Nieuws over Training en Coaching, Croan Consult

Nieuws

Lees hier het laatste nieuws.

Een verslaving kan iedereen overkomen

 

Mensen met een verslaving krijgen vaak te maken met stigmatisering. Niet alleen vanuit het algemene publiek, maar ook vanuit de hulpverleners. Leonieke van Boekel, senior onderzoeker bij Tranzo, Tilburg University, deed onderzoek naar het fenomeen.

Wat wordt er precies bedoeld met een stigma?

“Stigmatisering is een proces waarbij iemand met afwijkend gedrag als minderwaardig wordt gezien door anderen. Bij verslaving werkt dit als volgt. Eerst wordt iemand gelabeld met het etiket ‘verslaving’, waarna stereotype gedachten ontstaan. Het gevolg is dat iemand met een verslaving kan worden buitengesloten of minder status krijgen.”

Wat zijn de meest voorkomende stigma’s over verslaving en verslaafden?

“Bij de algemene bevolking zagen we met name dat mensen iemand met een verslaving persoonlijk verantwoordelijk achten voor hun verslaving. Het wordt dus gezien als iemands eigen schuld. Dit zorgt voor een negatieve houding tegenover hen. Daarnaast ontdekten we dat men de verwachting heeft dat mensen met een verslaving agressief zijn en gevoelens van angst en woede oproepen.”

Hoe komt het dat de meeste mensen een dergelijke beeldvorming bij verslaving hebben?

“We weten uit eerder onderzoek dat de verwachting dat iemand voor zichzelf verantwoordelijk is, een grote rol speelt bij negatieve houdingen. Wanneer iemand dus vindt dat de verslaving iemands eigen schuld is, zal hij of zij vaak ook negatiever zijn in zijn of haar mening. Daarnaast zagen we heel duidelijk dat mensen die minder bekend zijn met verslavingsproblemen negatiever waren. Degenen die een naaste met verslavingsproblemen hadden of in het werk ermee te maken kregen, waren milder. Onbekendheid met het probleem verslaving zorgt dus voor meer stigmatisering.”

Is deze stigmatisering ook aan de orde bij hulpverleners?

“In ons onderzoek hebben we gekeken naar de houdingen van huisartsen, zorgverleners in de GGZ en verslavingszorg. Ook bij hen vonden we negatieve attitudes. We zagen duidelijk dat zorgverleners die vaker of intensiever werkten met verslaafden een tolerantere en positievere houding hadden. Ook hier speelde dus bekendheid met het fenomeen ‘verslaving’ een rol in de mening van zorgverleners.”

En hoe zit het bij de verslaafden zelf?

“De resultaten van ons onderzoek hebben laten zien dat mensen met een verslaving zeer frequent discriminatie ervaren. Cliënten voelen zich vooral ongelijk behandeld door hun directe omgeving, zoals familie, vrienden en partners. Als we een vergelijking maken met de ervaringen bij mensen met andere psychiatrische aandoeningen, zien we dat mensen met een verslaving meer discriminatie ervaren.”

Wat zijn de gevolgen van deze attitudes voor de hulpverlening aan verslaafden?

“Hier is nog maar weinig over bekend. We weten dat zorgverleners vrij negatief zijn over mensen met een verslaving, maar de precieze consequenties zijn lastig te onderzoeken. Er zijn wel enkele aanwijzingen dat deze houding minder goede zorg tot gevolg heeft. Voorbeelden zijn minder tijd besteden aan cliënten met een verslaving of minder betrokkenheid en empathie vanuit de zorgverleners.”

Zijn er manieren om deze stigmatisering te doorbreken?

“De beste manier om stigmatisering te doorbreken is het schetsen van een realistischer beeld van verslavingsproblemen. Mensen zouden meer en betere informatie moeten hebben over verslavingen. Dit kan op verschillende manieren worden bereikt. Bijvoorbeeld door voorlichting of het aangaan van een gesprek met iemand met een verslaving. Een belangrijke boodschap is dat het iedereen kan overkomen en dat mensen net zo veel of weinig ‘schuld’ hebben aan een verslaving als patiënten met een psychische of lichamelijke aandoening.”

Bron: Mijngezondheidsgids

Meer weten over psychiatrie en verslaving? Lees hier verder! 

10 dingen die mentaal sterke mensen niet doen

 

Een cruciale vereiste om succesvol te worden is een taaie geest die je mentaal sterk maakt, altijd doet doorzetten en je de controle over jezelf doet behouden. Psychotherapeute Amy Morin stelde deze lijst op van tien zaken die een mentaal sterk individu absoluut niet doet als hij het succes wil bereiken.
 

  1. Tijd verspillen met zelfmedelijden. Als iets verkeerd gaat en je kan er niets meer aan veranderen, is dat een gezonken kost en dien je daar verder geen rekening meer mee te houden. Tijd verspillen met spijt hebben over gedane zaken, is dan ook compleet nutteloos.
     
  2. Alles altijd proberen te controleren. Dingen trachten te controleren vreet je energie op. Accepteer oncontroleerbare situaties zoals ze zijn en pas je aan de omstandigheden aan.
     
  3. Bang zijn voor mislukkingen. Je hoeft je nooit te schamen over een mislukking omdat het een rijkdom wordt wanneer je er uit leert wat in de toekomst beter te doen. Het biedt je daarnaast ook een dosis eerlijkheid, bescheidenheid en oprechtheid.
     
  4. Bang zijn voor risico’s. Een beredeneerd, ‘slim’ risico nemen verhoogt je kansen om succesvol te worden. Het risico op falen moet je er echter bijnemen. Weeg de mogelijke kosten en baten af tegen elkaar en wees niet irrationeel afkerig van potentiële risico’s.
     
  5. Emotionele intelligentie onderschatten. De vaardigheid om je eigen emoties te controleren en die van anderen te begrijpen en misschien zelfs te manipuleren is een goede indicator van toekomstig succes.
     
  6. Ondoorzichtig zijn. Als je mentaal sterk staat, ben je niet bang om je methode, je fouten en zelfs je geheimen te delen met anderen als dat je team ten goede kan komen.
     
  7. Bang zijn om alleen te zijn. Alleen kunnen zijn is niet aan iedereen gegeven en zeker niet aan onzekere mensen zonder zelfcontrole.
     
  8. Denken dat het succes morgen zal arriveren. Zelfs de meest succesvolle topexecutives kunnen de wereld niet veranderen in één dag. Een sterke geest begrijpt dan ook dat succes een strategie is voor de (zeer) lange termijn.
     
  9. Voelen in plaats van denken. Taaie geesten bekijken een probleem van alle mogelijke kanten en beginnen dan met “ik denk” waar mentaal zwakkere mensen met “ik voel” beginnen.
     
  10. Jaloers en hypercompetitief worden. Concurrentie haalt niet noodzakelijk het beste uit mensen. Taaie geesten motiveren zich eerder door zichzelf te belonen dan met het vooruitzicht om anderen te verslaan. Deze beloningen kunnen extrinsiek (“wat kan ik verdienen of winnen?”) of intrinsiek (“hoe kan ik genieten van of betekenis vinden in deze taak?”) zijn.

Bron: Express.be

Naar agressie hoef je niet te luisteren… Toch?!

E-learning Agressie en emotie

Er komt iemand met een klacht bij je. Hij is teleurgesteld en baalt. Ook heeft hij kritiek op de regels. Voor je gevoel reageert hij dit op jou af. Zijn toon bevalt je niet. Dit terwijl jij al zo duidelijk, en zelfs meermalen, hebt uitgelegd wat de regels zijn in dergelijke situaties. Je merkt dat hij zijn stem begint te verheffen en zelf voel je je verontwaardiging toenemen. Jullie komen in een agressie spiraal terecht waarbij de spanning verder oploopt. De ander begint jou nu te beledigen en je kan nog net op tijd je (scheld)woorden inslikken. Nu slaat hij op de tafel, gooit een stoel jouw richting op en stormt de ruimte uit.

Was dit te voorkomen?

Wat is agressie?

Wanneer deelnemers in een agressietraining nadenken over wat agressie is, komen er veel uiteenlopende reacties. Schelden. Aanraken. Dreigend kijken. Verbaal dreigen. Stem verheffen. Over het algemeen wordt agressie sneller gelinkt aan geweld, dan aan een mogelijk positievere betekenis. Het te begrijpen wat er bij de ander gebeurt is het verschil van belang. Het woord agressie stamt oorspronkelijk af van het Latijnse woord aggressus: ergens gericht op af gaan. Veelal wordt ‘agressie’ ingezet om iets voor elkaar te krijgen, als bescherming of overlevingsmechanisme. Of te wel: het heeft een functie.

Wat de een agressie noemt, hoeft voor de ander nog geen agressie te zijn. Hier speelt duidelijk een persoonlijke grens mee. Deze verschilt veelal van de grens die het bedrijf, aan agressie stelt. Het effect is dat er (vaak binnen het team) wisselend met agressie wordt omgegaan. Dit geeft onduidelijkheid bij de ander en werkt ‘shopgedrag’ in de hand: wat ze bij de ene medewerker niet voor elkaar krijgen proberen ze bij de ander. Om deze reden is het belangrijk met elkaar een professionele grens af te spreken.

Verschillende vormen van agressie

Aangezien mensen verschillend reageren is het handig om de verschillende soorten van agressie onder te verdelen. Dit wordt gedaan in het ABCD-model. Dit model is ontwikkeld door de politie Amsterdam. Ze merkten daar dat er een groot verschil was in efficiëntie bij de afhandeling van conflicten tussen verschillende units. Zo kreeg de ene unit een hele straat over de kop met een hoop papierwerk erbij en was een andere unit binnen twintig minuten weer terug op het bureau en was het klaar. Na onderzoek bleek dat de eerste unit zich op de inhoud ging bemoeien en de tweede meer op het gevoel ging zitten. De laatstgenoemde kon de emoties eruit halen waarmee ze het voor elkaar kregen dat situaties minder snel uit de hand liepen.

Grofweg maakt het ABCD-model onderscheid tussen emotie (A/B-gedrag) en agressie (C/D-gedrag). Emotie is te herkennen aan reacties die gericht zijn op: zichzelf (A) of de organisatie (B). Het gaat hierbij om: ‘klagen’/ ‘zeuren’ over de eigen situatie of het beleid en de regels van de organisatie. We gaan ervan uit dat emotie er mag zijn. Iedereen is immers weleens teleurgesteld. Vaak labelen, en behandelen we dit echter als agressie.

Bij agressie gaat het verder. C-gedrag richt zich op de persoon. Hierbij kan je denken aan schelden of persoonlijk worden. Bij D-gedrag gaat het om dreigen of toepassen van geweld.

In het voorbeeld aan het begin zie je de opwaartse agressie spiraal. In eerste instantie is de ander teleurgesteld (A-gedrag) en geeft kritiek op de regels van de organisatie (B-gedrag). Vervolgens loopt dit op naar beledigen (C-gedrag) en het, gericht, gooien met stoelen (D-gedrag).

Omgaan met emotie

Ben je zelf weleens boos en teleurgesteld? Vraag jezelf eens af wat je in zo’n situatie zelf van de ander verwacht. Was de reactie in het voorbeeld te voorkomen?

De valkuil in het voorbeeld is om direct naar de inhoud te gaan, bijvoorbeeld door de regels uit te leggen. Het effect is dat mensen in communicatie opschalen, of letterlijk harder gaan praten, met als doel dat jij ze hoort. Dit zorgt voor onbegrip, aan beide kanten, en vergroot de kans op escalatie. Om deze te verkleinen helpt het om aan het begin aan te sluiten en te luisteren naar de ander. Belangrijk is begrip te tonen voor de situatie en de beleving van de ander: meeveren. Vaak wordt deze stap overgeslagen of onvoldoende effectief ingezet.

Hoe zou jij het doen?

Leren doe je van én met elkaar. Daarom zijn we ook erg benieuwd naar jouw ervaringen. Welke verschillende vormen van emotie en agressie kom je tegen? Hoe ga je daar mee om? Welke tips zou jij willen delen?

Wil je meer leren over hoe jij of je team met agressie om kunt gaan? We komen graag met je in contact om mee te denken. Neem vrijblijvend contact op met Joris.

De 10 geboden voor persoonlijke groei

  1. Laat negatieve mensen los
    Je zou jezelf moeten omgeven met mensen die willen dat je slaagt.  Mensen die niet oprecht blij voor je zijn als je het goed doet zijn geen echte vrienden. Je hebt echt geen mensen in je leven nodig die je een slecht gevoel over jezelf geven of die je onzeker maken. Soms ontgroei je mensen in je leven, dat is prima dat hoort bij volwassen worden.
     
