle leeftijdsklassen en zowel bij medewerkers met SW-dienstverband als met een niet-SW-dienstverband. Kleinere SW-bedrijven hebben gemiddeld nog steeds lagere verzuimcijfers dan grote bedrijven, maar ook daar is het verzuim gestegen.

Factsheet verzuim

Alle verzuimcijfers, zoals het verzuimpercentage, de duur van het verzuim en de meldingsfrequentie van nu en voorgaande jaren vindt u terug in de factsheet verzuim  (377 KB). U ziet hier het verzuim ook uitgesplitst per geslacht, leeftijd, dienstverband en bedrijfsomvang. De factsheet is een handig hulpmiddel om de verzuimcijfers van uw eigen organisatie te vergelijken met de cijfers voor heel de sector.

Benchmark

De benchmark verzuim wordt uitgevoerd door EMC. Elk SW-bedrijf dat meedoet, ontvangt vanuit EMC een individuele benchmarkrapportage. Op basis hiervan stelt SBCM elk halfjaar een overzicht samen voor de hele SW-sector. Begin volgend jaar verschijnen de verzuimcijfers over heel 2018.

Bron: bericht SBCM.

Snellere (arbeids)participatie statushouders door duale trajecten

 

De (arbeids)participatie van statushouders krijgt een extra stimulans als het leren van de taal en re-integratie-inspanningen hand in hand gaan. Dat concluderen onderzoekers van Regioplan in het rapport ‘Duale trajecten taal en werk’.

Weinig statushouders hebben op dit moment een betaalde baan. Het gunstige economische klimaat biedt de kans om daar wat aan te doen. Het onderzoek ‘Duale trajecten taal en werk’, dat op verzoek van SBCM, Cedris en VluchtelingenWerk Nederland is uitgevoerd, laat zien hoe dat kan, aldus de opdrachtgevers.

Vroege focus op werk

Het leren van de taal en de arbeidsparticipatie gelijktijdig oppakken in plaats van na elkaar, wat nu vaak gebeurt, heeft diverse voordelen. De statushouder participeert snel, hij leert de taal in concrete context te gebruiken en hij versterkt zijn taal- en werkvaardigheden en zelfredzaamheid.

Lessen

Het onderzoeksrapport bevat aanbevelingen en praktijkvoorbeelden voor Rijk, gemeenten, roc’s, SW-bedrijven en het bedrijfsleven. De belangrijkste lessen voor goede duale trajecten zijn:

  • Goede selectie en intake: niveau deelnemers sluit aan bij vereisten traject door inzicht in de kennis, wensen en persoonlijke situatie van de statushouder
  • Realistische verwachtingen: statushouder en werkgever weten wat te verwachten
  • Matching met werk of stage door één professional
  • Adequate taalondersteuning: intensief en ingebed in de werkcontext
  • Begeleiding op de werkvloer: professionele nazorg en coaching door collega’s
  • Gedeelde visie van de betrokken partijen op doelstellingen en randvoorwaarden

Zie ook

Download

Bron: Divosa

Hoe signaleer je een lvb of zwakbegaafdheid?

Een licht verstandelijke beperking (lvb) of zwakbegaafdheid kun je meestal niet aan iemands uiterlijk herkennen. Het gevolg daarvan is dat deze mensen soms op een hoger niveau van kennis en vaardigheden worden aangesproken dan ze aankunnen. Ze worden overschat en overvraagd en dat kan allerlei negatieve gevolgen hebben. Maar hoe herken je een lvb of zwakbegaafdheid? Een speciale handreiking biedt hulp.

 
falen-Fotolia.jpg

‘Mensen met een lvb of zwakbegaafdheid zullen het zelf lang niet altijd zeggen als ze iets niet begrijpen en ook aan hun taalgebruik merk je dit vaak niet. Ze gebruiken woorden en zinnen die ze hebben opgevangen, maar die ze zelf niet altijd ook echt begrijpen. Dit maakt het nog lastiger om een lvb/zwakbegaafdheid te herkennen. Het inzicht in hun beperkingen ontbreekt vaak, al merken ze wel dat ze dingen niet kunnen die bij hun leeftijdgenoten vanzelf lijken te gaan. Ze doen zich vaak groter voor om dit, al dan niet bewust, te verbergen en lopen op hun tenen om zich staande te houden. Dit alles kan leiden tot faalervaringen, gevoelens van frustratie en een negatief zelfbeeld, wat vervolgens de verdere ontwikkeling kan belemmeren omdat ze gedemotiveerd raken als ze niet aan de verwachtingen kunnen voldoen. Leeftijdsgenoten voelen meestal wel haarscherp aan dat ze anders zijn, wat ze kwetsbaar maakt voor pesten en uitsluiting.’

Handreiking

In de Handreiking vroegsignalering van een lvb en zwakbegaafdheid, die een upgrade heeft gekregen, benadrukt het Netwerk Gewoon Meedoen (dat bestaat uit onder andere Ieder(in), MEE NL en de Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland) dat vroegsignalering heel belangrijk is. ‘Hoe eerder een lvb/zwakbegaafdheid herkend wordt, hoe meer problemen op latere leeftijd kunnen worden voorkomen.’ Om professionals te helpen signalen van lvb en zwakbegaafdheid te herkennen, zijn in de handreiking daarom bronnen gebundeld die informatie geven over de normalen of gemiddelde ontwikkeling, screeningsinstrumenten beschreven die ontwikkelingsachterstanden en indirecte kenmerken in kaart brengen en instrumenten verzameld voor verdiepende diagnostiek naar een lvb en zwakbegaafdheid.

Directe signalen

In de handreiking is te lezen dat er een aantal directe signalen zijn die kunnen wijzen op een lvb of zwakbegaafdheid. Voorbeelden daarvan zijn achterblijvende conceptuele vaardigheden, zoals kunnen lezen, schrijven en rekenen, achterblijvende sociale vaardigheden zoals communicatieve vaardigheden en het oplossen van sociale problemen en achterblijvende praktische vaardigheden zoals persoonlijke verzorging, omgaan met geld en gebruik maken van openbaar vervoer. Daarnaast kan ook een IQ-score iets zeggen over een mogelijke lvb of zwakbegaafdheid. Een IQ tussen de 50 en zeventig duidt op een lvb, een IQ tussen de 70 en 85 duidt op zwakbegaafdheid. Maar, zo stelt het Netwerk Gewoon Meedoen, een IQ-test is geen ‘robuust gegeven’. Het is slechts een momentopname. ‘Een IQ-score zegt ook niet genoeg om te bepalen hoeveel en welke ondersteuning iemand met een LVB/zwakbegaafdheid nodig heeft. Inzicht in het sociaal aanpassingsvermogen van iemand en de (sociaal-)emotionele ontwikkeling zeggen hier wel meer over en komen mede daarom steeds meer centraal te staan in het bepalen van de ondersteuning.’