  2. Focus je op jezelf
    Het leven wordt echt beter als jij je niet meer druk maakt over wat andere mensen van je denken. Laat angst je nooit tegenhouden en verontschuldig je nooit voor wie je bent. Geloof in jezelf en doe wat je moet doen.
     
  3. Vergeef jezelf en ga verder
    Sombere en negatieve gedachtes leiden tot een negatief resultaat. Iedereen maakt fouten. Leer van je fouten, onthoud de les en stap er overheen. Leer om jezelf te vergeven, je hoeft niet perfect te zijn. Het leven is te kort om met jezelf te worstelen over dingen uit het verleden.
     
  4. Creëer zelfdiscipline
    Push jezelf want niemand anders gaat dit voor jou doen. Wat houdt je tegen als je een andere baan wilt, meer conditie wilt krijgen of als persoon wilt groeien? Creëer zelf de verandering die je wilt in jouw leven.
     
  5. Stop met jezelf met anderen te vergelijken
    De enige reden waarom je jaloers bent op anderen is omdat jij jezelf met deze mensen vergelijkt. Dankzij social media geloven we al snel dat anderen het perfecte leven hebben. Maar dat is onzin, we hebben allemaal onze worstelingen en minpunten. Perfectie bestaat niet, punt.
     
  6. Maak tijd vrij om je te focussen op je mentale gezondheid
    Je bent meer dan je uiterlijk, je salaris en je likes op Instagram. Je mentale gezondheid is één van de meest ondergewaardeerde dingen van de 21ste eeuw!
     
  7. Wees genereus
    Als je goed voor jezelf zorgt ben je ook in staat om voor andere mensen te zorgen. Je zult zien dat het een goed en tevreden gevoel geeft als je iets voor de wereld terug doet.
     
  8. Realiseer je dat geluk een reis is, niet een staat van zijn
    Er zullen dagen in je leven komen dat alles donker is, dat je geen idee hebt wat je moet doen en dat je geen idee hebt hoe je verder moet. Maar dit hoort bij het leven. Niemand wordt elke dag van zijn leven wakker in volledige staat van gelukzaligheid. Het leven komt met pieken en dalen, accepteer dit.
     
  9. Waardeer de kleine dingen
    Het leven is beter wanneer je de kleine dingen waardeert. Wees dankaar voor de mensen die wel van je houden, voor de zon die schijnt of voor een vogeltje wat bij je raam zingt.
     
  10. Complimenteer andere mensen en wees positief
    Het voelt goed om te weten dat jij de kracht hebt om de dag van iemand anders beter te maken! Weet dat je iemand een complimentje kan maken en geniet van de glimlach die je terugkrijgt. En complimenten gaan niet altijd over het uiterlijk, je kunt ook iets zeggen als: ‘het is fijn om je weer te zien’ of ‘ik vind het leuk om bij je te zijn’.

Op Herhealth.nl vind je artikelen die je handvatten geven voor een gezond en gelukkig leven! Wij willen je inspireren om het beste uit jezelf te halen en te genieten van het leven. Dit doen we door het schrijven van artikelen over relaties, persoonlijke groei en gezondheid en plaatsen we gezonde en lekkere recepten.

Kijktip: Talking to anorexia

In de nieuwe documentaire Talking to Anorexia van Louis Theroux stapt Louis twee van de grootste behandelingsfaciliteiten voor eetstoornissen in Londen binnen. Zowel binnen als buiten de ziekenhuizen ontmoet hij vrouwen van verschillende leeftijden, in verschillende stadia van hun ziekte.

Talking to anorexia: vrijdag 23 februari 2018 om 20.25 uur op NPO 3.
De aflevering is daarna een week online te bekijken.

Talking to anorexia © vpro

Louis brengt een bezoek aan het St Ann’s Hospital en Vincent Square Clinic in Londen. Hij ervaart er de dagelijkse routine van de patiënten: het afgesproken eten, het wegen en de groepstherapiesessies. Louis merkt dat de vrouwen verschillend tegen hun ziekte aankijken. De één vecht tegen een nieuwe opname in het ziekenhuis, de ander wil niet inzien dat ze ziek is.

Tijdens de gesprekken wordt ook duidelijk dat er veel misvattingen bestaan over de anorexia. Het zijn niet alleen jonge vrouwen die deze ziekte lijden. Theroux ontmoet de 63-jarige Janet die al sinds haar achttiende worstelt met haar eetstoornis. Ze legt hem uit dat de relatie tussen de stoornis en de persoon die er aan lijdt zeer complex is: haar gedachten wisselen telkens tussen haar gezonde en haar anorectische zelf.

Bron: VPRO

6 eenvoudige manieren om dit jaar je mentale gezondheid te verbeteren

1. Slaap voldoende

Uit recent onderzoek van de Wereldgezondheidsorganisatie blijkt dat tweederde van de volwassenen niet aan de aanbevolen acht uur slaap per nacht komt. Toch kan een chronisch slaaptekort leiden tot stemmingsstoornissen zoals depressie en andere mentale gezondheidsproblemen. Probeer daarom alle boosdoeners die je slaap verstoren te bannen uit je kamer. Denk aan die koffie of thee voor het slapengaan en het blauwe licht van je digitale apparaten.

2. Maak je geen zorgen over dingen die nog niet gebeurd zijn

Uit het boek ‘The Worry Cure’ van dokter Robert L. Leahy blijkt dat we in 85 procent van de gevallen ons zorgen maken over dingen die nooit gebeuren en we dus eigenlijk stressen om niets. Toch wordt chronische stress geassocieerd met een grotere kans op klinische depressie. Kortom: je minder zorgen maken, is de beste manier om je mentale gezondheid een boost te geven. Maar hoe begin je daar nu aan? Therapie is een goede optie, maar tegelijkertijd niet de goedkoopste. Probeer daarom eens om je zorgen neer te schrijven. Je voelt je meteen lichter en achteraf kan je ze terug bovenhalen om de afloop te evalueren.

3. Stop met diëten

Hier ontdekte je al waarom crashdiëten nooit werken, en wie er al eerder eentje probeerde kan vast beamen dat je er niet bepaald gelukkig van wordt. Het is dan ook niet verwonderlijk dat mensen die hun lichaam aanvaarden, ongeacht hun lichaamsvorm, vaker een betere geestelijke gezondheid en een meer bevredigend seksleven (en meer orgasmes) hebben, én gelukkiger zijn hun relatie. Als je echt gewicht wil of moet verliezen voor je gezondheid, volg dan een gebalanceerd dieet waarin je geen voedingsstoffen uitsluit, maar regelmatig beweegt in plaats van jezelf eindeloze beperkingen op te leggen die je toch nooit volhoudt.

4. Neem een hobby

Neem dit jaar eens de tijd om een nieuwe vaardigheid aan te leren, een talent te verbeteren of meer te doen van wat je graag doet. Van lezen is gebleken dat het relaties verbetert en depressies vermindert, schrijven over emotionele gebeurtenissen helpt dan weer bij het herstel en van iets te creëren, in welke zin dan ook, is bewezen dat het helpt negatieve gedachten te temperen en stress en angst te verminderen.

5. Pak je digitale verslaving aan

Een digitale detox klinkt misschien saai, maar die acht uur per dag die je aan verschillende media spendeert, doen je meestal niet zoveel goeds. Experts op het gebied van geestelijke gezondheid en technologie zijn ervan overtuigd dat Twitter ons ongevoelig maakt voor gruwelijke gebeurtenissen en dat Instagram een slechte invloed heeft op je slaap, lichaamsbeeld en gevoelens van angst, depressie en eenzaamheid bevordert. Maar tenzij je in verlaten hut in een bos woont, vertrouw je waarschijnlijk dagelijks op technologie voor je sociale leven of werk. Ga daarom niet volledig cold turkey maar begin met enkele kleine stappen. Kijk bijvoorbeeld niet meer tijdens de maaltijd of een uur voor het slapengaan naar je smartphone en bouw zo stilletjes aan op.

6. Beweeg meer

Het valt niet te ontkennen dat beweging een goede invloed op je mentale gezondheid, maar dat betekent niet dat je je elke dat naar de fitness moet sleuren. Yoga helpt bijvoorbeeld erg goed om de symptomen van depressie en slaapstoornissen te verbeteren. Zwemmen zorgt dan weer voor minder stress en angst. Als je jezelf écht wil uitdagen, kan je je inschrijven voor de Antwerp 10 Miles of de 20 kilometer van Brussel, maar doe vooral iets wat je ook echt leuk vindt.

Bron : goedgevoel.be

5 signalen dat je te veel geeft

Hoewel aardig zijn en compassie hebben voor anderen mensen fantastische kwaliteiten zijn om te bezitten, bestaat er wel degelijk zoiets als te veel geven. Het is belangrijk om te geven om andere mensen, maar je kunt ook te veel geven en dan gaat het ten koste van jezelf en je eigen geluk.

Onderstaand vind je 5 signalen waaruit blijkt dat je te veel geeft:

1. Mensen maken misbruik van je
Als jij er een gewoonte van maakt om de behoeftes van anderen altijd boven die van jezelf te plaatsen dan gaat dit opvallen. En mensen zullen hier misbruik van maken. Want als mensen even omhoog zitten omdat ze een oppas nodig hebben, hulp nodig hebben bij het opknappen van hun huis, hapjes moeten voorbereiden voor een feestje, of wat dan ook… dan bellen ze de persoon die altijd ja zegt. En kun jij het ze kwalijk nemen? Het is niet erg om af en toe nee te zeggen of om voor jezelf op te komen. De mensen die echt om je geven zullen dit alleen maar waarderen en respecteren.

Believe in me

2. Je verbergt je echte gevoelens
Je houdt je gevoelens of gedachtes voor jezelf omdat jij de enige bent die er zo overdenkt. Je bent bang om je mening te geven als deze anders is dan die van de rest van de groep. Maar je te druk maken over wat anderen van je denken zal je uiteindelijk uitputten. Niet iedereen kan je aardig vinden. Wat je ook doet, de ene persoon heeft het liefste appeltaart en de ander doet een moord voor slagroomtaart, oftewel iedereen is anders en iedereen heeft een andere smaak of mening. Proberen om iedereen gelukkig te houden maakt je stapelgek.

3. Je zet ieders behoeften voor die van jezelf
Alleen als je werkelijk super lief bent dan ben je in staat om constant de behoeftes van anderen voor die van jezelf te laten komen. Maar dit kan vreselijk uitputtend zijn. Hoe moeilijk het ook is, zorg dat jij je grenzen gaat aangeven. Steek tijd en energie in het uitzoeken wat jouw grenzen zijn. Wanneer mag jij van jezelf voor jou kiezen? Als je doodziek op bed ligt en helemaal uitgeput bent? Of al eerder, als je zelf even wilt genieten van het mooie weer, een fijne wandeling of een goed boek, zonder dat je alweer je zieke buurman, je schoonzus met haar baby of op school aan het helpen bent.

4. Je spendeert niet voldoende tijd aan het zorgen voor jezelf
Wanneer je al je tijd besteedt aan het gelukkig maken van andere mensen dan blijft er geen tijd meer over jezelf. Zorg ervoor dat je agenda niet zo vol staat dat er geen tijd meer inzit voor de dingen die jij leuk vindt. En houdt vervolgens je agenda vrij voor de dingen die jij leuk vindt, deze dingen zijn super belangrijk! Daarnaast heb je energie nodig om voor anderen te kunnen zorgen, dus maak tijd om weer op te kunnen laden.

5. Je trekt afhankelijke mensen aan
Als je super lief bent dan kan het ook zijn dat je ‘ten prooi’ valt aan mensen die super afhankelijk zijn. Dit soort mensen zoeken naar mensen die lief zijn en compassie hebben, want op deze manier kunnen zij krijgen wat ze willen. Wees er daarom alert op dat je geen deurmat wordt. Vooral omdat je zelf niet zo in elkaar zit, maar wees je ervan bewust dat er mensen zijn die je helemaal leegzuigen zonder er ook maar iets voor terug te doen. Nee zeggen is niet egoïstisch, het vaak gewoon noodzakelijk. De wereld heeft lieve mensen nodig, maar laat anderen geen misbruik maken van jouw lieve karakter.

Wil je leren hoe je een effectieve grens stelt? Of hoe je anderen kunt beïnvloeden? We denken graag met je mee. Wellicht een training communiceren

Op Herhealth.nl vind je artikelen die je handvatten geven voor een gezond en gelukkig leven! Wij willen je inspireren om het beste uit jezelf te halen en te genieten van het leven. Dit doen we door het schrijven van artikelen over relaties, persoonlijke groei en gezondheid en plaatsen we gezonde en lekkere recepten.

Deze 5 woorden maken je volgens Sinek een betere leider

De meeste mensen denken bij goed leiderschap aan mensen met een visie die ze goed kunnen uitdragen. Maar volgens leiderschapsdenker Simon Sinek kun je met het tegenovergestelde een hoop meer bereiken.

Waarom een depressie bij senioren vaak niet herkend wordt

Depressies komen veel voor, ook bij senioren. Maar omdat een depressie bij ouderen vaak niet herkend wordt, krijgen ze lang niet altijd de juiste behandeling. Dat kan fatale gevolgen hebben. Hoe ziet een depressie later in het leven eruit? Waarom is het zo belangrijk om deze aan te pakken? Een interview met ouderenpsychiater Caroline Sonnenberg bij gezondheidsnet.nl

Volgens cijfers van MIND kampt 15 tot 20 procent van de senioren met een lichte vorm van depressie en 2 tot 3 procent met een ernstige depressie. Jaarlijks stappen circa 1500 mensen uit het leven als gevolg van depressieve klachten. Een derde daarvan is 60-plus. Op welke leeftijd komen depressies vaker voor?

Twee piek-leeftijden

“Er zijn twee pieken bij senioren. De eerste doet zich voor als mensen met pensioen gaan. Het werk valt weg, de kinderen gaan uit huis en je gaat veel meer tijd met je partner spenderen. Dat kan best tegenvallen. In deze fase moet je je leven opnieuw inrichten.”

“De volgende piek zien we boven de 75 jaar, als er veel lichamelijke problemen ontstaan. Langdurig lichamelijke klachten hebben is een risicofactor voor depressie, met name als ze gepaard gaan met veel beperkingen. Bijvoorbeeld hevige gewrichtspijn door artrose of botontkalking, wat ervoor zorgt dat je moeilijker gaat lopen, niet meer zelf boodschappen kan doen: kortom, allerlei activiteiten niet meer kunt uitvoeren. Dat zorgt er waarschijnlijk voor dat 75-plussers depressief kunnen raken”, zegt Caroline Sonnenberg.

Welke klachten hebben depressieve senioren?

Bij ouderen wordt een depressie vaak niet herkend. Sonnenberg: “Soms uit een depressie zich bij ouderen vooral in lichamelijke klachten. Ze voelen zich niet zo lekker of zijn een beetje misselijk bij het opstaan. Ze slapen slecht, maar wijten dat zelf aan hun zere benen.” De huisarts of de familie vermoedt eerder dementie of parkinson. Of ze denken dat de klachten een lichamelijke oorzaak hebben, want ouderen mankeren nog wel eens wat.

“Sommige ouderen geven bovendien niet aan dat ze zich somber voelen. Zeker hele oude mensen hebben nooit geleerd om over hun gevoelens te praten, ze weten er eigenlijk de juiste woorden niet voor. Ze klagen eerder over een onrustig gevoel, spanning of zenuwachtigheid dan over somberheid. Dan krijgen ze wel eens kalmeringsmiddelen voorgeschreven waar ze alleen maar somberder van worden.”

 

“Somber zijn is geen normaal onderdeel van ouder worden”

 

Ouderen zijn niet per definitie ongelukkig

Een misvatting van de jongere generatie is dat ouderen per definitie ongelukkiger zijn, omdat ze weinig meer ondernemen en hun vrienden en familie uitsterven. “Bij ouderen die zeggen dat ze het leven niet meer zo leuk vinden, denk je misschien ‘dat is nogal logisch als je 80 bent’. Maar dat is het niet! Uit onderzoek blijkt dat 85 procent van de ouderen heel tevreden is met hun leven. Zelfs als ze allerlei kwalen hebben en als er mensen zijn weggevallen. Ze zijn er langzaam naartoe gegroeid dat ze minder energie hebben en kunnen dat best accepteren. Als jongere kun je je daar misschien niets bij voorstellen, maar het hoort echt niet bij de leeftijd dat iemand ongelukkig is”, waarschuwt Sonnenberg.

Meer depressies in verpleeghuizen

“In verpleeghuizen komt depressie veel vaker voor dan bij mensen die thuis wonen, maar daar uit het zich nogal eens in gedragsproblemen. Bewoners willen bijvoorbeeld niets, zijn knorrig en klagen alleen maar. Iemand lijkt misschien een oude zuurpruim, maar een deel is echt depressief. De familie komt steeds minder langs omdat een bezoekje aan oma niet leuk meer is, terwijl zij een depressie heeft die goed te behandelen zou zijn.”

“Het is belangrijk om mensen die naar een verpleegtehuis gaan langere tijd te volgen. In het begin vinden de meesten het daar namelijk verschrikkelijk, maar na een maand of vier zijn ze gewend en blijkt het best prettig: de veiligheid, structuur, dingen niet meer hoeven doen die je eigenlijk niet meer kon. In de regel is het een kwestie van wennen, maar die ene groep waarbij de klachten blijven bestaan, daar moet je echt wat mee doen”, zegt Caroline Sonnenberg.

Risico onbehandelde depressie

Een depressie kan fatale gevolgen hebben, zeker als deze niet behandeld wordt. Het aantal mannen dat sterft ten gevolge van een depressie is groter dan het aantal vrouwen. “Mannen komen niet zo makkelijk met hun emoties voor de dag. Ze huilen niet, maar ze zijn boos, willen niets of hebben vooral lichamelijke klachten. Soms hebben ze zelf helemaal niet door dat ze een depressie hebben. Ze herkennen zich niet in dat beeld, of denken dat ze heus niet op hun 80e voor het eerst een depressie kunnen krijgen. Ze weten alleen maar dat ze helemaal vastzitten en geen idee hebben hoe ze verder moeten. En dat kan lange tijd voortduren. Dit is heel gevaarlijk, want soms stappen ze dan maar uit het leven. Juist bij de groep van oudere mannen komt dat voor. Mannen doen vaker een geslaagde zelfmoordpoging dan vrouwen: ze kiezen eerder voor een gewelddadige middelen als wapens of verhanging, en dat lukt meestal. Vrouwen slikken eerder pillen, dat werkt bijna nooit.”

“Het percentage mensen dat uit het leven stapt is klein, misschien 1 procent van die hele grote groep met depressieve klachten. Maar elke persoon is er een te veel. Vooral omdat het zo goed te behandelen is. Juist de groep van oudere mensen die nooit eerder een depressie heeft doorgemaakt, knapt gewoonlijk prima op. Hoe ernstig hun depressie ook is, dat maakt eigenlijk niet uit. Als je nooit eerder depressief geweest bent, zijn je vooruitzichten heel goed”, aldus Sonnenberg.

Een depressie is geen schande

“Depressies komen heel vaak voor. Het is geen schande: het kan iedereen overkomen. Het zit een beetje in onze natuur. Soms heeft het een functie, net zoals je je terugtrekt als je griep hebt. Soms moet je nu eenmaal stilstaan en nadenken over een probleem in je leven. Wordt het je te veel en kom je er niet meer uit, dan is het verstandig om er iets aan te doen. En dat kan ook heel goed. Tenzij er onderliggende problemen spelen, is een depressie op zich heel goed te behandelen. Het kan lang duren, maar je knapt echt altijd op.”

Dr. Caroline Sonnenberg is psychiater bij GGZ inGeest. Ze promoveerde aan de Vrije Universiteit Amsterdam op haar onderzoek naar sekseverschillen en medicatiegebruik bij depressieve ouderen.

Bron: gezondheidsnet.nl

ADHD is meer een probleem van de maatschappij dan van het kind

Kinderen met ADHD worden in kinderboeken vaak bestempeld als oorzaak van de problemen die er zijn. Ze hebben een chronische hersenstoornis waar ze pillen voor moeten slikken. Een misvatting, vindt Laura Batstra die als docent verbonden is aan de Rijksuniversiteit Groningen. “Het feit dat ADHD in onze maatschappij een probleem is, heeft meer te maken met onze maatschappij dan met die kinderen”, vertelt Batstra op Groot Nieuws Radio.

In de kinderboeken die Batstra onderzocht, wordt ADHD neergezet als een hersenstoornis waarvoor je pilletjes kunt gebruiken. Wat klopt daar niet aan? “De recente wetenschappelijke onderzoeken laten zien dat de hersenen van kinderen met een diagnose ADHD niet noemenswaardig verschillen met de hersenen van kinderen zonder de diagnose ADHD. Dus de stelling dat kinderen met ADHD andere hersenen hebben die het gedrag veroorzaken, is gewoon niet hard te maken. Een grote misvatting”, aldus Batstra.

“Iedereen wordt geboren met een bepaald temperament. Er zijn kinderen die wat actiever zijn en wat onrustiger dan andere kinderen”, zo verklaart Batstra het ontstaan van ADHD. Er zijn volgens haar veel oorzaken te verzinnen voor het feit dat kinderen druk zijn: het overbelaste schoolsysteem, grote klassen en overbelaste leraren.

uniek

Medicatie

Heeft medicatie wel zin als je ADHD hebt? Op korte termijn kan het hyperactieve gedrag onderdrukken, zegt Batstra. “Als je kijkt naar de lange termijn dan kun je niet zeggen dat kinderen daar voordeel bij hebben. Er wordt gezegd dat ze betere schoolprestaties krijgen, dat het sociaal functioneren vooruit gaat, maar dat wordt niet ondersteund door onderzoek.”

Voorlichting

Batstra hoopt dat er iets gaat veranderen in de voorlichting over ADHD. “Zolang we kinderen, ouders en leerkrachten blijven vertellen dat het gat om een chronische hersenstoornis, en we proberen kinderne met medicatie in te passen in een maatschappij die niet deugt, zal er weinig veranderen aan de maatschappij.”

Het hele gesprek met Laura Batstra kun je hier terugluisteren.

Bron: grootnieuwsradio.nl

Nieuwe zorg voor cliënten met LVB

De verstandelijk gehandicapten sector heeft een nieuwe vorm van zorg voor cliënten met een licht verstandelijke beperking en ernstige gedrags-, psychiatrische en vaak ook verslavingsproblemen: Flexible Assertive Community Treatment (F)ACT. Laura Neijmeijer van Trajectum heeft, samen met- en in opdracht van Expertisecentrum De Borg en het Trimbos-instituut, een meerjarenonderzoek gedaan naar de werkzaamheid van (F)ACT LVB-teams. De onderzoeksresultaten zijn positief.

In de GGZ wordt al langere tijd gewerkt met (F)ACT en deze vorm van intensieve ambulante (bemoei)zorg wordt nu ook met succes toegepast in de gehandicaptenzorg.

“Ik ben dankzij de ondersteuning van het (F)ACT-team als persoon sterker geworden en kan beter grenzen stellen” cliënt Henk

Onderzoeksresultaten

De uitkomsten laten zien dat cliënten die zorg krijgen vanuit de (F)ACT- teams in de loop van de tijd minder vaak opgenomen worden. Hun sociaal en psychisch functioneren verbetert en meer cliënten hebben huisvesting en een vorm van werk. Ook het aantal contacten met politie en justitie neemt in de loop van de tijd af. Doordat FACT LVB-teams cliënten regelmatig thuis bezoeken, kunnen symptomen van terugval eerder worden gesignaleerd waardoor er tijdig ingegrepen kan worden.

Het onderzoek laat ook zien dat cliënten niet op alle gebieden vooruit gaan. Zo blijft bijvoorbeeld het aantal detenties constant, de financiële problematiek groot en is afhankelijkheid van alcohol en drugs een hardnekkig en moeilijk te beïnvloeden probleem. De cijfers laten zien dat juist voor de doelgroep van FACT LVB-teams een lange adem nodig is en continuïteit van zorg. Ook behandeling in het gevangeniswezen en ambulante verslavingsbehandeling van deze doelgroep verdient een flinke impuls.

Er zijn inmiddels ongeveer 15 (F)ACT-teams voor mensen met een lichte verstandelijke beperking en probleemgedrag actief in Nederland. (F)ACT voor cliënten met een LVB voorziet duidelijk in een behoefte en is een belangrijke aanvulling op de bestaande zorg.

Intensieve, ambulante (bemoei)zorg

Bij (F)ACT gaat het om intensieve, ambulante (bemoei)zorg vanuit een multidisciplinair team. De behandeling en begeleiding vindt plaats in de samenleving, dus bij de cliënt thuis, op zijn werk of op straat. Kenmerkend voor (F)ACT-teams is hun laagdrempelige en proactieve benadering. (F)ACT-teams bieden continuïteit van zorg. Dit houdt in dat zij hun cliënten zo lang als nodig behandelen en begeleiden, ook als zij een periode in een gevangenis of een kliniek verblijven.