Indirecte signalen

Naast directe signalen, kunnen ook indirecte signalen wijzen op een lvb of zwakbegaafdheid. ‘Dat zijn problemen of omstandigheden die vaker geconstateerd worden bij jeugdigen/(jong)volwassenen met een lvb/zwakbegaafdheid, maar dus niet direct wijzen op een lvb/zwakbegaafdheid.’ Voorbeelden van indirecte signalen kunnen zijn dat kinderen in emotioneel opzicht jonger zijn dan leeftijdsgenootjes, dat ze moeite hebben met het geven van selectieve aandacht en dat logisch nadenken minder vanzelfsprekend voor ze is. Bij (jong)volwassenen kunnen bijvoorbeeld een laag opleidingsniveau, een klein sociaal netwerk, een gebrek aan concrete vaardigheden als klokkijken en het hebben van wat meer kinderlijke hobby’s en voorkeuren tekenen zijn dat er sprake is van een lvb of zwakbegaafdheid.

Bron: zorgwelzijn

Meer weten over het begeleiden van LVB? Lees hier verder. 

De impact van prikkelverwerking op de gezondheidsbeleving bij Autisme

Hebben mensen met autisme meer of minder gezondheidsklachten dan mensen zonder autisme, of is er geen verschil? Zijn er specifieke klachten die vaker voorkomen bij mensen met autisme, en zo ja, welke dan? En waarom zouden we ons überhaupt specifiek bezighouden met de lichamelijke gezondheid van mensen met autisme, is dat nodig?

Om met de laatste vraag te beginnen: ja, dat is nodig. Lees hier verder. 

‘Gokken is een maatschappelijk fenomeen, regel het!’

Jan Suyver en Henk Kesler hebben per 1 oktober 2018 de Kansspelautoriteit verlaten – hun beider termijn zat erop. Vandaag (8 oktober 2018) namen ze officieel afscheid tijdens een bijeenkomst voor genodigden in het Haagse theater Diligentia. De voorzitter en de vicevoorzitter blikken terug op de eerste zes jaar van de toezichthouder op de markt voor de kansspelen. Het duo is tevreden over de organisatie die is neergezet, maar teleurgesteld over het feit dat de Wet Kansspelen op afstand nog niet door het parlement is aangenomen.

 

De opdracht van de regering aan Jan Suyver en Henk Kesler was in 2012 helder: ‘De Wet Kansspelen op afstand komt eraan, leid met de Kansspelautoriteit (Ksa) de legalisering van online kansspelen in goede banen’. Door deze wet wordt het mogelijk met een vergunning onder strikte voorwaarden via internet kansspelen aan te bieden. De gedachte is dat op een gereguleerde markt het veel makkelijker is de consument te beschermen en illegaal aanbod te bestrijden. De Wet Kansspelen op afstand voorziet (behalve in een vergunningsstelsel waardoor eisen aan aanbieders kunnen worden gesteld en toezicht kan worden gehouden), ook in middelen om effectief op te kunnen treden tegen illegaal aanbod – instrumenten die in de huidige Wet op de kansspelen van 1964 ontbreken. De ervaring in andere landen – Denemarken, Zweden – leert dat het heel goed mogelijk is in relatief korte tijd de markt te reguleren. Voor Nederland is ooit een kanalisatiedoelstelling van 80 procent genoemd; dit wil zeggen dat 80 procent van de kansspeldeelnemers  bij een aanbieder met een vergunning speelt.

Jan Suyver 2017KSA_MG_7080
Jan Suyver, bestuursvoorzitter Ksa

Bescherming consumenten

Maar de wet is er anno 2018 nog niet, waardoor het legale kansspelspeelveld in Nederland overzichtelijk is. Die markt beperkt zich tot loterijen, de speelautomatenbranche (speelhallen en in horeca), de vestigingen van Holland Casino (casinospellen en speelautomaten) en één aanbieder van sportweddenschappen, de Toto, en één voor harddraverijen en paardenrennen. Maar er is bij consumenten duidelijk ook behoefte aan online kansspelaanbod: naar schatting doen tussen de 500.000 en 1 miljoen Nederlanders weleens (of vaker) mee aan een kansspel bij een online aanbieder. Dat doen ze nu dus illegaal en onbeschermd tegen malversaties. Bescherming van de consument is één van de drie publieke doelen van de Ksa. De andere twee zijn voorkomen van kansspelverslaving en bestrijding van illegaliteit en criminaliteit.

Begrip

De Tweede Kamer stemde medio 2016, vier jaar na de start van de Ksa, in met het Wetsvoorstel Kansspelen op afstand. De Eerste Kamer is, inmiddels ruim twee jaar later, nog niet aan de behandeling toegekomen. Nederland is een van de weinige landen in de Europese Unie die online kansspelen nog niet legaliseerde. ‘Het is in ons land een gecompliceerd, ideologisch dossier waarin sprake is van uiteenlopende inzichten en belangen’, zegt Jan Suyver diplomatiek. Niet alleen religie speelt op politiek gebied een rol. De christelijke partijen hebben moeite met gokken, maar op andere gronden geldt dat ook voor bijvoorbeeld de SP. Hoewel de vertrekkende voorzitter ‘alle begrip heeft voor de zorgvuldige politieke afwegingen die er in Nederland plaatsvinden’, vindt hij wel dat de Wet Kansspelen op afstand er nu snel moet komen. Suyver: ‘De consument heeft er simpelweg recht op beschermd te worden. Ik zeg altijd: ook al ben je tegen gokken, dat kan geen reden zijn het niet te regelen. Eerder integendeel, zou ik zeggen.’

Instrumentarium

Henk Kesler heeft minder begrip en typeert de afgelopen zes jaar als volgt: ‘We hebben helaas niet mogen doen wat we hadden willen doen. Om die reden kijk ik niet met heel veel voldoening terug. Er is een mooie organisatie neergezet, maar de politiek heeft niet geleverd wat ons bij de start van de Kansspelautoriteit was beloofd: een instrumentarium om online gokken op een gereguleerde markt in goede banen leiden. Daar ben ik af en toe knap chagrijnig van geworden. Veel geklaag in de Tweede Kamer, maar opschieten met de noodzakelijke wetgeving ho maar. Alleen maar vertragen, balletje breed en dan weer terugspelen, om maar even in voetbaltermen te spreken.’

Henk Kesler 7KSA_MG_7240
Henk Kesler, bestuurslid Ksa

Capaciteit

Zeker voor Kesler, die zijn sporen verdiende als advocaat, in het bedrijfsleven en later als KNVB-directeur, was het soms moeilijk onderdeel van dit proces te zijn. Jan Suyver, ooit secretaris-generaal op het toenmalige ministerie van Justitie, maakte dergelijke langdurige wetgevingsprocessen eerder mee. Hij vraagt zich af of voor het kansspeldossier op het ministerie van Justitie en Veiligheid wel altijd voldoende capaciteit vrij is gemaakt. ‘De beantwoording van Kamervragen duurde soms erg lang. Ik heb de indruk dat het dossier nu meer aandacht heeft, ik heb daar ook wel eens om gevraagd bij de secretaris-generaal. Het legaliseren van online kansspelen wordt ook genoemd in het regeerakkoord, dat is een goed teken.’