Toekomst

Projectleider Laura Neijmeijer overhandigde tijdens de slotconferentie op 1 november de publieksversie van het eindrapportaan Goof van Gemert van het Ministerie van Veiligheid en Justitie. Het Ministerie van Veiligheid en Justitie heeft het implementatie- en onderzoeksproject gefaciliteerd en wil (F)ACT LVB ook in de toekomst blijven financieren.

Gesteld kan worden dat (F)ACT LVB doet wat nodig is en resultaat oplevert. Om in de toekomst goede zorg te kunnen blijven bieden, moet de financiering en indicatiestelling beter geregeld worden. Ook moeten (F)ACT-teams altijd kunnen terugvallen op klinische beddencapaciteit.

Bron: Trimbos 

Zelfsturende organisaties blinken uit in leiderschap: 7 tips

Zelfsturende organisaties worden door hun medewerkers zeer positief beoordeeld op hun leiderschapsstijl. Leiderschap scoort een 7,5 in organisaties die niet langer over een traditionele managementlaag beschikken. In klassieke top-down organisaties scoort leiderschap een stuk lager, namelijk een 6,9. Hoe maakt u de slag naar zelfsturing met succes? 7 tips uit de praktijk helpen u op weg.

zelfsturing
Uit het onderzoek ‘Het verborgen potentieel van werkend Nederland 2016′ van Effectory blijkt ook dat zelfsturende organisaties op andere gebieden; uitblinken. Zo wordt de mate van invloed die medewerkers binnen hun organisatie ervaren beoordeeld met een 7,2. In traditionele organisaties scoort dit onderdeel een diepe onvoldoende, namelijk een 4,8. Ook zijn medewerkers veel gemotiveerder in hun werk. Zelfsturende organisaties scoren op dit gebied een 7,8, ten opzichte van een 5,5 bij traditionele organisaties. Ook is de stimulans voor medewerkers om zichzelf te ontwikkelen groter, deze wordt in zelfsturende organisaties beoordeeld met een 7,7, ten opzichte van een 5,3 in traditionele organisaties.

Natuurlijk evenwicht
Hoe is deze positieve score mogelijk in organisaties die zelfsturend zijn en waarin traditionele leidinggevenden niet meer bestaan? Guido Heezen, directeur en oprichter van Effectory: “Bij een moderne, zelfsturende organisatie ontstaat leiderschap vaak op spontane wijze, gebaseerd op de inhoud van een issue. Ben je goed in het verbeteren van de klantgerichtheid van je organisatie? Dan profileer je je op dit gebied en ontstaat er vanzelf leiderschap op dit punt. Maar als je meer hebt met de financiële kant van je organisatie, trek je op dit gebied waarschijnlijk de kar. Leiderschap is dus gebaseerd op thema en ervaring. Dat kan betekenen dat het stokje na verloop van tijd weer doorgegeven wordt; leider blijf je zolang je teamgenoten toestaan dat je het bent. Hiërarchische verhoudingen worden dus niet bepaald door functies of titels: de werkelijke leiders ontpoppen zich per thema. Daardoor ontstaat er een natuurlijk evenwicht op de werkvloer.”

7 tips om zelfsturing succesvol te implementeren

Tip 1: Voorkom een halfslachtige aanpak
Mensen die in hun eigen organisatie de omslag van ‘traditioneel’ naar zelfsturend hebben gemaakt benadrukken het allemaal: je kunt niet half zelfsturend worden. De overgang naar zelfsturing vereist een hele principiële keuze. Er is lef voor nodig om afscheid te nemen van controle en beheersdrang.
Als je medewerkers meer vrijheid geeft, maar uiteindelijk op cruciale momenten toch vanuit de directiekamer de eindbeslissing blijft nemen, schep je verwarring. Ondernemer Fokke Wijnstra zegt hierover: “Je moet de dingen wel laten gebeuren. De valkuil is dat je in dat natuurlijke ontwikkelingsproces stiekem toch weer de maakbaarheid stopt. Dat zie je in de praktijk gebeuren. Het valt even tegen en mensen vallen weer terug in de oude stand van controleren en beheersen.”
 

Tip 2: Wees voorbereid op de terugval
Het introduceren van zelfsturing gaat met vallen en opstaan. Verwacht geen soepel en probleemloos traject. Een deel van de medewerkers zal moeite hebben met de nieuwe situatie. Aannemer René Kesselaar vertelt: “In die beginperiode vroeg ik de jongens wat ze het eerst wilden veranderen. ‘Dat jij opsodemietert’ riepen er een paar. Want sommigen vonden die verwarring heel lastig.”
Het kan ook voorkomen dat een aantal medewerkers niet uit de voeten kan met de nieuwe situatie en vertrekt. En de resultaten kunnen tijdelijk tegenvallen. Dat maakte ook Guido Heezen van Effectory mee: “Bij ons eigen bedrijf zagen we dat de totale efficiency het eerste half jaar een deuk kreeg. Je ziet dan criticasters die zeggen: ‘Zie je wel, het werkt niet.’ Maar na dat halve jaar ging het goed. Je hebt uithoudingsvermogen en lef nodig. En vertrouwen in het proces en in elkaar.”
 

Tip 3: Leer echt loslaten
In zelfsturende organisaties hebben teams werkelijke autonomie. Talloze zaken die in traditionele organisaties in de directiekamer worden afgehamerd, worden hier besloten op teamniveau. Denk aan het bepalen van werktijden en vakantiedagen, aan de werving van een nieuwe collega of aan het bepalen van een marketingactie.
Hoe die vergaande autonomie op teamniveau in de praktijk werkt, laat Henny de Haas van Hoppenbrouwers Elektrotechniek zien: “Iedereen is bij ons tekenbevoegd, ze mogen alles doen en ze bepalen zelf de grens. Het is toch een raar idee dat bedrijven allemaal facturen laten klaar leggen en dat iemand hoger in de organisatie dan al die facturen moet aftekenen? Wat is nou je waarde als je alleen maar die handtekening hoeft te zetten? Waarom laat je die medewerker de factuur niet goedkeuren? Mensen zijn supergoed in staat om de dingen zelf op te lossen. Offertes regelen ze ook zelf. Ik wil een offerte van twee miljoen niet zien. Daar zijn mensen een half jaar ontzettend gedegen mee bezig geweest. Moet ik dan de arrogantie hebben om te denken dat ik een eindbeslissing kan nemen?”
 

Tip 4: Kijk anders naar het begrip leiderschap
De leider (van een team) wordt niet vanuit de boardroom benoemd, maar vanuit de groep. René Kesselaar zegt: “Traditionele bedrijven nemen managers aan en die moeten dan targets halen; de groep lijdt vervolgens onder  verkeerde keuzes. Als je mensen vanuit de groep aanneemt halen ze ook targets vanuit de groep en maken ze de mensen op voorhand deelgenoot van de resultaten.”
In zelfsturende organisaties zijn leidinggevenden vaak meewerkende mensen in een team. Het gaat veel meer om richting geven en om verbinden, dan om besluiten naar zich toe te trekken en uit hoofde van hun functie eindbeslissingen te nemen.
 

Tip 5:  Creëer geen kruispunten, maar rotondes
Deze metafoor is van Wim Heuvelman van Finext. Neem zoveel mogelijk afscheid van knellende regels die voortkomen uit de beheersdwang. Het begrip vertrouwen speelt hier ook een belangrijke rol. Toen Ricardo Semler directeur werd van Semco verwijderde hij direct de detectiepoortjes bij de ingang van zijn bedrijf. Die poortjes waren ooit neergezet omdat er wel eens een nijptang of een schroevendraaier verdween. Semler vond: Moet ik alle medewerkers iedere dag het gevoel geven dat ik ze niet vertrouw omdat heel incidenteel een enkeling iets ontvreemdt? Semler zegt overigens ook: “Een van de eerste dingen die ik bij Semco deed was een einde maken aan alle regels … Ze staan flexibiliteit in de weg en werken gemakzucht in de hand.” In plaats van ‘procedurebijbels’ geldt bij Semco de basisregel: Gebruik je gezonde verstand.
Wim Heuvelman zegt: “In eerdere bedrijven waar we gewerkt hebben waren we verbaasd over de complexiteit. Overal werden stoplichten en regelmechanismen neergezet, die allemaal leken te suggereren dat je je eigen mensen niet vertrouwt. Wij zeggen: maak in plaats van kruispunten met stoplichten eenvoudige rotondes, waar mensen de dingen zelf regelen.”
 

Tip 6:  Deel informatie
Zelfsturende organisaties zijn open en faciliteren het ‘leren van elkaar’. Bij Buurtzorg Nederland wordt de ICT actief ingezet om te zorgen dat mensen ervaringen kunnen uitwisselen via een online community. Jos de Blok: “Medewerkers kunnen daar bijvoorbeeld goede ideeën plaatsen en alle collega’s zien die artikelen, en kunnen reageren. Zo vindt er een horizontale uitwisseling plaats. Iedereen die een goed idee heeft kan een project starten. Door de IT heel actief in te zetten als communicatieplatform beperk je de noodzaak aan management.”
 

Tip 7:  Meet de resultaten
Zelfsturing wordt nog wel eens geassocieerd met ‘soft’ of niet-resultaatgericht. Dat is een grote misvatting. Sterker: veel zelfsturende organisaties presteren aanmerkelijk beter dan traditionele branche-genoten.
René Kesselaar vertelt: “Wij meten alles. Het bewonersgedrag, de doorlooptijden van alle processen. Natuurlijk zijn wij een zakelijk bedrijf. Vorig jaar groeiden we 80 procent en daar ben ik apetrots op.”

Ook Wim Heuvelman rekent af met het idee dat zelfstuurders niet in cijfers geïnteresseerd zouden zijn: “De grap is dat je in ons soort organisaties juist moet zorgen dat de cijfers op tafel liggen en dat de medewerkers ook echt snappen waar het over gaat. Dat zie je ook bij Semco: Iedereen kan de cijfers lezen. Bij veel organisaties is de overkoepelende informatie die je nodig hebt om te sturen niet beschikbaar, of begrijpen de mensen niet waar ze naar kijken als ze de cijfers zien. En als de medewerkers het niet begrijpen hebben ze weer leidinggevenden nodig om dingen te duiden.”

Bron: HRPraktijk.nl

 

Je kunt niet zeggen dat ADHD een hersenafwijking is

Je kunt niet zeggen dat ADHD een hersenafwijking is. Het is dus ook (nog) niet mogelijk om een scan van een kind te maken en dan te bepalen of het wel of geen ADHD heeft. Daarvoor zit ADHD te ingewikkeld in elkaar. Wel is het zo, dat bij sommige onderzoeken onder grote groepen kinderen hele kleine verschillen gevonden zijn in de vorm en functie van de hersenen van kinderen met en zonder ADHD. Het gaat daarbij om (kleine) groepsverschillen en niet om verschillen bij ieder kind afzonderlijk, aldus het kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie.

adhd

De hersenen van de onderzochte groep kinderen met ADHD zijn iets kleiner en een deel van de buitenkant van de hersenen (cortex) is iets dunner. Ook blijken de kernen diep in de hersenen (de basale ganglia) van de groep kinderen met ADHD gemiddeld kleiner te zijn dan die van hun leeftijdsgenoten. Dit geldt ook voor de kleine hersenen (het cerebellum) en het deel van de hersenen onder het voorhoofd (de frontale cortex). Deze verschillen kunnen weer verdwijnen tijdens de adolescentie. Daarnaast laten de hersenen van groepen kinderen met ADHD in een aantal gebieden geen asymmetrische ontwikkeling van de hersenhelften zien; iets wat bij kinderen zonder ADHD juist een normaal verschijnsel is.

Als we een heleboel onderzoeken bij elkaar leggen, zien we dat groepen kinderen en jongeren met ADHD een lagere activiteit hebben in bepaalde hersendelen, die onder meer een rol spelen bij de aandacht, de concentratie en het geheugen. Dit geldt ook voor groepen kinderen met ADHD zonder andere psychische problemen en bij kinderen die nooit medicijnen voor ADHD hebben gebruikt.

Ook is gevonden dat er bij de ADHD-groep te weinig stofjes in de hersenen (neurotransmitters) zijn die een rol spelen in het goed met elkaar samenwerken van de hersencellen. Dit zijn bijvoorbeeld dopamine en noradrenaline.