Spagaat

Zowel Suyver als Kesler typeert de situatie waarin de Kansspelautoriteit de afgelopen zes jaar zat als een ‘bestuurlijke spagaat’. Vergunningen verlenen voor het aanbieden van online kansspelen kan onder de huidige Wet op de kansspelen niet, terwijl er aan de andere kant nauwelijks middelen zijn om illegale aanbieders te bestrijden. Bovendien gaat het in sommige gevallen ook nog eens om bedrijven die in het buitenland gerespecteerd, soms zelfs beursgenoteerd zijn en die bijvoorbeeld verslavingspreventie goed op orde hebben. Kesler: ‘Ik heb wel eens gezegd dat we gewapend met een tandenborstel in de leeuwenkuil ten strijde moesten trekken. De consument verdient bescherming, maar de politiek moet de Ksa daarvoor wel de middelen geven.’

Zeker geen spijt

Wie na deze kanttekeningen denkt dat Suyver en Kesler spijt hebben dat ze zes jaar geleden van start zijn gegaan met de Kansspelautoriteit, heeft het mis. Ze zijn beiden trots op de organisatie die neer is gezet. Het duo refereert in dit verband aan de evaluatie van de Ksa door het WODC van afgelopen jaar. Die komt er in grote lijnen op neer dat de Kansspelautoriteit op heldere en eenduidige wijze vergunningen verleent, operationeel op orde is en dat het handhavingsbeleid overeen komt met wat gezien de stand van de techniek verwacht mag worden. Kesler roemt met name ‘de spirit, de collegialiteit en de fantastische sfeer’. Suyver draagt ‘een mooie organisatie met een gerust hart over in de hoop en verwachting dat de Wet Kansspelen op afstand er nu snel komt’.

Nieuw bestuur

De nieuwe voorzitter van de Kansspelautoriteit is René Jansen, onder meer voormalig bestuurder bij de Nederlandse Zorgautoriteit. Hij is op 1 oktober begonnen. De nieuwe vicevoorzitter is Bernadette van Buchem, nu nog directeur consumenten bij de Autoriteit Consument en Markt. Zij start op 15 oktober. Het derde bestuurslid van de Kansspelautoriteit is Joop Pot.

 
 
 
 

Verklaring kansspeltoezichthouders: uiting zorgen over risico’s onscherpe lijnen gokken en gamen

De kansspeltoezichthouders van 16 Europese landen hebben een verklaring (pdf, 293 kB)ondertekend met als doel hun zorgen te uiten over de risico’s van de onscherpe lijnen tussen digitaal entertainment, zoals videospellen en kansspelen.

Toezichthouders, allen lid van de Europese koepel van toezichthouders GREF, zien in sommige nieuwe spelproducten kenmerken van gokken. Toezichthouders willen de videogames en social gaming grondig blijven analyseren, en vragen daarbij ook om een ​​constructieve dialoog met de verantwoordelijke vertegenwoordigers van de videogames en social gaming-industrie.

Verklaring

Deze verklaring (pdf, 293 kB) is ondertekend door Letland, Tsjechische Republiek, Isle of Man, Frankrijk, Spanje, Malta, Jersey, Gibraltar, Ierland, Portugal, Noorwegen, Nederland, Verenigd Koninkrijk, Polen, Oostenrijk en de staat Wahington en staat open voor ondertekening voor alle geïnteresseerde toezichthoudende instanties voor kansspelen.

Bijeenkomst

De Kansspelautoriteit organiseert op 15 oktober 2018 in Den Haag een bijeenkomst om met marktpartijen en andere betrokkenen in de game- en goksector van gedachten te wisselen over de risico’s van de toenemende vermenging van gaming en gambling.

Bron: kansspelautoriteit 

Minder alcohol drinken met Maxx-app: veel positieve reacties

De Maxx-app krijgt veel positieve reacties. De app ondersteunt op lastige momenten om minder of geen alcohol drinken. Prominente landelijke organisaties beoordelen Maxx positief en nemen de app op in hun eigen aanbod.

Het Nederlands Huisarts Genootschap (NHG) beloont Maxx in het oktobernummer van het magazine Huisarts en Wetenschap met 4 sterren. Ook verwijst de NHG inmiddels op Thuisarts.nl naar de zelfhulp-app. Ook de GGD AppStore, een online dienst van alle 25 GGD’en en GGD GHOR Nederland, heeft Maxx opgenomen in het overzicht van relevante en betrouwbare gezondheidsapps en websites.

Gezonder leven door minder te drinken

De Maxx app is ontwikkeld door het Trimbos-instituut en werd in april 2018 gelanceerd. Maxx wordt gratis aangeboden via de Apple App Store en Google Play Store. De app is bedoeld voor iedereen ouder dan 18 jaar die zijn of haar leefstijl wil verbeteren door minder alcohol te drinken.

Wie gezondheidsproblemen wil verminderen, fitter wil worden, beter wil slapen en beter op gewicht wil blijven vindt in Maxx een nuttig hulpmiddel. Maxx is ook geschikt voor wie tijdelijk, bijvoorbeeld een maand, wil stoppen met drinken en voor mensen die al gestopt zijn en dit willen volhouden.

Niet voor mensen met alcoholverslaving

Maxx is niet geschikt voor mensen met een alcoholverslaving die last krijgen van ontwenningsverschijnselen wanneer ze stoppen met drinken. Voor hen blijft professionele begeleiding van een huisarts of instelling voor verslavingszorg noodzakelijk.

Bron: Trimbos

Eerste Nederlandse supermarkt voert prikkelarm uur in

Bij een Albert Heijn-vestiging in het Brabantse Sint-Michielsgestel kunnen klanten binnenkort één uur per week ‘prikkelarm’ winkelen. Het is voor zover bekend voor het eerst dat een Nederlandse supermarkt rekening houdt met klanten met autisme. ‘Kunnen ze die lichtdimmers voortaan niet altijd gebruiken?’

   Supermarkt stil uur sep18
   

Bij een Albert Heijn-filiaal in Noord-Brabant gaat binnenkort op een vast moment in de week de muziek uit en worden de lichten gedempt. ’Wij willen dat klanten binnenkort één uur per week prikkelarm bij ons kunnen winkelen’, zegt Eva Mennes, assistent-bedrijfsleider van het filiaal in het Noord-Brabantse Sint-Michielsgestel. ‘Ik verwacht dat mensen met autisme hier veel baat bij zullen hebben.’ Het is voor zover bekend voor het eerst dat een Nederlandse supermarkt rekening houdt met de prikkelgevoeligheid van veel mensen met autisme.

Mennes kwam op het idee voor een ‘prikkelarm uurtje’ nadat ze onlangs in het Eindhovens Dagblad een artikel had gelezen over een soortgelijk Brits initiatief. ’Gelukkig staat mijn leidinggevende Cindy Remmits-Mateijsen er vierkant achter. Het past in de missie van Albert Heijn om het meest geliefde en meest gezonde bedrijf van Nederland te zijn.’ 

Spiegels

In het filiaal van Sint-Michielsgestel komen volgens Mennes relatief veel klanten met autisme. ‘Dat heeft te maken met de nabijheid van meerdere afdelingen van het instituut Kentalis, dat is onder andere gespecialiseerd in beperkingen op de gebieden horen en communicatie’, zegt ze. ‘Daarom is het ook logisch dat ons filiaal hier als eerste in Nederland mee begint. Maar als deze pilot slaagt, zullen er ongetwijfeld meerdere Albert Heijn-vestigingen volgen.’ 

Mennes riep ervaringsdeskundigen onlangs op om mee te denken over hoe ze haar filiaal zo prikkelarm mogelijk kan maken, onder andere in een lokale krant, via het intranet van Kentalis en via de Facebook-pagina van de Nederlandse Vereniging voor Autisme (NVA). ‘Daar zijn al ongelofelijk veel reacties op gekomen’, zegt Mennes. ‘Vooral via de Facebook-pagina van de NVA. Ik heb er echt nooit een seconde bij stilgestaan dat mensen van zoveel dingen last kunnen hebben als zij boodschappen doen.’

En dat zijn niet alleen mensen met autisme, zo weet zij inmiddels. ‘Ik krijg óók veel reacties van mensen met angstklachten, hersenletsel of burn-out. Vooral de muziek en de felle lichten blijken een probleem te zijn, maar bijvoorbeeld ook de reflecties van de spiegels in onze koelvakken en de displays bij de kassa’s.’ 

Twee bussen Pringles

‘Ik bevind mij op dit moment in de C&A in Kampen om een winterjas te kopen voor mijn zoontje’, zegt ervaringsdeskundige en NVA-ambassadeur Jasper Wagteveld over de telefoon. ‘Het is hier héél erg licht, vrij warm en ik hoor overal mensen praten. Maar na een kwart eeuw autisme-diagnose – dit is mijn jubileumjaar – heb ik hier inmiddels gelukkig een soort ingebouwde filter voor ontwikkeld.’

Toch vormt zijn dagelijkse bezoek aan de supermarkt ook voor Wagteveld een hele uitdaging. ‘Het is er in de zomer héél koel en in de winter héél warm. En je hebt er ongelofelijk veel keus. Ik ben dan ook totaal verloren als mijn vrouw mij vooraf niet precies vertelt welk vlees, welke pasta en welke groente ik moet kopen. Toen wij nog geen kind hadden, kwam ik vaak alleen thuis met twee bussen Pringles.’

Wagteveld vindt het initiatief van het Albert Heijn-filiaal in Sint Michielsgestel ‘super goed’, maar zet er ook kanttekeningen bij. ‘Ik hoop wél dat de buitenwereld zich realiseert dat veel mensen met autisme hulp nodig blijven hebben om te leren omgaan met de vele prikkels die er nu eenmaal zijn in onze maatschappij. Velen van hen wonen bijvoorbeeld, net als ik, in een sociale huurwoning en die zijn vaak zeer gehorig.’  

Wagteveld verwijst naar de behandeling ‘guided exposure’ van Dimence, een ggz-instelling in het oosten van Nederland waaraan hij als ervaringsdeskundige is verbonden. ‘Daarbij komen mensen met autisme die helemaal zijn vastgelopen eerst in een zeer prikkelarme omgeving terecht om van daaruit geleidelijk weer terug te gaan naar de prikkelrijke wereld. Dat werkt ontzettend goed.’ 

Zelf heeft Wagteveld in de loop der jaren – hij is nu 36 jaar oud – redelijk leren omgaan met prikkels die hij zelf opzoekt. ‘Voordat ik net C&A binnenliep wist ik bijvoorbeeld wel wat ik ongeveer kon verwachten. Maar onverwachte prikkels vind ik nog altijd heel lastig. Als mijn zoontje van tweeënhalf bijvoorbeeld opeens begint te huilen of als er een grote vrachtwagen door mijn straat rijdt, dan heb ik daar veel moeite mee.’

Het is nog niet bekend wanneer het prikkelarme uurtje van het Albert Heijn-filiaal in Sint-Michielsgestel zal worden ingevoerd. ‘Zo snel mogelijk, maar er zullen eerst nog wat voorbereidingen moeten worden getroffen’, zegt Mennes. ‘De muziek kan ik met één druk op de knop uitzetten, maar voor de zachtere verlichting zal een monteur bijvoorbeeld eerst nog een aantal dimmers moeten komen plaatsen.’ Wagteveld, enthousiast: ‘Kunnen ze die dimmers voortaan niet altijd gebruiken? Vergeet niet dat wat voor mensen met autisme goed werkt, vaak ook voor heel veel andere mensen prettig is.’

Bron: NVA

De dramadriehoek op de werkvloer en hoe je hiermee omgaat

Je verantwoordelijkheid nemen en de ander op zijn of haar verantwoordelijkheid aanspreken: het blijft lastig. Eerst moet iedereen weten wat tot zijn of haar takenpakket hoort. Welke begeleiding kunnen zij hierbij van jou als leidinggevende verwachten?

Dramadriehoek in de praktijk

3 manieren om bevlogenheid te stimuleren

Bevlogenheid vergroot de productiviteit, betrokkenheid en klantgerichtheid van je medewerkers. Maar wat definieert bevlogenheid en hoe kun je het als manager stimuleren? MT-columnist Ronald van der Molen geeft 3 belangrijke tips.