Erfelijkheid 
Erfelijkheid speelt een grote rol in het ontstaan van ADHD. Broertjes en zusjes van kinderen met ADHD hebben een 2 tot 3 keer hogere kans om zelf ADHD te krijgen dan kinderen uit een gezin waarin geen ADHD voorkomt. Uit tweelingonderzoek blijkt dat ADHD voor ongeveer 80% bepaald wordt door erfelijkheid, dat is ongeveer vergelijkbaar met de invloed van erfelijkheid op de lichaamslengte.

Welke genen spelen er mee?
Op zoek naar de oorzaken van ADHD proberen wetenschappers een antwoord te vinden op de vraag of bepaalde genen (erfelijk materiaal) een rol spelen bij ADHD. Op dit moment zijn er geen specifieke genen voor ADHD ontdekt. Dat is ook niet te verwachten. Wetenschappers denken dat bij ADHD meerdere genen een rol spelen en dat ook omgevingsfactoren een belangrijke invloed hebben. Er zijn wel meerdere ‘verdachte’ genen gevonden die mogelijk meespelen bij het ontstaan van ADHD.

Wat is de invloed van de omgeving?
De genen bepalen dus voor een belangrijk deel de kwetsbaarheid of ‘aanleg’ van een kind voor ADHD. Maar het ontwikkelen van ADHD is niet onvermijdelijk als een kind er genetische aanleg voor heeft. Invloeden vanuit de omgeving kunnen de genetische eigenschappen versterken of verzwakken. Al voor de geboorte kan blootstelling aan nicotine, alcohol, zware metalen en bepaalde chemische stoffen of een tekort aan voedingsstoffen de kwetsbaarheid van het kind vergroten. Ook stress in het gezin, geldzorgen, ziekte van gezinsleden en een ongeorganiseerde gezinsomgeving worden in verband gebracht met het ontwikkelen van ADHD. Zonlicht heeft mogelijk een preventief (beschermend) effect op het ontwikkelen van ADHD-symptomen.

ADHD in het gezin
Hoeveel last een kind in het dagelijkse leven heeft van ADHD hangt af van de wisselwerking tussen de erfelijke aanleg en de omgeving. Doordat erfelijkheid een grote rol speelt bij ADHD, groeien kinderen met ADHD vaak op in een gezin waar een of beide ouders (en soms ook broertjes of zusjes) zelf ook kenmerken van ADHD hebben, zoals moeite met planning en organisatie. Dit kan van invloed zijn op het effect van een behandeling (zie Behandeling). Het is duidelijk dat de omgeving en de opvoeding geen ADHD veroorzaken en ook geen ADHD kunnen voorkómen.

Effect van medicijnen
Er zijn onderzoeken met hersenscans die laten zien dat deze verschillen in de hersenen lijken te verdwijnen bij het gebruik van ADHD-medicijnen. Scans (MRI) die de werking en samenwerking van de hersendelen meten, laten soms zien dat dit verbetert door medicijnen zoals methylfenidaat. De aandacht en concentratie verbeteren dan.

De effecten van methylfenidaat (ADHD-medicijnen) op de zich ontwikkelende hersenen zijn afhankelijk van verschillende factoren. Bij kinderen met een bepaald gen neemt het volume van het deel van de hersenen onder het voorhoofd (de frontale cortex) toe als ze methylfenidaat gebruiken. Belangrijk om te weten: bij het ouder worden, van kinder- naar puberleeftijd, verminderen de ADHD-symptomen vanzelf al, los van de vraag of een kind nu wel of geen methylfenidaat gebruikt.

Executieve functies
Er zijn wetenschappers die denken dat de problemen van kinderen met ADHD ontstaan uit stoornissen in de executieve functies en motivatie. Uit onderzoek blijkt dat deze functies zich bij kinderen met ADHD anders ontwikkelen.

Executieve functies hebben een regelfunctie in het brein. Ze zijn nodig voor het regelen van gedrag, gedachten en emoties. De belangrijkste executieve functies zijn:

  • inhibitie: het onderdrukken of ‘remmen’ van impulsen
    Hiermee kun je gewoontes of ander gedrag stoppen als dat niet (meer) wenselijk is.
  • schakelen: switchen tussen twee taken
    Hiermee kun je overschakelen op ander gedrag als dat beter past in de situatie.
  • het werkgeheugen: het tijdelijk opslaan van informatie
    Hiermee kun je voordat je iets doet eerst alle voor- en nadelen nog eens op een rijtje te zetten.

Deze functies zorgen voor zelfcontrole. Je kunt je hiermee aanpassen aan de omgeving. Je kunt plannen maken, alternatieven bedenken, naar het gedrag van jezelf kijken en het aanpassen aan de situatie. Of zelfs over je eigen gedachten nadenken.

Kinderen worden hier steeds beter in als ze ouder worden. Het vermogen om gedrag af te remmen (inhibitie) is het snelst ontwikkeld, maar het schakelen en werkgeheugen ontwikkelen zich nog tot in de adolescentie en volwassenheid.

Motivatie
Een andere theorie stelt dat ADHD samenhangt met een verminderde gevoeligheid voor beloning. Kinderen met ADHD reageren gemiddeld anders op beloningen dan kinderen zonder ADHD. Zo hebben zij een voorkeur voor directe beloningen en een hekel aan uitgestelde beloningen. Ook hebben ze sterkere beloningen nodig dan kinderen zonder ADHD om optimaal te presteren, hun aandacht vast te houden en om gepast gedrag te laten zien. Wanneer er veel en sterke beloningen zijn, dan kan dat motivatie verhogen en komen hun prestaties dichter bij het niveau van kinderen zonder ADHD.

Belangrijk om in gedachten te houden: het gaat ook hier weer om gemiddelden van groepen kinderen, geen enkel kind met ADHD is hetzelfde.

Bron: kenniscentrum-kjp.nl

Meer weten over autisme en ADHD? Neem vrijblijvend contact op met Joris of Ton per mail of op 040-3685068. We denken graag met je mee! 

10 tips voor een prikkelarm(er) Sinterklaasfeest voor kinderen met autisme en ADHD

Sinterklaas is niet voor álle kinderen het hoogtepunt van het jaar. Voor veel kinderen met autisme en ADHD betekent het feest vooral veel drukte en onvoorspelbaarheid. Hoe houd je het óók voor hen gezellig? Julie Wevers van Balans zet 10 tips op een rij. 

Sinterklaas

‘Een van mijn leerlingen zou in december het liefst een winterslaap slaap houden en pas weer wakker worden als alle feesten voorbij zijn’, zegt Wilma Mooiweer, autisme-coach en leraar op een Gelderse school voor voortgezet speciaal onderwijs. ‘Door zijn prikkelgevoeligheid brengen feesten zoals Sinterklaas hem maar weinig vreugde.’ Maar de meeste kinderen met diagnoses als autisme, ADHD en ODD kunnen volgens Mooiweer wel degelijk genieten van Sinterklaas. ‘Zolang de omgeving maar voldoende rekening houdt met hun prikkelgevoeligheid en behoefte aan structuur.’ Onderstaande tips van Mooiweer gelden niet voor elk kind, benadrukt ze. ‘Je moet echt kijken naar wat jouw kind wel en niet aan kan.’

Tien tips:

Sinterklaas poppen

Tip 1: Verstop de folders van de speelgoedketens die in de brievenbus vallen. Geef ze op een geschikt moment aan je kind, liefst zo laat mogelijk.

Tip 2: Overweeg om het Sinterklaasgeheim te onthullen. Dat kan voor problemen zorgen met  leeftijdsgenootjes die het geheim nog niet kennen, maar als  je denkt dat jouw kind er veel rust door krijgt, is het misschien toch de moeite waard. Sommige kinderen worden heel angstig of onrustig van het idee dat Sinterklaas ’s nachts over het dak loopt en dat Pieten elk moment door de schoorsteen naar binnen kunnen komen.

Tip 3: Maak vooraf samen met je kind een ‘Sinterklaasdraaiboek’Houd je consequent aan deze planning. Gebruik indien nodig pictogrammen om de planning te visualiseren.

Tip 4: Wees concreetZeg bijvoorbeeld niet: ‘Straks gaan we naar de intocht’, maar noem het tijdstip.

Tip 5: Laat je kind zo min mogelijk Sinterklaasprogramma’s zien op de televisie.  Het wordt op school, op straat en in winkels al genoeg met het feest geconfronteerd.

Tip 6: Laat je kind niet meer dan twee à drie artikelen op zijn verlanglijstje zettenSommige kinderen zetten wel heel er veel dingen op het lijstje en dan valt het resultaat zwaar tegen. Anderen vinden het al heel moeilijk om drie dingen te kiezen.

Tip 7: Koop vooraf samen met je kind de cadeautjes en pak ze ook samen in. Laat je kind eventueel ook zelf het papier kiezen zodat het weet: die blauwe pakjes, die zijn van mij. Indien het Sinterklaasgeheim nog niet is onthuld, kan je bijvoorbeeld zeggen: ‘Sinterklaas heeft gebeld en hij heeft mij aangeraden om alvast zelf de cadeautjes te gaan kopen omdat hij denkt dat jij dat prettiger vindt.’

Tip: 8: Beperk het schoenzetten tot één à twee keer.  Koop het schoencadeautje vooraf samen.

Tip 9: Vraag aan school of je kind zich aan het feest mag onttrekken als het hem teveel wordt. Het is fijn voor je kind als school vooraf een rustige plek aanwijst waar het dan heen kan gaan. Vraag of het daar gewoon zijn snoep en zijn cadeau kan krijgen. Denk je dat jouw kind echt beter thuis kan blijven als Sinterklaas langskomt op school, vraag dan verlof aan.

Tip 10:  Laat je kind weten dat Sinterklaas op 6 december ook weer weggaat. Neem dat moment ook duidelijk vooraf op in de planning.

Bron: balansdigitaal.nl

Meer weten over autisme en ADHD? Neem vrijblijvend contact op met Joris of Ton per mail of op 040-3685068. We denken graag met je mee! 

De laatste trends en ontwikkelingen

Met trots presenteren we de nieuwsbrief van deze herfst! De laatste trends en ontwikkelingen op het gebied van Croan Consult Training en Coaching vind je hier

Wil je ‘m de volgende keer automatisch in je mailbox ontvangen? Dat kan hieronder. Gemakkelijk en snel! 

VEEL GEWELD IN DE PSYCHIATRIE MAAR WEINIG AANGIFTEN BIJ POLITIE

 
Normal_geweld_agressie

Meer dan andere beroepsgroepen hebben hulpverleners in de psychiatrie te maken met fysiek geweld, soms met ernstige gevolgen. Tegelijkertijd is er juist in deze sector onduidelijkheid over hoe dit geweld afgehandeld moet worden en in welke gevallen een strafrechtelijke reactie op zijn plaats is. Slachtoffers in de psychiatrie die aangifte overwegen, stuiten op een aantal knelpunten en dilemma’s. Het gevolg is dat vaak geen aangifte wordt gedaan van deze geweldsdelicten. Dit meldt Programma Politie en Wetenschap.

In onderzoek van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit van Amsterdam zijn de barrières bij het doen van aangifte van geweld in de psychiatrie in kaart gebracht en is gekeken wat de geestelijke gezondheidszorg (ggz), de politie en het Openbaar Ministerie (OM) kunnen doen om slachtoffers beter te ondersteunen.

Slachtoffers die aangifte doen bij de politie doorbreken op dat moment hun beroepsgeheim. De regels over de gronden waarop dit mag zijn streng en zo ingewikkeld dat het slachtoffer vaak afziet van het doen van aangifte. Anders dan in overige sectoren moet het slachtoffer in de psychiatrie vaak zorg blijven verlenen aan de patiënt die gewelddadig is geweest. De hulpverlener is soms bang om aangifte te doen, omdat hij of zij bang is voor represailles door de patiënt. Volledige anonimiteit van het slachtoffer kan in een strafproces niet worden gegarandeerd.

Voor slachtoffers in de psychiatrie die een aangifte overwegen, speelt vergelding vrijwel nooit een rol. Zij hebben vooral behoefte aan bescherming, niet alleen van henzelf maar ook van collega’s en patiënten. Om tot verbeteringen in de praktijk te komen moeten de ggz, politie en het openbaar ministerie gezamenlijk werken aan praktische oplossingen voor de knelpunten. Slachtoffers kunnen worden geholpen door hen te horen en goed te informeren. Er moet worden gezocht naar mogelijkheden om de zorg aan patiënten die gewelddadig zijn geweest voort te zetten zonder dat slachtoffers hiervan hinder ondervinden.

Bron: Nationale Zorggids

Beter weten hoe je om kunt gaan met fysieke agressie? We gaan denken graag met je mee over de mogelijkheden. Neem vrijblijvend contact met ons op. 