Volgens onderzoek van o.a. Else Ouweneel zijn er drie manieren om je werkgeluk vergroten, namelijk via: gedragsmatige, cognitieve en motivationele activiteiten. Hieronder staan per manier verschillende interventies waar je mee kunt experimenteren. #1 Gedragsmatige activiteiten Met de onderstaande gedragsmatige activiteiten beïnvloed je jouw werkomgeving direct omdat jouw positieve gedrag het sociale en interpersoonlijke klimaat verbetert. - Vriendelijk gedrag vertonen door de deur voor iemand open te houden, een collega te helpen, positieve feedback te geven en klanten te adviseren. Onderzoek laat zien dat vriendelijk gedrag aanstekelijk werkt vooral als mensen hun vriendelijke gedragingen variëren en veelvuldig herhalen. - Goed nieuws delen door behaalde resultaten of belangrijke deadlines te bespreken en samen te vieren. Door successen te delen nemen de positieve gevoelens toe en onthouden we ze langer dan wanneer we ze niet delen. - Sociale relaties koesteren door een open houding aan te nemen, praktische hulp te verlenen, loyaal te zijn, te luisteren, gerust te stellen en informatie of advies te geven. Vele studies hebben het belang van sociale steun op de werkplek voor het welbevinden van werknemers aangetoond. #2 Cognitieve activiteiten Met de cognitieve activiteiten hieronder beïnvloed je jouw werkomgeving indirect. Door een positiever beeld van de werkomgeving te construeren verandert vooral jouw perceptie. - Dankbaarheid uiten naar collega’s of leidinggevenden die jou te hulp zijn geschoten of steun hebben verleend. Door oprecht gemeende dankbaarheid te uiten geef je erkenning aan de bijdragen van anderen en worden negatieve emoties zoals boosheid, irritatie en cynisme onderdrukt. - Vergeven van een onheuse bejegening of onrechtvaardige behandeling. Diverse onderzoeken laten zien dat gevoelens van empathie en toenadering (in plaats van wraak en ontwijking) een positief effect hebben op het geluk van degene die vergeeft. Bovendien versterkt vergeving interpersoonlijke relaties, mits het integer wordt gedaan. - Zegeningen tellen door gebeurtenissen in herinnering te brengen of op te schrijven. De gevoelens van dankbaarheid die hierdoor worden opgeroepen versterken de eigenwaarde, het zelfvertrouwen en verbeteren de relaties op het werk. Het positieve effect hiervan op het geluksgevoel kan tot wel zes maanden doorwerken. - Optimisme stimuleren door haalbare doelen te stellen, je ideale zelfbeeld te beschrijven, pessimistische gedachten te doorbreken en na te denken over je ideale carrièreverloop. Optimisme speelt een belangrijke rol in het behalen van persoonlijke doelen en is daarom essentieel voor werkgeluk. - Genieten van het leven door positieve gebeurtenissen in herinnering te brengen, je te verheugen op toekomstige positieve gebeurtenissen en open te staan voor zintuigelijke waarnemingen zoals de geur van verse koffie, een mooi uitzicht etc. #3 Motivationele activiteiten De volgende motivationele activiteiten hebben betrekking op het aanleren van vaardigheden die het makkelijker maken om het gewenste levenspad te bewandelen. - Persoonlijke doelen stellen en nastreven door na te gaan waar je heen wilt en welke stappen van belang zijn om hier te komen. Het ontwikkelen en inzetten van vaardigheden om doelen te stellen en het plannen van de weg om deze doelen te bepalen heeft een positief effect op je welbevinden. De kans om doelen te behalen wordt groter naarmate ze aansluiten bij jouw waarden en behoeften. - Weerbaarheid vergroten door het genereren van sociale steun tijdens en na een negatieve gebeurtenis en het vinden van betekenis in datgene wat heeft plaatsgevonden. Je kunt je weerbaarheid verhogen door optimisme te vergroten en zelfvertrouwen te versterken (zie hierboven). Het effect hiervan is dat je je makkelijker kunt aanpassen aan uitdagende omstandigheden en ook bij tegenslag jezelf zult proberen te verbeteren. - Jezelf complimenteren of laten complimenteren. Door jouw inspanning, prestatie of resultaat positief te (laten) waarderen activeer je het beloningscentrum in je brein. De hoeveelheid dopamine neemt toe en dat geeft een goed gevoel. Bovendien versterkt een welgemeend compliment het zelfbeeld van de ontvanger en zorgt het voor een betere onderlinge relatie. Kies een integrale aanpak Vrijwel alle activiteiten staan met elkaar in verbinding en kunnen elkaars effect versterken. Dankbaarheid uiten kan bijvoorbeeld bijdragen aan het verbeteren van sociale relaties. En het stimuleren van optimisme bevordert het stellen en behalen van doelen. De uitdaging is om een integrale aanpak te ontwikkelen met voldoende variatie, bij voorkeur op team- of afdelingsniveau, zodat het bij jou én bij je werkomgeving past. Lees hier deel 1 van de column. 

Advies aanpak personen met verward gedrag: maak contact met de mens!

De klankbordgroep Personen met verward gedrag van Clientenbelang Amsterdam heeft in juli een advies ‘Verward en Onbegrepen’gepresenteerd dat het heeft opgesteld na een jaar ontmoetingen en signalen ophalen. Dit is gedaan in opdracht van de gemeente Amsterdam. 

Ervaringsdeskundigen, familie- en naasten hebben verhalen opgehaald over hoe de zorg rond personen met verward gedrag beter kan aansluiten bij hun vraag. Met specifieke aandacht voor de crisisketen. Bijvoorbeeld de manier waarop politie en hulpverlening meldingen rond personen met verward gedrag behandelen en hoe zij hen bejegenen. Daarnaast adviseert de klankbordgroep de gemeente om vooral de juiste mensen met juiste kennis en ervaring op het juiste moment in te zetten.

Contact van mens tot mens

In Amsterdam is een tekort aan voorzieningen om personen met verward gedrag goed op te vangen. Ook sluiten de behoeften van mensen met verward gedrag en hun familie en het aanbod van Amsterdamse instanties niet goed op elkaar aan. Een goede opvang die kan leiden tot sneller herstel van iemand. Maar het begint met contact maken van mens tot mens, zowel naar cliënten als familieleden en naasten. De klankbordgroep adviseert dan ook om te spreken over onbegrepen gedrag in plaats van verward gedrag.

“Maak contact met de mens, niet de cliënt” 

Best practices in de stad

De klankbordgroep heeft een aantal zaken in de stad als ‘best practice’ bestempeld. De Psycholance zorgt voor meer menselijk vervoer van mensen die een psychische crisis doormaken, onder begeleiding van ervaren deskundige verpleegkundigen. En het Respijthuis Amersbos in Noord bijvoorbeeld dat het gat opvult tussen niet meer tijdelijk thuis kunnen wonen en opname in een kliniek.

Bron: clientenbelangamsterdam.nl

‘Toen ik wist dat ik autisme had, werd het makkelijker om ermee om te gaan’

Petra (34) heeft autisme, een informatieverwerkingsstoornis die maakt dat je de wereld om je heen wat anders interpreteert dan anderen. Autisme is aangeboren. Toch weet Petra pas vier jaar dat ze het heeft. De diagnose was een last van haar schouders. Want hoewel ze altijd wel wist dat er iets niet klopte, weten wát er precies niet klopt maakt dat ze er beter mee om kan gaan. Én anderen kan helpen!

Toen Petra 29 was kwam ze in aanraking met de GGZ vanwege piekerklachten. Ze kreeg cognitieve gedragstherapie en werd op een aantal gedragsstoornissen getest. Daar kwam autisme uit. ‘Een heel brede diagnose natuurlijk. Onder een ‘autismespectrumstoornis’ vallen een hele hoop verschillende vormen van autisme. Een nicht van mij heeft weleens geopperd dat ik ook ADD zou kunnen hebben. Dat is inderdaad goed mogelijk, maar ik vind de diagnose autisme voldoende. Ik ga me niet voor een tweede keer laten testen om nóg een labeltje te krijgen.’

Ouders
Als Petra naar zichzelf kijkt, kan ze zien dat ze autisme heeft. Waaraan precies? Petra vindt het lastig om daar een vinger op te leggen. ‘Ik zie het onder andere aan mijn ogen, mijn starende blik. Toch heb ik ook heel lang niet geweten wat er met me aan de hand was. Ik werd als kind op school buitengesloten en was altijd stil en teruggetrokken. Maar mijn ouders hebben me nooit laten testen op een gedragsstoornis of hulp voor me gezocht. Beiden zijn ze overleden, mijn vader toen ik 17 was en mijn moeder toen ik 24 was. Terugkijkend weet ik bijna zeker dat ze beiden ook autisme hadden. Zeker mijn moeder. Zelf wisten ze dat denk ik niet. Ik snap dus wel dat ze dat bij mij ook niet hebben opgemerkt.’

Na het overlijden van haar ouders stond Petra er alleen voor. ‘Dat was pittig. Al helemaal voor iemand als ik. Ik was sociaal niet zo sterk. Gelukkig had ik wel wat vrienden die me hielpen. Ik leerde in die periode ook mijn beste vriendin kennen aan wie ik nog altijd veel steun heb. Vrienden geven me zelfvertrouwen en maken dat ik mezelf beter kan accepteren. Ze laten me zien dat ik de moeite waard ben, ook al ben ik anders dan zij. Daardoor kan ik ook makkelijker boven vervelende opmerkingen van anderen staan.’