Algoritme herkent suïcidale gedachten

Onderzoekers van de Carnegie Mellon University hebben een algoritme ontwikkeld dat met 91% zekerheid suïcidale gedachten herkent. Ook kan het algoritme in 94 procent van de gevallen correct vaststellen of iemand al een keer een zelfmoordpoging heeft ondernomen.

De onderzoekers vergeleken functionele MRI-scans van mensen met suïcidale gedachten en van een controlegroep. Tijdens het meten van hun hersenactiviteit, moesten de deelnemers aan het onderzoek denken aan termen als ‘zelfmoord’, ‘dood’, ‘zorgen’, ‘goed’, ‘kwaad’ en ‘lof’ – woorden waarop mensen met zelfmoordgedachten duidelijk anders reageren dan mensen die die gedachten niet hebben. Aan de hand van de resultaten van de hersenscans werd het algoritme ontwikkeld.

Suïcidale gedachten

Het systeem kan van pas komen om mensen met suïcidale gedachten te diagnosticeren. Daarnaast zou het gebruikt kunnen worden om te zien of de behandeling van dit soort patiënten effectief is. Het nadeel is echter wel dat de hersenscans duur zijn en het algoritme fouten kan maken. Ook was dit onderzoek klein van opzet.

Bron: The Verge

Benieuwd wat jij kunt doen aan suïcidepreventie? Lees hier 3 praktische tips

Meer leren over suicidaliteit? Volg een training suïcidepreventie op maat. 

 

‘Ga niet bij me weg of anders…’ Praktische tips om met manipulatie om te gaan

Wat is manipulatie?

‘Kan je dit nu even afmaken, de klant zit er op te wachten’. Soms heb je het gevoel dat je gemanipuleerd wordt. Je kan er misschien niet helemaal de vinger op leggen, maar je voelt dat er aan je touwtjes getrokken wordt en de ander je probeert te bewegen naar een actie. Manipulatie is afgeleid van het Latijnse woord ‘manipulus’, wat ‘een handvol’ betekent. Iets of iemand naar je hand zetten.

Het doel van manipulatie is om een verandering in gang te zetten. Om iets van jou voor elkaar te krijgen. Dit hoeft niet per definitie onwenselijk te zijn. Het kan wel als vervelend ervaren worden; zeker wanneer je niet op de wens van de ander in wilt gaan. Dit komt doordat de manipulator een beroep doet op je gevoel. Er zijn drie manieren waarop dit gebeurt:

  • Bang maken: ‘als je dit niet doet, dan verlaat ik je’
  • Verplichting: ‘een goede werknemer werkt als het nodig is over’
  • Schuld: ‘het is jouw schuld als het mis loopt’

Wat kan je doen?

Je grens aangeven. Dit is niet altijd even gemakkelijk. Soms werkt het niet direct. Hoe zekerder jij je grens leert aan te geven, hoe sterker deze wordt. Ook leren mensen je grens minder snel op te zoeken en over te gaan.

Blijf nadenken

Tip 1: Probeer vanuit je verstand te handelen. Je wordt persoonlijk aangesproken, waardoor je eigen niveau van spanning stijgt. Hierdoor zal het niet altijd lukken om te reageren zoals je zou willen reageren. Achteraf denk je dan: ‘had ik maar…’.

Merk je dat je niet meer rustig bent, of vanuit emotie wilt reageren? Overweeg dan om een pauze in te lassen. Dit kan je doen door te zeggen: ‘laat me er even over nadenken’. De deadline van de manipulator hoeft niet jouw deadline te zijn.

Tip 2: Wees duidelijk! Geef je grens aan. Laat geen ruimte voor twijfel over je beslissing. Simpel gezegd: zorg ervoor dat je de ‘nee’ zonder ruis overbrengt.

Tip 3: Volg het principe: hard op zaak, zacht op de persoon. De houding die hierbij hoort is: jij bent oké, en toch accepteer ik het gedrag dat je nu laat zien niet. Laat je niet verleiden om de persoon te veroordelen, dit werkt averechts en zal het manipulatieve gedrag juist doen versterken.

Onderstaande vier elementen kan je in je boodschap verwerken.

  • Waarneming (wat zijn de feiten?)
  • Gevoel (‘ik’ boodschap: wat doet het gedrag met jou?)
  • Behoefte (wat maakt het gevoel voor jou belangrijk? Waar heb je behoefte aan?)
  • Verzoek positief geformuleerd (wat wil je dat de ander nu doet?)

Bijvoorbeeld: ‘Je vraagt aan mij of ik dit nu direct wil afmaken, omdat de klant er op zit te wachten. Ik krijg daardoor het gevoel onder druk gezet te worden en dat vind ik onprettig. Ik zou het prettig vinden om mijn eigen planning te beheren. Zou je mij de volgende keer kunnen vragen of ik er tijd voor heb? En zo niet of ik dan met je mee wil denken hoe we het alsnog kunnen afmaken?’

Stop!

Tip 4: Ga niet in discussie en probeer de ander ook niet te overtuigen. De ander wil met de manipulatie iets voor elkaar krijgen, dus de kans is groot dat hij of zij- nadat je zojuist ‘nee’ hebt gezegd- hier niet voor open staat. Het gevolg van de discussie aangaan is dan dat de ander zijn of haar gedrag juist sterker en groter zal neerzetten. Dat is juist niet wat jij wil.

Daagt de ander jou uit om de discussie aan te gaan? Zeg dan iets van: ‘jammer dat je dit zo ziet, zo zie ik dat niet’. En, laat het hier vervolgens bij.

Tip 5: Blijf rolvast. Dit betekent dat je de ander geen gelijk geeft, om er maar ‘van af te zijn’. Als je dat namelijk wel doet, dan geef je het signaal: het werkt om mij te manipuleren, dit mag je vaker doen.

Veel succes!

Wil je meer tips om beter met manipulatie om te gaan? Effectiever je grens aan geven? Of hoe je beter zou kunnen handelen in benarde situaties? We komen graag met je in contact om te kijken wat voor jou werkt.

Joris de Heer

NIEUW: open inschrijving Roos van Leary

Wil je beter leren omgaan met je ‘lastige’ collega, of klant? Verlopen gesprekken met de ene collega altijd soepel, terwijl een ander je voortdurend irriteert? De training Roos van Leary helpt je om de effectiviteit van (werk)relaties te verbeteren.

Leer met meer gemak en minder irritatie je doelen sneller te bereiken! Roos van Leary is een praktisch communicatiemodel waarmee je je persoonlijke stijl uitbreidt en strategieën bepaalt om de effectiviteit van relaties te verbeteren. Gedrag roept gedrag op. Beïnvloeden van anderen daarom begint bij jezelf. 

Doel van de training roos van leary

  • Kennis maken met de Roos van Leary als een interpersoonlijk gedragsmodel
  • Inzicht verwerven in de relatiewensen van anderen en de eigen reacties hierop
  • Leren opsporen van effectieve en ineffectieve relatiepatronen
  • Inzicht in je eigen persoonlijke voorkeursstijl 
  • Leren van vaardigheden om nieuwe gedragspatronen te ontwikkelen als aanvulling op de eigen stijl

Inhoud
Algemene en specifieke kennis van de Roos van Leary:

  • Uitleg over het model:
    • Gedragssegmenten en hun onderlinge wisselwerking
    • De zelftest
  • Uitwerking en hypothese:
    • Inzetbaarheid
    • Gedrag; houdingsaspecten; sfeer en intenties; interventies

M-learning, leren in het moment
Deelnemers geven vaak aan in de trainingen de oefeningen met acteur spannend te vinden. Om deze reden heeft Croan Consult een eigen methode ontwikkeld in het werken met acteur: M-learning, leren in het moment. Dit is een interactieve, drempelverlagende oefenvorm, waarbij we gebruik maken van de interactie in het hier en nu. De acteur maakt als het ware onderdeel uit van de groep. Dit zorgt voor een natuurlijke respons van reageren, in plaats van wat deelnemers denken dat het ‘gewenste gedrag’ is. Hier spelen trainer en acteur op in en reiken coachenderwijs tools aan. Deze methode verhoogt het leerrendement en het plezier in de trainingen.

Aanbod
Programma voor de training Roos van Leary op maat. HBO niveau. In combinatie met e-learning.

Meer informatie
Vul voor meer informatie, data en prijzen van de open inschrijving training Roos van Leary, het contactformulier op deze pagina in, of bel met Joris de Heer of Ton Kitzen op 040-3685068.

De vijf fasen van emotionele ontwikkeling bij mensen met een verstandelijke beperking

Het Vlaamse Steunpunt Expertisenetwerken heeft een film gemaakt over emotionele ontwikkeling waarin de vijf fasen van emotionele ontwikkeling bij mensen met een verstandelijke beperking worden uitgelegd.

Ouders, familie en vrienden van mensen met een beperking delen met begeleiders de zorg om met mensen met een verstandelijke beperking op een aangepaste manier om te gaan. Hoe je daarbij rekening houdt met hun emotionele behoeften en mogelijkheden zie je in de film ‘Emotioneel gezien’. Aan de hand van diverse cases wordt duidelijk wat emotionele ontwikkeling is en wat het verschil is tussen ‘kunnen’ en ‘aankunnen’.

Het begrip Emotionele Ontwikkeling is bij professionals in de gehandicaptenzorg al langer bekend. De film maakt dit ook begrijpelijk voor familieleden, om ook hen te betrekken bij een aangepaste ondersteuning van hun familielid.

De film Emotioneel Gezien, Emotionele Ontwikkeling in vijf fasen: ouders getuigen is het resultaat van twee jaar werk van een groep ouders en zorgprofessionals. De makers willen graag zicht houden op het gebruik en de verspreiding van onze film. De film is daarom pas gratis beschikbaar na doorgeven van je gegevens via www.kennispleinkalender.be/emotioneelgezienfilm

Bron: klik.org

MET NALETREXON KAN ALCOHOL VERSLAVING VOORKOMEN WORDEN

Het middel Naltrexon kan jongeren op puberleeftijd helpen een alcoholverslaving te voorkomen als ze volwassen zijn. Dat wijst een onderzoek uit van de Universiteit van Adelaide.

Tijdens het onderzoek kregen muizen Naltrexon toegediend die het immuunsysteem van de hersenen blokkeert. Het drinken van alcohol heeft zo niet meer de euforische werking die het eerst had. Naltrexon wordt soms in verslavingsbehandeling gebruikt om ontwenningsverschijnselen te verminderen. Het is een van de eerste onderzoeken die een link ontdekte tussen de immuniteit van de hersenen en het verlangen om te drinken. Vooral ’s avonds werd het verlangen naar alcohol minder, wanneer de hunkering het grootst is.

Ingmar Franken, hoogleraar Klinische Psychologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, ziet het niet snel gebeuren dat Naltrexon gebruikt wordt in preventieve sfeer. ‘Om het bij kinderen toe te dienen lijkt me ‘een vlieg vangen met een kanon’. Ook is er een praktisch probleem. Dat middel moeten jongeren uiteraard vrijwillig nemen en ik kan me niet voorstellen dat de doelgroep dit vrijwillig gaat doen. Ik zie veel meer in psychologische en maatschappelijke interventies om drinkgedrag bij jongeren te verbeteren.’

Het artikel is gepubliceerd in Brain, Behavior and Immunity.

Bron: lef-magazine.nl 

Wil je meer weten over verslaving en psychiatrie? Neem vrijblijvend contact op voor een aanbod of maat, of lees hier de trainingsbeschrijving. 

 

Toename in gebruik van ADHD medicatie methylfenidaat lijkt voorbij

Het aantal gebruikers van het ADHD -middel methylfenidaat is in 2016 weliswaar nog met een half procent gestegen, maar het aantal verstrekkingen steeg in 2016 voor het eerst niet, maar bleef gelijk. Het aantal gebruikers in de leeftijd van 6 tot en met 15 jaar is in 2016 met ruim 5% afgenomen, zo meldt de Stichting Farmaceutische Kengetallen (SFK). 

Nederlandse apotheken verstrekten in 2016 aan 230.000 personen één keer of vaker het ADHD-geneesmiddel methylfenidaat (Ritalin, Concerta). Dat zijn er duizend meer dan het jaar daarvoor, een zeer beperkte groei van ‘maar’ een half procent. Zo’n tien jaar geleden nam het aantal gebruikers van methylfenidaat nog toe met ongeveer 20% per jaar. Sindsdien is de jaarlijkse procentuele groei steeds kleiner geworden.