Makkelijker
Nu Petra weet dat ze autisme heeft is alles wat makkelijker geworden. Ze kan er nu rekening mee houden, weet wat haar valkuilen zijn en hoe ze zich beter kan voelen. ‘Burn-out klachten liggen voor mij op de loer. Ik heb altijd een druk hoofd en ben snel overprikkeld. Nu ik weet hoe dat komt, kan ik mijn grenzen beter aangeven en neem ik op tijd rust. Ook heb ik baat bij alternatieve geneeswijzen, zoals accupunctuur, en heb ik een aangepast dieet. Mensen met autisme hebben vaak intoleranties voor bepaalde voedingsstoffen, zoals gluten of lactose. Ik weet dat ze in Finland kinderen al op jonge leeftijd testen op dergelijke voedselintoleranties, omdat die echt invloed kunnen hebben op hun gedrag. Voor zover ik weet wordt daar in Nederland nog niet veel mee gedaan. Dat is zonde!’

Bron: plusvws.nl

Tips voor een gesprek over je psychische klachten bij de huisarts

De huisarts is voor gezondheidsklachten je eerste gesprekspartner. Bij de huisarts kun je ook terecht met vragen over je kind of een naaste. Een gesprek aangaan met de huisarts bij psychische klachten (in het gezin) kan lastig zijn. Hoe voorkom je dat je met belangrijke vragen of onderwerpen blijft zitten? MIND geeft een paar tips:

Huisarts en patiënt in gesprek, tafel en handen zichtbaar 123rtf 600 - 400Tips voor het gesprek met je huisarts

  1. Vertel de huisarts eerlijk wat er speelt. Neem als het kan iemand mee die jou goed kent en die hierop kan aanvullen. Wacht niet te lang met een bezoek aan de huisarts: hoe eerder je aan de bel trekt hoe sneller er iets aan gedaan kan worden.
  2. Geef naast psychische klachten ook lichamelijk klachten goed aan. Soms is er een wisselwerking tussen psychische en lichamelijke klachten. De huisarts moet misschien onderzoek laten verrichten in verband met deze lichamelijke klachten.
  3. Zorg dat de conclusie van de huisarts helder is voor jou: wat is er precies aan de hand? Is er sprake van een aandoening? Soms gaan klachten zoals depressieve gevoelens vanzelf voorbij. Wat zijn de vooruitzichten?
  4. Je kunt het gesprek met je huisarts opnemen zodat je het thuis op je gemak terug kunt luisteren, bijvoorbeeld via je telefoon. Geef dit vooraf aan. Zie de Handreiking patiëntengesprek opnemen.
  5. Geef informatie over de samenstelling van je familie of dat van je naaste. Vertel wat de gevolgen zijn van de psychische klachten voor mensen in de thuissituatie zoals een partner, ouders, kinderen of broers en zussen. Waar maak je je zorgen over? Meer informatie voor naasten vind je bij Als je naaste psychische klachten heeft.

Tips om je voor te bereiden

  1. Maak vooraf een lijst met vragen. Daarmee voorkom je dat je belangrijke vragen vergeet te stellen. (Gebruik deze tips als patiënt of deze tips als naaste.)
  2. Als je medicatie gebruikt neem deze mee, zodat de huisarts actuele informatie hierover heeft. Dat geldt ook voor vitaminen of voedingssupplementen: deze kunnen invloed hebben op bepaalde medicatie.
  3. Bedenk of je iemand mee wilt nemen naar het (eerste) consult. Dit kan een familielid of naaste zijn, of iemand anders die je vertrouwt.
  4. Als je méér dan 10 minuten tijd nodig hebt van de huisarts, vraag dan vooraf een dubbele afspraak aan bij de doktersassistent. Dan weet je zeker dat de huisarts even de tijd voor je heeft.

Aan het einde van je gesprek

Ter afronding van je gesprek is het handig om nog even de volgende zaken na te lopen:

  • Wat speken we af?
  • Staan mijn gegevens goed in het dossier/systeem?
  • Indien nodig: Wanneer zien we elkaar weer?

Omslag is een feit: sterke stijging inzet loonkostensubsidie

Het aantal mensen dat met loonkostensubsidie ging werken was in 2017 groter dan het aantal werknemers dat uitstroomde uit de wet sociale werkvoorziening (Wsw).

Dit blijkt uit de sectorinformatie van de sociale werkgelegenheid over 2017. Vorig jaar gingen 6.200 personen uit de Participatiewet met loonkostensubsidie aan de slag. In drie jaar tijd is het totale aantal gestegen tot 11.200. Het aandeel sociale werkbedrijven dat hierbij een belangrijke rol vervult is sterk gegroeid. ‘Dit bewijst dat loonkostensubsidie een succesvol instrument is en dat het gebruikmaken van de kennis van onze leden cruciaal is voor het inclusiever maken van de arbeidsmarkt’, aldus Job Cohen, voorzitter van Cedris.

Sinds 1 januari 2015 is de toegang tot de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) gesloten. Mensen met een beperking zijn sindsdien aangewezen op de Participatiewet, Gemeenten kunnen voor hen loonkostensubsidie inzetten, om werkgevers te compenseren voor een verminderde arbeidsproductie.

 

Grote verschillen tussen gemeenten bij inzet loonkostensubsidie

Tussen gemeenten onderling bestaan grote verschillen in de mate waarin loonkostensubsidie wordt ingezet. Opvallend is dat er een positief verband lijkt te bestaan tussen de inzet van loonkostensubsidie en het behaalde financieel resultaat op het BUIG-budget. Het BUIG-budget is het geld dat gemeenten van het rijk ontvangen om bijstandsuitkeringen te betalen. Of er sprake is van een causaal verband en wat de achterliggende verklaringen zijn, wordt nader onderzocht.

 

Belangrijke rol Sociale werkbedrijven

Uit de cijfers blijkt verder dat de meeste sociale werkbedrijven een belangrijke rol spelen bij de uitvoering van de Participatiewet. 84% wordt als werkgever of bemiddelaar voor de nieuwe doelgroepen ingezet. Maar nog altijd 16% van de bedrijven vervult geen of slechts een beperkte rol voor nieuwe doelgroepen.

 

Stijging ziekteverzuim

Het aantal werknemers binnen de Wsw daalde het afgelopen jaar met 4.500 naar 87.500 personen. Het ontbreken van nieuwe instroom in de Wsw betekent dat de Wsw-populatie steeds ouder wordt. Bijna 40% is 55 jaar of ouder. Er blijven relatief meer mensen met een zwakkere gezondheid in de Wsw. Dit is een verklaring voor de stijging van het ziekteverzuim van 12,8 naar 13,3%.

 

Tekorten op Wsw-subsidie nemen toe

De bijdrage die de leden leveren aan de inclusieve arbeidsmarkt staat in schril contrast met de voortdurende financiële druk die op hen ligt. Door de jaarlijks oplopende korting op de Wsw-subsidie, een erfenis  van het vorige kabinet, is het totale tekort voor de lonen van Wsw-werknemers in 2017 opgelopen met 37 miljoen tot -/-296 miljoen. De invoering van het laag inkomensvoordeel, een vergoeding voor de loonkosten voor werknemers die op of net boven het wettelijk minimumloon verdienen, heeft de subsidiedaling in 2017 slechts gedeeltelijk gecompenseerd. Tot 2020 zal de financiële druk op de bedrijven verder toenemen. Het bedrijfsvoeringsresultaat is dankzij kostenbesparingen in voorgaande jaren vrijwel gelijk gebleven op 79 miljoen. Verdere verbeteringen in de bedrijfsvoering zijn niet realistisch.

 

Inclusieve arbeidsmarkt weer een stap dichterbij

Desondanks zijn er goede resultaten gehaald. De inclusieve arbeidsmarkt komt dichterbij. Het aandeel Wsw-ers dat extern bij andere werkgevers werkt is ook gestegen en bedraagt nu 41%.

Job Cohen: ‘2017 heeft laten zien dat onze leden niet alleen belangrijk zijn voor het aan het werk helpen van mensen met een arbeidsbeperking, maar voor alle mensen die ondersteuning nodig hebben om een plek op de arbeidsmarkt te bemachtigen. Om de ambities van die inclusieve arbeidsmarkt te realiseren blijven onze kennis en instrumenten keihard nodig.’

Bron: Cedris

Vijf manieren waarop je níet met je team moet omgaan

MT: Of een team goed of slecht functioneert, heeft meestal met het leiderschap te maken. Vijf manieren waarop het níet moet – en hoe het beter kan.

 

Er broeit een onderhuidse spanning in het team. Tijdens de lunch valt de groep uit elkaar in kleine groepjes die over elkaar roddelen. In vergaderingen lijkt het weinig uit te maken wie een presentatie geeft: elk idee wordt medogenloos afgekraakt. Er wordt nauwelijks samengewerkt en de resultaten blijven achter. Je team is geen team. Een goed team is geen toeval In elke organisatie komen dysfunctionele teams voor. De gemakkelijkste weg is de schuld bij de teamleden te leggen. Ze doen hun best niet om beter met de anderen te overleggen. Maar zoals uit onderzoek blijkt: een goed team is geen toeval. Tussen slechte en goede teams bestaan belangrijke verschillen, en het belangrijkste verschil maak jij, de leider. Hieronder vijf manieren waarop je in ieder geval níet met je team moet omgaan. #1 Creëer een vechtcultuur Je zweert bij onderlinge concurrentie. Door onderling flink tegen elkaar op te boksen, halen de teamleden meer uit zichzelf. Ook zonder dat leiders er bewust voor kiezen, kan vaak een competitieve cultuur in teams ontstaan. Sommige teamleden gaan de groep domineren en anderen trekken zich terug. De leider vindt het allemaal best. Maar de onderlinge sfeer in de groep blijkt de belangrijkste succesfactor te zijn. Binnen de organisatiepsychologie zijn er weinig onderwerpen waar meer onderzoek naar is gedaan dan naar teams. Onder alle eigenschappen waarop teams kunnen verschillen – IQ, teamsamenstelling, leeftijdsverschil, manier van samenwerken etc. – is er één doorslaggevend: het onderling vertrouwen. Het maakt niet uit of je de teams supermoeilijke opdrachten geeft of juist eenvoudige taakjes laat doen. Als het vertrouwen (of de ‘psychological safety’ zoals het in een grootschalig onderzoek bij Google wordt genoemd) sterker is, worden de prestaties beter. #2 Informeer op basis van ‘need to know’ Bij jou als leider komen de informatiestromen bij elkaar, je vindt het zonde van de tijd om die informatie te delen. De medewerkers krijgen te horen wat ze voor hun werk nodig hebben. Méér informatie uitwisselen roept maar nodeloze discussie op. Communicatie speelt een cruciale rol bij teamsucces. In een gezaghebbend Amerikaans onderzoek uit 2008 bleek bijvoorbeeld dat de ‘verdeling van de beurt krijgen in de conversatie’ de onderscheidende factor was. Teams waarin de teamleden ongeveer even vaak aan het woord zijn, doen het beter dan teams waarin enkelen het gesprek naar zich toe trekken. Openheid en elkaar laten uitpraten zijn van cruciaal belang om de vertrouwensbasis te verstevigen. Vertrouwen of ‘psychological safety’ wil niet zeggen dat er geen pittige onderlinge discussies mogelijk zijn, die discussies zijn juist nodig om verder te komen. Daarbij is jouw rol als teamleider om in de openheid te delen, je teamleden de gelegenheid te geven zich te uiten en te luisteren naar wat ze zeggen. Pas als je zelf in staat bent om laat merken dat je zelf niet alle antwoorden in petto hebt, kun je als leider een lerende cultuur in je team creëren. #3 Werk taakgericht Je teamleden hebben allemaal hun eigen takenpakket. Alleen jij als teamleider hebt het overzicht en weet wat het team aan het grotere geheel van de organisatie bijdraagt, en waarop het wordt afgerekend. Je wilt je teamleden niet met al die details lastigvallen. Na vertrouwen en de mogelijkheid voor teamleden om zich te uiten is doelgericht werken de belangrijkste succesfactor voor teams. Teams functioneren beter als de groepsleden weten wat het gemeenschappelijk doel en hun bijdrage eraan is. Het doel mag ambitieus zijn maar moet uiteraard ook haalbaar zijn. Met ondubbelzinnige kengetallen moet de voortgang van het team bovendien te meten zijn. Heldere doelen versterken de betrokkenheid van de teamleden. Ze weten waarom het belangrijk is hun schouders eronder te zetten. #4 Los alles op met teambuilding Je team communiceert moeizaam, dus het wordt tijd voor een dagje abseilen in de Ardennen. Met daarna een stevige borrel: er gaat niks boven samen dronken worden om het groepsgevoel te versterken. Teambuilding wordt vaak als panacee voor de groepssfeer beschouwd, maar de bewezen effectiviteit is mager. Als het na een dagje lachen, gieren, brullen weer ‘business as usual’ voor het team wordt, en de openheid en het vertrouwen niet verbeteren, kun je het net zo goed laten. #5 Maak er een mannenclub van Als mannen onder elkaar gaan we er tegenaan. We begrijpen elkaar beter en iedereen doet zijn eigen ding. Dat werkt snel en efficiënt. Een opvallend resultaat van een grote MIT-studie uit 2010 is dat teams met meer vrouwen het per definitie beter doen. De onderzoekers koppelen dat aan een ander resultaat: de leden van goed presterende teams zijn er beter in om complexe emoties van gezichten waarvan alleen de ogen zichtbaar zijn af te lezen (de ‘Reading the Mind in the Eyes’-test). Vrouwen hebben een grotere sociale gevoeligheid, aldus de onderzoekers, en dat verklaart mede waarom de teams waarin ze zitten beter presteren. De openheid en het onderling vertrouwen zijn groter.

Depressie ontstaat niet in het brein maar in de darmen

In ons darmstelsel bevinden zich vijftig biljoen bacteriën die samen het microbioom vormen en een enorme invloed hebben op onze lichamelijke en mentale gezondheid. Dokter Michael Mosley schreef er Het slimmedarmendieet over, zo meldt topics.nl

In Het slimmedarmendieet legt dokter Michael Mosley (61), presentator van uitstekende wetenschapsprogramma’s op de BBC, uit hoe het microbioom ons immuunsysteem en ons lichaamsgewicht mee bepaalt, maar ook hoe het een rol speelt bij mentale problemen als angst en depressie.