Naast methylfenidaat, het meest gebruikte ADHD-middel, is in 2016 aan 33.000 personen dexamfetamine verstrekt. Dat zijn er ruim 3000 meer dan in het jaar ervoor, een toename van 10%. Aan zo’n 6000 mensen is in 2016 het ADHD-middel atomoxetine (Strattera) verstrekt. Dit middel kent al sinds 2013 een daling in het aantal gebruikers.

Daling in 2017

De sterk afgenomen groei van het aantal gebruikers van methylfenidaat wordt grotendeels bepaald door de jongere leeftijdscategorie. Wellicht is dat het gevolg van de (media)aandacht in de afgelopen jaren voor het voorschrijven van deze medicatie bij kinderen. Van de 230.000 methylfenidaat-gebruikers hadden er 94.000 een leeftijd van 6 tot en met 15 jaar. Dit zijn er 5000 – oftewel 5% – minder dan in 2015, toen het aantal jonge gebruikers van methylfenidaat voor het eerst afnam, met 2,5%. Dat het overall-aantal gebruikers van methyl-fenidaat in 2016 toch nog licht is gestegen komt door de gebruikers die ouder zijn dan 16 jaar. Hun aantal is met zo’n 7000 toegenomen.

Aan de lichte stijging van het aantal gebruikers van methylfenidaat lijkt een einde te komen. Uit de verstrekkingscijfers van de apotheken blijkt namelijk dat het aantal gebruikers van methylfenidaat in het jaar dat loopt van juli 2016 tot en met juni 2017 met zo’n 2% is afgenomen.

Ook andere maten, zoals het aantal verstrekkingen en de totale door apothekers verstrekte hoeveelheid uitgedrukt in standaarddagdoseringen (DDD), wijzen op minder gebruik van methylfenidaat. Het totaal aantal verstrekkingen in het kalenderjaar 2016 is ten opzichte van een jaar eerder voor het eerst niet gestegen, maar gelijk gebleven. In de periode juli 2016 tot en met juni 2017 is het aantal gedaald, met een kleine procent ten opzichte van 2016. Het aantal verstrekte DDD’s nam in 2016 nog met 3% toe, maar in de periode juli 2016 tot en met juni 2017 bleef het in vergelijking met 2016 gelijk.

Dexamfetamine

Voor dexamfetamine worden in 2017, als de trend van de eerste helft van dit jaar zich in de tweede helft van 2017 voortzet, voor het eerst minder gebruikers geteld dan in 2016. Mogelijk is dat zo’n 3%. Ook hier lopen de jongeren voorop. In de leeftijds-categorie 6 tot en met 15-jarigen is het aantal gebruikers van dexamfetamine al in 2016 voor het eerst niet gestegen, maar gelijk gebleven.

 

Halfjaarcijfers tonen afname aantal gebruikers van methylfenidaat in 2017

SFK PW38 2017.jpg

Bron: Stichting Farmaceutische Kengetallen

‘De stap naar buiten’: Training individuele detachering blijkt succes

Met de groepsdetacheringen in het begin van dit jaar, is nu 70 procent van de Wsw-medewerkers gedetacheerd bij een werkgever in de regio. De focus ligt nu op het naar buiten brengen van mensen vanuit de beschutte omgeving van Permar door individuele detacheringen. Om dit proces te ondersteunen is door Croan Consult de training ‘De Stap naar Buiten’ ontwikkeld. Deze training helpt medewerkers om buiten Permar aan de slag te gaan en om van hun detachering een succes te maken.
Permar de stap naar buiten
Samen met collega’s ontdekken ze wat ze kunnen, wat ze willen en wat ze daar voor moeten doen.

De eerste groep van 24 deelnemers heeft de training in april afgerond. Voor vier medewerkers bleek de stap naar buiten toch (nog) niet haalbaar, maar tien medewerkers hebben inmiddels een plek gevonden buiten Permar en nog eens vier hebben een leerwerkplek of stage gevonden. Met nog lopende sollicitatiegesprekken voor vier anderen, kunnen we de training een succes noemen. Eind mei is er dan ook een tweede groep van 24 deelnemers gestart.

Twee deelnemers uit de eerste groep vonden hun weg naar respectievelijk de gemeente Wageningen en Asito. Hieronder delen zij hun verhaal.

De stap naar buiten van EricaDe stap naar buiten 
Het is mooi om te zien hoe dingen soms op hun plek vallen. Zo ook voor Erica, die net bericht heeft gekregen dat ze een leerwerkplek krijgt bij de gemeente Wageningen als budgetcoach. Tijdens de training bleek dat Erica weliswaar geen diploma’s had, maar wel heel veel ervaring, onder andere in de administratie bij Permar: “Tijdens de training begon ik wat dingen bij elkaar te leggen. Wat ik leuk vind is administratief dingen uitzoeken en uitvogelen. Dus dacht ik eerst aan iets van boekhouden. Maar ik help ook graag mensen. Ik krijg vaak vragen van mensen die ergens niet uitkomen en dan zoek ik het voor ze uit. Zo kwam ik uit bij een opleiding tot budgetcoach. In overleg met mijn jobcoach heb ik een plannetje gemaakt en toen ik mijn gesprek met de gemeente Wageningen had, heb ik dat voorgelegd aan projectleider Jolanda Verkade. Die reageerde ook heel enthousiast en ging meteen aan de slag. Nog geen half uur na mijn gesprek belde ze me dat ze mogelijkheden zag voor een leerwerkplek bij budgetbeheer van de gemeente Wageningen.”
En dat is nu dus officieel. Samen met de gemeente kijkt ze nu nog wat de beste opleiding voor haar is: “Ik kan dan al werkend leren en wie weet kan ik daarna wel verder met een opleiding schuldhulpverlening?” Erica is blij dat ze nu actie heeft ondernomen: “Ik werk al bijna 25 jaar bij Permar en daar kennen ze mij. Ik vind het fijn om nu vanuit Permar gedetacheerd te worden, zodat de gemeente de kans heeft om mij beter te leren kennen. Het maakt de overgang makkelijker.”

De stap naar buiten van HenkHenk
Iedereen is zo gewend Henk te zien achter de balie van Permar, dat het tóch wel een beetje vreemd is om hem te treffen in het gemeentehuis van Ede in een overhemd van Asito. Henk maakte ‘De Stap naar Buiten’ en begeleidt het schoonmaakteam van Asito bij de gemeente Ede in verband met een ziekteverlof. “Het ging allemaal redelijk snel”, vertelt Henk. “Toen ik voor deze werkplek gevraagd werd, was ik niet heel actief op zoek, omdat ik het op de receptie van Permar ook heel erg naar mijn zin had. Maar Permar gaat sluiten en het is nog niet duidelijk wat er met het gebouw gebeurt, dus ik dacht: ‘waarom niet?’ Misschien opent het een nieuwe deur. Ik ga dit gewoon proberen.”
Een dappere beslissing na twintig jaar Permar en zeven jaar werken bij de receptie. De nieuwe werkplek heeft wat voordelen: “De werktijden zijn hier prettiger. We hebben hier geen diensten, dus meer regelmaat. Het is een hele zelfstandige functie en ik ben redelijk vrij om mijn werk zelf in te delen.” Voor een gezelligheidsmens als Henk is het wel even wennen dat hij nu meer alleen werkt: “Het is een leuke groep en ik ben het aanspreekpunt voor de medewerkers en heb dus wel veel contact met ze, maar het is niet hetzelfde als werken in het team op de receptie.”
En de toekomst? Henk staat open voor alle mogelijkheden: “Ik vervang iemand en het is niet helemaal zeker voor hoe lang. Als Asito mij vraagt te blijven (hier of op een andere locatie), dan ben ik daar zeker in geïnteresseerd. En als morgen zou blijken dat er een koper voor het gebouw is, met een detacheringsplek voor mij op de receptie, doe ik dat ook met plezier.”

De individuele detacheringen lopen goed. Het koudwatervrees is aan het verdwijnen doordat de collega´s bij Permar zien dat mensen die hun
voorgingen het naar hun zin hebben bij de nieuwe werkgevers. Reden dus om vol gas door te gaan met de trainingen.

Durf jij te vragen naar zelfmoord?

Door: ‘Klaartje’ 

In februari zag ik voor het eerst de documentaire “In het hoofd van mijn zusje” van Ingrid Kamerling, een kwetsbaar portret over haar zus Vivian die leed aan angsten en keuzestress en uiteindelijk op 24-jarige leeftijd een einde aan haar leven maakte. Na de documentaire volgde een nagesprek over de thema’s van de film: kwetsbaarheid, depressie en zelfdoding met als doel de taboe doorbreken en openheid creëren. Aangezien ik zelf veel herken in deze thema’s wil ik hier graag meer openheid in creëren, omdat ik steeds weer ervaar hoe belangrijk het is te kunnen delen.

TABOE

Helaas is het vaak nog lastig deze thema’s te bespreken en openheid te creëren. Te vaak nog volgt er onbegrip en oordeel. En ik denk niet eens dat dit altijd een kwestie is van onwil maar eerder een niet weten hoe ermee om te gaan. En dat begrijp ik wel. Want hoe moeilijk is het ook om te horen dat iemand waar je van houdt zich ellendig voelt. Of nog erger: als iemand waar je van houdt, uitspreekt niet meer te willen leven. Dat is iets wat je niet wilt horen, daar wil je het liefste van weg, het minder erg maken voor die ander. Zo’n opmerking roept angst en verdriet op. Want stel je voor dat het echt gebeurt. Helaas herken ik de wanhoop en het niet meer willen leven maar al te goed. En hoezeer ik ook begrijp dat het voor anderen zwaar is om te horen, ik heb ook ervaren wat het met je doet als deze gedachten er niet mogen zijn.

ONBEGRIP

Als 22-jarige had ik voor het eerst moed verzameld deze gedachten te delen met mijn psycholoog van destijds. Met klotsende oksels en rode wangen van schaamte vertelde ik hem dat ik soms het gevoel had niet meer te willen leven. Hij keek me ongeïnteresseerd aan, hangend in zijn stoel, met zijn benen op tafel en zei: “Als jij voor een trein wil springen, moet je dat vooral lekker doen”. Geen begrip, geen luisterend oor, geen steun. Helaas kreeg ik bij een aantal andere therapeuten ook weinig begrip. Opmerkingen als: “Dit mag je niet zeggen want dan doe je je ouders verdriet”, “Dat is helemaal niet wat je wil” of “Dit zeg je alleen maar om aandacht te vragen, je bent aan het manipuleren”. Ik heb de meest bizarre opmerkingen voorbij horen komen.

‘Ik heb de meest bizarre opmerkingen voorbij horen komen.’

Maar ook bij bekenden stond ik vaak met mijn mond vol tanden. Opmerkingen als: “Je hebt zoveel mooie dingen om voor te leven, kijk eens om je heen”. Of deze: “Er zijn mensen die knokken tegen een ernstige ziekte en niets liever willen dan leven. Je kunt het niet maken dit te zeggen”. Of nog een mooie: “Ach joh, zo erg kan het toch allemaal niet zijn. Richt je op de positieve dingen; de zon die schijnt, de bloemetjes die bloeien, de vogeltjes die fluiten”. Maar de allermooiste blijft: “Weet je, iedereen heeft wel eens een slechte dag, ik had er gisteren nog zo eentje. Het komt wel goed”.

NIET ECHT DOOD WILLEN

Rondlopen met zo’n gedachte is heftig, pijnlijk en maakt eenzaam. Het is geen pretje te voelen dat je niet meer verder wil leven. En zo’n gedachte is iets waar je je voor schaamt waardoor je er vaak al heel lang alleen mee rondloopt, voordat je het eindelijk uitspreekt. Die gedachte is er ook niet van het ene op het andere moment maar wordt vaak voorafgegaan door een periode van knokken, somberheid, angsten, eenzaamheid en nog veel meer. Ik wist juist vaak heel goed dat ik alles had om voor te leven. Dat ik een “rijk” leven heb, dat heel veel mensen me niet zouden willen missen, dat er mensen zijn die het veel slechter hebben dan ik. En dat maakte het gevoel van falen en mislukking juist alleen maar groter. Want waarom wilde ik er dan toch niet meer zijn?

‘Rondlopen met zo’n gedachte is heftig, pijnlijk en maakt eenzaam.’

Eigenlijk is het niet dat je echt dood wilt, je wil ZO niet verder. Tenminste dat was bij mij zo. Ik wilde niet echt dood. Ik wilde alleen maar dat de pijn ophield, ik wilde weg uit de strijd, weg van de somberheid en het gevoel dat beter worden onmogelijk leek. Ik wilde rust. Het doet pijn als ik terug denk aan de momenten dat ik bijvoorbeeld schreeuwend en smekend in de auto zat en alleen maar

kon roepen: “Ik wil dood, ik wil niet meer, laat me alsjeblieft dood gaan!” Me afvragend wat er zou gebeuren als ik het stuur los zou laten. Vaak heb ik gedacht: “Als ik mezelf nu te pletter rijd tegen deze boom, dan zou ik dat niet eens erg vinden”. En natuurlijk dacht ik op die momenten aan iedereen die ik hiermee enorm veel verdriet zou doen. Maar misschien heel egoïstisch: ik voelde vooral mijn eigen pijn, de eenzaamheid, de somberheid. Overal waar ik ging, nam ik het met me mee en ondanks de steun van anderen was ik degene het moest zien te dragen, elke dag opnieuw.

WAT HELPT?

Begrip, oprechte interesse, erkenning en het erover mogen hebben is het allerbelangrijkste. Durf te (door) te vragen zonder oordeel, laat weten dat je er bent, dat je de ander ziet en hoort en verwacht vooral niet dat je het op moet lossen. Erken uiteraard ook je eigen angst die het oproept, want ook dat mag er zijn. Maar probeer te onthouden: praten helpt de gedachten aan zelfmoord te relativeren en een goede plek te geven. Het creëert ruimte.

‘Praten helpt de gedachten aan zelfmoord te relativeren en een goede plek te geven.’

Ikzelf ben er nog niet en wordt nog wel eens overvallen door deze gedachten. Maar gelukkig heb ik lieve mensen om me heen met wie ik deze gedachten kan en mag delen. En dat zorgt ervoor dat ik iedere keer weer kracht vind door te gaan.

Wil je meer weten? Of weten hoe je dit in de praktijk kan toepassen? Volg de training ‘omgaan met suïcidaliteit’.  

Bron: Samenzonderstigma 

Camerabeeldspecialisten met autisme zijn beter

Politie: 'Camerabeeldspecialisten met autisme zijn beter'

Foto: Politie Den Haag
 

Politie: ‘Camerabeeldspecialisten met autisme zijn beter’

Bij de politie-eenheid Den Haag werken sinds maart van dit jaar vier camerabeeldspecialisten met autisme. ‘Zij hebben in grote politieonderzoeken al een aantal subjecten gespot en bewijs gevonden. Door hun autisme kunnen ze zich lang op een scherm concentreren. Zo hebben ze van hun beperking een kwaliteit gemaakt’, meldt de politie maandag aldus blikopnieuws.nl

Callcenter

Yannick, een van de vier specialisten, werkte eerder in een callcenter. ‘Maar daar werd ik ontslagen omdat ik te klantvriendelijk was. Dat wil zeggen, ik probeerde de klant tot in het kleinste detail te helpen, wat natuurlijk veel te lang duurde.’ Werk vinden én werk houden is voor veel autistische mensen niet eenvoudig.

Detacheringsbureau

Detacheringsbureau AutiTalent is gespecialiseerd in passend werk voor mensen met autisme vinden. Dit bureau heeft de vier specialisten geselecteerd en begeleidt ze ook bij het werk. De vier werknemers worden betaald met subsidie van Stichting Arbeidsmarkt- en Opleidingsfonds Politie (SAOP).

Gezellig praatje

Ingrid Timmer van AutiTalent: ‘Mensen met autisme hebben moeite met de verwerking van prikkels, het scheiden van hoofd- en bijzaken en het herkennen van emoties. Daarom hebben ze heldere en concrete communicatie nodig, zeker bij het werk. Ook zijn ze op het werk niet altijd in voor een “gezellig praatje”. Vaak willen ze gewoon door met hun werk. Niet om onaardig te zijn, maar omdat ze vinden dat ze daarvoor gekomen zijn‘.

Aandacht voor detail

Door hun uitzonderlijke concentratievermogen en aandacht voor detail pikken deze autistische recherchemedewerkers sneller en beter dan een gemiddelde rechercheur juist die beelden eruit die cruciaal in een onderzoek kunnen zijn. Recherchekundige Jory de Groot werkt in haar vrije tijd als vrijwilligster met mensen met autisme. Zo kwam ze op het idee dat mensen met autisme wel eens uitermate geschikt zouden kunnen zijn voor het uitkijken van camerabeelden. Eerder onderzoek van TNO naar de inzet van mensen met autisme in cameratoezichtcentrales bevestigde Jory in deze gedachte.

Honderden uren beeldmateriaal

In onderzoeken bekijkt de politie vaak honderden uren aan beelden van toezichtcamera’s om een zaak te reconstrueren of om de bewijslast rond te krijgen. Bij de beelden die de vier specialisten tot nu toe bekeken, zaten bijvoorbeeld beelden van toezichtcamera’s in stations en trams. ‘Zeker op beelden tijdens de spits zien de collega’s heel veel mensen tegelijk‘, vertelt Jory die aanspreekpunt voor de specialisten is.

Belabberde beeldkwaliteit geen probleem

‘Deze beelden waren vaak van een belabberde kwaliteit. Dat ze uiteindelijk iemand die aan het signalement van de gezochte verdachte voldeed, uit de mensenmassa pikten, noem ik dan ook een topprestatie. Voor een rechercheur zou dat echt veel lastiger zijn, zowel om vol te houden als om daadwerkelijk iemand te spotten.’

Met elkaar meekijken

‘Per collega kunnen ze zo’n vijf uur per dag aan beeld verwerken’, vertelt Jory. ‘De vier collega’s werken vier dagen per week, dus reken maar uit hoeveel uur per week ze verwerken. Ze werken ook goed samen, geven elkaar tips, maken afspraken over hoe ze elkaar zo min mogelijk storen bij het werk. Ook kijken ze met elkaar mee als iemand twijfelt over wat hij op beeld ziet en rapporteren nauwgezet over hun werk.’

De vier medewerkers zijn voor de duur van zes maanden gedetacheerd. Een evaluatie moet vervolgens laten zien of dit voor herhaling vatbaar is, met eventuele aanpassingen.

Bron blikopnieuws.nl

 

Een licht verstandelijke beperking of zwakbegaafdheid op tijd herkennen

In een vernieuwde handreiking is er speciale aandacht voor de mogelijkheden voor vroegsignalering van een licht verstandelijke beperking of zwakbegaafdheid bij jongvolwassenen. Dit voorkomt overvraging en helpt om beter aan te sluiten bij de mogelijkheden van de jongere.

Aan het uiterlijk kun je niet zien of iemand een licht verstandelijke beperking (lvb) heeft of zwakbegaafd is. Hierdoor kan het zijn dat deze mensen overvraagd worden op school, het werk of in het alledaagse contact. Dit leidt tot faalervaringen, gevoelens van frustratie en een negatief zelfbeeld. Deze nare gevoelens uiten zich onder andere in opstandig gedrag. De buitenwereld ziet hen als lastig, terwijl het niet gaat om ‘niet willen’ maar om ‘niet kunnen.’

Handreiking

De herziene versie van de Handreiking vroegsignalering van een lvb en zwakbegaafdheid beschrijft de mogelijkheden voor vroegsignalering bij (jonge) kinderen en jongeren, maar ook bij (jong)volwassenen, door professionals in het sociale domein. De handreiking bestaat uit 3 onderdelen:

1) Informatie over de normale of gemiddelde ontwikkeling

2) Screeningsinstrumenten die ontwikkelingsachterstanden, maar ook indirecte kenmerken in kaart brengen

3) Instrumenten voor verdiepende diagnostiek naar een lvb en zwakbegaafdheid

Download de Handreiking vroegsignalering van een LVB en zwakbegaafdheid. Signaleren van achterstanden in de (kinderlijke) ontwikkeling en van factoren die het risico daarop vergroten. Door Netwerk Gewoon Meedoen en Kenniscentrum Lvb.

Bron: www.klik.org 

Vacature Croan Consult training en coaching B.V.

Functie: Secretaresse/management-assistente/trainingsorganisatie

Vanaf: 1 december 2017

Uren: 24-28 uur

Croan Consult, training & coaching

Croan Consult is een bureau gericht op groei en ontwikkeling van professionals, organisaties en bedrijven. Onze dienstverlening omvat training, blended learning, (e-learning in combinatie met praktijktraining) en coaching. De inhoud van onze diensten komt tot stand in samenspel met de opdrachtgever. Een aanbod gericht op de praktijk, uitgevoerd door ervaren en inspirerende trainers en coaches uit de praktijk.

Wegens vertrek van onze huidige medewerker zijn we op zoek naar een secretaresse/management-assistente/planner-organisator. 

Wat vraagt Croan?

Opleiding en/of ervaring

  • HBO opgeleid of vergelijkbare ervaring in secretariële, administratieve richting.
  • Aantoonbaar grote computervaardigheid (Word, Excel, Power Point).
  • Affiniteit met het je eigen maken van een nieuw software programma, Coachview, cursusadministratiesoftware en aanleren van basiskennis van Moodle, Learning Management System.
  • Taalvaardig in woord en schrift (NL).

Profiel

  • Je werkt in grote mate van zelfstandigheid en verantwoordelijkheid.
  • Je werkt planmatig en gestructureerd.
  • Je hebt een klantgerichte houding, zakelijk en dienstverlenend, zowel extern als intern.
  • In hectische periodes houd je je hoofd koel. 

De taken

  • Organisatie-planning trainingen
    • Via mail en telefonisch contact met opdrachtgevers, trainers, ervaringsdeskundigen en acteurs.
    • Planning en administratie verwerken in Coachview (www.coachview.net)
  • Ondersteuning directeur
    • Gedeeltelijk agenda beheer en afspraken plannen.
  • Ondersteuning trainers
    • Uitwerken en verzenden cursusmateriaal.

Wat biedt Croan?

  • 24-28 uur waarbij uitbouw van het aantal uren tot de mogelijkheden behoort.
  • Een inspirerende werkomgeving met betrokken en gedreven collega’s.
  • Ruimte voor persoonlijke initiatief en groei.
  • Marktconform salaris.

Werktijden en werkplek

  • Werkplek, Gestelsestraat 103, Eindhoven.
  • Werktijden in overleg. Enkele uren thuiswerken behoort tot de mogelijkheden.

Spreekt deze vacature je aan? Stuur je sollicitatiebrief en CV vóór maandag 4 september 12.00 uur naar info@croanconsult.nl. Meer informatie? Bel Ton Kitzen via 06 53 24 27 57.

Sollicitatiegesprekken zijn op 5 en 7 september.

Download hier de vacaturetekst in pfd: Vacature functie secretaresse management-assistente trainingsorganisatie

Vernieuwde kennispocket: Verstandelijke beperking & Seksualiteit

Seksualiteit: hoewel het voor steeds meer begeleiders een onderwerp is als vele andere in het werk, roept seksualiteit vaak nog gevoelens op van gêne of zelfs afkeer. Wat doe je bijvoorbeeld als een cliënt masturbeert in de groep? 

Ben je op zoek naar manieren om seksualiteit bespreekbaar te maken en cliënten te helpen bij hun zoektocht op het gebied van intimiteit, relaties of een kinderwens?

Deze kennispocket bevat informatie over:

  • methodes om met cliënten te praten over seksualiteit;
  • dating voor mensen met een verstandelijke beperking;
  • masturbatie, homoseksualiteit en omgaan met de kinderwens van cliënten

Voor meer informatie of bestellen kan je terecht bij KLIK 

Croan viert haar 10 jarig jubileum!

Croan Consult vierde op 13 juli jl. haar 10 jarig jubileum. Wij kijken terug op een mooi feest. Met veel dank aan alle opdrachtgevers, collega’s, vrienden en familie die dit feest met ons hebben gevierd!

Openingsspeech

Openingsspeech 

Inleiding ervaringsdeskundigen

Inleiding ervaringsdeskundigen

Workshop ervaringsdeskundige

Workshop ervaringsdeskundige

Workshop kansspelproblematiek met ervaringsdeskundige

Workshop gokproblematiek

met ervaringsdeskundige

Opbrengst naar Boostourtalent

Opbrengst naar Boost our Talent

Boost our Talent

Boost our Talent

Netwerken

Netwerken 

 Netwerken

Netwerken

Netwerken

Netwerken

Gastoptreden Astrid van Hout

Gastoptreden Astrid van Hout

Coverband Betty Blue met gastoptredens

Coverband Betty Blue met gastoptredens

Coverband Betty Blue met gastoptredens

Coverband Betty Blue met gastoptredens 

Scholing door professionals. Klantgericht, deskundig maatwerk. Training en Coaching Bureau, Croan Consult.