We weten pas sinds kort hoe belangrijk de bacteriën in onze darmen zijn. Hoe komt het dat het zo lang heeft geduurd?

“Omdat we nu pas de technologie hebben om ze te identificeren. In onze darmen leven duizenden soorten bacteriën, maar de meeste kunnen niet overleven buiten hun vertrouwde omgeving. Het overgrote deel kun je ook niet in een laboratorium kweken. Maar dankzij de gentechnologie kunnen we nu darmbacteriën opsporen aan de hand van stukjes DNA. We kunnen ze nog altijd niet zien, maar door de genetische sporen die ze achterlaten, kunnen we ze identificeren. We kunnen ook zien welke invloed veranderingen in de darmflora hebben op onze eetlust, onze hersenen en nog veel meer.

Kunt u kort uitleggen wat het microbioom juist is?

“Dat zijn de 1 à 2 kilo microben die in onze darmen leven. Rare wezentjes die nooit het daglicht zien en die niet kunnen overleven in een omgeving met zuurstof. Er leven minstens duizend soorten bacteriën die voortdurend in gevecht zijn met elkaar. Behalve bacteriën vind je er ook virussen en schimmels. Het is een ecosysteem op zich. Sommige bacteriën zijn goed voor ons en sommige slecht.”

Ons microbioom is er slechter aan toe dan vroeger, schrijft u.

“Daar bestaat geen twijfel over. Ontlastingsstalen van veertig à vijftig jaar geleden bevatten een veel grotere variatie aan bacteriën dan recente stalen. Vooral bij kinderen is het verschil opvallend. De Hadza, een stam uit Tanzania, hebben een bioom dat veel diverser is dan dat van de westerse mens. Oudere mensen die nog supergezond zijn, blijken meestal ook een zeer gezond en divers microbioom te hebben. We weten nog lang niet alles over alle darmbacteriën, maar we weten wel dat een grote diversiteit heel belangrijk is.”

De titel van uw boek is niet toevallig gekozen: in onze darmen zit een soort tweede brein, dat met ons ‘gewone’ brein communiceert.

“Het brein in ons hoofd is één homp hersencellen. Het brein in onze darmen bevat ongeveer evenveel hersencellen als het brein van een kat en ligt als een dun laagje over de hele lengte van het darmstelsel. Het bestaat uit precies dezelfde hersencellen als die van ons andere brein en produceert dezelfde neurotransmitters. Het communiceert met onze hersenen via de nervus vagus, de zenuw die de hersenen met de darmen verbindt en één van de belangrijkste zenuwen die we hebben. Ze is ook supersnel, omdat onze darmen en hersenen zeer snel moeten kunnen communiceren met elkaar. De bacteriën in onze darmen kunnen dat systeem hacken en de signalen wijzigen. Zo kunnen ze ons hoofdbrein instructies geven.

‘We hebben lang gedacht dat een depressie in het brein ontstaat, maar er is steeds meer bewijs dat het in de darmen gebeurt’

“Dat doen ze ook langs een andere en veel tragere weg, namelijk via het bloed. Darmbacteriën produceren chemicaliën die een invloed hebben op het humeur, zoals serotonine, of neurotransmitters met een kalmerende werking. Ze maken ook veel dopamine aan, ook bekend als het gelukshormoon. Ze doen dat wellicht om ons te belonen wanneer we dingen eten die ze graag lusten. Ze hebben er ook alle belang bij om zoveel mogelijk nuttige voedingsstoffen binnen te krijgen, want daar beneden is het voortdurend oorlog. Al die bacteriën doen er alles aan om te overleven en de sterkste te worden, onder andere door onze appetijt te manipuleren. Ze bepalen dus mee wat we eten.

Is dat tweede brein ook een recente ontdekking?

“Nee, hoor. Dertig jaar geleden, toen ik geneeskunde studeerde, was het al bekend. Het werd toen ook al het tweede brein genoemd. Men vond het wel fascinerend, maar niemand kwam op het idee het nader te onderzoeken. Men denkt nu dat het brein in ons hoofd waarschijnlijk zelfs is geëvolueerd uit het brein in onze darmen. Octopussen en sommige primitieve levensvormen hebben alleen maar een brein in hun darmen, en geen in hun hoofd.”

Welke informatie wisselen die twee breinen uit?

“We weten dat het gewone brein signalen stuurt als ‘Ik heb hier net flink gegeten, bereid je daar beneden maar voor op de komst van een steak met frieten.’ Het lagere brein stuurt dan weer signalen naar boven bij een depressie, vreemd genoeg.

“Een psychiater vertelde me dat mensen met een depressie vaak met ernstige constipatie kampen. Dat is al lang bekend, maar niemand is ooit op het idee gekomen om de constipatie te verhelpen en te zien of de depressie dan verbeterde. En dat blijkt wel het geval. Dat komt niet omdat mensen zich beter voelen omdat ze niet meer verstopt zijn, maar omdat de constipatie een rechtstreeks effect heeft op het brein. We hebben lang gedacht dat een depressie in het brein ontstaat, maar er is steeds meer bewijs dat het in de darmen gebeurt. In je lichaam heb je voortdurend kleine ontstekingen en de darmbacteriën spelen daarbij een grote rol.

Lees het uitgebreide artikel op topics.nl

ADHD vaker bij chronische depressie en verstoord slaap-waakritme

Eén op de vijf mensen met een chronische depressie heeft tevens symptomen van ADHD. “De kans op ADHD is groter naarmate de depressie ernstiger is, op jongere leeftijd is ontstaan en gepaard gaat met angstklachten”, aldus psycholoog en onderzoeker Annet Bron.

Zij onderzocht de impact van ADHD op het dagelijkse functioneren van volwassenen met ADHD. Mogelijk past de relatie tussen ADHD, depressie en angst in een groter perspectief van een verstoring van het biologische slaap-waakritme. Annet Bron promoveert 6 november bij VUmc.

Verstoring van het biologische slaap-waakritme, ook wel verlate slaapfase genoemd, komt bij de meerderheid van de mensen met ADHD voor. Het chronische slaaptekort dat hierdoor ontstaat, kan op de lange termijn ernstige gezondheidsklachten geven zoals obesitas, suikerziekte en hart- en vaatziekten. Mensen met depressie of angstklachten hebben een twee tot drie keer zo grote kans op slaap-waakproblemen als ze ook ADHD hebben. Bron: “Onontdekte ADHD kan op de langere termijn op veel terreinen grote problemen veroorzaken, dus tijdige diagnostiek en behandeling zijn belangrijk.”

ADHD is een erfelijke en chronische neurobiologische stoornis die begint op de kinderleeftijd met aandachtsproblemen, hyperactiviteit en impulsiviteit. In Nederland komt ADHD bij 5% van de volwassenen voor. ADHD symptomen zorgt voor beperkingen in het dagelijks leven, zoals onderpresteren op gebied van werk of opleiding, conflicten in het sociale leven en een negatief zelfbeeld. “ADHD wordt vaak onterecht bestempeld als een milde stoornis, maar 90% van de volwassenen ervaart grote beperkingen in het dagelijks leven”, aldus Bron.

Bron: vumc.nl